Erfpachtboetes en financiële herstelmaatregelen voor Joodse oorlogsslachtoffers na de Tweede Wereldoorlog

Inleiding

Na de Tweede Wereldoorlog stond Nederland voor de uitdaging om het recht te herstellen en het verlies van Joodse burgers, hun bezittingen en hun eigendommen te heroverwegen. Een belangrijk aspect van deze rechts- en herstelprocedures betrof de erfpacht, een belasting die gemeenten jaarlijks heffen op panden die op erfpachtgrond staan. Tijdens de oorlog, en in de directe nasleep daarvan, werden Joodse oorlogsslachtoffers vaak opnieuw belast met onbetaalde erfpacht en zelfs met renteboetes. Deze belastingaanslagen bleken onredelijk en ongepast, zeker in het licht van de omstandigheden waarin deze burgers zich bevonden.

In de afgelopen jaren zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd, vooral door het Nationaal Instituut voor Oorlog en Vrede (NIOD), die het gedrag van gemeenten in kaart hebben gebracht. Uit deze studies blijkt dat gemeenten zoals Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht verschillende benaderingen hebben gehad bij het afhandelen van erfpachtboetes voor Joodse slachtoffers. In sommige gevallen is sprake geweest van een streng beleid, zoals in Amsterdam, waar Joden ook werden beboet voor het niet betalen van erfpacht tijdens de oorlog, terwijl ze ondergedoken of weggevoerd waren. In andere gemeenten zijn boetes in het algemeen gekwijtgescholden of gedeeltelijk terugbetaald.

Het doel van deze bijdrage is om het fenomeen van erfpachtboetes voor Joodse oorlogsslachtoffers na 1945 in kaart te brengen. We zullen de historische context, de juridische en administratieve praktijken, en de huidige herstelmaatregelen belichten. De nadruk ligt op Amsterdam, een gemeente waar de kwestie van erfpachtboetes en restitutie zich op een bijzondere manier heeft voltrokken. Ook zullen we aandacht besteden aan de rol van digitale archieven en datakoppelingen in het herstelproces, evenals aan de financiële compensatie die gemeenten inmiddels aanbieden.

Erfpacht en de Tweede Wereldoorlog

Erfpacht is een belasting die gemeenten jaarlijks heffen op panden die op erfpachtgrond staan. Deze belasting is verankerd in de Nederlandse wettelijke traditie en werd al voor de oorlog verplicht. Tijdens de Tweede Wereldoorlog, en vooral in de jaren 1940-1945, verloren veel Joodse burgers hun panden en bezittingen. In sommige gevallen werden hun panden door de Duitse bezetters of NSB-aanhangers in beslag genomen. In andere gevallen verlieten Joodse burgers hun woningen om onder te duiken of werden ze weggevoerd naar concentratiekampen.

Hoewel deze burgers hun panden verloren hadden en meestal in geen enkel juridisch opzicht meer eigenaar waren, werden ze na de oorlog vaak opnieuw aangeslagen voor erfpacht. In sommige gevallen kregen ze bovendien renteboetes wegens vermeende vertraging in betaling. In het geval van Amsterdam bleek uit onderzoek dat de gemeente na de oorlog aan zeker 240 mensen een boete stuurde voor het niet betalen van erfpacht, terwijl deze personen tijdens de oorlog ondergedoken of weggevoerd waren. Deze aanslagen werden uitgevoerd zonder rekening te houden met de feitelijke omstandigheden van de betrokkene.

Het fenomeen van erfpachtboetes na de oorlog is niet beperkt tot Amsterdam. Andere gemeenten zoals Den Haag en Rotterdam hebben ook met vergelijkbare gevallen te maken gehad. In Den Haag is bijvoorbeeld 2,6 miljoen euro gereserveerd voor schaderegelingen aan Joodse slachtoffers die na de oorlog een aanslag kregen om alsnog hun erfpacht te betalen. In Rotterdam en Utrecht zijn vergelijkbare schaderegelingen in ontwikkeling.

