Inleiding
In de afgelopen jaren heeft de gemeente Bergen zich intensief ingezet voor de uitbreiding van voorschoolse educatie (VVE) voor kinderen in de doelgroep, met als doel het aanbod van 16 uur per week. Deze ambities zijn grotendeels afkomstig uit het regeerakkoord 2017-2021 en het Onderwijskansenplan 2019-2023, waarin het streven was om kinderen met het risico op onderwijsachterstanden extra ondersteuning te bieden via verlengde opvangtijden. Het nieuwe Onderwijskansenplan 2024-2027 stelt deze doelen opnieuw centraal en brengt tevens de huidige realiteit in kaart.
Deze uitbreiding naar 16 uur VVE betekent een aanzienlijke verandering in het aanbod voor kinderen en gezinnen. Het plan is gecombineerd met een focus op kwaliteit van de opvang en het gebruik van hoger onderwijs opgeleid personeel. Daarnaast speelt de financiële haalbaarheid een cruciale rol, aangezien de middelen beperkt zijn en enkel kunnen worden ingezet voor kinderen in de doelgroep. De uitvoering van dit plan is echter niet zonder uitdagingen gegaan. In sommige regio’s binnen de gemeente is het aanbod van 16 uur niet volledig haalbaar, terwijl in andere gebieden een combinatie van locaties wel tot het gewenste aantal uren kan leiden.
Het doel van dit artikel is om een overzicht te geven van de ambities, uitdagingen en de huidige stand van zaken rondom de uitbreiding van VVE naar 16 uur in de gemeente Bergen. Hierbij wordt ingegaan op de juridische en financiële kaders, de praktische uitvoering en de rol van partners binnen de gemeente, zoals kinderopvangorganisaties en jeugdgezondheidszorg. Ook wordt gekeken naar de uitdagingen die zich voordoen bij de uitbreiding en hoe deze worden aangepakt.
Ambities rondom 16 uur VVE
De uitbreiding van voorschoolse educatie naar 16 uur per week is een kernambitie die centraal staat in het Onderwijskansenplan 2019-2023 en de daarop volgende plannen. Het regeerakkoord 2017-2021 maakte deze uitbreiding mogelijk door extra middelen vrij te maken en het streven uit te dragen dat kinderen met het risico op onderwijsachterstand meer ondersteuning krijgen. Deze ambities zijn gebaseerd op het idee dat een verlengde opvangtijd een positieve invloed heeft op de cognitieve, sociale en emotionele ontwikkeling van jonge kinderen. Hierdoor wordt het risico op onderwijsachterstand verminderd, wat op de lange termijn ook invloed heeft op de maatschappelijke participatie van deze kinderen.
De ambities zijn niet enkel gericht op het aantal uren, maar ook op de kwaliteit van het aanbod. In het regeerakkoord is afgesproken dat het gebruik van hoger onderwijs opgeleid personeel een belangrijke rol moet spelen bij de uitbreiding. Deze professionals, zoals pedagogisch medewerkers of ondersteuners, zorgen voor een verhoogde kwaliteit van de opvang en ondersteuning van kinderen in de doelgroep. De verwachting is dat dit leidt tot een betere ontwikkeling van de kinderen en een sterke basis voor hun toekomstige onderwijsloopbaan.
Uitdagingen bij de uitvoering
Hoewel de ambities duidelijk zijn, blijkt uit de beschikbare informatie dat de uitvoering van de uitbreiding naar 16 uur VVE niet zonder problemen verloopt. In een van de scenario’s die in het onderzoek zijn voorgelegd, is de wens van de houders om voor alle peuters in de gemeente 16 uur VVE te realiseren geconstateerd. Echter, deze wens blijkt niet haalbaar vanwege de beperkte middelen die beschikbaar zijn. De gemeente kan enkel middelen vrijmaken voor kinderen in de doelgroep, terwijl het aanbod voor andere peuters, zoals reguliere peuters of kinderen van ouders met recht op kinderopvangtoeslag (KOT), niet kan worden uitgebreid.
Een van de belangrijkste uitdagingen ligt dus in de financiering van het aanbod. De middelen die beschikbaar zijn via het onderwijsachterstandenbeleid (OAB) worden niet alleen gebruikt voor de uitbreiding van VVE, maar ook voor andere activiteiten gericht op het bevorderen van taalontwikkeling en het ondersteunen van scholen en VVE-locaties met zware problematiek. Hierdoor is het niet mogelijk om het aanbod voor alle peuters uit te breiden naar 16 uur.
Daarnaast blijkt uit de informatie dat het aanbod van 16 uur VVE in sommige regio’s van de gemeente niet volledig haalbaar is. In Wellerlooi is bijvoorbeeld niet mogelijk om de volledige 16 uur via één locatie aan te bieden, terwijl in andere regio’s wel een combinatie van locaties tot het gewenste aantal uren kan leiden. Dit betekent dat een coördinatie en samenwerking tussen verschillende locaties noodzakelijk is om het doel te bereiken.
Praktische uitvoering van het aanbod
De uitvoering van het aanbod van 16 uur VVE in de gemeente Bergen is afhankelijk van de samenwerking tussen verschillende partijen, waaronder kinderopvangorganisaties, jeugdgezondheidszorg en onderwijsinstellingen. In de gemeente zijn verschillende locaties waar VVE wordt aangeboden, waarvan 12 locaties ook een VVE-aanbod hebben. Deze locaties bieden een combinatie van voorschoolse educatie en kinderopvang, waarbij kinderen met VVE-indicatie tot 16 uur per week kunnen profiteren.
