Inleiding
De discussie over de toepassing van de WOZ-grondquotemethodiek bij erfpacht is momenteel centraal in het beleid van gemeenten en belastingdiensten. In dit kader is het advies van professor dr. Peter van Gool, hoogleraar Vastgoedeconomie, opgemerkt door de gemeente Den Haag. Zijn expertise in vastgoed- en economische kwesties heeft geleid tot een gedetailleerde evaluatie van de toepassing van deze methodiek in het kader van de stelselwijziging van het erfpachtstelsel. Ondanks dat Van Gool in zijn professionele carrière meestal een brug legt tussen wetenschap en de praktijk, blijkt zijn betrokkenheid bij een aantal ondernemingsgerelateerde faillissementen en financiële praktijken ook aandacht te hebben getrokken in de media. Deze publicaties tonen een contrast tussen zijn academische betrokkenheid en zijn financiële activiteiten, die in een aantal gevallen wettelijke en ethische kwesties opwerpen.
Het doel van dit artikel is om het advies van Van Gool over de WOZ-grondquotemethodiek in het erfpachtstelsel uit te leggen, te analyseren en in te passen in het bredere juridische en economische kader. Daarnaast worden relevante aspecten van zijn professionele en financiële historie besproken, waarbij aandacht wordt besteed aan de wettelijke en ethische implicaties van zijn activiteiten.
Prof. dr. Peter van Gool: Academische en professionele achtergrond
Professor dr. Peter van Gool is bekend als een prominent figuur in de vastgoedeconomie. Zijn loopbaan in dit vakgebied begon in 1979 bij De Nederlandsche Bank, waar hij onderzoek deed voor zijn doctoraat. Daarna werkte hij voor verschillende vastgoedgerelateerde bedrijven, waaronder Wereldhave en Woonbron, en vervolgens voor SPF Beheer, een pensioenbelegger. Zijn ervaring maakte hem een belangrijke speler in zowel de academische wereld als in praktische vastgoedbeleggingen.
Van Gool was sinds 2003 bijzonder hoogleraar Vastgoedeconomie aan de Amsterdam School of Real Estate (ASRE). In 2022, toen hij de pensioengerechtigde leeftijd bereikte, nam hij afscheid met een afscheidscollege in de Lutherse Kerk aan het Spui in Amsterdam. Collega’s beschrijven hem als een atypische wetenschapper die zich niet alleen richtte op inhoudelijke kennis, maar ook persoonlijke aspecten van mensen in zijn omgeving kende en onderhield.
Advies over de WOZ-grondquotemethodiek in het erfpachtstelsel
De gemeente Den Haag heeft in januari 2026 een brief ontvangen van de Adviescommissie Grondwaardering, met een advies van prof. dr. Peter van Gool over de toepassing van de WOZ-grondquotemethodiek in het kader van de stelselwijziging van het erfpachtstelsel. In deze brief legt de gemeente uit dat het advies besproken is in de Adviescommissie Grondwaardering en zal worden toegelicht in een werkbespreking.
Het advies betreft een belangrijke aspecten van de grondwaardering: hoe de waarde van grond in erfpacht wordt bepaald en hoe deze waardering kan worden toegelicht in het kader van een stelselwijziging. Deze methodiek is van belang bij het berekenen van grondwaarden voor de WOZ-waardering, die verder gebruikt wordt voor belastingdoeleinden en andere administratieve processen.
Prof. Van Gool’s advies richt zich op de vraag hoe deze methodiek in het nieuwe erfpachtstelsel kan worden toegepast, zodat het systeem zowel transparant als eerlijk is voor betrokken partijen. De gemeente Den Haag wil hierop reageren in een portefeuillebrief voor de raadsvergadering op 5 februari 2026.
De betekenis van de WOZ-grondquotemethodiek in het erfpachtstelsel
De WOZ-grondquotemethodiek is een technische methode om de grondwaarde te bepalen binnen de WOZ-waardering. Het is een onderdeel van de grondwaarderingstekening, waarbij een bepaalde waarde wordt toegewezen aan het grondrecht in relatie tot de eigendom van het grondgebied. In het huidige systeem wordt de grondwaarde berekend door middel van een quotum, dat afhankelijk is van de lengte van de erfpacht en de resterende termijn.
In het kader van een stelselwijziging van het erfpachtstelsel is het belangrijk dat deze methode aangepast wordt om te voldoen aan wettelijke en economische verwachtingen. Het nieuwe systeem moet zorgdragen voor eerlijke waardering, transparantie en juridische consistente toepassing. De rol van prof. Van Gool is om een advies te formuleren dat deze doelstellingen in praktijk brengt.
Het advies van Van Gool is onderdeel van een bredere evaluatie die door de gemeente Den Haag wordt uitgevoerd. Deze evaluatie richt zich op de mogelijkheden en beperkingen van de huidige methodiek, en de vraag hoe deze in het nieuwe stelsel kan worden ingezet. De gemeente wil daarmee een grondwettelijke en economische basis leggen voor toekomstige beleidskeuzes.
Wettelijke en praktische implicaties van het advies
Het advies van prof. Van Gool heeft zowel wettelijke als praktische implicaties. In juridisch opzicht is het belangrijk dat de toepassing van de WOZ-grondquotemethodiek in het nieuwe stelsel overeenkomt met de wettelijke regelgeving. De grondwaardering moet conform zijn met de regels van de WOZ-wet en de Algemene wet bestuursrecht (AWB). Daarnaast moet de methode ook bestand zijn tegen juridische toetsing, bijvoorbeeld in het kader van bestuursrechtsaansprakelijkheid of administratieve controle.
