De aanpak VVE Startblokken is een erkend en goed onderbouwd programma voor voorschoolse educatie, gericht op de brede ontwikkeling van jonge kinderen. Het programma is ontworpen om kinderen in de voorschoolse leeftijd, zoals baby’s, peuters en kleuters, te ondersteunen in hun sociaal-emotionele, taal- en cognitieve ontwikkeling, evenals in hun motorische vaardigheden en persoonlijke zelfstandigheid. Het startblokken-programma is een doelgerichte aanpak die aansluit bij de natuurlijke neigingen van jonge kinderen: ontdekken, spelen, leren en meedoen aan de wereld om zich heen.
In dit artikel worden de kernaspecten van de aanpak VVE Startblokken besproken, inclusief de inhoud van het pedagogisch werkplan, de rol van de professional, de opleidingen voor professionals die het programma implementeren, en de wettelijke kaders waarbinnen het programma wordt uitgevoerd. Bovendien wordt ingegaan op het belang van continuïteit van de aanpak in de voorschoolse educatie en de overgang naar het primair onderwijs.
Het werkplan van VVE Startblokken
Startblokken is een pedagogisch werkplan dat geïntegreerd is in de aanpak van Vroeg Vroege Educatie (VVE). Het werkplan is ontworpen om de brede ontwikkeling van kinderen in de voorschoolse leeftijd optimaal te stimuleren. In tegenstelling tot het aanbod van enkel taal- en rekenoefeningen, legt het programma ook de nadruk op het zoeken van aangrijpingspunten binnen de spelontwikkeling van jonge kinderen.
Spelactiviteiten vormen de kern van het programma. Het is binnen deze activiteiten dat kinderen taal en denken op een betekenisvolle manier kunnen ontwikkelen. Spel creëert een omgeving waarin jonge kinderen geïnteresseerd, enthousiast en actief betrokken raken, wat essentieel is voor hun ontwikkeling. De aanpak is doelgericht en aansluit bij de natuurlijke neigingen van kinderen: ze willen "groot worden", meedoen aan de wereld om zich heen, veel leren en blijven nieuwsgierig.
Professionals zoals pedagogisch medewerkers en leerkrachten geven bewust sturing aan leer- en ontwikkelingsprocessen. Deze sturing vindt plaats binnen de brede ontwikkeling van kinderen, waarbij sociaal competent handelen, taalontwikkeling, cognitieve ontwikkeling (waaronder rekenen en wiskunde), motorische ontwikkeling en persoonlijke zelfstandigheid in het geding staan. Deze aspecten versterken elkaar binnen de aanpak van Startblokken.
De rol van de professional
De rol van de professional is centraal in de aanpak van VVE Startblokken. Profesionals zoals pedagogisch medewerkers en leerkrachten zijn verantwoordelijk voor het begeleiden en sturen van de kinderen tijdens de spelactiviteiten. Deze professionals moeten bepaalde kwalificaties en certificaten hebben om het programma correct uit te kunnen voeren.
Naast algemene pedagogische opleidingen, zoals die vermeld in artikel 4 lid 2 of 3 van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie, moeten professionals die werken in VVE-groepen een specifieke scholing volgen. Deze scholing is nodig om de pedagogische methode en het werkplan van Startblokken goed te begrijpen en uit te kunnen voeren. Voor het certificeren van professionals die in het Startblokken-programma werken, is een opleiding tot Startblokkentrainer nodig.
De Startblokkentrainer is bevoegd om professionals te coachen en te certificeren, en moet zelf een bepaalde opleiding en coachervaring hebben. De opleiding tot Startblokkentrainer bestaat uit verschillende dagen, waarin de pedagogiek en methodiek van Startblokken worden uitgelegd. De opleiding richt zich ook op het ontwikkelingsgerichte trainen en begeleiden van professionals, en het opbouwen van een Startblokkenportfolio waarin reflectie een centrale rol speelt.
