De training ‘Doe Meer met Bas’ en haar rol in de VVE-uitvoering

In de huidige context van voorschoolse en vroege schoolse educatie (VVE) speelt de training 'Doe Meer met Bas' een belangrijke rol. Deze training is ontwikkeld om pedagogische medewerkers te begeleiden in het aanbieden van een gestructureerd en effectief programma dat gericht is op de brede ontwikkeling van kinderen vanaf 2,5 jaar. Met ingang van 1 januari 2018 zijn de eisen aan VVE-cursussen veranderd, waardoor de training ‘Doe Meer met Bas’ is uitgebreid van tien naar twaalf modules. Hierbij zijn onderwerpen als taalontwikkeling, motoriek, sociaal-emotionele ontwikkeling en het belang van vroegsignalering centraal.

In dit artikel bespreken we de inhoud van de training, de praktische toepassing ervan in de VVE-uitvoering, en de invloed van de recente wettelijke aanpassingen op de implementatie. Buiten het pedagogische aspect leggen we ook uit hoe ouders betrokken worden bij het proces en wat de betekenis is van coaching en begeleiding op de werkvloer. De informatie is gebaseerd op de meest actuele gegevens beschikbaar via betrouwbare bronnen en richt zich op professionals die betrokken zijn bij de organisatie en uitvoering van VVE-programma’s.

Inhoud van de training ‘Doe Meer met Bas’

De training ‘Doe Meer met Bas’ is een erkende VVE-cursus die is ontworpen om pedagogische medewerkers te ondersteunen in het werken met kinderen in de voorschoolse en vroege schoolse leeftijd. In januari 2018 is de cursus aangepast aan de nieuwe eisen van de VVE, wat heeft geleid tot een uitbreiding van het oorspronkelijke programma van tien naar twaalf modules. Elke module duurt ongeveer 2,5 tot 3 uur. De cursus is daarnaast begeleid met coaching op de werkvloer, waardoor de theorie in de praktijk wordt ingezet.

De inhoud van de training richt zich op vier kerngebieden van kinderontwikkeling: taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling. Daarnaast komen thema’s zoals ouderbetrokkenheid, speleducatie en de aanpassing van het programma aan de specifieke behoeften van kinderen aan de orde. De deelnemers leren hoe ze het Bas-systeem kunnen aanpassen aan de individuele groep die ze ondersteunen en hoe ze deze aanpassing efficiënt kunnen documenteren.

Een belangrijk aspect van de cursus is de nadruk op vroegsignalering, waarbij medewerkers leren hoe ze in de vroege leeftijd aanwijzingen kunnen herkennen voor mogelijke ontwikkelingsachterstanden. Deze kennis is van groot belang in het kader van de VVE-uitvoering, waarin het detecteren van ontwikkelingskenmerken in de vroege leeftijd een essentieel onderdeel is.

Praktische toepassing van de training in VVE-locaties

De training ‘Doe Meer met Bas’ is niet alleen theoretisch, maar ook sterk gericht op de praktijk. Na het afronden van de twaalf modules moeten de deelnemers een presentatie geven waarin ze laten zien hoe ze de inhoud van de cursus toepassen in hun werk. Deze presentatie is een eindopdracht die leidt tot het uitreiken van een VVE-certificaat. Naast deze eindopdracht ontvangen cursisten ook een coachingtraject van zes uur op de werkvloer, waarbij bijvoorbeeld filmopnames van het werken met kinderen worden besproken. Dit helpt hen om het geleerde te verankeren en aan te passen aan de specifieke situatie van de kinderen en de organisatie waarin ze werken.

Een voorbeeld van de praktische toepassing van deze training is te vinden in locaties zoals Middelburg en Nunspeet, waar cursisten de training volgen en positieve ervaringen rapporteren. De deelneemsters noemen het aanbod van praktische tips en de mogelijkheid tot uitwisseling met medewerkers als een sterk punt. Deze uitwisseling levert concrete ideeën op die in de praktijk worden ingezet, bijvoorbeeld bij het werken met speleducatieve materialen of het aanpassen van activiteiten aan de specifieke ontwikkelingsbehoeften van kinderen.

Wettelijke kaders en de rol van de VVE-uitvoering

De VVE-uitvoering moet voldoen aan een aantal wettelijke kaders, die zijn vastgelegd in documenten zoals de Kijkwijzer VVE en de Almeerse standaard. Deze documenten bepalen hoe VVE-programma’s moeten worden uitgevoerd en welke kwaliteitseisen gelden. In de Kijkwijzer VVE zijn negen principes opgenomen die als richtlijn dienen voor hbo-coaches die in de praktijk werken met peuterspeelzalen. Deze principes zijn onder andere gericht op het pedagogisch handelen, het volgen van kinderen en het afstemmen van activiteiten op de ontwikkeling van kinderen.

Een van de kernverplichtingen voor VVE-uitvoering is dat er op elke locatie een kindvolgsysteem moet zijn. Dit systeem helpt om de ontwikkeling van kinderen te monitoren en eventuele signalen van ontwikkelingsproblemen vroegtijdig te herkennen. Daarnaast zijn er eisen aan de taalniveaus van pedagogische medewerkers. Bijvoorbeeld, de schrijfvaardigheid moet op minimaal niveau 2F zijn, en spreek- en luistervaardigheid op niveau 3F. Deze eisen zijn afkomstig uit de Referentieniveaus taal van de commissie Meijerink en zijn bedoeld om te zorgen voor een adequaat communicatieniveau bij het werken met ouders en kinderen.

