Inleiding
Aandelen in verenigingen van eigenaren (VvE), vooral in de context van reserves, vormen sinds jaren een complexe fiscale kwestie in Nederland. Deze aandelen worden vaak ingeschreven in de belastingaangifte onder het concept "box 3", wat betrekking heeft op vermogensposities met een forfaitair rendement. De fiscale behandeling van deze aandelen is sinds 2017 onderhevig aan juridische en wetgevende veranderingen, die ook gevolgen hebben voor belastingplichtigen en de Belastingdienst. In deze artikel worden de relevante juridische, fiscale en administratieve aspecten van aandelen in VvE-reserves in 2017 besproken, met name in relatie tot de inwerkingtreding van de Wet rechtsherstel box 3 en de uitspraak van de Hoge Raad op 6 juni 2024 in zaaknummer 23/00653.
De Hoge Raad heeft in deze zaak bepaald dat het forfaitair rendement dat op aandelen in VvE-reserves wordt toegepast, in sommige gevallen mogelijk in strijd kan zijn met artikel 14 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) in combinatie met artikel 1 van de Europese Grondwet (EP). Dit heeft gevolgen voor de kwalificatie van dergelijke aandelen in de belastingaangifte en het rendement dat daarop wordt berekend.
Deze artikel biedt een overzicht van de juridische en fiscale kwesties, inclusief relevante jurisprudentie en wetgeving, en biedt inzicht in de praktische implikaties voor belastingplichtigen die aandelen in VvE-reserves bezitten. Daarnaast wordt ingegaan op de wijzigingen in de belastingaangifteprocedure die zijn aangebracht in het kader van het Belastingplan 2023 en 2024, met name in relatie tot de verfijning van de categorieën in box 3.
Aandelen in VvE-reserves en fiscale kwalificatie
Definitie en rol van aandelen in VvE-reserves
Een vereniging van eigenaren (VvE) is een juridische entiteit die in Nederland vaak voorkomt bij de beheersing van woningbouwcorporaties (WBC's) of andere vormen van collectieve eigenaarsschappen van onroerend goed. Een VvE kan reserves aanhouden om bepaalde financiële doeleinden te realiseren, zoals de uitvoering van verbouwingen of het afdekken van mogelijke tekorten. Aandelen in deze reserves worden vaak aangehouden door individuele eigenaren of wooncorporaties.
In de belastingaangifte zijn dergelijke aandelen ondergebracht in box 3. Dit is een fiscale categorie die voorziet in de belasting op vermogensposities die niet onder de regels van box 1 of box 2 vallen. In box 3 wordt het forfaitair rendement berekend op basis van het vermogen dat in deze categorie valt. Het rendement is afhankelijk van de categorie waarin het vermogen is ingedeeld.
Tot 2022 gold dat aandelen in VvE-reserves werden ingedeeld onder de categorie "overige bezittingen", waarop een forfaitair rendement van 5,38% werd toegepast. Dit rendement is hoger dan het forfaitair rendement van 0,12% dat gold voor bank- en spaartegoeden. Deze kwalificatie had fiscale gevolgen voor de belastingplichtigen, omdat het rendement een invloed had op de hoogte van de belastingaanslag.
De Hoge Raad en de kwestie van rechtsherstel
In de zaak 23/00653 van 6 juni 2024 heeft de Hoge Raad een belangrijke uitspraak gedaan over de fiscale kwalificatie van aandelen in VvE-reserves. De belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen de aanslag die was opgelegd voor het jaar 2018, waarbij het forfaitaire rendement van 5,38% op aandelen in VvE-reserves was toegepast.
Het Hof had eerder al een uitspraak gedaan waarin de aanslag was verminderd op grond van het Beleidsbesluit uit 2022, dat rekening hield met de uitspraak van de Hoge Raad van 24 december 2021. Deze uitspraak had betrekking op het principe van rechtsherstel in box 3, waarbij de Belastingdienst fiscale aanslagen moest herzien als de kwalificatie van vermogensposities niet overeenkwam met de daadwerkelijke feiten of als er sprake was van een onrechtvaardige belastingbehandeling.
