Inleiding
De wettelijke verplichting om 960 uur van voor- en vroegschoolse educatie (VVE) te verlenen aan peuters van 2,5 tot 4 jaar met een VVE-indicatie is een kernaspect van het Nederlandse onderwijsachterstandenbeleid. Deze verplichting, ingevoerd in 2020, betekent dat gemeenten een gemiddeld aanbod van 16 uur per week moeten realiseren over een periode van 40 weken per jaar. De doelgroeppeuters met risico op taal- of ontwikkelingsachterstand krijgen hiermee een solide basis voor hun schoolloopbaan. Binnen dit kader speelt ook de inzet van hbo-opgeleiden een centrale rol in het verhogen van de kwaliteit van het VVE-aanbod. In deze bijdrage worden de wettelijke kaders, de praktijkuitvoering in gemeenten zoals Bloemendaal en Vlieland, en de financiële onderbouwing van het beleid besproken. Het accent ligt op het kader van 960 uur, inclusief de praktische en logistieke uitwerking ervan.
Wettelijke kaders en beleidsonderbouwing
960 uur VVE: het wettelijk kader
Het kader van 960 uur VVE is het gevolg van een wettelijke aanpassing die in 2020 in werking trad. Dit aantal is gebaseerd op een rekensom: 1,5 jaar (2,5 tot 4 jaar) vermenigvuldigd met 40 weken per jaar en 16 uur per week. Het doel van deze aanpassing is om kinderen beter voor te bereiden op de basisschool, met het oog op het voorkomen of verkleinen van onderwijsachterstanden. Dit kader geldt per doelgroepkind en moet worden uitgevoerd door een voorschoolse voorziening, zoals een peuteropvang of kinderdagverblijf.
Het verplichte VVE-aanbod van 16 uur per week is niet bedoeld voor opvang, zoals duidelijk vermeld staat in de bron. Daarom hanteert het kabinet een maximum van 6 uur VVE per dag. Dit betekent dat de structuur van het aanbod moet worden afgestemd op educatieve activiteiten, in plaats van op opvangtijden.
Inzet van hbo-opgeleiden
Vanaf 1 januari 2022 is het verplicht dat voorschoolse voorzieningen die zijn geregistreerd voor VVE minstens 10 uur per doelgroepkind, per jaar en per locatie, hbo-opgeleiden inzetten. Deze pedagogisch beleidsmedewerkers kunnen functioneren als coach, werken op de groep, of betrokken zijn bij het pedagogisch beleid van de voorschoolse voorziening. De inzet van deze medewerkers is een maatregel om de kwaliteit van het VVE-aanbod te verhogen.
De norm van 10 uur per jaar is afkomstig uit meest recente informatie en wordt vermoedelijk formeel vastgesteld. Het betreft hier een verplichting die landelijk geldt voor alle gemeenten. Dit kader is onderdeel van het bredere beleidsonderdeel dat gericht is op het verbeteren van de kwaliteit van de VVE.
Praktijkuitvoering in gemeenten
VVE in Bloemendaal
In de gemeente Bloemendaal is het VVE-beleid in lijn met de landelijke verplichting van 960 uur per doelgroepkind. De gemeente werkt samen met diverse partijen, zoals kinderopvangorganisaties, schoolbesturen en jeugdgezondheidszorg, om een doorgaande leerlijn te realiseren. Een belangrijk uitgangspunt is dat de VVE voor ouders laagdrempelig en financieel toegankelijk is.
Voor de financiering hanteert Bloemendaal een uurtarief van €12 per uur, inclusief de kwaliteitsbijdrage. Aftrek is mogelijk van kinderopvangtoeslag of de inkomensafhankelijke ouderbijdrage over de helft van de VVE-uren. Het uurtarief kan jaarlijks worden aangepast per 1 januari. Aanbieders worden tijdig geïnformeerd over eventuele wijzigingen.
VVE in Vlieland
De situatie in Vlieland is anders, mede door de eilandlocatie en het beperkte aantal kinderen in de doelgroep. De gemeente wil een VVE-aanbod realiseren van gemiddeld 16 uur per week, wat correspondeert met 960 uur over 1,5 jaar. Daarbij gaat het om vier dagdelen van vier uur per week, gedurende 40 weken per jaar.
Een belangrijk uitgangspunt in Vlieland is dat het VVE-aanbod moet worden georganiseerd zonder de bestaande druk op de kinderopvang te verhersen. Daarom is besloten om alleen doelgroepkinderen te voorzien van gratis VVE, vier dagen per week. Deze aanpak beperkt de impact op de opvangcapaciteit voor jongere kinderen. De gemeente heeft voorwaarden gesteld voor de subsidie die de Stichting Kinderopvang Friesland ontvangt voor het aanbod van VVE.
Financiering en budget
Budgetallocaties in Vlieland
De financiële kant van het VVE-aanbod in Vlieland is onderbouwd met specifieke uitkeringen uit het Onderwijsachterstandenbeleid (OAB). Voor de jaren 2023 t/m 2026 is sprake van een vast budget:
| Jaar | Specifieke uitkering OAB | Meegenomen uit 2022 | Totaal beschikbaar |
|---|---|---|---|
| 2023 | €64.000 | €32.000 | €96.000 |
| 2024 | €64.000 | - | €64.000 |
| 2025 | €64.000 | - | €64.000 |
| 2026 | €64.000 | - | €64.000 |
Het totaal beschikbare bedrag wordt gebruikt voor de financiering van het VVE-aanbod, waarbij ook rekening wordt gehouden met het inzetten van hbo-opgeleiden. De financiering moet binnen het kader van kwaliteit, rechtmatigheid en doelmatigheid worden ingericht, zoals vermeld in de Wet IKK, het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie en de WPO.
