Inleiding
In het kader van het beleidsplan voor peutergroepen en voor- en vroegschoolse educatie (VVE) voor de jaren 2016 tot en met 2018 heeft de gemeente Amsterdam besloten tot een aantal belangrijke beleidsmaatregelen, gericht op het creëren van een integraal aanbod voor kinderen van 2,5 tot 4 jaar. Dit beleidsplan is ontwikkeld in reactie op de stedelijke visie op onderwijs en kinderopvang en richt zich op het bereiken van een ontwikkelrecht voor alle peuters in Amsterdam. Het doel is om kinderen op maat een aanbod te doen waardoor zij zich optimaal kunnen ontwikkelen in een pedagogisch en educatief kader.
Het beleidsplan bevat ook concrete maatregelen voor de financiering en uitvoering van deze ambities. In 2016 werd een bedrag van € 2,8 miljoen beschikbaar gesteld voor het aanbod van voorschoolse educatie aan kinderen die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag (KOT). De uitbreiding van de capaciteit van peuterspeelzalen en kinderdagverblijven is een van de kernmaatregelen. Buiten de financiële aspecten zijn ook wettelijke en regelgevende kaders meegenomen, zoals het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie en landelijke wetgeving in het kader van de harmonisering van kinderopvang en peuterspeelzalen.
Het beleidsplan is niet alleen gericht op doelgroepkinderen – kinderen met een risico op taalachterstand – maar ook op niet-doelgroepkinderen. Voor deze laatste groep wordt een aanbod gemaakt van twee dagdelen gratis voorschoolse educatie, waarbij flexibiliteit in uren en aanbod wordt benadrukt. De gemeente streeft naar integrale voorzieningen voor kinderen van 0 tot 12 jaar, waarin een doorgaande educatieve lijn centraal staat.
Deze artikel biedt een overzicht van het beleidsplan, de doelstellingen, de uitvoering en de financiële kaders. De nadruk ligt op feitelijke informatie uit de beschikbare bronnen, met een kritische evaluatie van de betrouwbaarheid van de informatie.
Doelstellingen van het beleidsplan
Het beleidsplan Peutergroep/VVE 2016-2018 streeft naar een integrale aanbod voor kinderen van 2,5 tot 4 jaar, waarbij de focus ligt op voorschoolse educatie en een ontwikkelingsgerichte aanpak. Het beleidsplan introduceert het concept van een ontwikkelrecht, wat inhoudt dat alle kinderen in deze leeftijdsgroep een aanbod krijgen dat afgestemd is op hun individuele ontwikkeling. Dit ontwikkelrecht geldt voor zowel doelgroepkinderen als niet-doelgroepkinderen.
Ontwikkelrecht voor doelgroepkinderen
Doelgroepkinderen zijn kinderen met een risico op een (taal)achterstand. Volgens het beleidsplan wordt gestreefd naar een deelnamegraad van 90% van deze groep in een voorschoolse educatievoorziening. In 2016 zou ongeveer 4.500 doelgroepkinderen bereikt worden. Het doel is om deze kinderen een ondersteunend educatief kader te bieden, waarin taalontwikkeling, sociaal- emotionele ontwikkeling en cognitieve vaardigheden centraal staan.
Ontwikkelrecht voor niet-doelgroepkinderen
Voor niet-doelgroepkinderen – kinderen zonder risico op (taal)achterstand – is er tot nu toe geen stedelijk beleid geweest dat recht geeft op voorschoolse educatie. Het beleidsplan brengt dit aanbod op het bord. Voor deze groep wordt een aanbod gemaakt van twee dagdelen gratis voorschoolse educatie. Dit betreft kinderen die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag (KOT) en die op wachtlijsten voor peuterspeelzalen staan of wonen in wijken met relatief veel ouders zonder KOT-recht.
Integraal aanbod en doorgaande educatieve lijn
Het beleidsplan benadrukt ook de integratie van peutervoorzieningen en een doorgaande pedagogische en educatieve ontwikkelingslijn. Dit betekent dat het aanbod voor kinderen van 2,5 tot 4 jaar op een rij ligt met het basisonderwijs. De gemeente streeft naar een aanbod waarin kinderen samen spelend leren in de buurt, ouders een educatieve partner worden en vakbekwame pedagogische medewerkers en leerkrachten werken.
Een integrale voorziening voor kinderen van 0 tot 12 jaar is hierbij het langdurige doel. Dit betreft een kwalitatief hoogwaardig voorschools aanbod, waarbij kinderen zich op een natuurlijke manier kunnen ontwikkelen in hun omgeving.