De Hoge Raad heeft in zaak 23/00653 bepaald dat het forfaitaire rendement dat op aandelen in VvE-reserves wordt toegepast, in sommige gevallen in strijd kan zijn met artikel 14 EVRM in combinatie met artikel 1 EP. Artikel 14 EVRM garandeert gelijke behandeling, terwijl artikel 1 EP het recht op eigendom beschermt. De Hoge Raad heeft benadrukt dat de belastingwetgever in de Herstelwet probeert om het daadwerkelijke rendement van de belastingplichtige te benaderen, en dat het daarom niet voldoende is om per vermogensobject te bepalen of het wettelijke rendement is gehaald.
De uitspraak van de Hoge Raad heeft geleid tot de inwerkingtreding van de Wet rechtsherstel box 3. Deze wet beoogt om fiscale aanslagen te herzien waarin het forfaitaire rendement niet overeenkomt met het daadwerkelijke rendement dat is behaald. In het geval van aandelen in VvE-reserves is er dus een juridische onzekerheid ontstaan, die in de praktijk gevolgen heeft voor de fiscale kwalificatie en het forfaitaire rendement dat op dergelijke aandelen wordt berekend.
Belastingplan 2023 en 2024: Verfijning van box 3
Aanpassingen in de categorieën van box 3
In het kader van het Belastingplan 2023 en 2024 zijn er verfijningen aangebracht in de fiscale kwalificatie van vermogensposities in box 3. Deze verfijningen zijn een gevolg van de uitspraak van de Hoge Raad van 24 december 2021 en de inwerkingtreding van de Wet rechtsherstel box 3.
In het Belastingplan 2023 is bepaald dat aandelen in VvE-reserves, net als andere vermogensposities die voor de fiscus niet apart zichtbaar zijn in de aangifte, nu worden ingedeeld onder de categorie "overige bezittingen". Deze categorie is gekoppeld aan een forfaitair rendement van 5,38%. Dit is hetzelfde rendement dat tot 2022 gold, maar met de aanpassing van het Belastingplan is er een juridisch kader gecreëerd dat rekening houdt met de uitspraak van de Hoge Raad.
De verfijning van box 3 betreft ook andere vermogensposities, zoals contant geld, vorderingen en schulden. In het Belastingplan 2023 is bepaald dat vorderingen en schulden tussen fiscale partners, zoals in het kader van een jaarlijks verrekeningsbedrag in de huwelijkse voorwaarden, en tussen ouders en minderjarige kinderen nu worden gedefiscaliseerd. Dit betekent dat deze vorderingen en schulden buiten de heffing blijven en niet meer in de aangifte inkomstenbelasting hoeven te worden vermeld.
Deze verfijningen hebben gevolgen voor de fiscale kwalificatie van aandelen in VvE-reserves. Tot 2022 gold dat dergelijke aandelen onder "overige bezittingen" vielen en dat er een forfaitair rendement van 5,38% op werd berekend. Met de verfijning van box 3 in het Belastingplan 2023 is er nu een juridisch kader ontstaan dat rekening houdt met de uitspraak van de Hoge Raad, wat betekent dat de kwalificatie van dergelijke aandelen nu duidelijker is en dat er minder ruimte is voor fiscale twijfel.
Overbruggingswet box 3
In het kader van het Belastingplan 2023 is ook de Overbruggingswet box 3 2023-2025 ingevoerd. Deze wet beoogt om de fiscale aanslagen te herzien waarin het forfaitaire rendement niet overeenkomt met het daadwerkelijke rendement dat is behaald. De Overbruggingswet is een tijdelijke maatregel die geldt tot en met 2025 en beoogt om fiscale aanslagen te herzien waarin de Belastingdienst heeft vastgesteld dat het forfaitaire rendement niet overeenkomt met het daadwerkelijke rendement.
In het geval van aandelen in VvE-reserves is er dus een juridische onzekerheid ontstaan, die in de praktijk gevolgen heeft voor de fiscale kwalificatie en het forfaitaire rendement dat op dergelijke aandelen wordt berekend. De Overbruggingswet biedt een tijdelijke oplossing voor deze onzekerheid en beoogt om fiscale aanslagen te herzien waarin het forfaitaire rendement niet overeenkomt met het daadwerkelijke rendement.
