Inleiding
Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) speelt een centrale rol in de ontwikkeling van jonge kinderen. Sinds 2006 zijn er significante ontwikkelingen geweest in het aanbod en de uitvoering van VVE-programma’s. Deze programma’s zijn bedoeld om de continuïteit in de ontwikkeling van kinderen tussen 0 en 6 jaar te bevorderen, met name in de vier ontwikkelingsgebieden: taal, rekenen, sociaal-emotioneel en fysiek. In dit artikel worden de ontwikkelingen in het VVE-landelijk aanbod tussen 2006 en 2018 besproken, inclusief de rol van centrumgerichte en gezinsgerichte programma’s, de kwaliteit van het aanbod en de implementatie in de praktijk.
VVE-programma’s: centrumgericht versus gezinsgericht
VVE-programma’s zijn onderscheiden in twee categorieën: centrumgerichte en gezinsgerichte programma’s. Centrumgerichte programma’s zijn bedoeld voor professionals in de voor- en vroegschool, zoals kinderpedagogisch werkers en leerkrachten. Deze programma’s zijn ontworpen om doelgroepkinderen tussen 2 en 6 jaar te ondersteunen in hun ontwikkeling. Bekende centrumgerichte programma’s zijn Piramide, Startblokken en Uk & Puk. Deze programma’s bieden een doorgaande lijn in activiteiten en werkwijzen van de voorschool naar de vroegschool, en sommige starten al vanaf de baby-tijd.
Gezinsgerichte programma’s, zoals VVE Thuis, Opstapje en Opstap Tuijl, zijn gericht op ouders of verzorgers om de kinderen thuis te ondersteunen. Deze programma’s zijn bedoeld om ouders te betrekken in het stimuleren van de ontwikkeling van hun kinderen in de thuissituatie. Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut (2006) onderzocht het rendement van Opstap bij Turkse en Marokkaanse gezinnen in de basisschoolperiode en concludeerde dat gezinsgerichte programma’s een positieve bijdrage kunnen leveren aan de ontwikkeling van kinderen in de vroegschoolse fase.
Beide typen programma’s zijn in de periode 2006–2018 verder ontwikkeld en uitgebreid. Ondanks de groeiende aandacht voor VVE, blijft de uitvoering van deze programma’s in de praktijk afhankelijk van de samenwerking tussen professionals en ouders, evenals van de kwaliteit van de implementatie.
Centrumgerichte programma’s: doorgaande lijnen en kwaliteit
Een belangrijk doel van centrumgerichte programma’s is het creëren van een doorgaande lijn in de ontwikkeling van kinderen van de voorschool naar de vroegschool. Deze lijn moet zowel in de inhoud van de activiteiten als in de werkwijze continu zijn. De Inspectie van het Onderwijs (2020) stelde vast dat de doorgaande lijn in het aanbod en in de kwaliteit van VVE in Nederland nog niet volledig is gerealiseerd. De samenwerking tussen peuterspeelzalen en basisscholen moet verbeterd worden om een betere continuïteit te garanderen.
Een studie van Veen, Daalen en Heurter (2010) liet zien dat de samenwerking tussen professionals van voor- en vroegschool belangrijk is om continuïteit in de ontwikkeling van kinderen te bevorderen. Echter, wanneer verschillende VVE-programma’s of werkwijzen worden gebruikt, wordt deze continuïteit moeilijker te realiseren. Het gebruik van één programma per instelling wordt daarom aanbevolen om consistente aanpak te garanderen.
In de jaren na 2006 is er een toename geweest in het aantal gevolgde trainingen door peuterspeelzaalleidsters, wat de professionaliteit van de uitvoerders verbeterde. Echter, de samenwerking tussen peuterspeelzalen en basisscholen bleef in veel gevallen moeizaam, zoals uit interviews met betrokken uitvoerders en coördinatoren bleek. Bovendien liet een studie zien dat scholen die later met VVE zijn begonnen (na 2003) in sommige aspecten minder actief zijn dan scholen die eerder zijn begonnen met VVE. Dit betreft bijvoorbeeld de organisatie van themabijeenkomsten, dubbele bezetting in groep 1 en 2, en het stimuleren van ouders om mee te werken met het programma.
