Fiscale behandeling van het aandeel in het reservefonds van een VvE

Het aandeel in het reservefonds van een Vereniging van Eigenaren (VvE) is een onderdeel van het vermogen dat appartementseigenaren in Nederland moeten opgeven bij de aangifte inkomstenbelasting. Deze verplichting is vanwege de fiscale kwalificatie van het aandeel als een vermogensbestanddeel in box 3. De behandeling van dit aandeel heeft in de afgelopen jaren gewijzigd, wat gevolgen heeft voor de hoogte van de belasting die appartementseigenaren moeten betalen. Deze artikel biedt een overzicht van de fiscale regels, de praktische invulling van de verplichtingen, en de huidige stand van de juridische en fiscale kwesties rond het aandeel in het reservefonds.

Wat is het reservefonds van een VvE?

Het reservefonds van een Vereniging van Eigenaren (VvE) is een financieel instrument dat gebruikt wordt om kosten voor groot onderhoud en onvoorziene uitgaven te dekken. Het fonds wordt gemeenschappelijk beheerd door de VvE en is eigen aan alle appartementseigenaren, die elk een aandeel in het fonds hebben. Dit aandeel is evenredig aan hun aandeel in het pand, wat betekent dat het deel van het totale vermogen van de VvE dat aan een eigenaar toekomt, wordt bepaald door het aantal deelwoonrechten dat de betreffende eigenaar bezit.

Het reservefonds wordt bijgehouden in de jaarlijkse balans van de VvE, die wettelijk verplicht is. Eigenaren kunnen hun aandeel in het fonds opvragen bij de beheerder of via het VvE Portaal. Het is belangrijk om te weten dat het aandeel in het reservefonds niet automatisch overeenkomt met de fiscale waarde die moet worden opgenomen in de aangifte inkomstenbelasting.

Fiscale kwalificatie van het aandeel in het reservefonds

Voor de inkomstenbelasting is het aandeel in het reservefonds van een VvE fiscaal gezien een vermogensbestanddeel dat moet worden opgenomen in box 3. Box 3 is de categorie voor vermogensbezittingen en wordt belast via de vermogensrendementsheffing. In deze categorie worden overige bezittingen, banktegoeden, en spaartegoeden onderscheiden, elk met een eigen forfaitair rendement.

Tot 2023 werd het aandeel in het reservefonds meestal beschouwd als “overige bezittingen”, wat betekende dat het forfaitair rendement van 6,17% gold. Dit leidde tot een relatief hoge belastingaanslag. Echter, na een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is er een wijziging gekomen. Het gerechtshof stelde dat het aandeel in het reservefonds beter kwalificeert als een "banktegoed" of "spaartegoed", omdat het geld vaak op een spaarrekening staat en niet actief wordt belegd.

Sinds deze uitspraak, en met ingang van 2024, is er een wetswijziging ingevoerd die het aandeel in het reservefonds voor fiscale doeleinden in box 3 belast als spaartegoeden. Dit betekent dat het forfaitaire rendement nu lager is (0,36%) en dus ook de belastingaanslag verminderd is. De Belastingdienst is echter nog niet volledig overgestapt naar deze nieuwe kwalificatie en behoudt de oude regel voor de aanslag op het aandeel in het reservefonds.

Belastingaanslag in box 3

De belastingaanslag in box 3 hangt af van het totale vermogen dat een persoon in deze categorie heeft, gecorrigeerd voor schulden, en het heffingsvrij vermogen. In 2024 is het heffingsvrij vermogen € 57.684 per persoon. Als je een fiscaal partner hebt, wordt dit bedrag verdubbeld. Het forfaitaire rendement wordt berekend op het vermogen boven deze vrijstelling.

Het aandeel in het reservefonds moet alleen het eigen deel worden opgenomen in de aangifte. Dit betekent dat je niet het totale fondsbedrag, maar alleen je persoonlijke aandeel moet invullen. Dit aandeel is afhankelijk van het aantal deelwoonrechten dat je bezit binnen de VvE.

Voorbeeld: Als je een aandeel in het reservefonds hebt van € 5.000 en het heffingsvrij vermogen is € 57.684, dan is het forfaitaire rendement op het vermogen boven deze vrijstelling € 5.000 × 0,36% = € 18. Hierover wordt 36% belasting betaald, wat € 6,48 is. Dit is aanzienlijk lager dan wat zou zijn betaald onder de oude regel (6,17% forfaitair rendement).

