Inleiding
Eigenaars van appartementen in Nederland zijn vaak lid van een vereniging van eigenaars (VvE). Een belangrijk aspect van het VvE-lidmaatschap is de deelname aan de VvE-reserves, een soort "spaarpot" die wordt gebruikt voor toekomstige investeringen in de woning. Deze aandelen in de reserves van de VvE zijn fiscaal van betekenis, vooral in de context van box 3 van het inkomstenbelastingstelsel.
Tot voor kort was het aandeel in de VvE-reserves geclassificeerd onder overige bezittingen, wat betekent dat er een forfaitair rendement van 5,38% (of 6,17%) op werd verondersteld voor belastingdoeleinden. Echter, in de afgelopen jaren zijn er juridische en fiscale ontwikkelingen geweest die deze benadering in twijfel trekken. In deze artikel wordt ingegaan op de fiscale betekenis van het aandeel in de reserves van een VvE, met name of dit onder de categorie banktegoeden valt en wat dit betekent voor het toepasbare rendement in box 3.
De discussie is grotendeels beïnvloed door juridische uitspraken van het Hof Arnhem-Leeuwarden en de Rechtbank Den Haag, evenals door de Overbruggingswet box 3. Deze wetswijzigingen en rechtspraak gaan niet alleen om het juridisch correcte kader, maar ook om het rechtsherstel dat eventueel moet worden verleend aan eigenaars die verkeerd zijn belast in het verleden.
De kernvraag luidt: Moet het aandeel in de VvE-reserves belast worden met het forfaitaire rendement van 0,12% (banktegoeden) of 5,38% (overige bezittingen)?
Juridisch en fiscaal kader voor VvE-reserves
Wat is een VvE-reserve?
Een vereniging van eigenaars (VvE) is een wettelijke organisatie waarbinnen appartementen eigenaars collectief bepaalde taken en verplichtingen hanteren. Deze verplichtingen zijn geregeld in het Burgerlijk Wetboek, in het bijzonder artikel 5:126 BW. Eén van die taken is het onderhouden van reserves, die dienen voor toekomstige investeringen of onvoorziene uitgaven.
De VvE-reserve is dus een financieel instrument dat op lange termijn geld voor bewerkingen, renovatieprojecten of andere kosten kan bevatten. Deze reserves moeten volgens de wet worden aangehouden op een afzonderlijke bank- of spaarrekening, zoals uitgelegd in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht (WFT).
Aandeel in de VvE-reserve
Als eigenaar van een appartement, hebt u een recht op een aandeel in de VvE-reserve. Dit recht is vermogensrechtelijk van aard, zoals bevestigd door de Hoge Raad in een uitspraak van 13 augustus 2010. Dit betekent dat het aandeel in de VvE-reserve een vermogen is dat in de belastingaangifte moet worden opgenomen.
Tot 2023 was dit aandeel geclassificeerd onder de categorie overige bezittingen in box 3, wat betekent dat er een forfaitair rendement van 5,38% op werd verondersteld. Echter, recente rechtspraak en fiscale voorstellen stellen deze benadering in twijfel, omdat het werkelijke rendement op VvE-reserves meestal veel lager is dan 5,38%.
Het Belastingstelsel in Box 3
In het Nederlands inkomstenbelastingstelsel worden vermogens in drie categorieën ingedeeld:
- Box 1 – Vermogens die voorzien zijn van een inkomstenbelastingtaks, zoals huurwoningen.
- Box 2 – Vermogens die voorzien zijn van een vermogensbelasting, zoals spaargeld en beleggingsvermogens.
- Box 3 – Vermogens die voorzien zijn van een forfaitair rendement, bijvoorbeeld banktegoeden, overige bezittingen en sommige aandelen.
De Overbruggingswet box 3, aangenomen in 2023, introduceerde een aantal wijzigingen met betrekking tot de verdeling van vermogens in box 3. Een van de belangrijkste wijzigingen betreft contant geld en het aandeel in VvE-reserves.
Wijzigingen in de Overbruggingswet box 3
In de Overbruggingswet box 3 is bepaald dat:
- Contant geld wordt ingedeeld onder banktegoeden met een forfaitair rendement van 0,01%.