Praktische gevolgen voor belastingplichtigen
Aanpassing van de belastingaangifteprocedure
De uitspraak van de Hoge Raad en de inwerkingtreding van de Wet rechtsherstel box 3 hebben geleid tot veranderingen in de belastingaangifteprocedure. Belastingplichtigen die aandelen in VvE-reserves bezitten moeten nu rekening houden met de verfijning van box 3 en de Overbruggingswet box 3 2023-2025.
Tot 2022 gold dat aandelen in VvE-reserves onder de categorie "overige bezittingen" vielen en dat er een forfaitair rendement van 5,38% op werd berekend. Met de verfijning van box 3 in het Belastingplan 2023 is er nu een juridisch kader ontstaan dat rekening houdt met de uitspraak van de Hoge Raad, wat betekent dat de kwalificatie van dergelijke aandelen nu duidelijker is en dat er minder ruimte is voor fiscale twijfel.
Belastingplichtigen moeten nu rekening houden met de Overbruggingswet box 3 en eventuele herzieningen van fiscale aanslagen. In de praktijk betekent dit dat belastingplichtigen die aandelen in VvE-reserves bezitten nu rekening moeten houden met de mogelijkheid dat hun fiscale aanslag wordt herzien als de Belastingdienst vaststelt dat het forfaitaire rendement niet overeenkomt met het daadwerkelijke rendement.
Deze veranderingen hebben gevolgen voor de fiscale administratie en de belastingaangifteprocedure. Belastingplichtigen moeten nu rekening houden met de verfijning van box 3 en de Overbruggingswet box 3 2023-2025. Dit betekent dat belastingplichtigen die aandelen in VvE-reserves bezitten nu rekening moeten houden met de mogelijkheid dat hun fiscale aanslag wordt herzien als de Belastingdienst vaststelt dat het forfaitaire rendement niet overeenkomt met het daadwerkelijke rendement.
Conclusie
De fiscale kwalificatie van aandelen in VvE-reserves in 2017 is een complexe kwestie die juridische en fiscale aspecten betreft. Tot 2022 gold dat dergelijke aandelen onder de categorie "overige bezittingen" vielen en dat er een forfaitair rendement van 5,38% op werd berekend. De uitspraak van de Hoge Raad in zaaknummer 23/00653 en de inwerkingtreding van de Wet rechtsherstel box 3 hebben geleid tot veranderingen in de fiscale kwalificatie van dergelijke aandelen.
De verfijning van box 3 in het kader van het Belastingplan 2023 en 2024 heeft geleid tot een juridisch kader dat rekening houdt met de uitspraak van de Hoge Raad. De Overbruggingswet box 3 2023-2025 biedt een tijdelijke oplossing voor de juridische onzekerheid die is ontstaan in het geval van aandelen in VvE-reserves.
Belastingplichtigen die aandelen in VvE-reserves bezitten moeten nu rekening houden met de verfijning van box 3 en de Overbruggingswet box 3. Dit betekent dat belastingplichtigen nu rekening moeten houden met de mogelijkheid dat hun fiscale aanslag wordt herzien als de Belastingdienst vaststelt dat het forfaitaire rendement niet overeenkomt met het daadwerkelijke rendement.
Deze veranderingen hebben gevolgen voor de fiscale administratie en de belastingaangifteprocedure. Belastingplichtigen moeten nu rekening houden met de verfijning van box 3 en de Overbruggingswet box 3 2023-2025. Dit betekent dat belastingplichtigen die aandelen in VvE-reserves bezitten nu rekening moeten houden met de mogelijkheid dat hun fiscale aanslag wordt herzien als de Belastingdienst vaststelt dat het forfaitaire rendement niet overeenkomt met het daadwerkelijke rendement.
De fiscale kwestie rond aandelen in VvE-reserves blijft relevant voor belastingplichtigen, vooral in het licht van de recente veranderingen in de belastingwetgeving en de jurisprudentie van de Hoge Raad. Het is belangrijk dat belastingplichtigen zich op de hoogte houden van deze ontwikkelingen en eventueel raad zoeken bij een belastingadviseur of fiscus om te voorkomen dat er fiscale onnauwkeurigheden of onjuistheden ontstaan.