WBTR en VvE: Juridische Afweging, Uitzonderingen en Bestuursrisico's

De invoering van de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR) op 1 juli 2021 markeert een fundamentele verschuiving in de governance van civiele rechtspersonen in Nederland. De wet heeft als primair doel de kwaliteit van het bestuur en de toezichthouders binnen verenigingen en stichtingen te verhogen, waardoor de overheid streeft naar een uniforme regeling van taken, bevoegdheden en aansprakelijkheid. Door deze aspecten wettelijk vast te leggen, wil de wetgever misstanden zoals belangenverstrengeling, onbehoorlijk bestuur, zelfverrijking, fraude en diefstal tegen gaan. Een cruciale vraag voor het vastgoedsektor, specifiek voor Verenigingen van Eigenaars (VvE), is echter of deze nieuwe wetgeving ook van toepassing is op hun specifieke situatie.

De kern van de jurispronding ligt in de constructie van de rechtspersonen zelf. Hoewel een VvE in technische zin een vereniging is, geldt de WBTR niet voor de VvE die is ontstaan vanwege appartementsrechten. De reden hiervoor ligt in de structuur van het Burgerlijk Wetboek (BW). De regels voor verenigingen en stichtingen zijn te vinden in Boek 2 BW, terwijl de specifieke regels voor een VvE apart zijn geregeld in Boek 5 BW. Volgens artikel 5:124 lid 3 BW is titel 2 van boek 2 BW slechts van toepassing voor zover er in Boek 5, titel 9 afdeling 2 daar naar wordt verwezen. Aangezien de artikelen uit titel 2 boek 2 BW die door de WBTR worden aangepast niet expliciet in Boek 5 naar verwezen worden, vallen VvE's buiten de werkingssfeer van de WBTR. Dit betekent dat een VvE, hoewel technisch een vereniging, een eigen, autonome wettelijke regeling heeft die prioriteit heeft boven de algemene regels voor verenigingen.

Deze uitzondering is van groot belang voor bestuurders van VvE's. Hoewel de WBTR niet direct van toepassing is, blijven er wel degelijke verplichtingen over op het gebied van bestuur en toezicht die specifiek voor VvE's gelden. De wetgeving voor VvE's in Boek 5 regelt onder andere de taken van het bestuur, de opvolging bij belet of ontsteltenis en de regels rondom belangenverstrengeling. Dit betekent dat hoewel de WBTR niet geldt, de principes van goed bestuur en de noodzaak van toezicht wel degelijk zijn vastgelegd binnen de specifieke VvE-regeling.

De Juridische Scheiding: Boek 2 versus Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek

Het begrip "rechtspersoon" is in het Nederlandse recht breed gedefinieerd en omvat zowel verenigingen en stichtingen (Boek 2 BW) als andere vormen zoals de VvE (Boek 5 BW). De WBTR is specifiek gericht op het verbeteren van de structuur van besturen binnen de eerste categorie. De wet dwingt bestuurders en toezichthouders om afspraken vast te leggen en te waarborgen voor zover dit nog niet is gedaan binnen verenigingen of stichtingen zoals deze zijn geregeld in Boek 2.

Voor een VvE is deze directie niet van toepassing. De reden hiervoor is dat de VvE een aparte, wettelijke regeling heeft in het Burgerlijk Wetboek (Boek 5). Deze vereniging ontstaat van rechtswege (automatisch) zodra een pand wordt gesplitst in appartementen of bijbehorende appartementsrechten. Omdat de regels voor de VvE volledig in Boek 5 zijn uitgewerkt, is er geen noodzaak om naar de algemene regels in Boek 2 te verwijzen. Dit creëert een zelfstandig rechtskader dat niet raakt door de aanpassingen die de WBTR doorvoert in Boek 2.

De onderscheiding tussen deze twee boeken is essentieel voor het begrip van aansprakelijkheid en bestuurspractices. In Boek 2 worden algemene regels voor verenigingen neergelegd, terwijl Boek 5 specifiek de situatie van meerlaags woninggebruik, zoals in flats of grachtenpanden, en bungalowparken of vakantieappartementen regelt. Omdat de VvE een specifieke vorm van eigendom is die gebaseerd is op appartementsrechten, valt deze niet onder de nieuwe regels van de WBTR die van toepassing zijn voor verenigingen en stichtingen die zich in Boek 2 bevinden.