Focus op kwaliteit
De gemeente stelt eisen aan de kwaliteit van de voorschoolse educatie. Alleen gemeente-erkende voorscholen komen in aanmerking voor subsidie. De kwaliteit van de voorzieningen wordt onderzocht en toezicht wordt uitgeoefend op de naleving van de wettelijke voorschriften, zoals opgenomen in de Wet kinderopvang (WKO) en de nadere regelgeving. Het college heeft op 17 maart 2015 het vernieuwde beleidskader voor toezicht en handhaving op kinderopvang vastgesteld, waarin staat hoe de gemeente haar wettelijke taak uitvoert.
Uitvoering en financiering
De uitvoering van het beleidsplan Peutergroep/VVE 2016-2018 omvat een aantal concrete maatregelen, gericht op de uitbreiding van het aanbod aan voorschoolse educatie en het creëren van een betere toegang voor kinderen in wijk- en stadscontexten.
Financiële maatregelen voor 2016
In 2016 is een bedrag van € 2,8 miljoen beschikbaar gesteld voor de uitbreiding van het gratis aanbod aan voorschoolse educatie voor niet-doelgroepkinderen. Deze maatregel is een eerste stap richting het ontwikkelrecht voor alle peuters in Amsterdam. Het geld is afkomstig uit de gereserveerde coalitiemiddelen ten behoeve van de alles-in-één-school. Deze financiering is bedoeld om de uitbreiding van de capaciteit van peuterspeelzalen en kinderdagverblijven mogelijk te maken.
Uitvoering van de regeling
De regeling voor niet-doelgroep/niet-KOT wordt gefaseerd ingevoerd. De start is gemaakt in wijken met de hoogste wachtlijsten voor peuterspeelzalen en in focuswijken/aandachtsbuurten, waar relatief veel ouders wonen zonder recht op kinderopvangtoeslag. Dit betekent dat in deze gebieden kinderen die op wachtlijsten staan voor twee dagdelen voorschoolse educatie op een peuterspeelzaal, een vergelijkbaar aanbod krijgen via een kinderdagverblijf. Deze aanpak is bedoeld om het aanbod in deze wijkgebieden gelijkwaardig te maken aan dat van andere delen van de stad.
Subsidievoorwaarden
Alleen voorscholen komen in aanmerking voor subsidie. De gemeente erkent peuterspeelzalen en kinderdagverblijven die aan de kwaliteitscriteria voldoen. De subsidie is niet alleen gericht op de financiering van het aanbod aan kinderen, maar ook op de uitbreiding van groepen en de flexibilisering van uren. Dit is mede gebaseerd op ervaringen uit de pilots van peuterscholen, waar positieve effecten zijn geconstateerd bij het combineren van kinderopvang en voorschoolse educatie.
Financiële gevolgen
De financiering van het beleidsplan heeft gevolgen voor de gemeentelijke begroting. In de bronnen is een financiële tabel opgenomen die laat zien dat in 2016 een bedrag van € 10,2 miljoen ten laste komt van de algemene middelen. Hieruit valt te concluderen dat de uitbreiding van het aanbod in de eerste jaren van het beleidsplan met behulp van bestaande middelen wordt uitgevoerd. Voor de jaren 2017 en 2018 zal de wethouder onderwijs jaarlijks een voorstel voor besteding van coalitiemiddelen aan het college voorleggen.
Wettelijke en regelgevende kaders
Het beleidsplan Peutergroep/VVE 2016-2018 is niet alleen een stedelijk beleidsinstrument, maar ook een reactie op landelijke wettelijke en regelgevende ontwikkelingen. In het kader van de harmonisatie van kinderopvang en peuterspeelzalen zijn er landelijke wetgevende veranderingen voorzien voorafgaand aan 2018. Deze veranderingen zullen invloed hebben op de financiering en uitvoering van voorschoolse educatie in de komende jaren.
Harmonisering van kinderopvang en peuterspeelzalen
In de tweede helft van 2016 en 2017 is sprake van een tijdelijke periode, omdat vanaf 2018 landelijk de wetgeving in het kader van de harmonisering van kinderopvang en peuterspeelzalen wordt gewijzigd. Tijdens deze overgangsperiode zijn de landelijke kaders vooralsnog ongewijzigd, maar is het beleid van de gemeente wel aangepast aan de nieuwere stedelijke richtlijnen. De gemeente streeft naar integrale voorzieningen voor kinderen van 0 tot 12 jaar, waarbij de voorschoolse educatie een kwalitatief hoogwaardig en doorgaand onderdeel vormt van het educatieve aanbod.
