Fiscale implicaties van het aandeel in het vermogen van een VvE

Het aandeel in het vermogen van een Vereniging van Eigenaren (VvE) speelt een belangrijke rol bij de aangifte van inkomstenbelasting in Nederland. Voor eigenaren van appartementen of woningen binnen een VvE is het essentieel om de fiscale regels en verplichtingen goed te begrijpen. Deze verplichtingen zijn onder meer gericht op het aangifteverplichting van het aandeel in box 3 van de inkomstenbelastingaangifte, het veronderstelde rendement dat de Belastingdienst gebruikt voor de belastingberekening, en de mogelijkheden om afzetposten te maken, zoals renteaftrek of het in mindering brengen van schulden.

Bij de Belastingdienst wordt het vermogen van een VvE beschouwd als een overige bezitting, tenzij er juridisch of fiscaal een andere benadering geldt. In 2024 is er een voorgestelde wijziging in de wetgeving, die het aandeel in een VvE mogelijk behandelt als een banktegoed, wat een lager verondersteld rendement zou betekenen en dus een lager fiscaal gevolg voor de eigenaar. Deze wijziging is nog in de bespreking en hangt af van de goedkeuring door de Eerste Kamer. Bovendien zijn er mogelijkheden voor de eigenaar om zijn belastingaanslag te aanpassen door het werkelijke rendement van het aandeel aan te tonen, mits dit voordeel werkelijk bestaat.

In deze bijdrage zullen we in detail de fiscale gevolgen van het aandeel in het vermogen van een VvE bespreken. We zullen uitleggen hoe het aandeel moet worden opgenomen in de inkomstenbelastingaangifte, welke veronderstelde rendementen van toepassing zijn, en welke aandachtspunten er zijn voor de Belastingdienst. Daarnaast zullen we kijken naar de recente ontwikkelingen in de fiscale wetgeving en de mogelijkheden voor eigenaren om hun aanslag aan te passen. Het artikel sluit af met praktische aanbevelingen en een overzicht van relevante bronnen.

Het aandeel in het vermogen van de VvE in box 3

Het aandeel in het vermogen van een VvE wordt meegenomen in box 3 van de inkomstenbelastingaangifte. Dit is enkel verplicht als het totale vermogen van de aangiftehouder boven de heffingsvrije grens ligt. Voor 2024 is de heffingsvrije grens voor vermogen €39.000. Als het aandeel van de eigenaar in het VvE-vermogen dus boven deze drempel komt, is het aandeel belastbaar.

De Belastingdienst berekent de belasting op basis van een verondersteld rendement over het vermogen. Voor 2024 is het rendementpercentage voor banktegoeden 1,44%, en voor overige bezittingen 6,04%. Het aandeel in het VvE-vermogen wordt standaard als overige bezittingen beschouwd, wat betekent dat het aandeel wordt verrekend met het hogere rendementpercentage van 6,04%.

Een belangrijke ontwikkeling is dat in het kader van het Belastingplan 2024 een voorgestelde wijziging is gedaan. Deze wijziging zou het aandeel in het vermogen van de VvE behandelen als een banktegoed in plaats van een overige bezitting. Hierdoor zou het rendementpercentage dalen van 6,04% naar 1,44%. Dit zou directe gevolgen hebben voor de belasting die moet worden betaald. Als deze wijziging wordt ingevoerd, zou het met terugwerkende kracht gelden tot en met januari 2023. Dit betekent dat eigenaren nu al lager belast kunnen worden, afhankelijk van de eventuele goedkeuring door de Eerste Kamer.

Belastbaar vermogen en heffingsvrije bedragen

Het aandeel in het vermogen van een VvE heeft invloed op het belastbaar vermogen in box 3. Hoe hoger het aandeel, hoe groter het totale vermogen in box 3, en hoe hoger de eventuele belasting. De vermogensbelasting in box 3 wordt berekend op basis van het vermogen dat boven de heffingsvrije bedragen ligt. Voor 2023 was het heffingsvrije bedrag voor vermogen €39.000. Als het totale vermogen in box 3 boven deze drempel komt, wordt het overschot belast met een percentage dat afhankelijk is van het totale vermogen.

