In 2021 bleef voor- en vroegschoolse educatie (VVE) een centraal beleidsonderwerp voor gemeenten in Nederland, met een duidelijke focus op het voorkomen, vroegtijdig opsporen en aanpakken van taal- en onderwijsachterstanden bij jonge kinderen. Voor- en vroegschoolse educatie richt zich op kinderen van 2 tot 6 jaar, met een nadruk op taalontwikkeling, maar ook op rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling. In dit artikel worden de beleidsuitvoeringen en financiële kaders van VVE in 2021 besproken, op basis van de beschikbare informatie uit gemeentelijke beleidsdocumenten, subsidiekaders en professionele discussies.
Inleiding
In de context van VVE in 2021 speelden verschillende factoren een rol in de beleidsuitvoering: de harmonisering van voor- en vroegschoolse educatie, de financiering van VVE via subsidies, de verdeling van kinder- en VVE-plaatsen, en de rol van diverse organisaties in het aanbod van VVE. Bovendien stonden thema’s als brandveiligheid, duurzaamheid en de digitale toekomst van VVE-beleid centraal in professionele discussies, zoals tijdens het jaarlijkse congres voor VvE-managers. De focus in deze paragrafen ligt op de beleidsuitvoering, de financiële kaders en de praktische uitdagingen die ontstaan bij het implementeren van VVE.
VVE-beleid in 2021: beleidsrichtlijnen en doelen
2.1 Verantwoordelijkheden van gemeenten en scholen
In de context van VVE ligt de verantwoordelijkheid van gemeenten op de voorschoolse educatie (leeftijd 2 tot 4 jaar), terwijl scholen verantwoordelijk zijn voor de vroegschoolse educatie (leeftijd 4 tot 6 jaar). Dit is een belangrijk onderscheid dat beïnvloedt de coördinatie en samenwerking tussen gemeenten en scholen. In Valkenswaard, bijvoorbeeld, richt het VVE-beleid zich op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen met een (taal-spraak)achterstand. In 2021 werd voortgeborduurd op het beleidsplan VVE 2018-2019, waarbij de nadruk ligt op een doorgaande lijn in de ontwikkeling van kinderen.
2.2 De rol van kinderopvangorganisaties
Sinds 2018 is de VVE-dienst niet meer exclusief in handen van één organisatie. In Valkenswaard zijn meerdere kinderopvangorganisaties VVE-geregistreerd, waaronder Kids World, Mira en Stichting Peuterdorp. In 2021 werd verwacht dat ook Horizon met het aanbod van VVE zou starten. Aan de andere kant hadden twee organisaties, IkOok! en Bij de Boer, aangegeven dat ze in 2020 nog geen VVE konden of wilden bieden.
De kwaliteit van VVE-diensten wordt beoordeeld door de GGD. Als een voorziening voldoet aan de kwaliteitseisen van VVE, zorgt de JGZ-verpleegkundige voor de toeleiding en indicering van kinderen naar deze voorzieningen. Ouders hebben in dat geval de vrije keuze waar ze VVE afnemen.
2.3 Het Actieprogramma Kansrijke Start
Een van de kernprojecten in het VVE-beleid is het Actieprogramma Kansrijke Start, dat gericht is op de ondersteuning van kwetsbare gezinnen. Dit programma richt zich op gezonde zwangerschappen en veilig opvoeden, met een koppeling tussen het medische en sociale domein. In 2021 was de focus op het vormen van lokale coalities om deze ondersteuning te realiseren. De kinderopvang en JGZ speelden een belangrijke rol in deze initiatieven, wat ook het VVE-beleid beïnvloedde.
Financiering en subsidiekaders
3.1 Subsidies voor VVE-kindplaatsen
In 2021 was de financiering van VVE-kindplaatsen een belangrijk beleidsinstrument. In Valkenswaard was er in 2020 sprake van een begroting van € 110.000,- voor de subsidie VVE-kindplaatsen. Daarnaast was er ook financiering voor andere aspecten van VVE, zoals coördinatie met JGZ (€ 15.000,-), schakelklassen in het primair onderwijs (€ 30.000,-), regionale monitoring (€ 10.000,-), opleidingen (€ 25.000,-) en eventuele kosten voor reguliere peuteropvang (€ 80.000,-). De totale kosten in 2020 bedroegen € 270.000,-, met een budget van € 307.500,- in 2021.
