Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) is een essentieel onderdeel van het onderwijsachterstandenbeleid in Nederland. Het doel van VVE is om kinderen tussen de 2½ en 4 jaar, en later ook kinderen in groep 1 en 2 van de basisschool, te voorzien van een stimulerende en educatieve omgeving die gericht is op het voorkomen of verminderen van (taal)achterstanden. Deze educatie wordt geleverd in kinderopvanglocaties, peuterspeelzalen of op de basisschool. VVE is niet enkel gericht op kinderen met indicatie voor ondersteuning, maar ook op peuters zonder indicatie, zij het met een lager urenquotum.
In dit artikel worden de wettelijke en praktische aspecten van VVE besproken, inclusief de subsidievoorwaarden, de kwaliteitsborging, het aanbod in de kinderopvang en de rol van de gemeente in de organisatie van VVE-arrangementen. Bovendien wordt ingegaan op de vereisten voor medewerkers die betrokken zijn bij het VVE-programma, en op de administratieve procedures voor ouders die willen profiteren van het VVE-aanbod.
Wat is VVE?
VVE staat voor voor- en vroegschoolse educatie, een educatief programma dat gericht is op kinderen van 2½ tot 4 jaar (voorschoolse educatie) en op kinderen in groep 1 en 2 van de basisschool (vroegschoolse educatie). Het doel van VVE is om kinderen voor te bereiden op de basisschool en eventuele (taal)achterstanden te voorkomen of te verminderen. Dit gebeurt via een gestructureerd en samenhangend aanbod van activiteiten die gericht zijn op de ontwikkeling in vier domeinen:
- Taal
- Rekenen/ordenen
- Sociaal-emotionele ontwikkeling
- Motoriek
Het VVE-programma is ontwikkeld door het Nederlands Jeugdinstituut en is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies. De invulling van het VVE-aanbod hangt sterk af van het beleid van de gemeente, aangezien VVE (deels) wordt gesubsidieerd door de gemeente.
VVE voor peuters (voorschoolse educatie)
Voor kinderen tussen de 2½ en 4 jaar wordt voorschoolse educatie aangeboden in kinderdagverblijven of peuterspeelzalen. Deze educatie richt zich op kinderen die een indicatie hebben voor ondersteuning, maar ook peuters zonder indicatie kunnen er gebruik van maken, zij het in mindere mate.
Peuters zonder indicatie voor VVE kunnen maximaal 480 uur VVE-peuteropvang in een periode van anderhalf jaar (tussen 2½ en 4 jaar) krijgen. Dit komt overeen met gemiddeld 8 uur VVE-peuteropvang per week, verdeeld over minimaal 2 dagdelen.
Peuters met een indicatie voor VVE kunnen gebruik maken van een uitgebreider aanbod: 960 uur VVE-peuteropvang in een periode van anderhalf jaar, wat overeenkomt met gemiddeld 16 uur VVE-peuteropvang per week, verdeeld over minimaal 3 dagdelen. Dit uitgebreide aanbod is vanaf 1 augustus 2020 beschikbaar gesteld.
VVE voor kleuters (vroegschoolse educatie)
Voor kinderen vanaf 4 jaar wordt vroegschoolse educatie aangeboden in groep 1 en 2 van de basisschool. Deze educatie richt zich op kinderen die een indicatie hebben voor ondersteuning bij het starten op de basisschool. Het doel is om eventuele ontwikkelingsachterstanden te verminderen en kinderen te voorzien van een solide basis voor het voortgezette onderwijs.
Omdat het VVE-aanbod op school gericht is, wordt het in deze context vaak aangeduid als voorschoolse educatie (VE). In de kinderopvang wordt de term VVE meestal gebruikt voor kinderen jonger dan 4 jaar.
Subsidievoorwaarden voor VVE-arrangementen
VVE-arrangementen worden (deels) gesubsidieerd door de gemeente. Er zijn een aantal voorwaarden die gelden naast de wettelijke vereisten. Deze voorwaarden zijn opgenomen in regelingen zoals die van de gemeente Enschede, die geldig was van 1 januari 2016 tot 21 november 2022.
