In Nederland is Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) een essentieel onderdeel van het wettelijk kader dat is opgesteld om kinderen met een risico op ontwikkelingsachterstand vroegtijdig ondersteuning te bieden. De verantwoordelijkheid voor het realiseren van dit aanbod ligt bij de gemeenten, die een rol spelen in het identificeren, toeleiden en ondersteunen van deze doelgroep. De effectiviteit van dit beleid wordt voornamelijk gemeten aan het bereik binnen de doelgroep, oftewel het percentage kinderen dat daadwerkelijk deelneemt aan VVE-activiteiten. De verwachting is vaak hoog, met ambities van 90 tot 95% bereik, maar de praktijk toont vaak percentages rond de 70 tot 85%. In dit artikel worden de doelgroep van VVE, de criteria voor toeleiding, de huidige uitdagingen in het bereik van deze groep en de maatregelen die gemeenten ondernemen om dit bereik te vergroten, besproken.
Definitie van de doelgroep VVE
De doelgroep van VVE bestaat uit kinderen die op basis van bepaalde indicatoren in aanmerking komen voor vroegtijdige ondersteuning. Deze indicatoren kunnen technisch, sociaal of psychosociaal van aard zijn. In de gemeente Goirle is sinds 2022 een brede definitie in gebruik, die diverse categorieën van kinderen omvat die elk aan specifieke criteria voldoen:
Een kind waarop tenminste één van de CBS-indicatoren van toepassing is, zoals:
- Opleidingsniveau van ouders;
- Land van herkomst van ouders;
- Verblijfsduur van de moeder in Nederland;
- Ouders in schuldsanering.
Een kind waarvoor door de JGZ-verpleegkundige van het consultatiebureau een indicatie is afgegeven op basis van:
- Het Van Wiechen ontwikkelingsonderzoek;
- De omgevingsanalyse (RIVM 2009);
- De risicoregistratie.
Een kind waarvoor door de leiding van een gecertificeerde instelling voor kinderopvang een indicatie is afgegeven, gebaseerd op ontwikkelingsgebieden zoals:
- Taalontwikkeling;
- Denkontwikkeling;
- Motorische ontwikkeling;
- Sociaal emotionele ontwikkeling.
Een kind dat bij de overdracht naar de basisschool nog steeds wordt aangemerkt als doelgroepkind, waarbij deelname aan extra stimulering verwacht effect te hebben.
Een kind waarvoor door de leerkracht van een instelling voor basisonderwijs is vastgesteld dat het op het ontwikkelingsgebied taal onvoldoende of matig scoort, met de verwachting dat deelname aan extra stimulering effect heeft.
Deze brede definitie is bedoeld om zoveel mogelijk kinderen te bereiken die inderdaad profiteren van het VVE-aanbod. Het kader is wettelijk verankerd in de Wet OKE (wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie), waarbij gemeenten verantwoordelijk zijn voor het realiseren van een VVE-aanbod van goede kwaliteit en voldoende omvang.
Toeleiding naar VVE
De toeleiding naar VVE speelt een centrale rol in het bereik van de doelgroep. Zelfs als een kind in de doelgroep valt, is het niet gegarandeerd dat het kind ook daadwerkelijk deelneemt aan VVE-programma’s. Onderzoek toont aan dat het doelgroepbereik in veel gemeenten rond de 70 tot 85% ligt, terwijl gemeenten vaak een doel van 90 tot 95% stellen. Dit verschil wijst op een kloof tussen de intentie en de werkelijke deelname. In de praktijk worden verschillende strategieën toegepast om deze kloof te overbruggen.
Een van de manieren om het bereik van de doelgroep te vergroten, is het versterken van de informatievoorziening voor ouders. In gemeenten zoals Enschede en Haarlem zijn vernieuwde informatiecampagnes opgestart om ouders beter te informeren over de VVE-aanbieding. Deze campagnes zijn bedoeld om ouders bewuster te maken van de mogelijkheden en het belang van vroegtijdige ondersteuning.
