Inleiding
In de stedelijke context, met name in steden zoals Amsterdam, is het aantal beschikbare parkeerplaatsen beperkt. Daarom zijn parkeervergunningen vaak vereist om in bepaalde zones te mogen parkeren. Veel bewoners en ondernemers stellen zich de vraag of het mogelijk is om zowel een parkeervergunning voor een privévoertuig als voor een zakelijk voertuig te verkrijgen voor één en hetzelfde adres. Dit artikel biedt een overzicht van de voorwaarden en mogelijkheden voor het verkrijgen van zowel een bewonersvergunning als een bedrijvenvergunning in één woning. De informatie is gebaseerd op de huidige regelgeving en praktijk, zoals beschreven in de beschikbare bronnen.
Definitie van parkeervergunningen
Bewonersvergunning
Een bewonersvergunning is bedoeld voor personen die op een bepaald adres wonen en geen voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein hebben. Volgens de lokale regelgeving, zoals beschreven in bron 1, is een aanvraag voor een bewonersvergunning mogelijk als de aanvrager:
- feitelijk op het opgegeven adres woont en geregistreerd is in de Basisregistratie Personen;
- niet op een adres woont met privéparkeergelegenheid, met uitzondering van bepaalde adressen;
- niet woont op een adres waarop de Nulvergunningenafspraak van toepassing is.
De bewonersvergunning is uitsluitend geldig in de sector waar de aanvrager woont.
Bedrijvenvergunning
Een bedrijvenvergunning is gericht op zakelijke voertuigen. Zakelijke belanghebbenden komen in aanmerking voor een vergunning om te parkeren in de sector waar zij hun bedrijf of beroep uitoefenen. De voorwaarden zijn onder meer:
- de aanvrager mag niet op een adres zijn gevestigd met privéparkeergelegenheid;
- de aanvrager moet geregistreerd zijn in het register van de Kamer van Koophandel;
- de aanvrager mag niet gevestigd zijn in een gebouw waarop de Nulvergunningenafspraak van toepassing is;
- er kunnen slechts beperkt veel bedrijvenvergunningen worden verleend per sector.
Deze vergunningen zijn meestal beperkt tot het aantal voertuigen dat nodig is voor het bedrijfsvoering.
Mogelijkheid van meerdere vergunningen per adres
Bewonersvergunning en bedrijvenvergunning in één woning
Het is mogelijk om zowel een bewonersvergunning als een bedrijvenvergunning te verkrijgen voor één en hetzelfde adres, mits de voorwaarden voor beide vergunningen zijn vervuld.
Bewonersvergunning
Een bewonersvergunning kan worden aangevraagd als de bewoner feitelijk op het adres woont en geen voldoende privéparkeergelegenheid heeft. In sommige gevallen kan een extra bewonersvergunning worden verleend voor het faciliteren van mantelzorg, maar deze is beperkt tot één extra vergunning.
Bedrijvenvergunning
Zakelijke belanghebbenden, zoals ondernemers die hun bedrijf uit een woonhuis runnen, kunnen in aanmerking komen voor een bedrijvenvergunning. Dit is echter alleen toegestaan in de sector waar het bedrijf feitelijk wordt uitgeoefend. Bovendien moet het bedrijf aan een aantal voorwaarden voldoen, zoals het feit dat het niet op een adres met privéparkeergelegenheid is gevestigd en dat het niet onder de Nulvergunningenafspraak valt.
Tweede parkeervergunning
In sectoren 3 tot en met 11 en 13 is het mogelijk om een tweede parkeervergunning te verkrijgen per adres, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- op het adres staan minstens twee personen geregistreerd in de Basisregistratie Personen;
- deze personen kunnen elk als houder van een motorvoertuig worden aangemerkt;
- er is geen of onvoldoende privéparkeergelegenheid;
- het adres valt niet onder de Nulvergunningenafspraak;
- in de sector is nog ruimte voor extra vergunningen (minder dan 95% van het maximum aantal is verleend).
In de binnenstad, sectoren 1 en 2, zijn er echter beperkte mogelijkheden voor een tweede vergunning, tenzij het bedrijf of de organisatie voldoet aan zeer specifieke voorwaarden, zoals het geval is bij apothekers, bloemisterijen, cateringbedrijven, reproductiebedrijven, drukkerijen en makelaardijen.