Een voorbeeld van een organisatie die betrokken is bij het aanbod van VVE is ’t Kienderbènkske. Deze organisatie is contractpartner van de gemeente voor het VVE-aanbod aan geïndiceerde doelgroepkinderen. In deze opvang wordt een aanbod gemaakt van vier dagdelen van 4 uur, waarbij de gemeente het derde en vierde dagdeel volledig bekostigt. Dit betekent dat ouders geen extra kosten maken voor deze uren. In totaal leidt dit tot 960 uren per jaar, wat overeenkomt met de norm van 40 weken x 16 uur x 1.5 jaar.
Een andere organisatie die betrokken is bij de kinderopvang in de gemeente is Spring. Deze organisatie biedt kinderen van 0 tot 12 jaar een aanbod gericht op hun cognitieve, sociale, constructieve, creatieve en motorische ontwikkeling. Spring maakt gebruik van de zogenaamde Schijf van 5, waarbij elk ontwikkelgebied in de kinderopvang wordt benadrukt.
In sommige regio’s van de gemeente is het aanbod van 16 uur VVE echter niet mogelijk via één locatie. In Wellerlooi is bijvoorbeeld alleen een aanbod van drie dagdelen beschikbaar, terwijl een combinatie met een andere locatie nodig is om tot 16 uur te komen. Dit betekent dat een samenwerking tussen verschillende VVE-locaties noodzakelijk is om het doel te bereiken.
Financiële en juridische kaders
De financiering van het aanbod van 16 uur VVE wordt grotendeels geregeld via het onderwijsachterstandenbeleid (OAB). Dit beleid is bedoeld om kinderen met het risico op onderwijsachterstand extra ondersteuning te bieden via verlengde opvangtijden. De middelen die beschikbaar zijn via OAB worden enkel gebruikt voor kinderen in de doelgroep, terwijl het aanbod voor andere peuters, zoals reguliere peuters of kinderen van ouders met recht op KOT, niet kan worden uitgebreid.
Daarnaast speelt de Sociaal Medische Indicatie (SMI) een rol in de financiering van kinderopvang. Deze regeling maakt het mogelijk voor gemeenten om gezinnen tijdelijk financieel te ondersteunen in de kosten van kinderopvang, bijvoorbeeld bij medische of sociale crisissen. De SMI-regeling is aansluitend bij verschillende wettelijke kaders, zoals de wet kinderopvang, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Jeugdwet. Deze regeling helpt om gezinnen tijdelijk te ondersteunen en zo de ontwikkeling van het kind te beschermen.
Het gebruik van hbo-opgeleid personeel is een ander belangrijk aspect van het aanbod van 16 uur VVE. In het regeerakkoord is afgesproken dat dit niveau van kwalificatie een positieve invloed heeft op de kwaliteit van de opvang en ondersteuning van kinderen in de doelgroep. Deze professionals, zoals pedagogisch medewerkers of coach en ondersteuners, brengen extra expertise mee en zorgen voor een betere ondersteuning van de kinderen.
Samenwerking met externe partijen
De uitbreiding van VVE naar 16 uur is niet enkel afhankelijk van de inzet van de gemeente, maar ook van de samenwerking met externe partijen. De jeugdgezondheidszorg speelt een belangrijke rol in de toeleiding van kinderen naar voorschoolse educatie. Het geven van een VVE-indicatie bij het consultatiebureau is een belangrijk moment waarbij kinderen in beeld komen. Deze samenwerking is intensief en gericht op het identificeren van kinderen die extra ondersteuning nodig hebben.
Daarnaast zijn ook andere initiatieven in het onderwijsachterstandsbeleid van belang. Activiteiten zoals Peuterfun in Braamt en de Voorleesexpres zijn gesubsidieerd en gericht op het bevorderen van taalontwikkeling en andere ontwikkelingsgebieden bij jonge kinderen. Deze initiatieven vullen het aanbod van VVE aan en helpen om kinderen extra ondersteuning te bieden.
Conclusie
De uitbreiding van voorschoolse educatie naar 16 uur per week in de gemeente Bergen is een belangrijk doel dat is opgenomen in het Onderwijskansenplan 2019-2023 en het nieuwe plan 2024-2027. Hoewel de ambities duidelijk zijn en gericht zijn op een verlengde opvangtijd en verbeterde kwaliteit, blijkt de uitvoering van deze doelen niet zonder uitdagingen te verlopen. De financiering van het aanbod is beperkt en het aanbod van 16 uur is niet in alle regio’s van de gemeente volledig haalbaar. In sommige locaties is een combinatie van VVE-locaties nodig om tot het gewenste aantal uren te komen.
De uitvoering van het aanbod is afhankelijk van de samenwerking tussen verschillende partijen, waaronder kinderopvangorganisaties, jeugdgezondheidszorg en onderwijsinstellingen. Het gebruik van hbo-opgeleid personeel en het aanbod van extra activiteiten zoals Peuterfun en de Voorleesexpres zijn belangrijke ondersteunende maatregelen bij de uitbreiding van VVE.
Hoewel het doel van 16 uur VVE niet in alle gevallen kan worden behaald, blijft de gemeente Bergen zich inzetten voor een zo breed mogelijk aanbod van voorschoolse educatie. De focus ligt op het identificeren van kinderen die extra ondersteuning nodig hebben en het bieden van kwalitatief hoogwaardige opvangtijden. De samenwerking tussen gemeentelijke en externe partijen blijft centraal staan bij deze inzet.