Gezinsgerichte programma’s: ouders als belangrijke partner
Gezinsgerichte programma’s zijn een belangrijk onderdeel van VVE. Deze programma’s richten zich op ouders en verzorgers om hen te ondersteunen in het stimuleren van de ontwikkeling van hun kinderen in de thuissituatie. Onderzoeken zoals het longitudinale onderzoek van C. van en Siebes (2006) tonen aan dat gezinsgerichte programma’s een positieve invloed kunnen hebben op de ontwikkeling van kinderen, met name in de vroegschoolse fase.
Het programma Opstapje, bijvoorbeeld, richt zich op jonge kinderen en hun ouders om te vormgeven tot een beter aansluitend start in de basisschool. Het programma biedt ouders tools om thuis activiteiten te organiseren die aansluiten bij de doelstellingen van de voorschoolse educatie. Een ander voorbeeld is VVE Thuis, dat ouders helpt om hun kinderen in de thuissituatie te stimuleren met behulp van specifieke activiteiten en materialen.
Het succes van gezinsgerichte programma’s hangt sterk af van de mate waarin ouders betrokken worden in het proces. De Inspectie van het Onderwijs stelde vast dat ouders in veel gevallen niet voldoende betrokken zijn bij de activiteiten van VVE-programma’s. Dit beperkt de effectiviteit van deze programma’s en benadrukt de noodzaak van betere communicatie en betrokkenheid van ouders.
De rol van het ministerie en onderzoek in de ontwikkeling van VVE-programma’s
Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) speelt een centrale rol in de ontwikkeling en implementatie van VVE-programma’s. Minister Slob (2018) benadrukte, net als zijn voorganger staatssecretaris Dekker (2016), dat VVE een positieve bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van doelgroeppeuters, mits het aanbod van hoge kwaliteit is. Om dit te waarborgen, heeft het ministerie een breed monitorings-, evaluatie- en onderzoeksprogramma opgestart.
De Inspectie van het Onderwijs is verantwoordelijk voor het beoordelen van de kwaliteit van VVE. Daarnaast wordt onderzoek aangestuurd om te onderzoeken hoe gemeenten hun middelen besteden en hoe de ontwikkeling van (doelgroep)peuters verloopt. Dit onderzoek is van belang om te begrijpen wat effectief werkt in de praktijk en hoe VVE-programma’s kunnen worden verbeterd.
Het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) heeft een databank met jeugdinterventies, waaronder VVE-programma’s. De onafhankelijke Erkenningscommissie Interventies beoordeelt of deze programma’s goed onderbouwd en effectief zijn. Ook wordt gecontroleerd of de programma’s voldoen aan het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie, dat onder meer vereist dat VVE-programma’s de ontwikkeling van kinderen stimuleren op het gebied van taal, rekenen, sociaal-emotionele en fysieke ontwikkeling.
Er zijn acht integrale VVE-programma’s erkend die alle vier de ontwikkelingsgebieden aanpakken. Daarnaast zijn er programma’s die zich slechts op één ontwikkelingsgebied richten, zoals Taallijn (gericht op taalachterstand) en VoorleesExpress (gericht op het stimuleren van voorlezen thuis). Deze programma’s kunnen als aanvulling gebruikt worden op integrale programma’s, maar het gebruik ervan vereist zorgvuldige afstemming met het hoofdprogramma.
