Doel en functie van VVE in de kinderopvang: een overzicht van de onderwijsachterstandpreventie

Inleiding

Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) is een onderdeel van het onderwijsachterstandenbeleid dat gericht is op jonge kinderen die risico lopen op een (taal)achterstand. In de kinderopvang speelt VVE een belangrijke rol bij het voorkomen of verminderen van deze achterstanden, vooral bij kinderen tussen de 2,5 en 4 jaar. Het doel van VVE in de kinderopvang is om jonge kinderen beter voor te bereiden op de overstap naar de basisschool. Dit gebeurt op een speelse en ontwikkelingsgerichte manier, waarbij kinderen via speciale programma’s leren omgaan met taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele vaardigheden.

Deze artikelen biedt een overzicht van het doel en de uitvoering van VVE in de kinderopvang. Het richt zich op de essentiële kwesties zoals de doelgroep, het structuurverschil tussen voorschoolse en vroegschoolse educatie, het beleidskader van de gemeente, en de praktische toepassing van VVE-programma’s. Aan de hand van beschikbare bronnen worden relevante juridische, pedagogische en administratieve aspecten belicht.

Wat is VVE in de kinderopvang?

VVE in de kinderopvang, ook wel aangeduid als voorschoolse educatie (VE), richt zich op kinderen van 2,5 tot 4 jaar die een risico lopen op een onderwijsachterstand. Deze achterstand kan ontstaan door omgevingskenmerken, zoals een ongunstige thuissituatie of een gebrek aan taalstimulatie. Het doel van VVE in deze leeftijdsgroep is om deze kinderen extra te ondersteunen zodat zij een betere start kunnen maken op de basisschool.

Volgens bronnen zoals [3] en [5], wordt VVE in de kinderopvang voornamelijk uitgevoerd in de vorm van speelactiviteiten die gericht zijn op taalontwikkeling, voorbereidend rekenen, motorische vaardigheden en sociaal-emotionele groei. Deze programma’s worden door pedagogisch medewerkers georganiseerd en gevolgd in groepen van kinderen die een VVE-indicatie hebben ontvangen. De indicatie wordt vaak afgegeven door het consultatiebureau van de gemeente. Het aanbod van VVE-programma’s is sterk afhankelijk van het beleid van de gemeente en de beschikbaarheid van subsidies. Per 1 augustus 2020 is het VE-aanbod uitgebreid naar 960 uur per peuter tussen de 2,5 en 4 jaar, wat overeenkomt met 16 uur per week gedurende 1,5 jaar [3].

Doelgroep van VVE in de kinderopvang

De doelgroep van VVE in de kinderopvang bestaat uit peuters (2,5 tot 4 jaar) met een risico op een onderwijsachterstand. Dit risico kan ontstaan door bijvoorbeeld een ongunstige thuissituatie, een gebrek aan taalstimulatie, of omgevingskenmerken die de ontwikkeling van het kind negatief beïnvloeden. Kinderen die in groepen in de kinderopvang zitten en gemiddeld minstens drie doelgroepkinderen per groep vertegenwoordigen, zijn kandidaat voor het VVE-programma [1]. De aanvraag voor subsidie voor VVE-programma’s kan worden gedaan door instellingen die gevestigd zijn in prioriteitswijken zoals Amersfoort [1].

In praktijk betekent dit dat kinderopvanginstellingen een actieve rol spelen bij het identificeren van kinderen die VVE nodig hebben. Dit kan op basis van observatie, gesprekken met ouders of via indicaties van consultatiebureaus. Een kinderopvanglocatie die VVE aanbiedt, moet sinds 1 januari 2022 ook een VE-beleidsmedewerker of coach inzetten. De oudercommissie heeft adviesrecht op de inzet van deze medewerker [3].

Verschil tussen voorschoolse en vroegschoolse educatie

VVE wordt verdeeld in twee componenten: voorschoolse educatie en vroegschoolse educatie. In de kinderopvang is voorschoolse educatie centraal. Deze richt zich op kinderen van 2,5 tot 4 jaar en vindt plaats in kinderdagverblijven of peuterspeelzalen. De vroegschoolse educatie daarentegen vindt plaats op de basisschool en is gericht op kleuters (4 tot 7 jaar), vooral in groep 1 en 2 [4].

De voorschoolse educatie in de kinderopvang valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente, die ook de subsidies faciliteert. De vroegschoolse educatie valt daarentegen onder de verantwoordelijkheid van de basisschool, waarbij de gemeente geen directe rol speelt [7]. In de kinderopvang wordt meestal gesproken over voorschoolse educatie of VE, terwijl VVE als term vooral gebruikt wordt als het om de combinatie van beide onderdelen gaat [3].

