Het aandeel in het reservefonds van een vereniging van eigenaars (VvE) en de fiscale behandeling ervan

Inleiding

In het kader van het juridisch en fiscaal kader rondom de vereniging van eigenaars (VvE), speelt het aandeel in het reservefonds van deze organisatie een belangrijke rol. Het reservefonds is een essentieel onderdeel van de financiële structuur van een VvE, omdat het bedoeld is om middelen beschikbaar te stellen voor groot onderhoud van de woning of het wooncomplex. Civielrechtelijk is geregeld dat VvE’s in beginsel jaarlijks een minimumbedrag moeten sparen voor groot onderhoud, wat doorgaans wordt aangehouden op een afzonderlijke bankrekening.

De fiscale behandeling van het aandeel in het reservefonds van een VvE is in de afgelopen jaren gevoelig veranderd. Tijdens de fiscale debatten in het parlement is er bijvoorbeeld aandacht geweest voor de vraag of het lidmaatschapsrecht in een VvE juist is ingedeeld onder een van de categorieën in de box 3 van de inkomstenbelasting. Tot voor kort viel dit lidmaatschapsrecht onder de categorie “overige bezittingen”. Het kabinet stelt echter voor om dit lidmaatschapsrecht onder de categorie “banktegoeden” te scharen, omdat de waarde ervan doorgaans wordt bepaald door het aandeel in het reservefonds van de VvE.

Deze verandering heeft directe gevolgen voor het forfaitaire rendementspercentage dat wordt gebruikt bij de belastingaangifte. Het kabinet omschrijft dat het forfaitaire rendementspercentage voor banktegoeden passender is dan dat voor overige bezittingen, omdat het werkelijke rendement op de bankrekening beter benadert wat er op lange termijn uitkomt.

In deze artikel wordt een gedetailleerde toelichting gegeven op het aandeel in het reservefonds van een VvE en de fiscale behandeling ervan. Daarnaast worden de juridische en fiscale voorschriften voor het beheer van het reservefonds beschreven, evenals de veronderstelde gevolgen van eventuele wijzigingen in de fiscale regels.

Het juridisch kader van het reservefonds van een VvE

Het reservefonds van een vereniging van eigenaars (VvE) is een juridisch en financieel onderdeel dat in beginsel jaarlijks wordt aangehouden met een minimumbedrag voor groot onderhoud van het wooncomplex. Civielrechtelijk is geregeld dat dit geld doorgaans wordt aangehouden op een aparte bankrekening. Het aandeel van elk lid in dit reservefonds is een onderdeel van hun lidmaatschapsrecht binnen de VvE.

Het lidmaatschapsrecht is een belangrijk juridisch concept. Het geeft een lid recht op een aandeel in het vermogen van de VvE, inclusief het reservefonds, en geeft het een bepaalde mate van controle over de besluitvorming van de VvE. In de afgelopen jaren is er een discussie geweest over de fiscale behandeling van dit lidmaatschapsrecht. Tot voor kort werd het onder de categorie “overige bezittingen” gerekend in de box 3 van de inkomstenbelasting. Het kabinet stelt echter voor om dit lidmaatschapsrecht onder de categorie “banktegoeden” te scharen, omdat het economische karakter van het lidmaatschapsrecht het dichtst komt bij dat van een banktegoed.

Deze verandering heeft gevolgen voor het forfaitaire rendementspercentage dat wordt gebruikt bij de belastingaangifte. Voor banktegoeden geldt een forfait van 4%, terwijl voor overige bezittingen het rendement gestoeld is op het langetermijnrendement van aandelen, obligaties en onroerend goed. Met de voorgestelde verandering wordt het rendement op het lidmaatschapsrecht in de VvE dus voor het eerst in lijn gebracht met het rendement op banktegoeden.

Fiscale behandeling van het reservefonds en het lidmaatschapsrecht

In de huidige fiscale regelgeving is het lidmaatschapsrecht in een VvE tegen de waarde in het economische verkeer in de heffing van box 3 betrokken. Tot voor kort viel dit onder de categorie “overige bezittingen”, wat betekent dat het rendement op het lidmaatschapsrecht gestoeld was op het langetermijnrendement van aandelen, obligaties en onroerend goed. Dit rendement varieert per jaar, afhankelijk van de marktsituatie.