Juridische en administratieve praktijken

De vraag of gemeenten recht hadden om erfpachtboetes te heffen op Joodse oorlogsslachtoffers is een belangrijk juridisch vraagstuk. Uit het onderzoek van het NIOD is gebleken dat de gemeente Amsterdam de juridische mogelijkheid had om deze boetes kwijt te schelden. In plaats daarvan koos de gemeente in eerste instantie voor een formalistische benadering, waarbij de erfpachtboetes werden geïnd, ook al was het duidelijk dat de betrokkene in geen enkel juridisch opzicht in staat was om deze te betalen.

In 2014 besloot de gemeente Amsterdam om deze boetes terug te betalen. Burgemeester Frits van der Laan stelde dat de gemeente, gezien de historische context en de omstandigheden waarin deze burgers zich bevonden, deze formalistische benadering niet langer als gepast kon beschouwen. In totaal is sprake van een bedrag van ongeveer 820.000 euro, dat is omgerekend uit guldens naar euro’s en verder verhoogd met rente op rente tot het jaar 2014. Deze som wordt nu terugbetaald aan rechthebbenden of hun nazaten via de Stichting Individuele Terugbetalingen Amsterdam (ITA).

Het juridische kader dat gemeenten in deze kwestie konden hanteren, is niet eenduidig. De gemeente had de mogelijkheid om boetes kwijt te schelden op grond van artikel 23 van de Wet op de Algemene Buitengerechtigde Verplichtingen van 1948. Deze wet maakt het mogelijk om bepaalde verplichtingen kwijt te schelden, vooral als het duidelijk is dat de betrokkene in geen enkel juridisch opzicht in staat was om deze te nakomen. Andere gemeenten, zoals Den Haag, kozen al vroeger voor deze benadering. Amsterdam was relatief laat met de implementatie van herstelmaatregelen.

De rol van digitale archieven en datakoppelingen

Een belangrijke stap in het herstelproces was het digitaliseren van de zogenaamde Verkaufsbücher, een Duitse administratie die gedetailleerd beschrijft hoe meer dan 7000 panden van Joodse burgers tijdens de oorlog zijn inbeslag genomen en doorverkocht. Deze administratie is onderdeel van de collectie van het Nationaal Archief en is openbaar toegankelijk. Het digitaliseren van deze archieven maakte het mogelijk om de koppeling te leggen tussen de historische data en de huidige adressen en panden via de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) van het Kadaster.

Deze datakoppelingen hebben geleid tot een beter inzicht in de schaal en het karakter van de onteigeningen. Het maakt niet alleen duidelijk waar en op welke schaal panden zijn inbeslag genomen, maar ook wie de kopers waren. In veel gevallen bleek het om louche handelaren en profiteurs te gaan. De inkomsten uit deze verkoop werden onder andere gebruikt voor de financiering van concentratiekampen zoals Westerbork en Vught.

Voor herstelmaatregelen, zoals schaderegelingen, is deze datakoppeling van groot belang. De precieze informatie over de oppervlakte van het betreffende pand en de exacte verkoopprijs maakt het mogelijk om een objectieve schatting te maken van het uit te keren bedrag. Gemeenten zoals Den Haag gebruiken deze informatie om schaderegelingen te ontwikkelen, die rekening houden met zowel de historische context als de huidige waarde van het pand.

Herstelmaatregelen en schaderegelingen

De meeste gemeenten erkennen tegenwoordig dat het verzoek om erfpachtboetes van Joodse oorlogsslachtoffers formeel en ongepast was. In veel gevallen zijn boetes gekwijtgescholden of gedeeltelijk terugbetaald. Amsterdam, zoals reeds aangegeven, heeft besloten om €870.000 terug te betalen aan erfpachtboetes en girorekeningen van oorlogsslachtoffers. Een deel van deze som wordt terugbetaald aan rechthebbenden of hun nazaten, terwijl het overblijvende bedrag wordt besteed aan Joodse maatschappelijke doelen.