Het is belangrijk om te weten dat het aandeel in het VvE-vermogen meestal weinig invloed heeft op de totale belasting. In beide gevallen is de belasting onder de 1% van het totale vermogen. Dit toont aan dat het aandeel in het VvE-vermogen, ook al is het verplicht op te geven, in de praktijk meestal weinig invloed heeft op de totale belasting. Echter, bij hogere vermogens of bij specifieke situaties kan het aandeel wel een grotere rol spelen.

Aftrekposten: renteaftrek en schulden in mindering

Eigenaren van appartementen in een VvE hebben meerdere mogelijkheden om het belastbare vermogen en daarmee de belasting te verminderen. Twee belangrijke aftrekposten zijn renteaftrek en het in mindering brengen van schulden aan de VvE.

Renteaftrek is toegestaan voor eigenaren die een hypothecair credit hebben afgesloten voor het aankopen van hun woning. Dit betekent dat de rente die betaald wordt op het hypotheekbedrag, in mindering kan worden gebracht op de inkomstenbelasting. De renteaftrek is echter afhankelijk van het vermogen en het inkomen van de eigenaar. Voor personen met een hoge inkomsten of vermogen kan de renteaftrek beperkt worden of zelfs volledig verdwijnen.

Schulden in mindering is een andere manier om het belastbare vermogen te verminderen. Eigenaren kunnen een deel van hun schulden aan de VvE in mindering brengen op hun vermogensbelasting. Dit is vooral relevant voor eigenaren die een schuld hebben bij de VvE, bijvoorbeeld voor de deelname aan de VvE of voor het aankopen van hun aandeel. Deze schulden kunnen worden verrekend met het aandeel in het VvE-vermogen, wat leidt tot een lager belastbaar vermogen.

Aanslagen en aanpassingen op basis van het werkelijke rendement

De Belastingdienst heeft in 2023 verder verduidelijkt dat het mogelijk is om een aanslag aan te passen op basis van het werkelijke rendement van het aandeel in het VvE-reservefonds. Dit biedt belastingplichtigen de mogelijkheid om eventueel overbetaalde belasting terug te krijgen. Als een eigenaar wil aantonen dat het werkelijke rendement van zijn aandeel lager is dan het forfaitaire rendement van 6,04%, is het noodzakelijk om dit aan de Belastingdienst te onderbouwen. Dit kan met behulp van het formulier “opgaaf werkelijk rendement”, dat door de Belastingdienst wordt aangeboden. De Belastingdienst zal vervolgens de aanslag aanpassen.

Het is aan te raden om jaarlijks contact op te nemen met de VvE-beheerder of bestuur om een duidelijk overzicht van het aandeel in het reservefonds te verkrijgen. Dit zorgt voor transparantie en helpt bij het correct invullen van de belastingaangifte. Bovendien kan dit het risico op fouten bij de aangifte verkleinen.

Belastingplan 2024 en de voorgestelde wijziging

In het kader van het Belastingplan 2024 is een voorgestelde wijziging gedaan die het aandeel in het vermogen van de VvE behandelt als een banktegoed in plaats van een overige bezitting. Dit betekent dat het veronderstelde rendementpercentage zou dalen van 6,04% naar 1,44%. Deze wijziging zou directe gevolgen hebben voor de belasting die betaald moet worden. Als deze wijziging wordt ingevoerd, zou het met terugwerkende kracht gelden tot en met januari 2023. Dit betekent dat eigenaren nu al lager belast kunnen worden, afhankelijk van de eventuele goedkeuring door de Eerste Kamer.

De voorgestelde wijziging is onderdeel van een bredere aanpak om de fiscale belastinging van vermogen aan te passen aan de werkelijkheid. Momenteel wordt het aandeel in het VvE-vermogen verrekend met een verondersteld rendement, terwijl het werkelijke rendement vaak veel lager is. Door het aandeel te behandelen als een banktegoed, wordt het rendement lager en dus ook de belasting. Deze aanpassing zou vooral gunstig zijn voor eigenaren met een relatief hoog aandeel in het VvE-vermogen.