De financiering van VVE-kindplaatsen houdt rekening met meerdere variabelen, zoals het aantal geïndiceerde kinderen, de leeftijd waarop kinderen instromen, en de duur van hun deelname. Deze variabelen maken het moeilijk om exacte kosten voor te stellen. De beschikbare middelen kunnen worden ingezet voor drie onderdelen: voorschoolse educatie, inzet van OAB in het onderwijs, en samenwerkingsafspraken over VVE met voor- en vroegschoolse voorzieningen.
3.2 Subsidiekaders in De Fryske Marren
In De Fryske Marren zijn subsidies voor VVE-kindplaatsen verdeeld onder verschillende dorpen en clusters. De verdeling gebeurt op basis van een evenwichtige spreiding van de beschikbare plaatsen. De subsidies worden alleen verleend aan organisaties die VVE aanbieden aan peuters van statushouders of peuters die in een AZC verblijven. In afwijking van de reguliere subsidies kunnen subsidies voor kalenderjaar 2022 al in 2021 worden aangevraagd.
De subsidieaanvragen worden verwerkt in de volgorde van binnenkomst, en in geval van overschrijding van het subsidieplafond wordt het beschikbare bedrag verdeeld volgens de rangschikking in de bijlage “Evenwichtige spreiding”. Deze aanpak zorgt voor een gelijke toegang tot VVE voor kinderen in verschillende dorpen, ongeacht de grootte van de gemeente of de aantallen aanvragen.
3.3 Subsidieplafonds en verantwoording
Het subsidieplafond voor VVE werd jaarlijks vastgesteld door het college in De Fryske Marren. De verantwoording van subsidies is verplicht, en aanvragers moeten aantonen dat de subsidies correct gebruikt zijn. Dit betreft zowel financiële als operationele aspecten van het VVE-aanbod. De subsidies dienen bijvoorbeeld gebruikt te worden voor het verlagen van financiële drempels voor ouders of het verhogen van de kwaliteit van VVE-diensten.
Uitdagingen en ontwikkelingen in VVE in 2021
4.1 Brandveiligheid en duurzaamheid
Tijdens het jaarlijkse congres voor VvE-managers in 2021 stonden thema’s als brandveiligheid en duurzaamheid centraal. De notificatieregeling voor laadpunten was een veelbesproken onderwerp, aangezien de regeling in sommige gevallen in tegenspraak kwam met bestaande VVE-praktijken. Ook werd aandacht besteed aan de mogelijkheid om digitale vergaderingen door te voeren, in navolging van de tijdelijke regels vanwege de Corona-pandemie. De vraag was of deze digitale optie ook in de toekomst beschikbaar zou blijven.
4.2 De rol van VvE-besturen en beheerders
Een ander discussietema tijdens het congres betrof de relatie tussen VvE-besturen en beheerders. VvE-besturen zijn verantwoordelijk voor het beleid en de besluitvorming, terwijl beheerders de operationele zaken regelen. Het belang van een duidelijke rolverdeling en samenwerking tussen deze partijen werd benadrukt. De discussie richtte zich op hoe dit samenwerkingsteam effectief kan functioneren, zowel in het kader van dagelijks beheer als in de uitvoering van VVE-beleid.
4.3 Duurzame ontwikkelingen en warmtenetten
Een van de toekomstige ontwikkelingen in de VVE-sector is de integratie van duurzame energieoplossingen, zoals warmtenetten. De werkgroep Modernisering Appartementsrecht NL (WMANL) werkt aan projecten waarbij VVE en warmtenetten worden gecombineerd. In 2021 was er al aandacht voor deze thema’s, en in de toekomst wordt verwacht dat VVE een rol zal spelen in de transitie naar duurzame energie.