In Den Haag is er een schaderegeling in werking getreden waarbij 2,6 miljoen euro is gereserveerd voor compensatie aan Joodse slachtoffers die na de oorlog een aanslag kregen om alsnog hun erfpacht te betalen. Ook in Rotterdam en Utrecht is het kader voor schaderegelingen in ontwikkeling. Deze regelingen zijn gebaseerd op een combinatie van historische gegevens, juridisch onderzoek en een eerlijke inschatting van de huidige waarde van het betreffende pand.

De praktijk van restitutie en herstel

De praktijk van restitutie en herstel is een complex proces dat rekening houdt met zowel juridische als morele overwegingen. In het geval van Joodse oorlogsslachtoffers gaat het vaak niet alleen om het terugkeren van fysieke eigendommen, zoals woningen, maar ook om de herstel van het financiële evenwicht dat door de oorlog is verstoord.

Een typisch voorbeeld is het geval van Frank Andriesse, wiens vader jarenlang de strijd moest aangaan om het huis van zijn ouders terug te krijgen. Hoewel het huis uiteindelijk in bezit was gekomen, moest het direct worden verkocht en de opbrengst werd afgedragen. Dit is een illustratie van de praktijk van ‘kille’ restitutie, waarbij de terugkeer van eigendommen niet gepaard gaat met een adequaat maatschappelijk of financieel herstel.

De herstelmaatregelen die tegenwoordig worden genomen, zoals het terugbetalen van erfpachtboetes en het uitkeren van schadevergoedingen, zijn bedoeld om dit tekort aan herstel te verhelpen. Deze maatregelen zijn gebaseerd op het principe van rechtvaardigheid en de erkenning van het feit dat Joodse oorlogsslachtoffers dubbel slachtoffers zijn geworden: eerst door de oorlog zelf, en daarna door het formalistische beleid van gemeenten en overheidsinstellingen.

Conclusie

Het fenomeen van erfpachtboetes voor Joodse oorlogsslachtoffers na de Tweede Wereldoorlog is een belangrijk onderdeel van de Nederlandse geschiedenis. Uit onderzoeken blijkt dat gemeenten zoals Amsterdam, Den Haag en Rotterdam verschillende benaderingen hebben gehad in de afhandeling van deze kwestie. In sommige gevallen zijn boetes gekwijtgescholden of gedeeltelijk terugbetaald, terwijl in andere gevallen de formalistische benadering is gevolgd.

De recente herstelmaatregelen, zoals het terugbetalen van erfpachtboetes via de Stichting Individuele Terugbetalingen Amsterdam en de schaderegelingen in gemeenten als Den Haag, vormen een belangrijke stap in de richting van rechtvaardigheid en herstel. Deze maatregelen zijn gebaseerd op een combinatie van historisch onderzoek, juridisch analyse en een eerlijke inschatting van de huidige waarde van eigendommen.

De rol van digitale archieven en datakoppelingen is hierin van groot belang. Het digitaliseren van de Verkaufsbücher en het koppelen van deze data aan de huidige BAG-registratie heeft geleid tot een beter inzicht in de schaal en het karakter van de onteigeningen. Dit maakt het mogelijk om schaderegelingen te ontwikkelen die rekening houden met zowel de historische context als de huidige waarde van het betreffende pand.

De praktijk van restitutie en herstel is complex en vereist een gevoelige afweging van juridische en morele overwegingen. De herstelmaatregelen die tegenwoordig worden genomen, zoals het terugbetalen van erfpachtboetes en het uitkeren van schadevergoedingen, zijn bedoeld om het tekort aan herstel van vroeger te verhelpen. Deze maatregelen zijn een teken van het erkennen van de verantwoordelijkheid van de gemeenschap en de overheid om recht te herstellen voor Joodse oorlogsslachtoffers.

Bronnen

  1. Amsterdam betaalt erfpachtboetes Joden terug
  2. Restitutie en erfpacht
  3. Gemeente Amsterdam eiste erfpacht op van teruggekeerde Joden
  4. Koppeling datasets brengt onteigening WOII in kaart
  5. Hoe gingen gemeenten om met teruggekeerde Joden na WOII?

Related Posts