De impact van VVE-programma’s op de ontwikkeling van kinderen
Een aantal onderzoeken heeft de effectiviteit van VVE-programma’s geëvalueerd. Een studie toonde aan dat de effecten van VVE-programma’s op de ontwikkeling van kinderen beperkt zijn. In het onderzoek zijn vijf toetsen/taken afgenomen, waarvan drie in de voorschoolse fase (op het gebied van taal, rekenen en selectieve aandacht), en drie vergelijkbare in de vroegschoolse fase. De effecten die werden gemeten, waren klein of verwaarloosbaar. Bijvoorbeeld was er geen significant effect op taal in de voorschoolse fase, evenmin op rekenen in de vroegschoolse fase. De effecten op rekenen in de voorschoolse fase en op taal in de vroegschoolse fase waren klein (respectievelijk 0,40 en 0,26).
Deze bevindingen suggereren dat de impact van VVE-programma’s op de ontwikkeling van kinderen beperkt is, mits het aanbod niet goed is uitgevoerd. Echter, de Inspectie van het Onderwijs benadrukte dat de kwaliteit van VVE-programma’s cruciaal is voor hun effectiviteit. Als de programma’s goed worden uitgevoerd en goed afgestemd zijn op de behoeften van de kinderen, kunnen ze een positieve bijdrage leveren aan de ontwikkeling.
De toekomst van VVE-programma’s
Ondanks de beperkte effecten die in sommige studies zijn gemeten, blijft VVE een belangrijk onderdeel van de educatieve voeding voor jonge kinderen. Het ministerie van OCW benadrukt het belang van het uitbreiden van het aanbod van VVE-programma’s en het verbeteren van de kwaliteit van de uitvoering. In de komende jaren is er een investering van honderden miljoenen euro’s in het onderwijsachterstandbeleid, met een focus op voorschoolse educatie.
Om de kwaliteit van VVE-programma’s te waarborgen, is het belangrijk om de samenwerking tussen professionals en ouders te verbeteren. Ook is het van belang om de uitvoerders goed te trainen en te ondersteunen, zodat ze de programma’s effectief kunnen uitvoeren. Daarnaast is het noodzakelijk om ouders actiever te betrekken in het proces, bijvoorbeeld door hen te informeren over de inhoud van de programma’s en hen te betrekken bij de activiteiten die in de instellingen plaatsvinden.
Conclusie
De periode 2006–2018 heeft gebracht dat het aanbod van VVE-programma’s is uitgebreid en de implementatie is verder ontwikkeld. Centrumgerichte en gezinsgerichte programma’s spelen beide een rol in de ontwikkeling van jonge kinderen. Echter, de kwaliteit van de uitvoering van deze programma’s varieert, en de continuïteit in het aanbod is in veel gevallen nog niet volledig gerealiseerd.
De rol van ouders is van groot belang in de effectiviteit van VVE-programma’s. Een betere betrokkenheid van ouders en een verbeterde samenwerking tussen professionals kunnen de impact van VVE-programma’s versterken. Daarnaast is het noodzakelijk om de kwaliteit van de uitvoering te waarborgen, bijvoorbeeld door het bieden van trainingen en ondersteuning aan uitvoerders en door het uitvoeren van evaluaties en onderzoeken.
De toekomst van VVE-programma’s hangt af van de investeringen van het ministerie en van de samenwerking tussen professionals, ouders en instellingen. Met het juiste beleid en de juiste implementatie kan VVE een waardevolle bijdrage leveren aan de ontwikkeling van jonge kinderen.
Bronnen
- Vve-programma’s zijn ontwikkeld om bij te dragen aan continuïteit in de ontwikkeling van jonge kinderen
- Het ministerie van OCW gaat de komende jaren honderden miljoenen euro’s extra investeren in het Onderwijsachterstandbeleid
- Via een internet-enquete onder 253 basisscholen is vastgesteld dat op ruim de helft van deze scholen een VVE-programma wordt uitgevoerd
- Het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) heeft een databank met jeugdinterventies, waaronder interventies voor VVE
- VVE programma's ontdekken