Subsidie en kindgebonden financiering
In gemeenten zoals Bloemendaal wordt gebruikgemaakt van een kindgebonden subsidie. Het uurtarief is een belangrijk onderdeel van de financiering en is vastgesteld op €12 per uur. Deze tarief is inclusief de kwaliteitsbijdrage en gelijk aan het uurtarief dat het Rijk hanteert. De gemeente heeft de mogelijkheid om dit tarief jaarlijks aan te passen, waarbij aanbieders op voorhand worden geïnformeerd.
De financiering is zo georganiseerd dat ouders van doelgroepkinderen een laagdrempelige toegang hebben tot het VVE-aanbod. De aftrek van de kinderopvangtoeslag of ouderbijdrage over de helft van de VVE-uren zorgt voor een extra financiële ondersteuning.
Doorgaande leerlijn en kwaliteitsborging
Doorgaande leerlijn in de praktijk
Een doorgaande leerlijn tussen voorschoolse en vroegschoolse educatie is een essentieel aspect van het VVE-beleid. In Bloemendaal zijn afspraken gemaakt in het lokaal educatief overleg (LEA) tussen de gemeente, schoolbesturen en houders van voorschoolse voorzieningen. Deze afspraken zijn vastgelegd in het Convenant Voorschoolse Educatie en houden onder andere de doorgaande lijn en warme overdracht in kaart.
Les Petits gebruikt bijvoorbeeld een eigen kindvolgsysteem (KVS) waarin VVE is opgenomen. Dit systeem helpt bij het volgen van de educatieve ontwikkeling van het kind en faciliteert de overdracht naar het basisonderwijs. Ook in Vlieland is er aandacht voor de doorgaande leerlijn. Kinderen die VVE genieten, gaan na 4 jaar naar groep 1 van de Eilandschool ‘De Jutter’, waar de educatie voortgezet wordt.
Kwaliteitsborging en toezicht
De kwaliteit van het VVE-aanbod wordt geregeld en gemonitord door de GGD en de Inspectie voor het Onderwijs. Deze partijen houden toezicht op het naleven van de wettelijke kaders, zoals het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. De kwaliteitsborging is een essentieel onderdeel van het VVE-beleid, omdat het niet alleen om het effectief aanleren van kennis en vaardigheden gaat, maar ook om het vormen van kinderen tot verantwoordelijke en zelfredzame personen.
De inzet van hbo-opgeleiden is daarbij een maatregel om de kwaliteit verder te verbeteren. Deze medewerkers helpen bij het uitvoeren van het pedagogisch beleid en zorgen voor een hogere mate van professionalisering binnen de VVE-voorzieningen.
Uitdagingen en oplossingen
Logistieke en organisatorische uitdagingen
Het aanbieden van 960 uur VVE per doelgroepkind brengt logistieke en organisatorische uitdagingen met zich mee. In gemeenten zoals Vlieland, waar de beschikbaarheid van geschoold personeel beperkt is, is het belangrijk om innovatieve oplossingen te vinden. De gemeente heeft daarom gekozen voor een samenwerking met de Stichting Kinderopvang Friesland en de Eilandschool ‘De Jutter’ om het VVE-aanbod te waarborgen.
De keuze voor een VVE-aanbod alleen voor doelgroepkinderen helpt om de druk op de kinderopvang te beperken. De focus op kwaliteit en het inzetten van hbo-opgeleiden is een strategische keuze om het VVE-aanbod duurzaam en effectief te maken. In andere gemeenten, zoals Bloemendaal, is de samenwerking met kinderopvangorganisaties en jeugdgezondheidszorg een essentieel onderdeel van de uitvoering van het VVE-beleid.
De rol van ouders en betrokkenheid
Ouders spelen een belangrijke rol in het VVE-beleid. In zowel Bloemendaal als Vlieland wordt er zoveel mogelijk gebruik gemaakt van ouders in het programma en de activiteiten in de kinderopvang. De betrokkenheid van ouders is een essentieel onderdeel van de doorgaande leerlijn en draagt bij aan de ontwikkeling van het kind.
In Vlieland wordt de ouders betrokken door middel van een pedagogisch medewerker van de Stichting Kinderopvang Friesland. Deze medewerker benadert ouders om hun kind voor VVE aan te melden. In Bloemendaal is de samenwerking met ouders een onderdeel van het beleidsonderdeel van de gemeente. De ouders worden niet alleen betrokken bij het programma, maar ook bij de educatieve activiteiten in de kinderopvang.
Conclusie
Het kader van 960 uur VVE voor peuters van 2,5 tot 4 jaar met een VVE-indicatie is een essentieel onderdeel van het Nederlandse onderwijsachterstandenbeleid. Dit kader is wettelijk verankerd en beoogt kinderen beter voor te bereiden op het basisonderwijs. In praktijk wordt het beleid uitgevoerd door gemeenten zoals Bloemendaal en Vlieland, die aandacht besteden aan de doorgaande leerlijn, kwaliteitsborging en logistieke uitvoering.
De financiering van het VVE-aanbod is zorgvuldig opgesteld en richt zich op het creëren van een laagdrempelig en financieel toegankelijk aanbod voor ouders. De inzet van hbo-opgeleiden en de betrokkenheid van ouders zijn centrale elementen in het verhogen van de kwaliteit van het VVE-aanbod. In zowel grote als kleine gemeenten is het VVE-beleid gericht op het voorkomen of verkleinen van onderwijsachterstanden. Het kader van 960 uur is hierin een sleutelmaatregel die zowel wettelijk als praktisch een belangrijke rol speelt.