Doelen en resultaten van VVE in de kinderopvang

Het hoofddoel van VVE in de kinderopvang is om jonge kinderen beter voor te bereiden op de basisschool, zodat zij zonder (taal)achterstand in groep 3 kunnen starten [2]. Daarnaast wil VVE ervoor zorgen dat kinderen een sterke basis hebben in essentiële ontwikkelingsgebieden, zoals taal, rekenen, motoriek en sociale vaardigheden [7].

De resultaten van VVE-programma’s zijn meestal gericht op het verminderen van onderwijsachterstanden en het verhogen van de schoolbereidheid van kinderen. Volgens bronnen zoals [5] en [6], leiden deze programma’s ertoe dat kinderen beter in staat zijn om zich aan te passen aan de eisen van de basisschool. Daarnaast heeft VVE een positief effect op de sociale-emotionele groei van kinderen, wat van invloed is op hun verdere schoolloopbaan en het functioneren in groepen [5].

VVE-programma’s worden uitgevoerd in groepen, waarin kinderen actief betrokken worden bij speelactiviteiten die hun ontwikkeling stimuleren. De kinderopvanginstellingen werken vaak samen met ouders om de effectiviteit van het programma te vergroten [4]. Ouders worden bijvoorbeeld betrokken bij het lezen van boeken, het spelen van taalspelletjes of het stimuleren van motorische vaardigheden in de thuissituatie.

Toezicht en regulering van VVE in de kinderopvang

Het toezicht op VVE in de kinderopvang valt onder twee afdelingen: de afdeling Primair Onderwijs en de afdeling Gemeentelijk Toezicht van de Inspectie van het Onderwijs [2]. De afdeling Primair Onderwijs is verantwoordelijk voor het kwaliteitsbeleid van VVE-programma’s, terwijl de afdeling Gemeentelijk Toezicht ervoor zorgt dat gemeenten hun taken correct uitvoeren en dat kinderopvanginstellingen aan de vereisten voldoen. De GGD houdt daarnaast het toezicht op de kinderopvangvoorzieningen die VVE aanbieden [2].

Daarnaast zijn er regelgevingen die van toepassing zijn op VVE-programma’s in de kinderopvang. Een voorbeeld hiervan is de Regeling bekostiging VVE in de kinderopvang, die geldig was van 1 september 2009 tot 21 april 2010 [1]. Deze regeling stelde subsidies beschikbaar voor kinderopvanginstellingen die VVE-programma’s uitvoerden. De regeling is vervallen, maar heeft wel geleid tot een juridisch kader dat de uitvoering van VVE in de kinderopvang sterk heeft beïnvloed.

Praktijkuitvoering van VVE-programma’s

VVE-programma’s in de kinderopvang worden meestal uitgevoerd door pedagogisch medewerkers die speciaal getraind zijn in de methodiek van VVE. Deze medewerkers organiseren activiteiten die gericht zijn op de ontwikkeling van kinderen, zoals taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele groei. De activiteiten zijn speelgericht en passen zich aan de leeftijd en de ontwikkelingsfase van de kinderen aan [5].

De VVE-programma’s worden vaak uitgevoerd in groepen van maximaal 12 kinderen, waarin kinderen actief betrokken worden bij de activiteiten. De medewerkers houden bij hoe elke kind zich ontwikkelt en passen het programma daarop aan. Het doel is om kinderen op een natuurlijke en speelse manier te stimuleren, zodat ze leren zonder het bewust te ervaren als onderwijs [3].

Een belangrijk aspect van de praktijkuitvoering is de samenwerking met ouders. Ouders worden geïnformeerd over de doelen van VVE en worden uitgenodigd om actief betrokken te raken bij het programma. Dit kan bijvoorbeeld door het lezen van boeken thuis, het spelen van taalspelletjes of het stimuleren van motorische vaardigheden. De betrokkenheid van ouders versterkt de effectiviteit van VVE-programma’s en draagt bij aan de schoolbereidheid van kinderen [4].

Financiële en beleidsaspecten van VVE in de kinderopvang

De financiering van VVE-programma’s in de kinderopvang is sterk afhankelijk van de beleidslijnen van de gemeente. Omdat VVE onderdeel is van het onderwijskansenbeleid van de overheid, ontvangen gemeenten subsidies voor het aanbod van VVE-programma’s. Deze subsidies worden vaak gebruikt om kinderopvanginstellingen te ondersteunen bij de uitvoering van VVE-programma’s en om pedagogisch medewerkers te trainen in de methodiek van VVE [3].