Daarnaast speelt samenwerking tussen gemeente, kinderopvang, onderwijs en jeugdgezondheidszorg (JGZ) een belangrijke rol in de toeleiding naar VVE. Wanneer een kind op de kinderopvang komt en daar wordt geconstateerd dat het een risico loopt op een ontwikkelingsachterstand, nemen de kinderopvang en JGZ contact op met de ouders. Het consultatiebureau stelt een indicatie vast en beoordeelt of VVE nodig is. Dit proces is een voorbeeld van een gezamenlijke inspanning rondom de indicatiestelling, waarbij verschillende partijen met elkaar samenwerken om kinderen op tijd te bereiken.
De toeleiding wordt ook gesteund door wettelijke kaders, zoals de wet OKE, die gemeenten verplicht om een VVE-aanbod te realiseren dat voldoet aan bepaalde kwaliteitsnormen. Daarnaast is het voor gemeenten verplicht om vanaf 1 januari 2022 hbo’ers in te zetten in de VVE-groepen. Deze professionals, die pedagogisch beleidsmedewerkers zijn, functioneren als coach, werken op de groep of zijn betrokken bij het pedagogisch beleid van de voorschoolse voorziening.
Uitdagingen in het bereik van de doelgroep
Ondanks de maatregelen die gemeenten ondernemen om het bereik van de doelgroep te vergroten, blijft het doelgroepbereik in de praktijk vaak lager dan het gestelde doel. Een aantal uitdagingen speelt hierbij een rol. Eén van de hoofdproblemen is de lack of awareness bij ouders. Veel ouders zijn niet voldoende geïnformeerd over de VVE-aanbieding en het belang van vroegtijdige ondersteuning. Dit kan leiden tot een lage deelname aan VVE-programma’s, ook al valt het kind in de doelgroep.
Logistieke barrières vormen een tweede uitdaging. Het VVE-aanbod is vaak gebonden aan specifieke tijden en locaties, wat voor sommige ouders moeilijk toegankelijk is. Dit kan vooral van toepassing zijn in gemeenten met een grote oppervlakte of een hoge mate van verspreiding van de bevolking.
Een derde uitdaging betreft de kwaliteit van het VVE-aanbod. Hoewel het kader wettelijk is verankerd, kan de kwaliteit van het aanbod variëren per gemeente. In sommige gevallen zijn de programma’s niet voldoende afgestemd op de behoeften van de doelgroep of is de uitvoering niet optimaal. Dit kan leiden tot een lage betrokkenheid van ouders en kinderen.
De landelijke cijfers van de Inspectie duiden op een bereik van ongeveer 80%, wat aantoont dat er nog ruimte is voor verbetering. In grote gemeenten is het percentage zelfs iets lager, wat wijst op extra uitdagingen in de praktijk. De evaluatie van het VVE-beleid vindt regelmatig plaats in de stuurgroep LEA, waar wordt bekeken of de definitie van de doelgroep nog voldoet, of de kinderen voldoende bereikt worden en of de toeleiding efficiënt verloopt. Waar nodig wordt er bijgesteld.
Maatregelen om het bereik van de doelgroep te vergroten
Om het bereik van de doelgroep te vergroten, ondernemen gemeenten verschillende maatregelen. Een van deze maatregelen is de uitbreiding van het VVE-aanbod aan doelgroep peuters van 10 naar 16 uur per week. Deze uitbreiding is verplicht sinds 1 augustus 2020 voor alle peuters tussen de 2,5 en 4 jaar met een VVE-indicatie. De nieuwe norm is gebaseerd op een rekensom van 1,5 jaar (2,5 tot 4 jaar) x 40 weken per jaar x 16 uur per week. Omdat het verplichte VVE-aanbod van 16 uur per week niet is bedoeld voor opvang, hanteert het kabinet een maximum van 6 uur VVE per dag.
