Aandeel in de Vereniging van Eigenaren en de Belastingaangifte in 2020

De verkoop of verhuur van een woning is niet het enige aspect dat invloed heeft op de belastingaangifte. Ook het aandeel in de Vereniging van Eigenaren (VvE) speelt een rol bij de inkomstenbelasting en vermogensbelasting. In dit artikel geven we een overzicht van hoe het aandeel in de VvE wordt behandeld in de belastingaangifte van 2020, op basis van de beschikbare bronnen. We bespreken de definitie van het aandeel, hoe het wordt berekend en de juridische en fiscale context die van toepassing is.

Wat is het aandeel in de VvE?

De Vereniging van Eigenaren is een collectieve eigenaar van de gemeenschappelijke ruimtes en voorzieningen van een woningcomplex. Deze voorzieningen kunnen bijvoorbeeld het portiek, de trappenhuizen, de gemeenschappelijke oprit of de gemeenschappelijke parkeergarage zijn. De eigenaren van de appartementen of woningen in het complex zijn aandeelhouders in de VvE en hebben daarmee een deel in de gemeenschappelijke eigendom.

Het aandeel in de VvE wordt meegenomen in de belastingaangifte en is onderdeel van het vermogen dat belast wordt in de zogenaamde box 3. In 2020 gold nog de oude opzet van de belastingaangifte, waarbij het aandeel in de VvE als vermogensobject werd meegerekend in de berekening van de vermogensbelasting. Dit aandeel vormt een belangrijk onderdeel van het vermogen van de eigenaar en beïnvloedt dus indirect de belastingaangifte.

Vermogensbelasting in box 3

De vermogensbelasting in 2020 hing af van het vermogen dat de belastingplichtige had op 1 januari van het belastingjaar. Dit vermogen bestond uit bezittingen zoals geld op rekening, beleggingen, onroerend goed en het aandeel in de VvE. Het vermogen werd verdeeld in drie categorieën: banktegoeden, overige bezittingen en schulden. Voor elk van deze categorieën gold een bepaald fictief rendement, dat de Belastingdienst gebruikte om de vermogensbelasting te berekenen.

Fictieve rendementen in 2020

In 2020 gold het volgende fictieve rendement voor de berekening van de vermogensbelasting:

  • Banktegoeden (waaronder het aandeel in de VvE): 1,44%
  • Overige bezittingen: 6,04%
  • Schulden (na drempel): 2,61%

Het aandeel in de VvE viel onder de categorie banktegoeden, omdat het vaak wordt geïdentificeerd met een vermogensrecht dat op een bankrekening staat. Dit is een belangrijk detail, omdat het fictieve rendement van 1,44% lager is dan het rendement op overige bezittingen (6,04%). Hierdoor is het aandeel in de VvE fiscaler gunstiger dan bijvoorbeeld een particuliere belegging of een vermogensrecht op een andere vorm van bezit.

Berekening van de vermogensbelasting

De berekening van de vermogensbelasting in 2020 verliep als volgt:

  1. Vermogen indelen in categorieën.
    Het vermogen wordt verdeeld in banktegoeden, overige bezittingen en schulden. Het aandeel in de VvE valt onder banktegoeden.

  2. Vermogen vermenigvuldigen met fictief rendement.
    Voor elke categorie wordt het vermogen vermenigvuldigd met het fictieve rendement. Voor het aandeel in de VvE geldt dus het fictieve rendement van 1,44%.

  3. De uitkomsten optellen en aftrekken.
    De opbrengsten van banktegoeden en overige bezittingen worden bij elkaar opgeteld, en de uitkomst van de schulden (na aftrek van een drempel) wordt daarvan afgetrokken. Dit levert het berekende fictieve rendement op.

  4. Heffingsvrij vermogen aftrekken.
    Van dit fictieve rendement wordt het heffingsvrij vermogen (in 2020: €50.000) afgetrokken. Voor personen die geregistreerd stonden als fiscale partners, was het heffingsvrij vermogen dubbel (€100.000).

  5. Belasting berekenen.
    Het overige vermogen wordt belast met een tarief van 36% in 2020. Dit percentage is hetzelfde als in 2025, zoals vermeld in de bronnen, aangezien er geen veranderingen zijn opgetreden in het tarief voor box 3.

Juridische en fiscale context

Het aandeel in de VvE is niet alleen van betekenis voor de berekening van de vermogensbelasting, maar ook voor juridische en fiscale verplichtingen. In de context van de belastingaangifte in 2020 gold het aandeel in de VvE als een vermogensrecht dat binnen de categorie banktegoeden viel. Dit is belangrijk omdat het fictieve rendement van 1,44% lager is dan het rendement op overige bezittingen.

Juridische wendingen

In 2020 waren er al juridische wendingen en klachten van belastingplichtigen die het fictieve rendement als ongunstig beschouwden. In 2022 en 2023 zijn deze wendingen verder uitgewerkte geworden, met rechtszaken zoals die van de Rechtbank Noord-Holland en het Hoge Recht. Deze rechtszaken hebben geleid tot veranderingen in de toepassing van de fictieve rendementen. In 2020 gold echter nog het oude systeem, waarin het aandeel in de VvE onder banktegoeden viel.

