De functie en eisen voor de pedagogisch beleidsmedewerker in de voorschoolse educatie

Inleiding

Sinds 1 januari 2019 is de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker verplicht binnen kinderopvangorganisaties die deelname aan de voorschoolse educatie (VVE) aanbieden. In 2022 werd deze eis uitgebreid met een extra ureninzet voor locaties die de VVE-activiteiten uitvoeren. De functie van pedagogisch beleidsmedewerker speelt een centrale rol in de kwaliteitsontwikkeling van VVE. Deze medewerker is verantwoordelijk voor het ontwikkelen van pedagogisch beleid en het coachen van collega’s in de uitvoering daarvan.

Deze artikel biedt een overzicht van de eisen aan de pedagogisch beleidsmedewerker, de inhoud van de functie, en hoe deze zich verhoudt tot het bredere kader van de voorschoolse educatie. We richten ons hierbij exclusief op de informatie uit de verstrekte bronnen en volgen een objectieve, feitgerichte aanpak.

De rol van de pedagogisch beleidsmedewerker in de VVE

De pedagogisch beleidsmedewerker is een medewerker op hbo-niveau die verantwoordelijk is voor de verhoging van de kwaliteit van voorschoolse educatie. De medewerker draagt bij aan de ontwikkeling en implementatie van beleid en biedt coaching aan andere medewerkers. Deze functie is niet alleen gericht op het coachen van beroepskrachten, maar ook op het versterken van de samenwerking tussen het gemeentelijk beleid, de kinderopvangorganisatie en de werkvloer.

De pedagogisch beleidsmedewerker is verantwoordelijk voor een aantal kernactiviteiten, waaronder:

  • Coaching op pedagogisch-didactisch handelen
  • Opbrengstgericht werken aan VVE
  • Versterking van ouderbetrokkenheid

Deze activiteiten worden uitgevoerd met het doel om de kwaliteit van de voorschoolse educatie op de werkvloer te verbeteren. De medewerker moet in staat zijn om de kwaliteitsdoelen van de VVE te vertalen naar praktische activiteiten en te coachen medewerkers in het implementeren daarvan.

Eisen aan de pedagogisch beleidsmedewerker

Om als pedagogisch beleidsmedewerker te mogen werken, zijn er specifieke eisen gesteld. Deze eisen zijn vastgelegd in wettelijke kaders en zijn afgeleid uit de inhoud van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. De eisen omvatten zowel kwalificaties als inhoudelijke kennis en vaardigheden.

Kwalificaties

De pedagogisch beleidsmedewerker moet op minstens hbo-niveau zijn opgeleid. Voor toegang tot de opleiding pedagogisch beleidsmedewerker is het verplicht om al in het bezit te zijn van een diploma of getuigschrift dat certificeert voor de kwalificatie-eisen van deze functie. Dit betekent dat het niet mogelijk is om direct de opleiding te volgen zonder eerst het benodigde theoretisch en praktische kader te hebben afgelegd.

Er zijn geaccrediteerde opleidingen beschikbaar voor pedagogisch beleidsmedewerkers, die gericht zijn op het ontwikkelen van de benodigde kennis en vaardigheden. Voor meer informatie hierover wordt verwezen naar externe bronnen zoals kinderopvang-werkt.nl.

Inhoudelijke kennis en vaardigheden

De pedagogisch beleidsmedewerker moet beheersen:

  • Kennis van pedagogisch beleid en implementatie
  • Coachingvaardigheden op het gebied van pedagogisch-didactisch handelen
  • Opbrengstgerichte werkwijze in de VVE
  • Strategieën voor het versterken van ouderbetrokkenheid

Deze vaardigheden zijn essentieel om effectief te kunnen coachen en het beleid op de werkvloer te implementeren. De medewerker dient ook in staat te zijn om te werken in overleg met andere medewerkers, leidinggevenden en eventueel ouders om een cohesieve werkwijze te ontwikkelen.

Beroepsbeoefening en opleiding

De pedagogisch beleidsmedewerker moet niet alleen theoretisch inzicht hebben, maar ook in staat zijn om deze kennis in de praktijk toe te passen. Opleidingen zoals Pedagogisch coach: kwaliteit en coaching zijn gericht op het opleiden van medewerkers tot pedagogisch beleidsmedewerkers en zijn ontworpen om deze praktische vaardigheden te ontwikkelen.

Ureninzet en urenberekening

De ureninzet van de pedagogisch beleidsmedewerker is een belangrijk onderdeel van het wettelijk kader. Per kindercentrum zijn er 50 uur per jaar beschikbaar voor de implementatie van pedagogisch beleid. Bovendien is er een extra ureninzet op locaties die VVE-activiteiten uitvoeren. Deze extra uren worden berekend op basis van het aantal doelgroeppeuters in een kindercentrum. Voor ieder doelgroeppeuter zijn 10 uur beschikbaar per jaar.

Voorbeeldberekening

Het aantal benodigde uren per locatie wordt berekend aan de hand van de volgende formule:

Aantal doelgroeppeuters x 10 uur = benodigde uren per jaar

Een voorbeeld van deze berekening kan als volgt zijn:

  • Locatie A: 20 doelgroeppeuters x 10 = 200 uur
  • Locatie B: 15 doelgroeppeuters x 10 = 150 uur
  • Locatie C: 25 doelgroeppeuters x 10 = 250 uur
  • Totaal: 600 uur

Deze uren zijn niet flexibel inzetbaar over meerdere locaties, maar moeten per locatie worden toegewezen. De verdeling van uren over de verschillende groepen binnen een locatie is vrij, zolang het beleid en de doelen van de VVE worden nageleefd.