Een belangrijk aspect is dat een VVE-locatie minimaal twee dagdelen moet bieden, omdat dit als meest effectief is geacht voor het leren van kinderen. Een uitzondering geldt voor de gewenningsperiode, waarin een kind tijdelijk één dagdeel mag bezoeken. Deze periode mag maximaal twee maanden duren.
Daarnaast moet een VVE-locatie minstens één beroepskracht hebben die over een certificaat beschikt van een scholing gerelateerd aan het VVE-programma. Als de andere beroepskracht in de VVE-groep dit certificaat niet heeft, moet deze beroepskracht een scholing volgen of binnen zes maanden starten met deze scholing. Voor locaties met meer dan twee beroepskrachten op een VVE-groep is het vereist dat alle betrokken medewerkers de vereiste opleiding hebben afgerond.
Kwaliteitsborging en toezicht
Kwaliteitsborging van VVE-arrangementen is een essentieel onderdeel van de regelgeving. Een kinderopvanglocatie kan pas in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP) worden opgenomen als de GGD het advies heeft gegeven aan de gemeente dat de locatie aan de wettelijke vereisten voldoet en voldoende kwaliteit biedt voor VVE. De GGD en de Inspectie van Onderwijs zijn verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving van de kwaliteit van VVE-locaties.
Daarnaast geldt dat per 1 januari 2022 een VVE-beleidsmedewerker of coach verplicht is in een kinderopvanglocatie die VVE aanbiedt. Deze medewerker is verantwoordelijk voor het beleidsplan en de implementatie van het VVE-programma. De oudercommissie heeft adviesrecht op de inzet van deze coach.
VVE en kinderopvangtoeslag
Voor ouders die gebruik willen maken van het VVE-aanbod, is het belangrijk te weten dat de kinderopvangtoeslag of gemeentetoeslag bepaalde voorwaarden heeft. Een aanvraag voor een tegemoetkoming van de gemeente kan alleen worden gedaan als de kinderopvangorganisatie beschikt over de inkomensgegevens van de ouders en, indien van toepassing, een Verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag.
In de gemeente Helmond is bijvoorbeeld duidelijk geregeld dat een kinderopvanglocatie die VVE aanbiedt geregistreerd moet zijn in het LRKP. Daarnaast zijn er specifieke regels voor het gebruik van het VVE-aanbod door peuters met en zonder indicatie.
Een persoon komt in aanmerking voor kinderopvangtoeslag als hij werkt, studeert, een traject volgt om werk te vinden, of verplicht een inburgeringcursus volgt bij een gecertificeerde instelling. Dit geldt ook voor de toeslagpartner.
VVE in de praktijk: hoe werkt het?
In de praktijk wordt VVE georganiseerd via een VVE-groep, waarin geïndiceerde kinderen daadwerkelijk worden opgevangen. De VVE-groep is een specifieke groep binnen een kinderopvanglocatie of peuterspeelzaal waarin kinderen met een indicatie voor ondersteuning een uitgebreider aanbod krijgen.
De invulling van het VVE-programma hangt af van het beleid van de gemeente. In sommige gemeenten is er bijvoorbeeld een sterke focus op taalontwikkeling, terwijl in andere gemeenten de nadruk ligt op sociaal-emotionele ontwikkeling of motorische vaardigheden.
Daarnaast is het VVE-programma onderdeel van het onderwijsachterstandenbeleid. Inspecteurs van de afdeling Primair Onderwijs houden toezicht op de kwaliteit van VVE-arrangementen, terwijl inspecteurs van de afdeling Gemeentelijk Toezicht zich richten op de organisatie en uitvoering van het beleid door de gemeente.
Administratieve procedures voor ouders
Ouders die willen profiteren van het VVE-aanbod moeten rekening houden met een aantal administratieve procedures. In de gemeente Helmond is bijvoorbeeld vereist dat ouders woonachtig zijn in de gemeente en geen recht hebben op kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst.
