In de context van woningbezit en fiscaal verantwoord beleggingsbeheer is het begrip "VvE-reservefonds" van grote betekenis. Dit artikel richt zich op de specifieke situatie waarin iemand een aandeel heeft in het reservefonds van een Vereniging van Eigenaren (VvE) die eigenaar is van een tweede woning. Dit onderwerp is recentelijk ook centraal geweest in rechtspraak en fiscale discussies, zoals te lezen is in uitspraken van hogere rechten en besluiten van de Belastingdienst.
De focus ligt op de juridische, fiscale en praktische aspecten van het aandeel in een VvE-reservefonds. We zullen hierbij uitleg geven over de betekenis van het aandeel, de rol van de reserve, de fiscale belastinging van het rendement uit deze reserve en de relevante wetgeving. Bovendien wordt aandacht besteed aan de toepassing van het Besluit rechtsherstel box 3 en de Wet rechtsherstel box 3, met name in verband met de aangifte van inkomen uit sparen en beleggen (box 3-inkomen).
Juridische context van een VvE en het reservefonds
Een Vereniging van Eigenaren (VvE) is een juridische organisatie die ontstaat wanneer meerdere personen gezamenlijk eigenaar zijn van onroerend goed. In de praktijk komt dit voor bij wooncorporaties, appartementencomplexen en dergelijke. De VvE is verantwoordelijk voor de administratie, onderhoud en beheer van de gemeenschappelijke delen van het onroerend goed. Daartoe behoort ook het beheer van het reservefonds.
Het reservefonds is een fonds waarin geld wordt opgenomen om mogelijke onvoorziene uitgaven aan te kaarten, zoals onderhoud of herstel van gemeenschappelijke delen van de woning. De VvE wordt per art. 5:126 van het Wetboek van Koophandel (WvK) verplicht om een reservefonds te houden. Dit geld moet op een apart bank- of spaarrekening worden gehouden. Elke eigenaar van het onroerend goed heeft een aandeel in dit reservefonds, dat overeenkomt met zijn aandeel in de VvE.
Wanneer een VvE eigenaar is van een tweede woning (zoals in de feiten uit de bronnen), is de situatie iets complexer. De tweede woning is niet verhuurd en ook niet aangehouden als beleggingsobject. Toch wordt de VvE hierbij ook verplicht om een reservefonds te beheren, waarvan de betrokken personen aandeelhouder zijn. Deze aandelen kunnen fiscaal relevante gevolgen hebben, zowel bij de inkomstenbelasting als bij de premie volksverzekeringen.
Fiscale belastinging van het aandeel in het VvE-reservefonds
Het aandeel in een VvE-reservefonds valt binnen de fiscale categorie van "overige bezittingen", wat inhoudt dat het onder de fiscale regels van het Besluit rechtsherstel box 3 en de Wet rechtsherstel box 3 valt. Deze wetsinstrumenten zijn ontworpen om rechtsherstel te bieden in de berekening van het belastbare inkomen uit sparen en beleggen (box 3-inkomen), conform de Kerstuitspraak van de Hoge Raad (HR BNB 2022/27).
Volgens het Besluit rechtsherstel box 3 wordt een standaardrendement berekend op overige bezittingen, zoals het aandeel in het VvE-reservefonds. In de praktijk is dit rendement in 2019 vastgesteld op 5,38%. Dit percentage wordt toegepast op het aandeel in de reserve, terwijl het rendement op bank- en spaartegoeden lager is, namelijk 0,12%.
In de feiten uit de bronnen is het aandeel in het VvE-reservefonds van belanghebbende en haar echtgenoot op 31 december 2019 vastgesteld op € 25. Deze waarde is afgeleid van het totaalsaldo van € 152.736 op de bankrekeningen van de VvE. Het saldo op 1 januari 2019 is niet vastgesteld, wat de berekening van het rendement bemoeilijkt.
Het belanghebbende koppel heeft een aandeel in het VvE-reservefonds van € 25. In 2019 is het rendement op dit aandeel berekend op 5,38%, wat resulteert in een belastbaar bedrag van € 1,35. Dit rendement is een onderdeel van het totale voordeel uit sparen en beleggen, dat in 2019 vastgesteld werd op € 1.924. Het bedrag van € 1,35 is hierin opgenomen als rendement op het aandeel in de reserve.
Het is belangrijk om te benadrukken dat het aandeel in het VvE-reservefonds niet als een los beleggingsobject wordt gezien, maar als een onderdeel van de financiële situatie van de VvE. De Belastingdienst heeft deze benadering gevolgd bij de berekening van het belastbare inkomen uit sparen en beleggen, conform het Besluit rechtsherstel box 3.
