Jongekindprofessionals samen opleiden: professionaliseren via professionele leergemeenschappen

De opleiding en professionalisering van jongekindprofessionals is een centraal thema in het huidige onderwijslandschap. In het kader van het onderzoeksthema 'Jongekindprofessionals samen opleiden' is gekeken naar de vraag hoe professionele leergemeenschappen (PLG's) bijdragen aan de verbinding tussen educatieve en onderwijsprofessionals op de werkvloer. Deze professionele leergemeenschappen vormen een platform voor samenwerking, waarin zowel de praktijk als de opleidingen betrokken zijn bij het professionaliseren van jonge kinderpedagogisch werkers.

In dit artikel worden de kernvragen en bevindingen van dit onderzoek besproken. We zetten in kaart hoe PLG’s werken, welke rol ze spelen in de aansluiting tussen voorschoolse voorzieningen en basisonderwijs, en wat de uitdagingen zijn bij het opbouwen van zo’n samenwerking. Daarnaast wordt ingegaan op de doorgaande lijn in de ontwikkeling van jonge kinderen (2-8 jaar) en hoe deze lijn wordt ondersteund door professionele leergemeenschappen.

Het artikel richt zich op een brede doelgroep van professionals in de kinderopvang, basisonderwijs, opleidingen en beleidmakers die geïnteresseerd zijn in het bevorderen van samenwerking en professionalisering in het jongekindveld.

Professionele leergemeenschappen als platform voor samenwerking

Een professionele leergemeenschap (PLG) is een groep van professionals die samen leren en professionaliseren op basis van gezamenlijke doelen en vraagstukken. In het kader van jongekindprofessionals zijn PLG's gevestigd tussen professionals uit het educatieve werkveld (zoals peuterspeelzalen, kleuterscholen en kinderdagverblijven) en onderwijswerkenden (zoals leerkrachten en pabo-docenten). Deze groepen werken samen om de kwaliteit van zorg en onderwijs te verbeteren, en om een doorgaande lijn te creëren in de ontwikkeling van jonge kinderen.

Een voorbeeld is het clusterteam van Utrecht, waarin Wil Vlam van Hogeschool Utrecht en Ellen Oosterholt van RKBS de Springplank betrokken zijn. Deze groepen hebben samen een PLG opgezet die zowel educatieve als onderwijswerkende professionals en opleiders vertegenwoordigt. Deze samenwerking is geïntegreerd in de 'samen opleiden'-partnerschappen van de betrokken pabo’s.

In de praktijk betekent dit dat professionals uit verschillende domeinen elkaar ontmoeten om onderling inzicht te krijgen in hun werkwijze, ervaringen te delen en gezamenlijk aan oplossingen te werken. Zoals beschreven in de bronnen, leidt dit tot een betere aansluiting tussen voorschoolse voorzieningen en basisonderwijs, wat essentieel is voor de ontwikkeling van jonge kinderen.

Betere aansluiting tussen voorschoolse voorzieningen en basisonderwijs

Een van de kernvragen in dit onderzoek was hoe een professioneel overdrachtsformulier kan bijdragen aan een betere doorgaande lijn tussen voorschoolse voorzieningen en de basisschool. In de situatie van basisschool De Springplank in Huizen is al geruime tijd sprake van de wens om deze aansluiting te intensiveren. Momenteel worden verschillende overdrachtsformulieren gebruikt, maar deze blijken arbeidsintensief en weinig effectief.

In de praktijk wordt met name gekeken of een kind wel of geen VVE-indicatie heeft (Verwijzing Voor Extra Ondersteuning). Hoewel dit een belangrijk kader is voor het ondersteunen van kinderen met ontwikkelingsproblemen, blijkt het in de praktijk niet altijd toe te leiden tot een betere doorgaande lijn. Wel is er een meerwaarde geconstateerd in het persoonlijk contact tussen leidsters van de peuterspeelzaal die in het schoolgebouw werken. Hierdoor is er meer bekendheid over de kinderen die instromen. Met andere voorschoolse voorzieningen is dit contact echter vaak alleen schriftelijk of helemaal afwezig.

De uitdaging is dus om dit proces te professionaliseren en te institutionaliseren via PLG's en overdrachtsinstrumenten die beter aansluiten op de praktijk. Dit betekent het opstellen van professionele overdrachtsformulieren die niet alleen administratief, maar ook pedagogisch en onderwijsgericht zijn. Het doel is om de doorgaande lijn in de ontwikkeling van jonge kinderen te waarborgen, waarbij zowel voorschoolse voorzieningen als de basisschool een rol spelen.

De doorgaande lijn in de ontwikkeling van jonge kinderen

De doorgaande lijn in de ontwikkeling van jonge kinderen (2-8 jaar) is een kernaspect van het onderzoek. Deze lijn betreft de overgang van de voorschoolse voorzieningen naar de basisschool en de voortzetting daarvan in de onderbouw. In de PLG's is gekeken naar hoe deze lijn kan worden ondersteund via samenwerking, professionalisering en onderwijsinnovatie.

Een van de bevindingen is dat er in zowel de voorschoolse voorzieningen als de basisschool wordt ingezet op een speelse manier om te werken aan zelfstandigheid en cognitieve vaardigheden. Daarnaast is er ruimte voor sociale vaardigheden en emotionele ontwikkeling. In de voorschoolse voorzieningen wordt dit vaak gerealiseerd via kortdurende passende activiteiten, afhankelijk van de spanningsboog van de kinderen. In groep 1 en 2 wordt dit proces voortgezet, maar dan meer gericht op doelen en structuur.