- Het aandeel in de VvE-reserves werd oorspronkelijk ingedeeld onder overige bezittingen met een forfaitair rendement van 6,17%.
Echter, zoals blijkt uit interne analyses van de Belastingdienst, is het grootste deel van het vermogen van VvE’s en derdengeldenrekeningen van notarissen op bank- of spaarrekeningen ondergebracht. Concreet vermeldt een brief van de Staatssecretaris van Financiën van 26 april 2023 dat 99,92% van de middelen van VvE's op bank- of spaarrekeningen staat. Dit suggereert dat het aandeel in de VvE-reserve niet verre van een "overige bezitting" is, maar eerder een banktegoed.
Deze constatering is een belangrijk juridisch en fiscaal argument om te stellen dat het aandeel in de VvE-reserve niet onder de categorie overige bezittingen valt, maar onder banktegoeden, met een forfaitair rendement van 0,12%.
Rechtspraak: het Kerstarrest en het Hof Arnhem-Leeuwarden
Een belangrijke juridische aandachtpunt is het Kerstarrest van de Hoge Raad (HR BNB 2022/27). In dit arrest benadrukte de Hoge Raad dat bij rechtsherstel moet worden uitgegaan van het werkelijke rendement op vermogens, en niet van het forfaitaire rendement dat in de belastingaangifte is gebruikt.
In een praktijkvoorbeeld is een koppel aangekaart voor een herberekening van het box 3-inkomen voor 2018, waarbij het aandeel in de VvE-reserve opnieuw werd ingeschat. Het Hof Arnhem-Leeuwarden concludeerde in dit geval dat het aandeel in de VvE-reserve niet onder overige bezittingen valt, maar onder banktegoeden, en dat dus het forfaitaire rendement van 0,12% moest worden gebruikt in plaats van 5,38%.
Deze rechtspraak is van groot belang, omdat het een precedent vormt. Het Hof onderbouwde zijn oordeel met het feit dat het werkelijke rendement op VvE-reserves veel lager is dan het forfaitaire rendement, en dat het aandeel in de VvE-reserve verband houdt met het lidmaatschap van de VvE. Daarnaast benadrukte het Hof dat het vermogen van de VvE niet vrij beschikbaar is, maar onder voorwaarden kan worden gebruikt door de VvE.
Fiscale consequenties en rechtsherstel
Voordeel uit sparen en beleggen
Het aandeel in de VvE-reserve is een vermogensrecht dat deel uitmaakt van het voordeel uit sparen en beleggen (VSB). Dit betekent dat het aandeel in de VvE-reserve belast wordt met het forfaitaire rendement dat op dat vermogen is verondersteld.
Als het aandeel in de VvE-reserve wordt ingedeeld onder overige bezittingen, dan is het forfaitaire rendement 5,38%. Echter, als het wordt ingedeeld onder banktegoeden, dan is het forfaitaire rendement 0,12%. Dit heeft directe fiscale gevolgen, aangezien het belastingbedrag afhangt van het rendement dat op het vermogen is verondersteld.
Een verschil van 5,26 procentpunten kan leiden tot een aanzienlijk verschil in het te betalen belastingbedrag, vooral bij grotere vermogens.
Rechtsherstel
In het Kerstarrest en in rechtspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden is benadrukt dat er rechtsherstel moet worden verleend aan personen die verkeerd zijn belast in het verleden. In de praktijk betekent dit dat eigenaars van appartementen die in het verleden zijn belast met het verkeerde forfaitaire rendement (5,38% in plaats van 0,12%) recht hebben op een herberekening van hun belastingaangifte.
De Wet rechtsherstel box 3 is met terugwerkende kracht ingevoerd tot 1 januari 2023, wat betekent dat eigenaars aanspraak kunnen maken op rechtsherstel voor de jaren 2017 tot en met 2022, indien het aandeel in de VvE-reserve verkeerd is belast.
Uitvoering in de praktijk
De Belastingdienst heeft in haar systemen een separate inzage van contant geld sinds 2020. Dit betekent dat contant geld nu gescheiden is van overige bezittingen in de belastingaangifte. Echter, het aandeel in de VvE-reserve is nog steeds niet gescheiden inzichtelijk in de systemen, en valt daarom nog steeds onder overige bezittingen.