Per 1 januari 2022 is het beleid verder uitgebreid door het verplicht stellen van een VE-beleidsmedewerker of coach in elke kinderopvanglocatie die VVE aanbiedt. Deze medewerker is verantwoordelijk voor de coördinatie van VVE-programma’s en voor het verbeteren van de kwaliteit van het aanbod. De oudercommissie heeft adviesrecht op de inzet van deze medewerker [3].

De financiering van VVE-programma’s kan ook variëren per gemeente. In sommige gemeenten is het VVE-aanbod uitgebreider dan in andere, afhankelijk van het budget en het beleid. Ouders kunnen in sommige gevallen extra contributies betalen voor VVE-programma’s, afhankelijk van de voorwaarden die de gemeente stelt [3].

De rol van de gemeente in het VVE-beleid

De gemeente speelt een centrale rol in het VVE-beleid in de kinderopvang. Zij is verantwoordelijk voor de financiering van VVE-programma’s, de coördinatie van kinderopvanginstellingen en de samenwerking met scholen en andere onderwijsinstellingen. De gemeente is ook verantwoordelijk voor het opstellen van een VVE-beleidsplan, waarin de doelen, methoden en activiteiten van VVE-programma’s worden beschreven [3].

De VVE-beleidsmedewerker of coach is verantwoordelijk voor de uitvoering van dit beleidsplan en voor het verbeteren van de kwaliteit van VVE-programma’s. Deze medewerker werkt samen met pedagogisch medewerkers, ouders en andere betrokken partijen om ervoor te zorgen dat VVE-programma’s effectief zijn en aan de behoeften van kinderen voldoen [3].

De gemeente houdt ook toezicht op de uitvoering van VVE-programma’s en zorgt ervoor dat kinderopvanginstellingen aan de vereisten voldoen. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren door het uitvoeren van kwaliteitscontroles, het verzamelen van feedback van ouders en het analyseren van de effectiviteit van VVE-programma’s [3].

Conclusie

Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) in de kinderopvang speelt een essentiële rol bij het voorkomen en verminderen van onderwijsachterstanden bij jonge kinderen. Het doel van VVE is om kinderen van 2,5 tot 4 jaar beter voor te bereiden op de basisschool, zodat zij zonder (taal)achterstand in groep 3 kunnen starten. Dit gebeurt op een speelse en ontwikkelingsgerichte manier, waarbij kinderen via VVE-programma’s leren omgaan met taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele vaardigheden.

De praktijkuitvoering van VVE-programma’s in de kinderopvang is gericht op groepen van kinderen die een risico lopen op een onderwijsachterstand. Deze kinderen worden geïdentificeerd op basis van indicaties van consultatiebureaus of observaties in de kinderopvang. De uitvoering van VVE-programma’s wordt vaak uitgevoerd door pedagogisch medewerkers, die speciaal getraind zijn in de methodiek van VVE.

De financiering en uitvoering van VVE-programma’s in de kinderopvang is sterk afhankelijk van het beleid van de gemeente. De gemeente is verantwoordelijk voor de financiering van VVE-programma’s, de coördinatie van kinderopvanginstellingen en de samenwerking met scholen en andere onderwijsinstellingen. Per 1 januari 2022 is het beleid verder uitgebreid door het verplicht stellen van een VE-beleidsmedewerker of coach in elke kinderopvanglocatie die VVE aanbiedt. Deze medewerker is verantwoordelijk voor de uitvoering van het VVE-beleidsplan en voor het verbeteren van de kwaliteit van VVE-programma’s.

In conclusie speelt VVE in de kinderopvang een belangrijke rol bij het voorkomen en verminderen van onderwijsachterstanden bij jonge kinderen. Het is een onderdeel van het onderwijskansenbeleid van de overheid en draagt bij aan een betere schoolstart voor kinderen in groep 3. Het succes van VVE-programma’s hangt af van een goed samenspel tussen kinderopvanginstellingen, ouders en gemeenten.

Bronnen

  1. Regeling bekostiging VVE in de kinderopvang
  2. Wat is voor- en vroegschoolse educatie?
  3. VVE in de kinderopvang
  4. Voor- en vroegschoolse educatie
  5. VVE: jong geleerd, beter gedaan
  6. VVE voor jonge kinderen
  7. VVE in de onderwijsachterstandpreventie

Related Posts