Belangenverstrengeling en de Rol van de Kascommissie

Hoewel de WBTR niet direct van toepassing is voor VvE's, blijven de principes van belangenverstrengeling en financiële controle van groot belang. De WBTR heeft tot doel om te voorkomen dat bestuurders in een situatie van belangenverstrengeling terechtkomen. Als er een persoonlijk belang is, mag het betrokken bestuurslid niet meebeslissen. In de context van een VvE, waar de VvE een aparte regeling heeft in Boek 5, zijn de regels over belangenverstrengeling al wettelijk vastgelegd. Dit betekent dat het bestuur van een VvE al moet beschikken over duidelijke regels voor besluitvorming in situaties waarin een bestuurder persoonlijk belang heeft bij een beslissing.

Het belang van een kascommissie wordt door de wetgeving sterk benadrukt. In de praktijk merkt men dat leden niet snel bereid zijn om zitting te nemen in de kascommissie. Niettemin is het een wettelijke vereiste dat de algemene ledenvergadering jaarlijks een kascontrolecommissie dient te benoemen die bestaat uit minimaal twee leden. Deze kascontrolecommissie fungeert als het toezichtmechanisme dat de financiële integriteit waarborgt. Hoewel de WBTR dit versterkt voor verenigingen, geldt voor de VvE dezelfde eis via de specifieke regeling in Boek 5.

De tabel hieronder vat de verschillen samen tussen de WBTR en de VvE-regeling wat betreft de kernbegrippen:

Aspect Verenigingen en Stichtingen (Boek 2 BW + WBTR) Vereniging van Eigenaars (Boek 5 BW)
Wetgeving Onderhevig aan WBTR (vanaf 1 juli 2021) Niet onderhevig aan WBTR
Toepassing Regelt bestuur, toezicht en aansprakelijkheid Regelt specifiek meerlaagsgebruik en appartementsrechten
Kascontrole Vereist door WBTR (als onderdeel van goed bestuur) Al wettelijk vereist in Boek 5 (minimaal 2 leden)
Belangenverstrengeling Nieuwe regels in WBTR om dit te voorkomen Reeds geregeld in Boek 5
Aansprakelijkheid Bestuurders kunnen privé aansprakelijk worden gesteld Bestuurders kunnen privé aansprakelijk worden gesteld

Deze tabel illustreert dat hoewel de WBTR niet geldt voor VvE's, de fundamentele principes van goed bestuur en financiële controle al in de specifieke VvE-wetgeving zijn verankerd. De nadruk op de kascommissie is dus niet nieuw voor VvE's, maar een bestaande wettelijke verplichting die parallel loopt met de doelen van de WBTR voor andere rechtspersonen.

Bestuurdersaansprakelijkheid en Privévermogen

Een van de meest kritieke aspecten van het bestuur van een VvE is de mogelijke aansprakelijkheid van de bestuurders. Zelfs al geldt de WBTR niet voor VvE's, het risico op aansprakelijkheid blijft bestaan. Als bestuurder van een VvE kan men als privépersoon worden aangesproken voor eigen fouten of nalatigheden bij het uitoefenen van hun functie. Dit betekent dat het privévermogen van de bestuurder in gevaar kan komen bij financiële tekorten, vergissingen of onbehoorlijk bestuur.

De wetgeving stelt dat bestuurders van een VvE, anders dan vaak gedacht, ook in privé kunnen worden aangesproken voor financiële tekorten. Dit risico is reëel omdat een VvE geen rechtspersoon is in de zin van Boek 2, maar een specifieke constructie in Boek 5. Desalniettemin geldt het principe dat bestuursleden verantwoordelijk zijn voor hun beslissingen en dat fouten in het financiële beheer tot persoonlijke aansprakelijkheid kunnen leiden.

Om dit risico te mitigeren, is er de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering voor VvE's. Deze verzekering is speciaal bedoeld voor bestuurders, commissarissen en toezichthouders. Het doel is om het privévermogen van de bestuurder te beschermen tegen claims van derden die voortvloeien uit hun functie. Een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering dekt de aansprakelijkheid, zodat het privévermogen van de bestuurder buiten schot blijft. Dit is van cruciaal belang voor vrijwilligers die zich inzetten voor de vereniging zonder dat ze zich bewust zijn van het mogelijke risico voor hun privévermogen.

De WBTR voor verenigingen en stichtingen heeft als doel om misstanden als belangenverstrengeling en onbehoorlijk bestuur te voorkomen. Voor een VvE zijn deze principes al vastgelegd in de wet, maar de bewuste keuze om zich te verzekeren is een proactieve stap om de financiële risico's te beperken. Het is belangrijk om te benadrukken dat de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering niet slechts voor bedrijven geldt, maar ook voor verenigingen van eigenaren.