De Overbruggingswet box 3 beoogt dit te veranderen, maar in de praktijk blijft er nog werk aan de winkel. De Staatssecretaris benadrukte in zijn brief van 26 april 2023 dat er 99,92% van de middelen van VvE's op bank- of spaarrekeningen staan, wat duidelijk maakt dat het aandeel in de VvE-reserve niet verre van een "overige bezitting" is.
Toch zijn er proceduren die aantonen dat het rechtsherstel niet automatisch is toepasbaar voor alle eigenaars. In twee praktijkvoorbeelden is het Hof Arnhem-Leeuwarden tot de conclusie gekomen dat het aandeel in de VvE-reserve onder banktegoeden valt, en dat er dus rechtsherstel moet worden verleend.
De rol van de VvE en de eigenaar
Wat is de rol van de VvE?
De VvE is verplicht om reserves aan te houden voor toekomstige investeringen. Deze reserves moeten worden aangehouden op een afzonderlijke bank- of spaarrekening, zoals geregeld in artikel 5:126, lid 3, BW. Deze verplichting is van belang, omdat het aangeeft dat het vermogen van de VvE niet vrij beschikbaar is, maar onder voorwaarden kan worden gebruikt.
Wat is de rol van de eigenaar?
Als eigenaar van een appartement, bent u medegerechtigd tot een aandeel in de reserves van de VvE. Dit aandeel is vermogensrechtelijk van aard, zoals bevestigd door de Hoge Raad in 2010. Dit betekent dat het aandeel in de VvE-reserve belastbaar is, en dat het in de belastingaangifte moet worden opgenomen.
Echter, zoals blijkt uit recente rechtspraak, is het werkelijke rendement op VvE-reserves meestal veel lager dan het forfaitaire rendement van 5,38%. Dit heeft gevolgen voor de fiscale verantwoordelijkheid van de eigenaar.
Samenvatting van de fiscale gevolgen
| Vermogensbestanddeel | Categorie | Forfaitair rendement | Juridische oordeel |
|---|---|---|---|
| Contant geld | Banktegoeden | 0,01% | Uitvoeringstechnisch toepasbaar |
| Aandeel in VvE-reserve | Overige bezittingen (voorheen) | 5,38% (of 6,17%) | Rechtspraak wijst naar 0,12% |
| Aandeel in VvE-reserve | Banktegoeden (nu) | 0,12% | Voorstellen en rechtspraak wijzen hierop |
Conclusie
De fiscale behandeling van het aandeel in de reserves van een VvE is een belangrijk onderwerp voor eigenaars van appartementen in Nederland. Tot 2023 was dit aandeel geclassificeerd onder overige bezittingen in box 3, met een forfaitair rendement van 5,38%. Echter, recente rechtspraak en fiscale voorstellen suggereren dat het aandeel in de VvE-reserve niet verre van een "overige bezitting" is, maar eerder een banktegoed, met een forfaitair rendement van 0,12%.
Deze wijziging heeft directe fiscale gevolgen, aangezien het belastingbedrag afhangt van het rendement dat op het vermogen is verondersteld. Een verschil van 5,26 procentpunten kan leiden tot een aanzienlijk verschil in het te betalen belastingbedrag, vooral bij grotere vermogens.
Daarnaast is er een rechtsherstelkans voor eigenaars die verkeerd zijn belast in het verleden. De Wet rechtsherstel box 3 is met terugwerkende kracht ingevoerd tot 1 januari 2023, wat betekent dat eigenaars aanspraak kunnen maken op rechtsherstel voor de jaren 2017 tot en met 2022, indien het aandeel in de VvE-reserve verkeerd is belast.
De juridische en fiscale ontwikkelingen rondom het aandeel in de VvE-reserve tonen aan dat het belastingstelsel in de loop van de tijd moet worden bijgesteld, zodat het werkelijke rendement op vermogens wordt verondersteld, en niet een forfaitaire rendementspercentage dat niet overeenkomt met de werkelijkheid.