Op praktisch niveau is de toepassing van de methode van belang voor de betrokken partijen, zoals erfpachtsverenigingen en individuele grondeigenaren. Het systeem moet duidelijk zijn en toegankelijk voor zowel belastingdiensten als particulieren. De methode moet bovendien technisch haalbaar zijn en kunnen worden ingezet in bestaande administratieve processen.
Prof. Van Gool's betrokkenheid bij financiële activiteiten en faillissementen
Naast zijn academische activiteiten is Peter van Gool ook betrokken geweest bij een aantal ondernemingen en financiële investeringen. Zo was hij eigenaar van een administratiekantoor in Venray en bestuurder van een groep bedrijven, waaronder horecazaken. In eerste instantie leek zijn ondernemersavontuur succesvol te verlopen, maar interne conflicten, personeelswisselingen en de coronacrisis zorgden voor grote financiële problemen.
In 2024 gingen verschillende horecazaken van Van Gool failliet, waaronder het Maashotel, café-restaurant Bij Christoffel en een pannenkoekenhuis in Broekhuizen. Een belangrijke oorzaak van deze faillissementen was het terugbetalen van onterechte coronasteun in de orde van halve miljoenen euro. Daarnaast is gebleken dat Van Gool geld leende van particulieren, in sommige gevallen cliënten van zijn administratiekantoor of vrienden. Deze leningen werden in deels gebruikt voor de financiering van horecabeleggingen.
Een voorbeeld hiervan is een stel dat 250.000 euro leende van Van Gool voor een woning in Spanje. De lening was voorzien van een hypotheekrecht op een pand in bezit van Van Gool, maar later bleek dat deze hypotheekakte nooit gepasseerd was. Hierdoor had het stel geen juridische zekerheid en kon het faillissement van Van Gools horecabeleggingen een grote impact hebben op hun financiële situatie.
In totaal is Van Gools schuldenbedrag geëvalueerd op bijna zes miljoen euro. De curator van zijn persoonlijke faillissement, Jeroen Bakkers, heeft bevestigd dat een groot deel van deze schulden geen zekerheid heeft, wat betekent dat de schuldeisers slechts geringe kans hebben op herstel. Van Gools bezittingen, waaronder vier panden, worden verkocht, maar het is nog onduidelijk of er na de verkoop nog iets overblijft voor de schuldeisers.
De ethische en juridische kant van Van Gools praktijk
De praktijk van Van Gool heeft in meerdere gevallen ethische en juridische kwesties opgeroepen. Een van de belangrijkste kwesties is of hij tijdens zijn financiële leningen heeft gemanipuleerd met juridische documenten of hypotheekrechten. Zo bleek bijvoorbeeld dat hypotheekrechten die in de praktijk niet gerealiseerd waren, wel op papier bestonden. Dit heeft gevolgen voor de juridische zekerheid van de schuldeisers.
Daarnaast is er de vraag of Van Gool in zijn administratiekantoor als een professionele dienstverlener heeft gehandeld, of dat hij zijn positie heeft misbruikt om particulieren financieel in te schakelen. De curator heeft hem persoonlijk aansprakelijk gesteld voor het tekort in zijn administratiekantoor, wat heeft geleid tot zijn persoonlijke faillissement.
De ethische kant van deze praktijk is ook relevant in het licht van zijn academische en professionele rol. Collega’s beschrijven hem als iemand die zich niet alleen richt op inhoudelijke kennis, maar ook persoonlijke banden onderhoudt. De vraag rijst of dit in zijn praktijk heeft geleid tot een conflict van belangen of ethische dilemma’s.
Conclusie
De rol van professor dr. Peter van Gool in zowel de academische wereld als de praktijk van vastgoed en financiële investeringen is complex en veelzijdig. Zijn advies over de WOZ-grondquotemethodiek in het erfpachtstelsel benadrukt de noodzaak van een eerlijke, transparante en juridisch consistente toepassing van grondwaardering in het kader van een stelselwijziging. Dit advies is van groot belang voor gemeenten en belastingdiensten, die op zoek zijn naar een methode die zowel wetenschappelijk als praktisch haalbaar is.
Naast deze academische en juridische betrokkenheid heeft Van Gool ook een reeks financiële activiteiten ontplooid, die in sommige gevallen ethische en juridische vragen opwerpen. Deze activiteiten, waaronder het lenen van geld van particulieren en het misbruik van hypotheekrechten, tonen een contrast met zijn professionele reputatie als wetenschapper en adviseur.
In dit artikel is gebleken dat Van Gools expertise in vastgoedeconomie en grondwaardering belangrijk is voor de beleidsvorming in het kader van het erfpachtstelsel. Tegelijkertijd benadrukt het ook de noodzaak van ethische en juridische toezicht op financiële activiteiten, zowel in de academische wereld als in de praktijk.
Het advies van Van Gool, in combinatie met de wettelijke en ethische kwesties rond zijn praktijk, benadrukt de complexiteit van de relatie tussen wetenschap, beleid en praktijk in de vastgoedsector. Dit maakt duidelijk dat het toepassen van economische en juridische methodieken niet alleen kennis vereist, maar ook ethisch en wettelijk verantwoordelijkheid.