4.4 Opleidingen en kwalificaties
De wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK) heeft geleid tot hogere kwaliteitseisen in de kinderopvang. In 2021 was het verplicht dat alle kinderen een mentor kregen, en dat medewerkers voldeden aan aangescherpte taaleisen. Ook de leidsterkind-ratio was onderhevig aan wijzigingen. Deze ontwikkelingen betreffen niet alleen het dagelijks werk in de kinderopvang, maar ook de opleidingen en trainingen die nodig zijn om deze eisen te kunnen vervullen.
De rol van VVE in de toekomst
5.1 Integratie van VVE in de lokale agenda
VVE is niet alleen een onderdeel van het jeugdbeleid, maar ook van de lokaal educatieve agenda (LEA). In Valkenswaard is de focus op het creëren van een doorgaande lijn in de ontwikkeling van kinderen, waarin zowel gemeente als scholen een rol spelen. In 2021 was dit beleidskader nog in ontwikkeling, maar de richting was duidelijk: VVE dient een essentieel onderdeel te worden van de lokale agenda en samenwerking tussen verschillende partijen.
5.2 De rol van VVE in de woningbouwsector
VVE is een onderdeel van het woningbouwbeleid in Nederland, aangezien woningbouwmaatschappijen verantwoordelijk zijn voor de organisatie van VVE-diensten in hun woningen. In 2021 was het modelreglement voor kleine VvE een veelbesproken onderwerp, waarbij de rol van woningbouwmaatschappijen en VVE-besturen centraal stond. Het modelreglement biedt een kader voor de samenwerking tussen deze partijen, maar de toepassing ervan is nog in ontwikkeling.
5.3 Toekomstige ontwikkelingen
In 2021 was het duidelijk dat VVE een rol zou spelen in de toekomstige ontwikkelingen van de woningbouwsector en de jeugdsector. De focus lag op het creëren van een doorgaande lijn in de ontwikkeling van kinderen, het verbeteren van de kwaliteit van VVE-diensten, en het integreren van duurzame en digitale oplossingen. De uitdagingen in 2021, zoals brandveiligheid, financiering en samenwerking, zullen in de toekomst blijven gelden, maar ook nieuwe kansen en ontwikkelingen zullen opkomen.
Conclusie
In 2021 bleef voor- en vroegschoolse educatie (VVE) een centraal beleidsonderwerp in Nederland. De verantwoordelijkheden van gemeenten en scholen, de financiering via subsidies, en de praktische uitdagingen in de uitvoering van VVE stonden centraal in de beleidsdiscussies. In Valkenswaard en De Fryske Marren werd VVE verder uitgewerkt in het kader van het Actieprogramma Kansrijke Start en de lokaal educatieve agenda. De financiering van VVE-kindplaatsen bleef een belangrijk beleidsinstrument, met subsidies die gericht zijn op de verlaging van financiële drempels en het verhogen van de kwaliteit van VVE-diensten.
Tijdens het jaarlijkse congres voor VvE-managers in 2021 stonden thema’s als brandveiligheid, duurzaamheid en digitale vergaderingen centraal. Ook werd aandacht besteed aan de relatie tussen VvE-besturen en beheerders, en aan de rol van VVE in de toekomstige ontwikkelingen van de woningbouwsector en de jeugdsector. De uitdagingen in 2021, zoals financiering en samenwerking, zullen in de toekomst blijven gelden, maar ook nieuwe kansen en ontwikkelingen zullen opkomen.
VVE is een essentieel onderdeel van het jeugdbeleid in Nederland, en in 2021 werd duidelijk dat het beleid zich richt op een doorgaande lijn in de ontwikkeling van kinderen. De samenwerking tussen gemeenten, scholen, kinderopvangorganisaties en VvE-besturen is essentieel voor de uitvoering van VVE. In de toekomst zal VVE waarschijnlijk nog verder uitgewerkt worden, met een focus op kwaliteit, duurzaamheid en digitale oplossingen.