Veranderingen in de regelgeving

In de jaren na 2020 is er een reeks veranderingen geweest in de regelgeving rondom de vermogensbelasting. Zo is het aandeel in de VvE met terugwerkende kracht in 2022 en 2023 in de categorie overige bezittingen verplaatst. Dit betekent dat het fictieve rendement van 5,88% (in 2025) in plaats van 1,44% wordt toegepast. Dit maakt het aandeel in de VvE in de jaren na 2020 fiscaal minder gunstig.

Praktijkvoorbeeld: Berekening in 2020

Om de berekening van het aandeel in de VvE in 2020 te illustreren, geven we een voorbeeld:

Stel dat iemand in 2020 een vermogen heeft van €200.000 in banktegoeden, waarvan €50.000 het aandeel in de VvE is. Daarnaast heeft deze persoon €300.000 aan overige bezittingen en €100.000 aan schulden. De berekening verloopt als volgt:

  1. Banktegoeden: €200.000 × 1,44% = €2.880
  2. Overige bezittingen: €300.000 × 6,04% = €18.120
  3. Schulden: €100.000 × 2,61% = €2.610
  4. Totaal fictief rendement: €2.880 + €18.120 - €2.610 = €18.390
  5. Heffingsvrij vermogen (€50.000): €18.390 - €50.000 = €13.390
  6. Belasting: €13.390 × 36% = €4.820,40

In dit voorbeeld betaalt de belastingplichtige €4.820,40 aan vermogensbelasting in 2020. Het aandeel in de VvE speelt hier een rol, omdat het onder de categorie banktegoeden valt en daardoor met een lager fictief rendement wordt belast.

Belastingaangifte in 2020: Formulier en procedures

Voor de belastingaangifte van 2020 moest het aandeel in de VvE worden vermeld op het formulier van de inkomstenbelasting. De Belastingdienst vereiste dat het aandeel in de VvE onderdeel was van het vermogen dat op 1 januari van het belastingjaar bestond. De waarde van het aandeel kon worden bepaald op basis van de aandelenverhouding binnen de VvE, of op basis van een geraamde waarde van de gemeenschappelijke eigendommen.

Het aandeel in de VvE kon niet worden verlaagd door het vermogen te verplaatsen naar andere categorieën, omdat het onder banktegoeden viel. In de jaren na 2020 is dit aandeel echter verplaatst naar de categorie overige bezittingen, wat de berekening en het fiscale effect veranderde.

Belangrijke aandachtspunten voor belastingplichtigen

Belastingplichtigen die in 2020 een aandeel hadden in een VvE moesten het onderdeel zien van hun vermogen en dus meenemen in de berekening van de vermogensbelasting. De volgende aandachtspunten waren van belang:

  • Waarde bepalen: Het aandeel in de VvE moest worden ingeschat op basis van de aandelenverhouding of een geraamde waarde van de gemeenschappelijke eigendommen.
  • Categorie indelen: Het aandeel moest binnen de categorie banktegoeden vallen, wat een fictief rendement van 1,44% betekende.
  • Heffingsvrij vermogen: Het heffingsvrij vermogen was in 2020 €50.000. Voor belastingplichtigen met een fiscale partner was dit €100.000.
  • Tarief: Het tarief voor de vermogensbelasting in box 3 was 36%. Dit is hetzelfde tarief dat in 2025 nog steeds geldt.

Belastingplichtigen die twijfelden over de waarde of indeling van hun aandeel konden terecht bij de Belastingdienst of bij een belastingadviseur. In 2020 waren er al klachten en rechtszaken over de toepassing van de fictieve rendementen, wat later heeft geleid tot juridische wendingen en veranderingen in de regelgeving.

Conclusie

Het aandeel in de Vereniging van Eigenaren speelt een rol in de belastingaangifte van 2020 en moet worden meegenomen in de berekening van de vermogensbelasting. In 2020 gold het fictieve rendement van 1,44% voor banktegoeden, waaronder het aandeel in de VvE. Dit maakte het aandeel fiscaal gunstiger dan overige bezittingen. In de jaren daarna is dit aandeel verplaatst naar de categorie overige bezittingen, wat de berekening en het fiscale effect veranderde.

Belastingplichtigen die in 2020 een aandeel hadden in een VvE moesten het onderdeel zien van hun vermogen en het meenemen in de berekening van de vermogensbelasting. De waarde van het aandeel moest worden ingeschat, en het moest binnen de categorie banktegoeden vallen. Het heffingsvrij vermogen was €50.000, en het tarief was 36%. Deze regels zijn van belang om een correcte belastingaangifte in te dienen.

Bronnen

  1. Belastingaangifte: Wat is vermogensbelasting?
  2. Wegwijzer box 3 voor particulieren
  3. Dossier box 3 en fiscale veranderingen
  4. Belastingdienst: Bezittingen en schulden in box 3

Related Posts