Aanvullende aandachtspunten bij de belastingaangifte

Bij het invullen van de inkomstenbelastingaangifte zijn er verschillende aandachtspunten voor eigenaren van een aandeel in het vermogen van een VvE. Eén van de belangrijkste aandachtspunten is de datum van de aangifte. De Belastingdienst stelt de aangifte inkomstenbelasting meestal open in maart, en sluit deze aan het eind van mei van het jaar erna. Voor 2024 betekent dit dat de aangifte in maart 2024 openkomt en moet worden ingediend voor 1 mei 2024. Dit betekent dat het aandeel in het VvE-reservefonds per 1 januari 2023 moet worden opgenomen in de aangifte.

Een ander belangrijk aandachtspunt is de communicatie met de VvE-beheerder. Het is verstandig om jaarlijks een officiële waarde van het aandeel aan te vragen. Dit vermindert het risico op fouten bij de aangifte en zorgt voor transparantie. De VvE-beheerder of bestuur kan bovendien helpen bij het onderbouwen van eventueel werkelijke rendementen, wat kan leiden tot een aanpassing van de aanslag.

Een derde aandachtspunt betreft ontheffing of aanpassing van aanslagen. De Belastingdienst heeft in het verleden aanslagen op inkomstenbelasting voor box 3-bezittingen in de jaren 2021 tot en met 2023 aan de hand gehouden, met name na de uitspraak van de Hoge Raad. Dit betekent dat belastingplichtigen die bezwaar hebben gemaakt of waarvan de aanslag in afwachting is van een uitspraak, nu de kans hebben om een aanpassing te ontvangen.

Praktische stappen voor de eigenaar

Voor eigenaren van een aandeel in het vermogen van een VvE zijn er een aantal praktische stappen die kunnen worden genomen om de belastingaanslag zo efficiënt mogelijk te beheren. Deze stappen zijn gericht op het verzamelen van informatie, het onderbouwen van eventueel werkelijke rendementen, en het tijdig invullen van de belastingaangifte.

1. Jaarlijks contact met VvE-beheerder
Het is aan te raden om jaarlijks contact op te nemen met de VvE-beheerder of bestuur om een duidelijk overzicht van het aandeel in het reservefonds te verkrijgen. Dit zorgt voor transparantie en helpt bij het correct invullen van de belastingaangifte. Bovendien kan dit het risico op fouten bij de aangifte verkleinen.

2. Onderbouwen van werkelijk rendement
Als een eigenaar wil aantonen dat het werkelijke rendement van zijn aandeel lager is dan het forfaitaire rendement van 6,04%, is het noodzakelijk om dit aan de Belastingdienst te onderbouwen. Dit kan met behulp van het formulier “opgaaf werkelijk rendement”, dat door de Belastingdienst wordt aangeboden. De Belastingdienst zal vervolgens de aanslag aanpassen.

3. Tijdig invullen van de aangifte
De Belastingdienst stelt de aangifte inkomstenbelasting meestal open in maart, en sluit deze aan het eind van mei van het jaar erna. Voor 2024 betekent dit dat de aangifte in maart 2024 openkomt en moet worden ingediend voor 1 mei 2024. Het is verstandig om de aangifte tijdig in te vullen om eventuele vertragingen of fouten te voorkomen.

4. Inschakelen van professionele hulp bij twijfels
Als er vragen of twijfels zijn over de fiscale verplichtingen of de verwerking van het aandeel in de aangifte, is het aan te raden om professionele hulp in te schakelen. Een belastingadviseur of notaris kan hulp bieden bij het onderbouwen van eventueel werkelijke rendementen, het aanpassen van aanslagen, en het invullen van de belastingaangifte.

De toekomst van de fiscale wetgeving

De fiscale wetgeving in Nederland is onderhevig aan voortdurende veranderingen. Momenteel is er een brede discussie over de verwerking van vermogensbezittingen in de belastingaangifte. De huidige regelgeving is gebaseerd op veronderstelde rendementen, terwijl er steeds meer druk is om over te schakelen naar een systeem op basis van het werkelijke rendement.

In het kader van het Belastingplan 2024 is een voorgestelde wijziging gedaan die het aandeel in het vermogen van de VvE behandelt als een banktegoed in plaats van een overige bezitting. Deze wijziging zou het veronderstelde rendementpercentage verlagen van 6,04% naar 1,44%. Dit is een eerste stap in de richting van een systeem dat beter aansluit bij de werkelijkheid. De regering werkt aan een zo spoedig mogelijke invoering van een stelsel op basis van het werkelijk behaalde rendement.

