De rol van het aandeel in het vermogen van een Vereniging van Eigenaren (VvE) in de belastingaanslag van appartementseigenaren in Nederland is vanaf 2018 onderhevig aan duidelijke wijzigingen in de fiscale regelgeving. Deze wijzigingen zijn geïnspireerd door een belangrijke uitspraak van de Hoge Raad, die heeft bepaald dat het aandeel in VvE-reserves in de categorie "overige bezittingen" valt en dus belast wordt met een hoger forfaitair rendement dan banktegoeden. Deze verandering heeft directe gevolgen voor de belastingaanslag van appartementseigenaren, met name voor wie een aanzienlijk aandeel hebben in het VvE-vermogen.
In dit artikel bespreken we de juridische en fiscale aspecten van het aandeel in VvE-vermogen, inclusief het effect van de Hoge Raad-uitspraak van 2018, de wijzigingen in het Belastingplan 2024, en de praktische stappen die appartementseigenaren kunnen ondernemen om hun aandeel correct te berekenen en te rapporteren in de aangifte inkomstenbelasting.
Juridische achtergrond en Hoge Raad-uitspraak van 2018
In 2018 gaf de Hoge Raad een belangrijke uitspraak over de kwalificatie van het aandeel in VvE-reserves binnen de fiscale regelgeving van box 3. Deze uitspraak had betrekking op een eis tot rechtsherstel, waarbij betwist werd of de heffing op box 3-vermogen discriminatief was. De Hoge Raad concludeerde dat het rendement van het gehele box 3-vermogen relevant was bij de beoordeling van eventueel discriminatief gedrag van de heffing.
Een van de kernpunten was het kwalificeren van het aandeel in VvE-reserves. In de uitspraak werd bepaald dat dit aandeel niet als banktegoed kon worden ingedeeld, maar als "overige bezitting". Deze kwalificatie had directe juridische en fiscale gevolgen, omdat banktegoeden belast werden met een lagere forfaitaire heffing dan overige bezittingen. Hieruit volgt dat het aandeel in VvE-reserves tegen een hoger rendementpercentage wordt belast dan banktegoeden, wat leidt tot een hogere belastingaanslag voor appartementseigenaren.
De uitspraak van de Hoge Raad is een sleuteldocument in de juridische interpretatie van box 3 en de rol van VvE-activiteiten. Het benadrukt dat het aandeel in VvE-reserves in de categorie "overige bezittingen" valt en dat dit aandeel volgens de wettelijke regelingen van 2018 niet bevoordeeld was in vergelijking met andere vermogenscategorieën in box 3.
Belastingaanslag en het effect van het Belastingplan 2024
Het Belastingplan 2024 heeft directe gevolgen voor de belastingaanslag van appartementseigenaren met een aandeel in het VvE-vermogen. De verhoging van het box 3-tarief van 32% naar 36% zorgt ervoor dat de belastingaanslag voor dit aandeel aanzienlijk hoger is dan vroeger het geval was. Daarnaast is het heffingvrije vermogen in box 3 niet geïndexeerd, waardoor het heffingvrije vermogen blijft staan op 57.000 euro. Deze wijzigingen zijn voor 2024 van kracht en vormen een belangrijk onderdeel van de overgangsregeling voor box 3.
Het aandeel in het vermogen van een VvE valt onder de categorie "overige bezittingen", wat betekent dat het met een hoger forfaitaire rendement wordt belast dan banktegoeden. Voor 2023 is dit rendement voorlopig vastgesteld op 6,17%. Dit is aanzienlijk hoger dan het rendement op banktegoeden, dat voor 2023 op 0,01% staat. De overgangsregeling voor box 3 vanaf 2023 en 2024 maakt deel uit van de overbruggingswet, die tijdelijk de regels voor box 3 aanpast om het rechtsherstel te faciliteren.
Deze veranderingen hebben directe gevolgen voor appartementseigenaren, met name voor wie een groot aandeel hebben in het VvE-vermogen. Het hogere forfaitaire rendement op overige bezittingen zorgt ervoor dat de belastingaanslag voor dit aandeel hoger is dan vroeger het geval was. Dit is een belangrijk punt dat appartementseigenaren moeten begrijpen om hun fiscale verplichtingen correct te kunnen afhandelen.
Het aandeel in VvE-vermogen berekenen
Het aandeel van appartementseigenaren in het vermogen van een VvE is van essentieel belang voor de belastingaanslag in box 3. Dit aandeel wordt bepaald aan de hand van de balans van de VvE, en specifiek het vermogen van de VvE op de waardepeildatum, die voor 2024 op 1 januari is vastgesteld. Het vermogen van de VvE is het balanstotaal minus de schulden, zoals verder uitgelegd in de jaarstukken van de VvE. Deze jaarstukken bevatten een balans die het vermogen van de VvE op 31 december 2023 aangeeft, wat overeenkomt met de waardepeildatum van 1 januari 2024.
Voor appartementseigenaren die gebruik maken van software zoals Twinq of Convect is het ook mogelijk om het aandeel in het VvE-vermogen zelf te bepalen. Deze programma’s geven vaak een overzicht van het reservefonds van de VvE aan het einde van het kalenderjaar. Het is belangrijk om het aandeel reservefonds van 2023 op te geven, omdat dit overeenkomt met de waardepeildatum van 1 januari 2024.
De veranderingen in de regelgeving rondom box 3 en het aandeel in een VvE hebben directe gevolgen voor de belastingaanslag van appartementseigenaren. Het hogere forfaitaire rendement op overige bezittingen zorgt ervoor dat de belastingaanslag voor dit aandeel hoger is dan vroeger het geval was. Dit is een belangrijk punt dat appartementseigenaren moeten begrijpen om hun fiscale verplichtingen correct te kunnen afhandelen.