Landelijke financiering en inhoudelijke kaders
Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen is verantwoordelijk voor de landelijke financiering en inhoudelijke kaders van voor- en vroegschoolse educatie. In de jaren 2018 en verder worden nieuwe financiële en inhoudelijke richtlijnen verwacht. In afwachting daarvan is de gemeente gestart met het aanpassen van haar huidige subsidiebeleid, zodat het aansluit bij de landelijke ontwikkelingen. De gemeente subsidieert momenteel alleen een klein aantal peuterspeelzalen zonder voorschoolse educatie. Deze zalen worden op lange termijn verwacht om te gaan naar een aanbod van voorschoolse educatie of zonder subsidie verder te gaan.
Wettelijke kaders voor kwaliteit
De kwaliteit van voorschoolse educatie wordt gereguleerd via het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. Dit besluit stelt eisen aan de inhoud en uitvoering van voorschoolse educatie. De gemeente draagt verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van toezicht op de naleving van deze voorschriften. In 2015 is het vernieuwde beleidskader voor toezicht en handhaving op kinderopvang vastgesteld, waarin staat hoe de gemeente haar wettelijke taak uitvoert.
Implementatie en evaluatie
De implementatie van het beleidsplan Peutergroep/VVE 2016-2018 is een proces dat zowel op gemeentelijk als op instellingsniveau wordt uitgevoerd. Daarnaast wordt rekening gehouden met evaluatie en aanpassingen op basis van ervaringen.
Piloten en ervaringen
Een aantal voorstellen in het beleidsplan is mede gebaseerd op de eerste positieve ervaringen uit de pilots van peuterscholen. Deze piloten zijn gericht op het combineren van kinderopvang en voorschoolse educatie, wat leidt tot een doorgaande educatieve lijn. De positieve resultaten van deze piloten hebben ertoe geleid dat het beleidsplan voorgaande maatregelen introduceert, zoals het aanbod van twee dagdelen gratis voorschoolse educatie en flexibiliteit in uren.
Tussentijdse evaluatie
In het kader van het beleidsplan is een tussentijdse evaluatie uitgevoerd van de pilot peuterscholen. Deze evaluatie is onderdeel van het beleidsplan en is meegenomen in het besluit van het college van 25 augustus 2015. De evaluatie levert inzicht in de effectiviteit van het beleid en eventuele verbeterpunten. De evaluatie is een instrument om ervaringen te delen en het beleid te verbeteren.
Aanpassingen op basis van ervaring
Het beleidsplan is niet statisch, maar bouwt voort op ervaringen en evaluaties. In de jaren 2017 en 2018 zal de wethouder onderwijs jaarlijks een voorstel voor besteding van coalitiemiddelen voorstellen aan het college. Dit betekent dat het beleid in de loop van de jaren kan worden aangepast aan veranderende omstandigheden, wettelijke kaders en behoeften van de bevolking.
Focus op wijkgerichte aanpak
Het beleidsplan benadrukt de wijkgerichte aanpak van voorschoolse educatie. In de focuswijken en aandachtsbuurten wordt extra aandacht besteed aan het creëren van een gelijkwaardig aanbod. In deze gebieden zijn de wachtlijsten langer en is het percentage ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag hoger. Door het beleidsplan gericht te houden op deze wijkgebieden, wordt geprobeerd de kloof tussen wijk- en stadsaanbod te verkleinen.
Conclusie
Het beleidsplan Peutergroep/VVE 2016-2018 stelt een ambieus kader voor de voorschoolse educatie in Amsterdam. Het introduceert het concept van een ontwikkelrecht voor alle kinderen van 2,5 tot 4 jaar, waarbij het aanbod is afgestemd op individuele ontwikkeling. De uitvoering van het plan houdt rekening met wettelijke kaders, landelijke wetgevingsontwikkelingen en een stedelijke visie op integrale voorzieningen voor kinderen van 0 tot 12 jaar.
Financieel is het plan opgezet via de financiering van een uitbreiding van het aanbod, met een focus op niet-doelgroepkinderen. In 2016 werd een bedrag van € 2,8 miljoen beschikbaar gesteld, afkomstig uit de gereserveerde coalitiemiddelen. De uitvoering is gefaseerd, met een focus op wijkgebieden met hoge wachtlijsten en een relatief hoog aantal ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag.
De implementatie van het beleidsplan is een proces dat zowel op gemeentelijk als op instellingsniveau wordt uitgevoerd. Evaluatie en aanpassingen op basis van ervaringen spelen een belangrijke rol in de continuïteit van het beleid. In de komende jaren zal het plan verder worden uitgewerkt, met aandacht voor de harmonisering van kinderopvang en voorschoolse educatie.
Het beleidsplan is een belangrijk instrument om de kwaliteit van voorschoolse educatie te verbeteren en toegankelijkheid te vergroten. Door middel van een doorgaande educatieve lijn en een integrale aanpak wordt gestreefd naar een beter aanbod voor kinderen en ouders in Amsterdam.