Bij de Belastingdienst is er echter nog aarzeling om over te schakelen naar een systeem op basis van het werkelijke rendement. Het belangrijkste argument is dat het met terugwerkende kracht aansluiten bij en uitvragen van het daadwerkelijke rendement te veel zou vergen van de uitvoering bij de Belastingdienst en van het doenvermogen van burgers. Bovendien kan de Belastingdienst door de beperkt beschikbare contra-informatie niet met zekerheid vaststellen of het werkelijke rendement op de juist[e] manier is berekend. Dat zou onder meer leiden tot niet-gebruik en oneigenlijk gebruik.

Een uitvraag bij alle belastingplichtigen of een tegenbewijsregeling zou het nadeel kunnen wegnemen dat de belastingheffing over een hoger inkomen plaatsvindt dan over het werkelijke rendement. Hier is echter bij het rechtsherstel niet voor gekozen. Het belangrijkste argument is dat het met terugwerkende kracht aansluiten bij en uitvragen van het daadwerkelijke rendement te veel zou vergen van de uitvoering bij de Belastingdienst en van het doenvermogen van burgers. Bovendien kan de Belastingdienst door de beperkt beschikbare contra-informatie niet met zekerheid vaststellen of het werkelijke rendement op de juist[e] manier is berekend. Dat zou onder meer leiden tot niet-gebruik en oneigenlijk gebruik.

Conclusie

Het aandeel in het vermogen van een VvE speelt een belangrijke rol bij de aangifte van inkomstenbelasting in Nederland. Het is verplicht om dit aandeel op te nemen in box 3 van de inkomstenbelastingaangifte, tenzij het totale vermogen van de aangiftehouder onder de heffingsvrije grens ligt. Het aandeel wordt standaard verrekend met een verondersteld rendement van 6,04%, wat hoger is dan het rendement op banktegoeden.

Er is een voorgestelde wijziging in de wetgeving die het aandeel in het VvE-vermogen zou behandelen als een banktegoed in plaats van een overige bezitting. Hierdoor zou het rendementpercentage dalen van 6,04% naar 1,44%. Deze wijziging is nog in de bespreking en hangt af van de goedkeuring door de Eerste Kamer. Als deze wijziging wordt ingevoerd, zou het met terugwerkende kracht gelden tot en met januari 2023. Dit betekent dat eigenaren nu al lager belast kunnen worden, afhankelijk van de eventuele goedkeuring door de Eerste Kamer.

Er zijn ook mogelijkheden voor eigenaren om hun aanslag aan te passen door het werkelijke rendement van het aandeel aan te tonen. Dit is echter enkel mogelijk als dit voordeel werkelijk bestaat en aan de Belastingdienst kan worden onderbouwd. Het is aan te raden om jaarlijks contact op te nemen met de VvE-beheerder of bestuur om een duidelijk overzicht van het aandeel in het reservefonds te verkrijgen. Dit zorgt voor transparantie en helpt bij het correct invullen van de belastingaangifte.

De fiscale wetgeving in Nederland is onderhevig aan voortdurende veranderingen. Momenteel is er een brede discussie over de verwerking van vermogensbezittingen in de belastingaangifte. De huidige regelgeving is gebaseerd op veronderstelde rendementen, terwijl er steeds meer druk is om over te schakelen naar een systeem op basis van het werkelijke rendement. De regering werkt aan een zo spoedig mogelijke invoering van een stelsel op basis van het werkelijk behaalde rendement.

Voor eigenaren van een aandeel in het vermogen van een VvE is het essentieel om de fiscale regels en verplichtingen goed te begrijpen. Dit helpt om eventuele fouten of vertragingen bij de aangifte te voorkomen en zorgt voor een efficiënt beheer van de belastingaanslag.

Bronnen

  1. Het aandeel in een VvE bij de aangifte inkomstenbelasting – Belastingtechnische aandachtspunten voor eigenaren
  2. Hoe moet je je aandeel in een VvE opgeven bij de Belastingdienst?
  3. Regionale belastingregelgeving
  4. HR-06-06-2024-nr-23-00653-nr-23-00654

Related Posts