In Nederland speelt de Wet langdurige zorg (Wlz) een centrale rol bij de toegang tot zorg en ondersteuning voor personen met blijvende intensieve zorgbehoeften. Deze wet biedt een rechtsgrondslag voor zorg die gericht is op voorkomen van ernstig nadeel, zoals levensbedreigende situaties of het verlies van de mogelijkheid om zelfstandig in de samenleving te functioneren. Toegang tot Wlz-zorg is gebaseerd op een indicatie van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Een belangrijk aspect bij het bepalen van de eigen bijdrage die iemand aan de zorg moet leveren, is het vermogen van de betrokkene. Omdat veel Nederlanders hun vermogen vasthouden in de vorm van hun eigen woning, speelt de WOZ-waarde van deze woning een rol bij de berekening van de eigen bijdrage. Dit artikel bespreekt hoe de WOZ-waarde van een eigen woning in het kader van de Wlz beoordeeld wordt en wat de gevolgen zijn voor de financiële verantwoordelijkheid van de zorggebruiker.
Wat is de Wet langdurige zorg (Wlz)?
De Wet langdurige zorg (Wlz) is bedoeld voor personen die blijvende intensieve zorg of toezicht nodig hebben. Deze zorg kan worden verleend in de vorm van verblijf in een zorginstelling, zoals een verpleeghuis of een instelling voor gehandicaptenzorg, of – waar mogelijk – intensieve zorg thuis. De toegang tot deze zorg wordt geregeld via een indicatie van het CIZ. Deze indicatie bepaalt de aard en intensiteit van de zorg die nodig is. De zorg is gericht op het voorkomen van ernstig nadeel, zoals zelfverwonding, het niet meer kunnen voorzien in basisbehoeften, of het verlies van de mogelijkheid om financieel zelfstandig te zijn.
De toegang tot Wlz-zorg hangt af van drie kernvoorwaarden:
- Blijvende zorg of toezicht: De situatie moet blijvend zijn en zich niet verbeteren.
- Risico op ernstig nadeel: Zonder zorg of toezicht is er een groot risico op levensbedreigende situaties of het verlies van zelfstandigheid.
- Grondslag in de vorm van een aandoening of beperking: Dit kan een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische beperking zijn.
Een indicatie van het CIZ is dus verplicht om in aanmerking te komen voor Wlz-zorg. Deze indicatie bepaalt ook hoeveel zorg nodig is en welk zorgprofiel van toepassing is. Er zijn zeven verschillende sectoren van indicaties, die corresponderen met diverse aandoeningen en beperkingen. Voor elk zorgprofiel zijn specifieke zorgvormen gedefinieerd, variërend van intensieve verpleging en begeleiding tot huishoudelijke hulp en dagbesteding.
De rol van vermogen in de Wlz
Wanneer iemand in aanmerking komt voor Wlz-zorg, is er een eigen bijdrage nodig. De hoogte van deze bijdrage is afhankelijk van het inkomen en het vermogen van de betrokkene. Het vermogen wordt in Nederland gedefinieerd als geld, spaargeld, beleggingen, enzovoort. In het geval van een eigen woning wordt de overwaarde van de woning meegerekend in het vermogen. De overwaarde is het verschil tussen de WOZ-waarde van de woning en de hypotheekschuld.
Voor personen die naar een verzorgingshuis of verpleeghuis moeten, is het vermogen een belangrijke factor bij het bepalen van de eigen bijdrage aan de zorg. Dit komt omdat de zorg in zorginstellingen meestal niet volledig vergoed wordt door de overheid, maar gedeeltelijk uit de eigen bijdrage van de zorggebruiker komt. De hoogte van deze bijdrage wordt berekend op basis van inkomen en vermogen. Daarbij wordt de WOZ-waarde van de woning een bepalende factor.
De WOZ-waarde en het vermogen
De WOZ-waarde is de waarde van de woning volgens de gemeente, gebaseerd op de opbrengst die de woning zou moeten opleveren bij verkoop. Bij het berekenen van het vermogen wordt de WOZ-waarde van de woning afgetrokken van de hypotheekschuld om de overwaarde te bepalen. Deze overwaarde wordt meegerekend in het vermogen van de betrokkene.
Een belangrijk aspect bij de berekening van het vermogen is de tijdlijn van toepassing van de WOZ-waarde. Bij opname in een zorginstelling telt de woning niet direct mee in het vermogen. In het eerste jaar na opname wordt de overwaarde van de woning niet meegenomen. Dit betekent dat de eigen bijdrage in dat eerste jaar lager is dan het zou zijn als het vermogen volledig meegerekend zou worden. Echter, als de woning na het eerste jaar niet is verkocht, wordt de overwaarde wel meegerekend in het vermogen, wat de eigen bijdrage kan aanzienlijk doen stijgen.