Daarnaast moeten ouders zich richten tot een kinderopvanglocatie die VVE aanbiedt en geregistreerd staat in het LRKP. De kinderopvangorganisatie is verantwoordelijk voor het aanvragen van financiële ondersteuning bij de gemeente en voor het verzamelen van de inkomensgegevens van de ouders.
In de praktijk betekent dit dat ouders samen met de kinderopvanglocatie moeten samenwerken om de administratie in orde te brengen. Bijvoorbeeld het indienen van een Verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag of het aanleveren van inkomensbewijzen.
VVE en de rol van de gemeente
De gemeente speelt een centrale rol in de organisatie en financiering van VVE-arrangementen. Aangezien VVE gedeeltelijk wordt gesubsidieerd door de gemeente, is het beleid van de gemeente bepalend voor de uitvoering en het aanbod van VVE. Dit heeft gevolgen voor zowel ouders als kinderopvanglocaties.
In sommige gemeenten is het VVE-aanbod uitgebreider dan in andere. Bijvoorbeeld in de gemeente Enschede was tot 21 november 2022 een specifieke regeling in werking die voorwaarden stelde voor de subsidie van VVE-arrangementen. Deze regeling omvatte onder andere eisen met betrekking tot het aantal dagdelen en de kwalificaties van beroepskrachten.
De gemeente is ook verantwoordelijk voor de kwaliteitsborging van VVE-arrangementen. Dit gebeurt via het toezicht door de GGD en de Inspectie van Onderwijs, maar ook via beleidsregels die de gemeente zelf opstelt.
VVE en de toekomst
Hoewel de huidige regelingen voor VVE in sommige gemeenten vervallen zijn (zoals in Enschede in november 2022), is VVE nog steeds een essentieel onderdeel van het onderwijsachterstandenbeleid. De nadruk op vroegtijdige ondersteuning van kinderen met (potentiële) ontwikkelingsachterstanden blijft belangrijk, en dit wordt ook in toekomstige beleidsplannen verwacht.
Voor ouders, kinderopvanglocaties en gemeenten is het daarom belangrijk om op de hoogte te blijven van de wettelijke en administratieve voorwaarden rond VVE. Aangezien VVE niet alleen gericht is op het voorkomen van achterstanden, maar ook op het voorbereiden op de basisschool, is het een aanvullend onderdeel van het onderwijsstelsel dat niet mag worden verwaarloosd.
Conclusie
Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) is een programma dat gericht is op kinderen tussen de 2½ en 4 jaar en op kinderen in groep 1 en 2 van de basisschool. Het doel is om (taal)achterstanden te voorkomen of te verminderen en kinderen te voorzien van een solide basis voor het voortgezette onderwijs. VVE wordt geleverd in kinderopvanglocaties, peuterspeelzalen of op de basisschool, en is gedeeltelijk gesubsidieerd door de gemeente.
De uitvoering van VVE-arrangementen hangt sterk af van het beleid van de gemeente, aangezien deze het aanbod en de financiering bepaalt. Daarnaast gelden er wettelijke en administratieve voorwaarden, zoals die van de gemeente Helmond en Enschede. Deze voorwaarden betreffen onder andere het aantal dagdelen, de kwalificaties van beroepskrachten, en de toezichtsregels van de GGD en de Inspectie van Onderwijs.
Voor ouders die gebruik willen maken van het VVE-aanbod is het belangrijk om zich richten tot een geregistreerde VVE-locatie en de administratieve procedures correct te volgen. In de praktijk betekent dit samenwerken met de kinderopvangorganisatie en het aanleveren van de benodigde documenten.
In de toekomst zal VVE waarschijnlijk nog steeds een essentieel onderdeel van het onderwijsachterstandenbeleid blijven. De nadruk op vroegtijdige ondersteuning van kinderen met ontwikkelingsachterstanden en de voorbereiding op de basisschool maken VVE tot een belangrijk onderdeel van het onderwijsstelsel in Nederland.