De Praktijk van Bestuur en Toezicht in de VvE

In de praktijk merken bestuurders van VvE's vaak dat leden niet snel bereid zijn om zitting te nemen in de kascommissie. Dit is een bekend probleem binnen de sector, aangezien de taken vaak als tijdrovend worden ervaren. Niettemin is het wettelijk verplicht dat de algemene ledenvergadering jaarlijks een kascommissie benoemt die bestaat uit minimaal twee leden. Deze commissie dient als het toezichtorgaan dat de financiële transacties controleert en het bestuur verantwoordelijk houdt.

De wetgeving voor VvE's in Boek 5 regelt niet alleen de taken van het bestuur, maar ook wie optreedt bij belet of ontsteltenis en de regels voor belangenverstrengeling. Dit betekent dat het bestuur van een VvE moet functioneren binnen een strikt gedefinieerd kader. De nadruk op goed bestuur en transparantie is essentieel, zeker wanneer het gaat om besluiten over uitgaven. Om financiële "vergissingen" te voorkomen, dient de besluitvorming over uitgaven te zijn vastgelegd. In de statuten moet de vereniging of stichting aangeven hoe besluitvorming in een dergelijk geval is geregeld.

Het belang van een duidelijke regeling in de statuten kan niet onderbeladen worden. De statuten dienen de regels voor belangenverstrengeling en financiële besluitvorming expliciet te bevatten. Hoewel de WBTR dit voor verenigingen en stichtingen heeft versterkt, geldt dit voor VvE's via de specifieke regeling in Boek 5. Dit betekent dat de VvE-besturen zelf moeten zorgen voor een goede interne organisatie en transparantie.

Onderhoud en de Impact van Woningventilatie

Naast de bestuursaspecten is er ook een andere cruciale dimensie voor VvE-besturen: het onderhoud van de woningventilatie. Dit is vaak een ondergeschoven kindje, maar het is vitaal voor de gezondheid van de woning en de bewoners. Het is belangrijk om regelmatig goed onderhoud te plegen. Het gaat hier niet alleen over de VvE-wetgeving, maar ook over de technische aspecten van het beheer van de VvE.

In de context van de VvE is het onderhoud van de ventilatiesystemen een gedeelde verantwoordelijkheid die door de VvE moet worden beheerd. Hoewel de WBTR niet van toepassing is op dit specifieke technische aspect, de zorg voor de gezonde binnenlucht is een basisverantwoordelijkheid van het bestuur. De gezondheid van de bewoners hangt af van de staat van de ventilatie. Dit vereist dat het bestuur proactief handelen moet om dit onderhoud te plannen en uit te voeren.

Conclusie

De Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR) die op 1 juli 2021 in werking is getreden, heeft de regels voor verenigingen en stichtingen in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek gewijzigd. Hoewel deze wet als doel heeft om de kwaliteit van bestuur en toezicht te verbeteren, geldt deze wet niet voor Verenigingen van Eigenaars (VvE). De reden hiervoor is dat de VvE een aparte, wettelijke regeling heeft in Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek. De regels voor VvE's zijn specifiek uitgewerkt en behelzen de taken van het bestuur, de opvolging bij belet of ontsteltenis en de regels voor belangenverstrengeling.

Ondanks dat de WBTR niet van toepassing is, blijven de principes van goed bestuur en financiële controle van cruciaal belang. Het belang van een kascommissie wordt benadrukt, waarbij de algemene ledenvergadering jaarlijks een kascontrolecommissie dient te benoemen die uit minimaal twee leden bestaat. Ook de aansprakelijkheid van bestuurders is een reëel risico; bestuurders kunnen als privépersoon worden aangesproken voor fouten of nalatigheden. Om dit risico te mitigeren, is de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering een noodzakelijk instrument om het privévermogen te beschermen.

Voor bestuurders van VvE's is het dus belangrijk om zich bewust te zijn van de specifieke wetgeving in Boek 5 en de noodzaak van goed bestuur. De WBTR heeft weliswaar niet direct invloed op de VvE, maar de principes die deze wet nastreeft – transparantie, financiële controle en het voorkomen van belangenverstrengeling – zijn al vastgelegd in de VvE-regeling. De combinatie van wettelijke regels, de noodzaak van een kascommissie en de beschikbaarheid van een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering vormt de basis van een goed functionerend bestuur van een VvE.

Bronnen

  1. De WBTR en de VvE
  2. Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen geldt niet voor VvE's
  3. Geldt de WBTR voor VvE's?
  4. Wat is WBTR?
  5. Bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering VvE
  6. Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR)

Related Posts