Opleidingen en certificering voor professionals
De opleiding tot Startblokkentrainer is een geavanceerde training die professionals bevoegt om het Startblokken-programma te implementeren en anderen te begeleiden. De opleiding bestaat uit zes dagen, waarin de pedagogische en praktische aspecten van Startblokken worden behandeld. De inhoud van de opleiding is gericht op het begrip van de methodiek van Startblokken, het sturen van spelactiviteiten en het coachen van andere professionals.
In het kader van de opleiding tot Startblokkentrainer wordt ook een assessment afgenomen. Het assessment is bedoeld om te bepalen of de trainer in staat is om professionals adequaat te coachen en te certificeren. De kosten voor het assessment zijn € 135,-. Professionals die geen coachervaring hebben, moeten naast de basiscursus ook een tweedaagse cursus volgen.
Nadat een trainer succesvol de opleiding heeft afgerond, is hij of zij bevoegd om andere professionals in de kinderopvang en leerkrachten in groep 1 en 2 te trainen in de aanpak Startblokken. Het certificeren van professionals is een formele aanbeveling die aantoont dat ze geschikt zijn om het programma uit te voeren.
Het Startblokken-programma is erkend als een volledig integrale aanpak van VVE en is goed onderbouwd door het Nederlands Jeugdinstituut. Dit betekent dat het programma voldoende aandacht besteedt aan de vier ontwikkelingsdomeinen: taal, rekenen, sociaal-emotionele ontwikkeling en motoriek.
Wettelijke kaders en kwaliteitseisen
De implementatie van het Startblokken-programma wordt beheerd binnen een wettelijke kader. Houders van kinderopvanglocaties zijn wettelijk verplicht om hun locatie te registreren in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen. Daarnaast moeten de opvanglocaties voldoen aan de eisen van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wko) en aan de hieruit voortvloeiende regelgeving.
Als in een groep een kind met een indicatiestelling voor VVE wordt opgevangen, moet de groep ook voldoen aan de vereisten uit het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. De houder is verantwoordelijk voor het opstellen van een pedagogisch plan of werkplan, waarin wordt vastgelegd hoe het erkende VVE-programma door gecertificeerde beroepskrachten wordt uitgevoerd. In dit plan moet ook duidelijk worden aangegeven hoe het taal-intensieve deel is ingericht en met welke frequentie kinderen aan het taal-intensieve aanbod kunnen deelnemen.
Daarnaast moet de houder ervoor zorgen dat ten minste één beroepskracht in de VVE-groep over een certificaat beschikt van een met goed gevolg afgelegde scholing met betrekking tot het VVE-programma. Als er meer dan twee beroepskrachten op een VVE-groep staan, moeten alle beroepskrachten een opleiding volgen zoals vermeld in artikel 4 lid 2 of 3 van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. De aanvullende scholingsvereisten gelden voor de eerste twee beroepskrachten.
Continuïteit van de VVE-aanpak
De effectiviteit van de VVE-aanpak is sterk afhankelijk van de continuïteit van het programma. De duur van het VVE-programma in de voorschoolse periode is minimaal één jaar, gerekend vanaf de startdatum. Als het kind bij de instroom al drie jaar oud is, geldt als minimale periode de tijd tussen het moment van instroom en het bereiken van de vierjarige leeftijd.
Het is van groot belang dat het VVE-traject voortgezet wordt in het primair onderwijs. Daarom zijn er programma’s ontwikkeld die gericht zijn op de taal- en cognitieve ontwikkeling van kinderen en die doorlopen tot en met groep 2 van het basisonderwijs. Deze programma’s worden bedoeld om een zachte overgang te realiseren van de voorschoolse educatie naar het basisonderwijs.
De houder legt bij de opname van het kind in het VVE-arrangement schriftelijk vast dat de ouders instemmen met overdracht van gegevens over hun kind aan de gekozen basisschool. De ouders worden aangeraden om een basisschool binnen een Integraal Kindcentrum te kiezen, waarbij de houder onderdeel uitmaakt. Dit zorgt voor een betere samenwerking en continuïteit in de educatieve aanpak.