Praktische invulling van de belastingaangifte

Bij het invullen van de aangifte inkomstenbelasting is het belangrijk om het aandeel in het reservefonds correct op te nemen. Eigenaren kunnen dit aandeel opvragen bij de beheerder van de VvE of via het VvE Portaal. Het is raadzaam om het aandeel te laten vaststellen door een belastingadviseur of accountantskantoor, vooral als de berekening van het aandeel complex is of wanneer er uitzonderingen gelden.

Het is ook belangrijk om te weten dat het aandeel in het reservefonds niet altijd belast wordt. Bijvoorbeeld in het geval van een monumentaal pand, is het mogelijk dat geen vermogensrendementsheffing hoeft te worden betaald over het aandeel in het reservefonds. Dit kan het geval zijn wanneer het reservefonds niet beschikbaar is voor gebruik door individuele eigenaren, zoals wanneer het fonds wettelijk is geregeld of beperkt.

Uitzonderingen en fiscale voordelen

Er zijn enkele uitzonderingen op de verplichting om het aandeel in het reservefonds op te nemen in de belastingaangifte. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat een eigenaar afzien kan van een storting in het reservefonds, bijvoorbeeld wanneer het geld niet wordt gebruikt voor de oorspronkelijke doeleinden of wanneer er sprake is van fiscale uitzonderingen.

Een belangrijke fiscale voordelen is het feit dat het aandeel in het reservefonds aftrekbaar is voor de inkomstenbelasting in box 1 wanneer de VvE een lening heeft afgesloten. In dat geval is de rente die wordt betaald voor de lening aftrekbaar in box 1. Dit kan leiden tot een lager belastbaar inkomen in box 1 en dus tot een lagere belastingaanslag.

Juridische en fiscale ontwikkelingen

De juridische ontwikkelingen rond de kwalificatie van het aandeel in het reservefonds zijn belangrijk voor de belastingaanslag. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bepaald dat het aandeel in het reservefonds moet worden belast als spaartegoeden en niet als overige bezittingen. Dit heeft geleid tot een lagere belastingaanslag voor appartementseigenaren. De Belastingdienst is echter nog niet volledig overgestapt naar deze nieuwe kwalificatie en behoudt de oude regel voor de aanslag. Dit heeft geleid tot onduidelijkheid en verschillende procedures waarin de Hoge Raad zich moet uitspreken over de juiste fiscale kwalificatie.

Totdat deze procedures zijn afgerond, houdt de Belastingdienst de aanslagen op box 3-inkomen voor 2021 en 2022 aan totdat er duidelijkheid is. Dit betekent dat appartementseigenaren tijdelijk met het risico moeten leven dat hun aanslag te hoog is, afhankelijk van de categorie waar het aandeel onder valt.

Conclusie

Het aandeel in het reservefonds van een VvE is een belangrijk fiscaal element voor appartementseigenaren. Het moet worden opgenomen in box 3 van de aangifte inkomstenbelasting, waar het belast wordt via een forfaitair rendement. De kwalificatie van het aandeel heeft in de afgelopen jaren gewijzigd, met als gevolg dat de belastingaanslag is gedaald vanwege een lagere forfaitaire rente. De praktische invulling van de belastingaangifte vereist dat eigenaren hun aandeel correct berekenen en opvragen bij de VvE-beheerder of via het VvE Portaal.

Het is belangrijk om te weten dat het aandeel in het reservefonds niet altijd belast wordt en dat er uitzonderingen en fiscale voordelen mogelijk zijn. De juridische en fiscale ontwikkelingen zijn van grote betekenis voor de belastingaanslag en vereisen vooral in tijden van onduidelijkheid het advies van een belastingadviseur of accountantskantoor.

Bronnen

  1. Reservefonds VvE en inkomstenbelasting
  2. VvE en reservefonds
  3. Reservefonds VvE en box 3-belasting
  4. Appartement VvE en belastingaangifte
  5. Belasting betalen over aandeel in reservefonds VvE
  6. Appartementbewoner en belastingaangifte

Related Posts