Het kabinet stelt echter voor om dit lidmaatschapsrecht onder de categorie “banktegoeden” te scharen. Dit heeft als voordeel dat het forfaitaire rendementspercentage voor banktegoeden (4%) wordt toegepast. Dit forfait is stabiel en voorziet in minder variatie tussen het werkelijke rendement en het forfaitaire rendement. Hierdoor is het fiscaal kader voorspelbaarder voor de houder van het lidmaatschapsrecht.

De verandering heeft ook fiscale gevolgen voor de overheid. Het verlagen van het forfait voor enkel onroerende zaken naar 4% kost per jaar circa € 1,08 miljard in de jaren 2024, 2025 en 2026. Dit is een aanzienlijke belastingverlaging die gericht is op het stimuleren van investeringen in vastgoed.

Daarnaast is er aandacht geweest voor het werkelijke rendement dat wordt behaald op het reservefonds. Het kabinet benadrukt dat het uitgangspunt is dat het geld in het reservefonds doorgaans wordt aangehouden op een bankrekening. Hierdoor is het rendement op dit geld dichter bij het rendement van banktegoeden dan dat van overige bezittingen. Met deze aanpassing wordt het rendement op het lidmaatschapsrecht in de VvE beter benaderd.

Juridische voorschriften voor het beheer van het reservefonds

Het beheer van het reservefonds van een VvE is geregeld in juridische en fiscale voorschriften. Het algemeen bestuur van een VvE stelt regels vast met betrekking tot het financiële beleid, het financiële beheer en het beheer van geldmiddelen. Dit betreft onder andere het aanhouden van een financieel reglement, het beheren van risico’s en het vaststellen van reserves en voorzieningen.

Het algemeen bestuur stelt een financieel reglement vast met betrekking tot de reserves en voorzieningen van de Omgevingsdienst. Daarin wordt onder andere bepaald welk niveau van de algemene reserve moet worden aangehouden, passend bij het risicoprofiel van de organisatie. Het beheer van reserves en voorzieningen is van belang om te zorgen voor financiële stabiliteit en het voorkomen van schuldeisers.

Daarnaast draagt het dagelijks bestuur zorg voor de verzekering van risico’s verbonden aan het optreden van de Omgevingsdienst, het in dienst hebben van (tijdelijk) personeel en het beheer van eigendommen en gelden. De directeur van de Omgevingsdienst zorgt ervoor dat deze verzekering in overeenstemming blijft met de samenstelling van het personeel en de individuele omstandigheden van de personeelsleden.

Het beheer van het reservefonds is ook onderworpen aan fiscale controle. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de organen, in overeenstemming met een verordening die door het algemeen bestuur wordt vastgesteld. De Gedeputeerde Staten van Flevoland oefenen toezicht uit op deze zorg voor de archiefbescheiden. De secretaris is belast met het beheer van deze archiefbescheiden, tenzij deze zijn overgebracht naar het Flevolands Archief. In dat geval oefent de archivaris van het Flevolands Archief toezicht uit op het beheer.

Fiscale gevolgen en voorgestelde aanpassingen

De fiscale behandeling van het reservefonds en het lidmaatschapsrecht in een VvE heeft geleid tot verschillende voorgestelde aanpassingen. Het kabinet stelt voor om het lidmaatschapsrecht in een VvE onder de categorie banktegoeden te scharen. Dit heeft gevolgen voor het forfaitaire rendementspercentage dat wordt gebruikt bij de belastingaangifte. Het forfait voor banktegoeden is stabiel en voorziet in minder variatie tussen het werkelijke rendement en het forfaitaire rendement.

Daarnaast zijn er aandacht geweest voor de discrepanties tussen de sleuteltabel van het Belastingplan 2024 en de memorie van toelichting. In de sleuteltabel is een bedrag van € 5.030 opgenomen voor de zelfstandigenaftrek in 2024, terwijl in de memorie van toelichting een bedrag van € 3.750 is opgenomen. Het juiste bedrag is € 3.750, wat betekent dat er een fout in de sleuteltabel is geslopen.

