Inleiding
De WOZ-waarde speelt een centrale rol in verschillende fiscale berekeningen, zoals schenk- en erfbelasting. Deze waarde wordt jaarlijks vastgesteld door gemeenten op basis van marktgegevens en wordt vervolgens gebruikt door de Belastingdienst bij belastingaanslagen. Echter, in bepaalde gevallen kan de inspecteur van de Belastingdienst ervoor kiezen om af te wijken van de WOZ-waarde. Dit artikel biedt een grondige en feitelijke uitleg over de juridische basis, de praktijk en de beperkingen van deze afwijking, op basis van recente jurisprudentie en fiscale richtlijnen.
Juridische basis voor afwijking van de WOZ-waarde
De mogelijkheid om af te wijken van de WOZ-waarde berust op specifieke regelgeving. Artikel 21, zevende lid van de Wet op de schenk- en erfrecht (SW) stelt dat bij de bepaling van de schenkbelasting de inspecteur de werkelijke waarde kan hanteren in plaats van de WOZ-waarde, mits er in het jaar voorafgaand aan de overdracht sprake is geweest van bouw, verbouwing of verbetering van het object.
Daarnaast is artikel 18a van de Algemene wet rijksdiensten (AWR) van toepassing bij aanpassingen van belastingaanslagen door de inspecteur op verzoek van een belastingplichtige. De Hoge Raad heeft in haar oordeel van 2023 bepaald dat dergelijke aanvragen als "aanvragen in de zin van artikel 1:3 lid 3 Awb" moeten worden beschouwd. Hieruit volgt dat de inspecteur een beschikking op aanvraag moet uitvaardigen, wat bepaalde tijdsvoorschriften en dwangsomregelingen in werking treedt.
Toepassing in de praktijk: Casusanalyse
Een casus die in bron [2] wordt besproken, toont duidelijk hoe de inspecteur in de praktijk kan afwijken van de WOZ-waarde. In dit geval gaat het om een woning die volledig is verbouwd door een vader, die deze vervolgens aan zijn dochter overdraagt. De inspecteur koos ervoor om de werkelijke waarde te hanteren, in plaats van de officiële WOZ-waarde. Dit is toegestaan volgens de wetgeving, omdat de verbouwing heeft geleid tot een waarde die aanzienlijk hoger is dan de WOZ-waarde van het jaar ervoor.
De inspecteur kan zijn afwijking rechtvaardigen door gebruik te maken van artikelen 16, 17, 18 en 20 van de Wet WOZ, die beschrijven hoe de waarde moet worden bepaald op het moment van de overdracht. Dit betekent dat de waarde kan worden vastgesteld op basis van de taxatiewaarde na de verbouwing. Echter, dit is geen verplichte stap: het is mogelijk om een nadere WOZ-beschikking af te geven, maar dit is niet verplicht.
Beoordeling van het bezwaar: Rol van de belastingplichtige
Een belangrijke aandachtspunt bij afwijkingen van de WOZ-waarde is het recht van de belastingplichtige om bezwaar aan te trekken. Bron [3] bevat een voorbeeld waarin de belastingplichtige bezwaar maakt tegen de inspecteursbepaling van een WOZ-waarde van €384.000, terwijl hij pleit voor een waarde van €264.000.
De belastingplichtige argumenteert dat de inspecteur onvoldoende rekening heeft gehouden met factoren zoals de indexering van verkoopcijfers, het afnemend grensnut, de ligging van het object en de gedateerde voorzieningen. Hij stelt dat de inspecteur geen duidelijke toelichting heeft gegeven over de onderbouwing van de waardebepaling, waardoor de controle op de berekening niet mogelijk is.
De rechtbank beoordeelde de toelichting van de inspecteur als volledig en redelijk. Dit suggereert dat de inspecteur slechts verplicht is om zijn redenering duidelijk te maken, maar niet om elke mogelijke aanvulling in detail te verantwoorden. Dit is een belangrijk precedent: het duidt op beperkte mogelijkheden voor de belastingplichtige om de inspecteursbepaling in twijfel te trekken, zolang de toelichting redelijk en onderbouwd is.
De rol van de gemeente bij WOZ-waardebevragingen
De gemeente speelt een centrale rol bij de vaststelling van de WOZ-waarde. In bron [4] wordt beschreven hoe een bezwaar tegen de WOZ-waarde kan worden afgehandeld. De gemeente kan dit doen op basis van de aanwezige marktgegevens, maar het is aan te raden om toelichting te geven over de gebruikte vergelijkingsobjecten en eventuele verschillen daartussen. Dit draagt bij aan de acceptatie van de vastgestelde waarde door de belastingplichtige.
Bij bezwaar kan de belastingplichtige voorwaarden stellen voor de inpandige inspectie. Echter, zoals geconstateerd door het Gerechtshof Den Haag, is het niet verplicht dat de heffingsambtenaar aan dergelijke voorwaarden tegemoetkomt. Als het niet mogelijk is om de inpandige toestand van de woning te inspecteren, komt dit voor rekening van de belanghebbende. Dit betekent dat de belastingplichtige zelf verantwoordelijk is voor het leveren van relevante informatie.