Dit betekent dat de houder van de woning bij opname in een verzorgingshuis in de eerste maand of het eerste jaar een relatief lage eigen bijdrage heeft. Na het eerste jaar echter, als de woning niet is verkocht of verhuurd, wordt de overwaarde als vermogen meegenomen en kan dit leiden tot een aanzienlijke stijging van de eigen bijdrage. De overwaarde wordt dan berekend als de WOZ-waarde van de woning minus eventuele hypotheekschuld.
Verkoop of verhuur van de woning
Een belangrijke keuze die gemaakt moet worden bij opname in een zorginstelling is of de woning verkocht of verhuurd wordt. Beide opties hebben gevolgen voor de berekening van het vermogen en daarmee voor de eigen bijdrage.
Verkoop van de woning
Als de woning verkocht wordt, wordt de opbrengst van de verkoop direct meegenomen in de vermogensberekening. Dit betekent dat de eigen bijdrage vanaf het moment van verkoop aanzienlijk stijgt. De overwaarde is dan direct als vermogen meetellenbaar.
Verhuur van de woning
Verhuur is soms een aantrekkelijker optie, omdat de opbrengst in de vorm van huur geld geleidelijk wordt verdiend en dus geleidelijk wordt meegerekend in het vermogen. Echter, de huuropbrengst wordt wel als inkomen meegerekend in de berekening van de eigen bijdrage. Ook bij verhuur wordt de overwaarde van de woning na het eerste jaar meegerekend in het vermogen. Verder geldt dat de overwaarde bij verhuur sneller wordt meegerekend als de huuropbrengst hoger is.
De keuze tussen verkoop en verhuur hangt dus af van verschillende factoren, waaronder de vermogenssituatie van de betrokkene, de lengte van de verwachte verblijfsduur in de zorginstelling, en de financiële mogelijkheden van de zorggebruiker.
De invloed van schenkingen en overdrachten
Een andere factor die van invloed kan zijn op de berekening van het vermogen is de terugkijkperiode van 5 jaar voor schenkingen en overdrachten. Dit betekent dat iemand die binnen de vijf jaar voorafgaand aan de opname in een zorginstelling vermogen heeft weggegeven, dit vermogen opnieuw meegerekend kan worden in de vermogensberekening. Deze regel is bedoeld om het vermijdingsgedrag tegen te gaan, waarbij mensen hun vermogen bewust weggeven om de eigen bijdrage aan de zorg te verminderen.
Als iemand bijvoorbeeld binnen de vijf jaar voorafgaand aan de opname een woning of geld heeft geschonken, kan dit vermogen opnieuw meegenomen worden in de vermogensberekening. Dit kan leiden tot een aanzienlijke stijging van de eigen bijdrage, ongeacht of de schenking formeel is of informeel.
Conclusie
De Wet langdurige zorg (Wlz) biedt een cruciale rechtsgrondslag voor personen die blijvende intensieve zorg nodig hebben. De toegang tot deze zorg is geregeld via een indicatie van het CIZ, en de aard van de zorg is afhankelijk van het zorgprofiel. Bij de berekening van de eigen bijdrage die iemand moet leveren, speelt het vermogen een belangrijke rol. In veel gevallen is het vermogen vastgelegd in de vorm van een eigen woning. De WOZ-waarde van deze woning bepaalt hoeveel vermogen er is, en dus hoeveel de eigen bijdrage aan de zorg is.
In het eerste jaar na opname in een zorginstelling telt de overwaarde van de woning niet mee in het vermogen. Na dat eerste jaar wordt de overwaarde wel meegerekend, wat kan leiden tot een aanzienlijke stijging van de eigen bijdrage. De keuze om de woning te verkopen of te verhuren heeft gevolgen voor de berekening van het vermogen. Verkoop leidt tot een directe toename van de eigen bijdrage, terwijl verhuur de opbrengst geleidelijk meegerekend maakt. Bovendien geldt een terugkijkperiode van 5 jaar voor schenkingen en overdrachten, waardoor vermijdingsgedrag tegen kan worden gaan.
Voor personen die in aanmerking komen voor Wlz-zorg is het daarom belangrijk om goed te begrijpen hoe het vermogen, en daarmee de WOZ-waarde van de eigen woning, wordt meegerekend in de berekening van de eigen bijdrage. Dit kan helpen bij het maken van financiële plannen en beslissingen over de toekomstige woning.