De rol van ouders in de VVE-uitvoering

Een belangrijk onderdeel van de VVE-uitvoering is de rol van ouders. De training ‘Doe Meer met Bas’ legt hierin de nadruk op ouderbetrokkenheid. Ouders worden gestimuleerd om thuis VVE-activiteiten met hun kinderen te doen, bijvoorbeeld door het gebruik van spelmaterialen die speciaal voor dit doel zijn ontwikkeld. Deze materialen zijn afgestemd op de ontwikkelingsbehoeften van de kinderen en de mogelijkheden van de ouders, zoals taalvaardigheid en de praktische uitvoerbaarheid van activiteiten.

Bij de intakeprocedure wordt een standaard formulier gebruikt waarop belangrijke informatie over het kind en het gezin wordt ingevuld. Dit proces is face-to-face en helpt bij het opstellen van een individueel ontwikkelingsplan. De ouders worden hierbij betrokken in de bespreking van de ontwikkelingskenmerken van hun kind, zodat er een gezamenlijke aanpak kan ontstaan. Bovendien worden ouders geïnformeerd over hoe ze thuis met hun kind kunnen spelen en leren, op een manier die aansluit bij de doelen van de VVE.

Implementatie van de training in regio’s

De training ‘Doe Meer met Bas’ wordt momenteel in verschillende regio’s in Nederland aangeboden. In Barneveld bijvoorbeeld zijn er specifieke data voor de bijeenkomsten: maandagmiddagen vanaf 13.15 tot 18.30. De cursus vindt plaats op 10 september, 15 oktober, 19 november, 10 december in 2018, en op 21 januari en 18 februari in 2019. In Middelburg en Nunspeet zijn er ook groepen die de cursus volgen, wat laat zien dat er een sterke interesse is voor deze training.

De implementatie van de training is niet alleen gericht op het opbouwen van kennis, maar ook op het bevorderen van samenwerking tussen medewerkers in verschillende locaties. Er is bijvoorbeeld een overgangsregeling opgenomen in de regels, waarbij cursisten die al bezig waren met de oude versie van de training of die een oud certificaat hadden, deze kunnen laten gelden als ze binnen twee jaar na de inwerkingtreding van de nieuwe eisen hun training afronden.

De toekomst van VVE en de rol van trainingen

De toekomst van VVE hangt sterk af van de kwaliteit van de uitvoering en de toegang tot geschikte trainingen zoals ‘Doe Meer met Bas’. Met de recente uitbreiding van de cursus en de nadruk op praktische toepassing, is het duidelijk dat er een sterke voorkeur is voor een aanpak die gericht is op de individuele ontwikkelingsbehoeften van kinderen. Daarnaast is er een groeiende aandacht voor het betrekken van ouders in het proces, wat betekent dat er meer aandacht wordt besteed aan het opbouwen van een partnerschap tussen school en gezin.

De training ‘Doe Meer met Bas’ speelt hierin een centrale rol. Het biedt niet alleen pedagogische medewerkers de mogelijkheid om hun kennis en vaardigheden te versterken, maar ook de ruimte om deze kennis te verwerken in de dagelijkse praktijk. Door het combineren van theorie, praktijk en coaching is deze training een waardevolle tool voor professionals in de VVE-sector.

Conclusie

De training ‘Doe Meer met Bas’ is een essentieel onderdeel van de huidige VVE-uitvoering. Met de uitbreiding van de cursus van tien naar twaalf modules en de toevoeging van thema’s zoals vroegsignalering en ouderbetrokkenheid, is de training goed afgestemd op de wettelijke kaders en praktische behoeften in de VVE-sector. De nadruk op coaching op de werkvloer en het uitwisselen van ervaringen tussen medewerkers zorgt ervoor dat de kennis uit de cursus goed wordt verwerkt in de praktijk.

Daarnaast draagt de training bij aan een betere samenwerking tussen pedagogische medewerkers en ouders, wat essentieel is voor een succesvolle VVE-uitvoering. De implementatie van deze cursus in verschillende regio’s en de aangekondigde data voor toekomstige sessies wijzen op een groeiende interesse en de betekenis van deze training voor professionals in de sector.

Tot slot is de training ‘Doe Meer met Bas’ een voorbeeld van hoe educatieve programma’s kunnen worden ontwikkeld en uitgerold om de brede ontwikkeling van jonge kinderen te stimuleren. Het is duidelijk dat het combineren van kwaliteit, toegankelijkheid en praktische toepassing een sleutelrol speelt in het succes van VVE-programma’s in Nederland.

Bronnen

  1. Driestar Educatief – Nieuwe data training Doe Meer met Bas
  2. Driestar Educatief – Uitbreiding van de Doe Meer met Bas cursus
  3. Lokale regelgeving – CVDR439736
  4. Zo Kinderopvang – Peuteropvang

Related Posts