Parkeervergunningen voor zakelijke voertuigen: specifieke voorwaarden
Aanvraagprocedure
De aanvraagprocedure voor een bedrijvenvergunning is strikter dan die voor een bewonersvergunning. Ondernemers moeten kunnen aantonen dat hun bedrijfsvoering regelmatig ritten vereist en dat het economisch belang van het bedrijf zwaarwegend is. Dit kan bijvoorbeeld worden gedaan door een overzicht van gemaakte ritten aan te leveren over een periode van twee maanden. De gemeenteraad en wethouder beoordelen vervolgens of de aanvraag gerechtvaardigd is.
Zakelijke voertuigen en de auto van de zaak
Een voertuig dat eigendom is van de onderneming en wordt gebruikt voor zakelijke doeleinden, wordt vaak aangeduid als de "auto van de zaak". In dergelijke gevallen zijn de parkeerkosten, inclusief de kosten van een parkeervergunning, over het algemeen te verrekenen tegen zakelijke kosten, mits het voertuig voor zakelijke doeleinden wordt gebruikt. Werkgevers kunnen deze kosten dan belastingvrij vergoeden aan medewerkers die met dit voertuig rijden.
In de praktijk is het meestal niet nodig dat een medewerker een aparte parkeervergunning voor een privévoertuig heeft, omdat de parkeervergunning voor de auto van de zaak meestal op het kenteken van dat voertuig is afgegeven.
Werkgever en parkeerbonnen
Wanneer een medewerker een auto van de zaak gebruikt, vallen de kosten van parkeerbonnen of parkeervergunningen onder zakelijke kosten. Werkgevers kunnen deze kosten dan belastingvrij vergoeden aan de medewerker, mits het voertuig uitsluitend voor zakelijke doeleinden wordt gebruikt. In sommige gevallen, bijvoorbeeld wanneer het voertuig in de garage van de medewerker staat, kan er sprake zijn van een reële verhuursituatie, waardoor de vergoeding voor het gebruik van de garage als loon wordt beschouwd. In dat geval kan de vergoeding als eindheffingsloon worden verwerkt in het vrije budget van de werkgever.
Praktijkvoorbeelden en toepassing
Voorbeeld 1: ondernemerswoning
Een ondernemer woont in een woning en voert zijn bedrijf vanuit dezelfde locatie. Hij heeft geen privéparkeergelegenheid en wil een bewonersvergunning voor zijn privéauto. Daarnaast wil hij ook een bedrijvenvergunning voor zijn zakelijke voertuig. In dit geval moet de aanvrager aantonen dat zijn bedrijfsvoering regelmatig ritten vereist en dat het economisch belang zwaarwegend is. Mocht hij aan de voorwaarden voldoen, dan kan hij zowel een bewonersvergunning als een bedrijvenvergunning verkrijgen voor zijn adres.
Voorbeeld 2: medewerker met auto van de zaak
Een medewerker gebruikt een auto van de zaak voor zakelijke doeleinden. De werkgever betaalt de parkeerbonnen of parkeervergunningen die gemaakt worden met dat voertuig. Deze kosten vallen onder zakelijke kosten en kunnen belastingvrij vergoed worden aan de medewerker. De parkeervergunning voor het privévoertuig van de medewerker wordt echter niet belastingvrij vergoed, omdat dit voertuig niet voor zakelijke doeleinden wordt gebruikt.
Conclusie
Het is mogelijk om zowel een bewonersvergunning als een bedrijvenvergunning te verkrijgen voor één en hetzelfde adres, mits aan de voorwaarden voor beide vergunningen is voldaan. Voor de bewonersvergunning moet de aanvrager feitelijk op het adres wonen en geen voldoende privéparkeergelegenheid hebben. Voor de bedrijvenvergunning moet de aanvrager geregistreerd zijn in het register van de Kamer van Koophandel en aan extra voorwaarden voldoen, zoals het feit dat het bedrijf regelmatig ritten moet maken en dat het economisch belang zwaarwegend is. In sectoren 3 tot en met 11 en 13 is het mogelijk om een tweede parkeervergunning te verkrijgen, mits aan de voorwaarden is voldaan. In de binnenstad zijn deze mogelijkheden echter beperkt. Bovendien kan een werkgever kosten voor parkeerbonnen of parkeervergunningen die gemaakt worden met een zakelijk voertuig belastingvrij vergoeden aan de medewerker, mits het voertuig uitsluitend voor zakelijke doeleinden wordt gebruikt.