De rol van de gemeente Enschede
De gemeente Enschede verwacht dat houders actief uitvoering geven aan wat in het ouderbeleidsplan of werkplan is beschreven. Dit betekent dat houders niet alleen het pedagogisch plan moeten uitvoeren, maar ook ervoor zorgen dat de kwaliteit van de educatieve aanpak wordt gewaarborgd. De duur van het VVE-traject en de overgang naar het primair onderwijs zijn essentiële elementen die de gemeente in het oog houdt.
De nadere regels voor VVE-arrangementen zijn opgesteld door het College van Burgemeester en Wethouders van Enschede. Deze regels zijn gebaseerd op artikel 8 van de Verordening peuter- en VVE-arrangementen en zijn in aanvulling op de landelijke wet- en regelgeving voor de kwaliteit van kinderopvang en voorschoolse educatie.
De toezichthouder inspecteert de opvang en stelt een inspectierapport op. De handhaving van de kwaliteit van de opvang is gebaseerd op de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wko). De beleidsregels voor de handhaving zijn vastgesteld door het college op 22 juni 2015.
De kwaliteit van de pedagogische opleiding
De kwaliteit van de pedagogische opleiding en de beroepskrachten is essentieel voor het succes van de voorschoolse educatie. De houder is verantwoordelijk voor het opstellen van een jaarlijks opleidingsplan voor de certificering van de beroepskrachten en pedagogische medewerkers. Dit plan moet aantonen hoe de erkende VVE-programma’s worden uitgevoerd en hoe de vier ontwikkelingsdomeinen zijn ingericht.
Erkende programma’s voor voorschoolse educatie zijn programma’s die voldoende aandacht besteden aan de vier ontwikkelingsdomeinen: taal, rekenen, sociaal-emotionele ontwikkeling en motoriek. Het Startblokken-programma is een van de erkende programma’s en is opgenomen in de databank effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut. Andere erkende programma’s zijn Kaleidoscoop, Piramide, Uk en Puk.
Conclusie
De aanpak VVE Startblokken is een doelgerichte en goed onderbouwde methode voor de voorschoolse educatie. Het programma richt zich op de brede ontwikkeling van jonge kinderen, inclusief taal, rekenen, sociaal-emotionele ontwikkeling, motoriek en persoonlijke zelfstandigheid. Het programma wordt uitgevoerd via spelactiviteiten die kinderen actief betrekken en die een ideale omgeving bieden voor leer- en ontwikkelingsprocessen.
Professionals die het programma implementeren moeten bepaalde kwalificaties en certificaten hebben. De opleiding tot Startblokkentrainer is een essentieel onderdeel van de aanpak, omdat deze professionals bevoegd maken om anderen te coachen en te certificeren. Het Startblokken-programma is erkend als een integrale VVE-aanpak en voldoet aan de kwaliteitseisen die worden gesteld door de landelijke wetgeving.
De wettelijke kaders en de nadere regels voor VVE-arrangementen zijn ontworpen om de kwaliteit van de educatieve aanpak te waarborgen. Houders zijn verantwoordelijk voor het opstellen van een pedagogisch plan of werkplan, waarin wordt aangegeven hoe het programma wordt uitgevoerd en hoe de vier ontwikkelingsdomeinen zijn ingericht. De continuïteit van het VVE-traject en de overgang naar het primair onderwijs zijn essentiële elementen die de effectiviteit van de aanpak ondersteunen.
De gemeente Enschede speelt een actieve rol in de toezichtsfunctie op de kwaliteit van de voorschoolse educatie. De toezichthouder inspecteert de opvang en stelt een inspectierapport op. De handhaving van de kwaliteit is gebaseerd op de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.
De aanpak VVE Startblokken is een waardevolle bijdrage aan de voorschoolse educatie in Nederland. Het programma biedt jonge kinderen een stimulerende en betekenisvolle omgeving om te groeien, te leren en zich volledig te ontwikkelen.