Het kabinet benadrukt ook dat het voorstel gericht is op het verbeteren van de voorspelbaarheid van het fiscaal kader. Het forfait voor banktegoeden is stabiel en voorziet in minder variatie tussen het werkelijke rendement en het forfaitaire rendement. Hierdoor is het fiscaal kader voorspelbaarder voor de houder van het lidmaatschapsrecht.

Buiten deze aanpassingen is er ook aandacht geweest voor het werkstroomkader bij aandelentransacties. Geschat wordt dat jaarlijks voor ongeveer € 1,6 miljard aan vastgoedoverdrachten plaatsvindt door levering van aandelen in een onroerendezaakrechtspersoon. Bij de invoering van de maatregel is rekening gehouden met een afname van het totale volume van 20% vanwege gedragseffecten. Het aantal aandelentransacties waarbij overdrachtsbelasting verschuldigd is, bedraagt naar verwachting minder dan 150 op jaarbasis.

Conclusie

Het aandeel in het reservefonds van een vereniging van eigenaars (VvE) is een essentieel onderdeel van de financiële structuur van deze organisatie. Civielrechtelijk is geregeld dat VvE’s in beginsel jaarlijks een minimumbedrag moeten sparen voor groot onderhoud, wat doorgaans wordt aangehouden op een afzonderlijke bankrekening. Het lidmaatschapsrecht in een VvE is een onderdeel van het vermogen van de VvE en geeft het lid recht op een aandeel in dit vermogen.

De fiscale behandeling van het lidmaatschapsrecht in een VvE is in de afgelopen jaren gevoelig veranderd. Tot voor kort werd het lidmaatschapsrecht onder de categorie “overige bezittingen” gerekend in de box 3 van de inkomstenbelasting. Het kabinet stelt echter voor om dit lidmaatschapsrecht onder de categorie “banktegoeden” te scharen, omdat het economische karakter van het lidmaatschapsrecht het dichtst komt bij dat van een banktegoed. Deze verandering heeft gevolgen voor het forfaitaire rendementspercentage dat wordt gebruikt bij de belastingaangifte.

De verandering heeft ook fiscale gevolgen voor de overheid. Het verlagen van het forfait voor enkel onroerende zaken naar 4% kost per jaar circa € 1,08 miljard in de jaren 2024, 2025 en 2026. Dit is een aanzienlijke belastingverlaging die gericht is op het stimuleren van investeringen in vastgoed.

Daarnaast is er aandacht geweest voor de discrepanties tussen de sleuteltabel van het Belastingplan 2024 en de memorie van toelichting. In de sleuteltabel is een bedrag van € 5.030 opgenomen voor de zelfstandigenaftrek in 2024, terwijl in de memorie van toelichting een bedrag van € 3.750 is opgenomen. Het juiste bedrag is € 3.750, wat betekent dat er een fout in de sleuteltabel is geslopen.

Het beheer van het reservefonds van een VvE is geregeld in juridische en fiscale voorschriften. Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot het financiële beleid, het financiële beheer en het beheer van geldmiddelen. Het beheer van reserves en voorzieningen is van belang om te zorgen voor financiële stabiliteit en het voorkomen van schuldeisers.

De fiscale behandeling van het reservefonds en het lidmaatschapsrecht in een VvE heeft geleid tot verschillende voorgestelde aanpassingen. Het kabinet stelt voor om het lidmaatschapsrecht in een VvE onder de categorie banktegoeden te scharen. Dit heeft gevolgen voor het forfaitaire rendementspercentage dat wordt gebruikt bij de belastingaangifte. Het forfait voor banktegoeden is stabiel en voorziet in minder variatie tussen het werkelijke rendement en het forfaitaire rendement.

Het voorstel is gericht op het verbeteren van de voorspelbaarheid van het fiscaal kader. Hierdoor is het fiscaal kader voorspelbaarder voor de houder van het lidmaatschapsrecht.

Bronnen

  1. kst-36418-35.html
  2. CVDR639187/2

Related Posts