Daarnaast is het verplicht om vanaf 1 januari 2022 hbo’ers in te zetten in de VVE-groepen. Het verplichte aantal uren per doelgroep peuter, per jaar, per locatie is vermoedelijk gesteld op 10 uur. Deze professionals kunnen functioneren als coach, werken op de groep of zijn betrokken bij het pedagogisch beleid van de voorschoolse voorziening. De inzet van hbo’ers is bedoeld om de kwaliteit van het VVE-aanbod te verbeteren en om de toeleiding van kinderen naar VVE te vergemakkelijken.
Een andere maatregel is het versterken van de samenwerking tussen gemeente, kinderopvang, onderwijs en JGZ. Deze samenwerking is belangrijk om kinderen vroegtijdig te identificeren en te toeleiden naar VVE. In sommige gemeenten is dit proces goed georganiseerd en efficiënt uitgevoerd, terwijl in andere gemeenten nog verbetering mogelijk is. In de gemeente Goirle is bijvoorbeeld een goed georganiseerd proces in gebruik waarbij verschillende partijen samenwerken om kinderen op tijd te bereiken.
Daarnaast zijn er in verschillende gemeenten vernieuwde informatiecampagnes opgestart om ouders beter te informeren over de VVE-aanbieding. Deze campagnes zijn bedoeld om ouders bewuster te maken van de mogelijkheden en het belang van vroegtijdige ondersteuning. In Enschede en Haarlem zijn bijvoorbeeld campagnes opgestart die gericht zijn op het verhogen van het bereik van de doelgroep.
Evaluatie en verbetering van het VVE-beleid
Het VVE-beleid wordt regelmatig geëvalueerd in de stuurgroep LEA. Deze evaluatie bekekt of de definitie van de doelgroep nog voldoet, of de kinderen voldoende bereikt worden en of de toeleiding efficiënt verloopt. Waar nodig wordt er bijgesteld. Ook wordt de doorgaande ontwikkelingslijn geëvalueerd en wordt bekeken hoe de vroegschoolse educatie op de basisscholen wordt uitgevoerd en of dit aansluit op de voorschoolse educatie.
De evaluatie van het VVE-beleid is een belangrijk onderdeel van het kwaliteitsborgingssysteem. Het doel van deze evaluatie is om ervoor te zorgen dat het VVE-aanbod voldoet aan de wettelijke kaders en aan de behoeften van de doelgroep. De evaluatie is ook bedoeld om ervoor te zorgen dat de maatregelen die gemeenten ondernemen om het bereik van de doelgroep te vergroten, effectief zijn en aanpassingen kunnen worden gedaan waar nodig.
In de praktijk blijkt dat de evaluatie van het VVE-beleid leidt tot verbeteringen in het bereik van de doelgroep. In sommige gemeenten is het bereik van de doelgroep gestegen als gevolg van aanpassingen aan het VVE-aanbod, de toeleiding en de samenwerking tussen partijen. In andere gemeenten is er nog ruimte voor verbetering, wat wijst op de noodzaak voor verdere investeringen in het VVE-aanbod en de toeleiding.
Conclusie
Het bereik van de doelgroep Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) in Nederland is een complexe kwestie die veel invloedrijke factoren kent. Hoewel gemeenten vaak ambities hebben van 90 tot 95% bereik, blijkt de realiteit vaak lager te liggen. Dit wijst op een aantal uitdagingen in de praktijk, zoals lack of awareness bij ouders, logistieke barrières en kwaliteitskwesties rondom VVE-programma’s. De evaluatie van het VVE-beleid is een belangrijk onderdeel van het kwaliteitsborgingssysteem en leidt tot verbeteringen in het bereik van de doelgroep. De uitbreiding van het VVE-aanbod, de inzet van hbo’ers en het versterken van de samenwerking tussen gemeente, kinderopvang, onderwijs en JGZ zijn maatregelen die leiden tot een vergroting van het bereik van de doelgroep. In de toekomst is het belangrijk om deze maatregelen verder te ontwikkelen en aan te scherpen, zodat meer kinderen profiteren van het VVE-aanbod en hun ontwikkelingskansen worden vergroot.