Praktische stappen voor appartementseigenaren
Voor appartementseigenaren is het belangrijk om te weten hoe ze hun aandeel in het VvE-vermogen moeten berekenen en rapporteren in de aangifte inkomstenbelasting. Het proces van het berekenen van het aandeel in het VvE-vermogen is redelijk gestructureerd en kan worden ingedeeld in een aantal stappen.
Eerst is het essentieel om de jaarstukken van de VvE te raadplegen. Deze jaarstukken bevatten een balans die het vermogen van de VvE op 31 december 2023 aangeeft. Dit is de waardepeildatum van 1 januari 2024. De balans bevat ook een overzicht van de schulden van de VvE, die van het balanstotaal afgehaald moeten worden om het vermogen te bepalen.
Daarna is het nodig om de splitsingsakte van de VvE te raadplegen. Deze aangeeft hoe het vermogen van de VvE wordt verdeeld over de appartementen. Op basis van deze splitsingsakte kan het aandeel van een appartementseigenaar in het VvE-vermogen worden bepaald.
Uiteindelijk is het belangrijk om het aandeel in het VvE-vermogen te rapporteren in de aangifte inkomstenbelasting. Dit aandeel valt onder de categorie "overige bezittingen", wat betekent dat het met een hoger forfaitaire rendement wordt belast dan banktegoeden. Voor 2023 is dit rendement voorlopig vastgesteld op 6,17%.
De rol van het VvE-vermogen in box 3
In Nederland is de Vereniging van Eigenaren (VvE) een juridisch instrument dat de collectieve verantwoordelijkheid van appartementseigenaren voor gemeenschappelijke ruimtes en onderhoud faciliteert. Het vermogen van een VvE, en met name de reserves, speelt echter ook een rol in de belastingverplichtingen van de individuele eigenaren, met name in het kader van box 3. Box 3, ook bekend als het vermogensdeel van de inkomstenbelasting, houdt rekening met het vermogen van een belastingplichtige dat niet in het kader van box 1 of box 2 valt. Voor appartementseigenaren kan het aandeel in het vermogen van een VvE als een vermogensrecht worden ingedeeld binnen box 3, wat zowel juridische als fiscale gevolgen heeft.
De huidige regelgeving rondom box 3 en het aandeel in een VvE is in de loop van de jaren veranderd, met name in verband met het rechtsherstel van 2021 en de tijdelijke overgangsregeling voor box 3 in 2023 en 2024. Deze veranderingen hebben ertoe geleid dat het aandeel in het vermogen van een VvE nu in de categorie "overige bezittingen" valt, wat leidt tot een hoger forfaitaire rendement dan vroeger het geval was. Dit heeft directe gevolgen voor de belastingaanslag van appartementseigenaren, met name voor wie een relatief groot aandeel hebben in het vermogen van hun VvE.
Het werkelijk rendement en de Hoge Raad
Volgens de Hoge Raad omvat het werkelijk rendement niet alleen reguliere voordelen uit vermogen (zoals rente, dividend en huur), maar ook waardeveranderingen van dat vermogen. Hierbij gaat het om zowel positieve en negatieve als ongerealiseerde waardeveranderingen. Rente op box 3-schulden komt in aftrek, maar overige kosten niet. Het gaat bovendien om nominaal rendement, dus er vindt geen inflatiecorrectie plaats. Tenslotte betreft het inkomen van het desbetreffende jaar, met positief of negatief rendement in andere jaren wordt geen rekening gehouden.
In de VvE-zaken was de vraag of voor het bieden van voldoende rechtsherstel een aandeel in de VvE-reserves in 2018 als banktegoed met een forfaitair rendement van 0,12 procent moest worden aangemerkt of als een overige bezitting met een hoger forfaitair rendement van 5,38 procent. Het hof had geoordeeld dat de heffing over een VvE-aandeel moest aansluiten bij het forfaitaire rendement van banktegoeden. Volgens de Advocaat-Generaal gaat het niet om de kwalificatie van het VvE-aandeel, maar om het rendement op het gehele box 3-vermogen.
Conclusie
Het aandeel in het vermogen van een VvE speelt een belangrijke rol in de belastingaanslag van appartementseigenaren in Nederland. De Hoge Raad-uitspraak van 2018 heeft geleid tot een verandering in de kwalificatie van het VvE-aandeel binnen box 3, namelijk van banktegoed naar overige bezitting. Deze verandering heeft directe gevolgen voor de belastingaanslag, aangezien overige bezittingen met een hoger forfaitaire rendement worden belast dan banktegoeden. Het Belastingplan 2024 versterkt deze ontwikkeling, met een verhoging van het box 3-tarief van 32% naar 36%.
Voor appartementseigenaren is het essentieel om te begrijpen hoe hun aandeel in het VvE-vermogen wordt berekend en rapporteerd in de aangifte inkomstenbelasting. Dit aandeel wordt bepaald aan de hand van de jaarstukken van de VvE en de splitsingsakte, en moet worden ingedeeld onder de categorie "overige bezittingen". Het is aan te raden om contact op te nemen met een belastingadviseur of VvE-beheerder om te zorgen dat het aandeel in het VvE-vermogen correct wordt berekend en rapporteerd.
De veranderingen in de regelgeving rondom box 3 en het aandeel in een VvE hebben directe gevolgen voor de belastingaanslag van appartementseigenaren. Het hogere forfaitaire rendement op overige bezittingen zorgt ervoor dat de belastingaanslag voor dit aandeel hoger is dan vroeger het geval was. Dit is een belangrijk punt dat appartementseigenaren moeten begrijpen om hun fiscale verplichtingen correct te kunnen afhandelen.