De professionalisering van jongekindprofessionals houdt dus ook in dat ze leren omgaan met deze doorgaande lijn. Dit betekent dat opleiders, leerkrachten en educatieve professionals samen moeten werken aan een visie op deze overgang en aan ondersteunende praktijken die passen bij de ontwikkelingsfase van de kinderen.

Uitdagingen bij het opbouwen van professionele leergemeenschappen

Hoewel PLG's veel potentie bieden, zijn er ook uitdagingen bij het opzetten en uitvoeren van deze samenwerking. Een van de belangrijkste uitdagingen is het samenstellen van een PLG waarin zowel educatieve als onderwijswerkende professionals en opleiders betrokken zijn. Dit blijkt een complexe en soms niet haalbare opgave te zijn.

In de praktijk blijkt dat professionals uit verschillende werkvelden vaak andere terminologie, werkwijzen en doelen hanteren. Dit kan leiden tot verwarring en onvolledige samenwerking. Daarom is het belangrijk dat PLG's zich richten op gezamenlijke doelen en vraagstukken die relevant zijn voor alle betrokkenen. Dit vereist een goed opgebouwd werkkader, met duidelijke afspraken over communicatie, taakverdeling en evaluatie.

Daarnaast is er een behoefte aan ondersteuning op beleidsniveau. Dit betreft zowel financiële middelen als structurele ondersteuning, zoals het ontwikkelen van overdrachtsinstrumenten en het faciliteren van samenwerking tussen verschillende partijen.

Conclusie

Het onderzoek naar jongekindprofessionals samen opleiden heeft duidelijk laten zien dat professionele leergemeenschappen een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan de professionalisering van jonge kinderpedagogisch werkers. Deze PLG's vormen een platform voor samenwerking, waarin zowel educatieve als onderwijswerkende professionals en opleiders betrokken zijn bij het professionaliseren van jonge kinderpedagogisch werkers.

De doorgaande lijn in de ontwikkeling van jonge kinderen is een kernaspect van dit onderzoek. Het is belangrijk dat deze lijn wordt ondersteund via samenwerking, professionalisering en onderwijsinnovatie. Dit betekent dat opleiders, leerkrachten en educatieve professionals samen moeten werken aan een visie op deze overgang en aan ondersteunende praktijken die passen bij de ontwikkelingsfase van de kinderen.

Tegelijkertijd blijkt dat het opbouwen van PLG's niet zonder uitdagingen gaat. Het samenstellen van een PLG waarin zowel educatieve als onderwijswerkende professionals en opleiders betrokken zijn, blijkt een complexe en soms niet haalbare opgave. Daarom is het belangrijk dat PLG's zich richten op gezamenlijke doelen en vraagstukken die relevant zijn voor alle betrokkenen. Dit vereist een goed opgebouwd werkkader, met duidelijke afspraken over communicatie, taakverdeling en evaluatie.

Tevens is er behoefte aan ondersteuning op beleidsniveau. Dit betreft zowel financiële middelen als structurele ondersteuning, zoals het ontwikkelen van overdrachtsinstrumenten en het faciliteren van samenwerking tussen verschillende partijen.

Het onderzoek heeft aangetoond dat professionalisering via PLG's een veelbelovende richting is, maar dat er ook aandacht moet zijn voor de praktische uitdagingen. Met de juiste ondersteuning en samenwerking kan deze aanpak een significante bijdrage leveren aan de kwaliteit van zorg en onderwijs voor jonge kinderen.

Bronnen

  1. Oostdam, R., Tavecchino, L., Huijbregts, S., Nøhr, K., & Ex, C. (2014). Een integraal kindcentrum als open leer- en ontwikkelingsgemeenschap. Pedagogiek, 34(1), 60–73.
  2. Rumping, S., Boendermaker, L., & de Ruyter, D. J. (2018). Stimulating interdisciplinary collaboration among youth social workers: A scoping review. Health & Social Care in the Community, 27(2), 293–305.
  3. Klinkhammer, N., Schäfer, B., Harring, D., & Gwinner, A. (2017). Monitoring Quality in Early Childhood Education and Care. German Youth Institute.
  4. Kemmeren, C. & Suasso de Lima de Prado, E. (2021). Kennisnetwerk Lerende Leraar Samen professionaliseren in netwerken: de Twente wijze. Utrecht: Platform Samen Opleiden.
  5. DuFour, R. DuFour, R., Eaker, R. & Many, T. (2016). PLG: leraren leren samen. Werken aan beter onderwijs in een professionele leergemeenschap. Rotterdam: Bazelt Educatieve uitgaven.
  6. Vermeulen, M. (2016). Professionalisering docenten moet anders. Heerlen: OU.
  7. Atchison, B., & Pompelia, S. (2018). Transitions and Alignment from preschool to kindergarten.
  8. Inspectie van het onderwijs. (2019, november). Samenwerken aan kwaliteit en kansen voor kinderen.
  9. Inspectie van het Onderwijs. (2016). Investeren loont!
  10. Slot, P. & Leseman, P. (2019). Investeren in kinderen van 0-12 jaar, bevindingen uit de wetenschap.
  11. Sardes & Regioplan. (2016). Condities in kwaliteit voor kindvriendelijke overgang.
  12. Guralnick, M. J. (2013). Developmental science and preventive interventions for children at environmental risk. Infants Young Child, 26(4), 270-285.

Related Posts