Toepassing van het Besluit en de Wet rechtsherstel box 3
Het Besluit rechtsherstel box 3 en de Wet rechtsherstel box 3 zijn ontworpen om de berekening van het belastbare inkomen uit sparen en beleggen in overeenstemming te brengen met het principe van rechtsherstel, zoals geformuleerd in de Kerstuitspraak van de Hoge Raad. Dit principe stelt dat het belastbare inkomen moet worden berekend op basis van het werkelijke rendement, in plaats van op basis van een standaardrendement.
In de feiten uit de bronnen is het werkelijke rendement van belanghebbende en haar echtgenoot in 2019 vastgesteld op € 1.924. Dit bedrag bestond uit rente op banktegoeden, waardestijging van de tweede woning en het rendement op het aandeel in het VvE-reservefonds. Het totaalbedrag is lager dan het bedrag dat op basis van de Herstelwet in aanmerking zou komen, wat heeft geleid tot een herziening van de aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen.
De Hoge Raad heeft de kwestie beoordeeld in cassatie en heeft bepaald dat het werkelijke rendement moet worden toegepast bij de berekening van het belastbare inkomen. Dit betekent dat het rendement op het aandeel in het VvE-reservefonds ook moet worden berekend op basis van het werkelijke rendement, in plaats van op basis van het standaardrendement.
In de praktijk heeft dit geleid tot een vermindering van de aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. Het Hof Arnhem-Leeuwarden heeft de aanslag herzien tot een aanslag naar een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 1.178 voor belanghebbende. Dit bedrag is lager dan het oorspronkelijke bedrag van € 3.319, wat is gebaseerd op het standaardrendement van 5,38%.
Praktische gevolgen voor de aandeelhouder
Het aandeel in het VvE-reservefonds heeft dus fiscale gevolgen voor de aandeelhouder. Het rendement op dit aandeel wordt meegenomen in de berekening van het belastbare inkomen uit sparen en beleggen. Dit betekent dat de aandeelhouder een belastingaanslag kan krijgen op dit rendement, afhankelijk van de hoogte van het aandeel en het berekende rendement.
In de feiten uit de bronnen is het aandeel in het VvE-reservefonds van belanghebbende op 31 december 2019 vastgesteld op € 25. Het rendement op dit aandeel is berekend op 5,38%, wat resulteert in een belastbaar bedrag van € 1,35. Dit bedrag is een onderdeel van het totale voordeel uit sparen en beleggen van € 1.924, dat in 2019 vastgesteld werd.
Het is belangrijk om te benadrukken dat het aandeel in het VvE-reservefonds niet als een los beleggingsobject wordt gezien, maar als een onderdeel van de financiële situatie van de VvE. De Belastingdienst heeft deze benadering gevolgd bij de berekening van het belastbare inkomen uit sparen en beleggen, conform het Besluit rechtsherstel box 3.
Conclusie
Het aandeel in het reservefonds van een Vereniging van Eigenaren (VvE) voor een tweede woning heeft zowel juridische als fiscale aspecten. Juridisch gezien is de VvE verantwoordelijk voor het beheer van het reservefonds, dat op een aparte bankrekening moet worden gehouden. Fiscaal gezien valt het aandeel in dit fonds binnen de categorie "overige bezittingen", wat inhoudt dat het onder de fiscale regels van het Besluit rechtsherstel box 3 en de Wet rechtsherstel box 3 valt.
Het rendement op het aandeel in het VvE-reservefonds wordt meegenomen in de berekening van het belastbare inkomen uit sparen en beleggen. In de feiten uit de bronnen is het aandeel van € 25 berekend op een rendement van 5,38%, wat resulteert in een belastbaar bedrag van € 1,35. Dit bedrag is een onderdeel van het totale voordeel uit sparen en beleggen, dat in 2019 vastgesteld werd op € 1.924.
De Hoge Raad heeft in cassatie bepaald dat het werkelijke rendement moet worden toegepast bij de berekening van het belastbare inkomen. Dit betekent dat het rendement op het aandeel in het VvE-reservefonds ook moet worden berekend op basis van het werkelijke rendement, in plaats van op basis van het standaardrendement.
Het is belangrijk om te benadrukken dat het aandeel in het VvE-reservefonds niet als een los beleggingsobject wordt gezien, maar als een onderdeel van de financiële situatie van de VvE. De Belastingdienst heeft deze benadering gevolgd bij de berekening van het belastbare inkomen uit sparen en beleggen, conform het Besluit rechtsherstel box 3.