Invloed van gebruiksmogelijkheden en toekomstige wijzigingen
In bron [5] wordt uitgebreid ingegaan op de invloed van gebruiksmogelijkheden op de WOZ-waarde. Een potentiële koper van een onroerend goed houdt rekening met de toegestane gebruiksmogelijkheden op grond van het bestemmingsplan. Dit omvat zowel de huidige toestand als eventuele toekomstige wijzigingen die de gebruiksmogelijkheden kunnen verruimen.
Een voorbeeld is de bepaling van de WOZ-waarde van een boerderij. De agrarische bestemming van het land kan invloed hebben op de waarde, maar ontwikkelingen in de landbouwsector kunnen ervoor zorgen dat dergelijke objecten ook voor ander gebruik beschikbaar komen. In dergelijke gevallen kan de WOZ-waarde stijgen of dalen, afhankelijk van de verwachtingen op de markt.
Procedure voor het aanpassen van aanslagen
Een belangrijke procedure die in bron [1] wordt besproken, betreft het aanpassen van belastingaanslagen door de inspecteur. Een woningeigenaar kan verzoeken dat onherroepelijke aanslagen op inkomstenbelasting of premie verplichte verzekeringen (IB/PVV) worden aangepast, als de WOZ-waarde is verlaagd. De inspecteur is daartoe verplicht binnen een bepaalde termijn, en anders kan een dwangsom worden aangerekend.
De Hoge Raad heeft bepaald dat het verzoek van een belastingplichtige om aanpassing moet worden beschouwd als een "aanvraag in de zin van artikel 1:3 lid 3 Awb". Dit betekent dat de inspecteur een beschikking op aanvraag moet uitvaardigen, wat wettelijke verplichtingen met zich meebrengt. Echter, de inspecteur kan ook zonder verzoek gehouden zijn om de beschikking te geven, zoals voorgeschreven in artikel 18a lid 2 AWR.
Toegang tot WOZ-gegevens en elektronische levering
In bron [6] wordt beschreven hoe de WOZ-gegevens worden verstrekt aan derden, zoals de Belastingdienst. De Dienst levert het waardegegeven met bijbehorende temporele en meta-kenmerken aan de afnemers. Wanneer het waardegegeven "in onderzoek" is gemarkeerd, wordt dit aan de afnemer medegedeeld. De levering vindt elektronisch plaats, en het gebruik van het waardegegeven is alleen toegestaan voor de uitoefening van een wettelijk toegestane bevoegdheid.
Een belangrijk aspect is de authenticiteit van de gegevens. Het college zorgt ervoor dat de meegeleverde gegevens overeenkomen met die in de basisregistratie. Dit draagt bij aan de betrouwbaarheid van de WOZ-waarde, maar het betekent ook dat eventuele fouten of onnauwkeurigheden in de registratie direct invloed kunnen hebben op belastingaanslagen.
Conclusie
De mogelijkheid dat de inspecteur van de Belastingdienst afwijkt van de WOZ-waarde is juridisch geregeld en wordt onder bepaalde voorwaarden toegestaan. Deze afwijking is vooral relevant in gevallen waarin het object is verbouwd of verbeterd, waardoor de werkelijke waarde aanzienlijk afwijkt van de WOZ-waarde. De inspecteur is verplicht om zijn afwijking redelijk en onderbouwd te maken, maar de belastingplichtige heeft beperkte mogelijkheden om deze bepaling in twijfel te trekken, zolang de toelichting adequaat is.
De rol van de gemeente bij de vaststelling van de WOZ-waarde is essentieel. De inspecteur kan op basis van marktgegevens en juridische regels afwijken, maar de gemeente moet transparant en grondig zijn bij de bepaling van de waarde. Belastingplichtigen kunnen bezwaar aanbrengen, maar het succes daarvan hangt af van de kwaliteit van de toelichting en de onderbouwing van de inspecteur.
Bij het gebruik van WOZ-gegevens door derden zoals de Belastingdienst is het belangrijk dat deze gegevens betrouwbaar en accuraat zijn. Elektronische levering en authenticatie van gegevens spelen een sleutelrol in de betrouwbaarheid van de WOZ-waarde. Dit is van groot belang voor zowel de belastingplichtige als de fiscale autoriteiten, die op deze gegevens bouwen bij de uitvoering van belastingbeleid.
Bronnen
- Hoge Raad verduidelijkt dwangsomregeling
- Inspecteur kan na verbouwing ineens afwijken van WOZ-waarde
- Inspecteur heeft hogere WOZ-waarde voldoende aangegeven
- Vraagbaak Waardebepaling Wet WOZ – Hoofdstuk 10: Behandeling WOZ-bezwaren
- Vraagbaak Waardebepaling Wet WOZ – Hoofdstuk 11: Waarderingsvoorschriften
- Wet op de WOZ-gegevens