Verdeling van uren over activiteiten

Er is geen mogelijkheid om uren te verschuiven tussen het pedagogisch beleidsontwikkeling en de pedagogische coaching. Dit betekent dat de uren voor beleidsontwikkeling apart moeten worden ingeruimd van de uren voor coaching. De verdeling van uren over activiteiten moet duidelijk zijn en in lijn met de doelstellingen van de VVE.

Het is wel mogelijk om de uren die beschikbaar zijn op basis van het aantal FTE’s vrij in te zetten over de locaties, zolang er sprake is van transparantie en overleg met betrokken partijen. Echter, de medewerker moet ervoor zorgen dat de uren worden ingezet op een manier die effectief bijdraagt aan de kwaliteitsontwikkeling van de VVE.

Toezicht en handhaving

De kwaliteit van de voorschoolse educatie wordt gecontroleerd binnen het kader van de wet OKE. De Onderwijsinspectie en de GGD spelen een centrale rol in het toezicht en in de handhaving van kwaliteitseisen. De gemeente is verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van kwaliteitseisen en werkt samen met de GGD om dit te realiseren.

Er zijn periodieke afspraken tussen de gemeente en de GGD om ervoor te zorgen dat het toezicht op de kwaliteit van de VVE wordt gecoördineerd. De GGD beoordeelt of de kwaliteitseisen uit de AMvB worden nageleefd. Hierbij wordt gebruikgemaakt van een landelijk toetsingskader. Als het aanbod niet voldoet aan de kwaliteitseisen, moet de GGD een rapport opstellen dat wordt doorgegeven aan de gemeente. De gemeente kan dan eventueel maatregelen nemen om de kwaliteit te verbeteren.

De onderwijsinspectie houdt tevens toezicht op de educatieve kwaliteit van de VVE. Dit gebeurt zowel op verzoek van de gemeente als op eigen initiatief. De inspectie beoordeelt of de activiteiten die worden uitgevoerd in de VVE voldoen aan de wettelijke eisen en of ze effectief zijn in het ontwikkelen van jonge kinderen.

Praktijkgerichte implementatie

Naast het wettelijke kader en de urenberekening is het ook belangrijk om aandacht te besteden aan de praktische implementatie van de functie. De pedagogisch beleidsmedewerker moet in staat zijn om het beleid op de werkvloer te vertalen naar concrete activiteiten. Dit betekent dat er regelmatig overleg moet plaatsvinden tussen de medewerker, andere collega’s en eventueel ouders.

Er zijn workshops en webinars beschikbaar die gericht zijn op het verduidelijken van de functie en het geven van praktische handvatten voor de implementatie. Deze workshops behandelen onder andere de wettelijke kaders, de inzet van de medewerker, en de verdeling van uren. Voor meer informatie over deze workshops wordt verwezen naar externe bronnen zoals GOAB en kinderopvang-werkt.nl.

Voorbeeldtekst

Een voorbeeld van hoe de ureninzet in de praktijk kan worden toegewezen, ziet er als volgt uit:

"Voor de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker/coach in de VVE moet per jaar het aantal doelgroeppeuters x 10 uur beschikbaar zijn. De peildatum voor het berekenen van het minimaal aantal uren is ook hier 1 januari van elk kalenderjaar.

Hieronder een weergave van de benodigde uren per VE-locatie. Deze uren zijn niet flexibel inzetbaar over alle VE-locaties van onze organisatie, maar mogen alleen besteed worden op de desbetreffende locatie. De verdeling van de uren over de VE-groepen op die locatie is vrij.

Per VE-locatie is op grond van het ‘Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie’ op jaarbasis nodig:

  • [LOCATIE A] [AANTAL DOELGROEPPEUTERS] x 10 = … uur
  • [LOCATIE B] [AANTAL DOELGROEPPEUTERS] x 10 = … uur
  • [LOCATIE C] [AANTAL DOELGROEPPEUTERS] x 10 = … uur

Totaal X uur

Deze uren komen bovenop het aantal uur dat is toebedeeld aan elke locatie vanuit de ureninzet IKK."

Conclusie

De functie van pedagogisch beleidsmedewerker in de voorschoolse educatie is essentieel voor de verhoging van de kwaliteit van VVE. De medewerker draagt bij aan het ontwikkelen en implementeren van pedagogisch beleid, biedt coaching aan collega’s en versterkt de samenwerking tussen de werkvloer, leidinggevenden en gemeentelijke beleid.

De eisen aan deze functie zijn duidelijk geregeld in wettelijke kaders, en de ureninzet moet worden bepaald op basis van het aantal doelgroeppeuters per locatie. Het is belangrijk dat de verdeling van uren transparant is en dat de activiteiten effectief bijdragen aan de kwaliteitsontwikkeling van de VVE.

De rol van de pedagogisch beleidsmedewerker is dus niet alleen een functionele verantwoordelijkheid, maar ook een strategische functie die gericht is op het behouden en verhogen van de kwaliteit van de voorschoolse educatie in Nederland. Het is een functie die zowel inhoudelijke kennis als praktische vaardigheden vereist, en die van belang is voor zowel de medewerkers op de werkvloer als voor de ouders die hun kinderen in deze instellingen brengen.

Bronnen

  1. VE-Beleidsmedewerker/VE-coach voor pedagogisch beleidsmedewerkers
  2. Kwalificatiestructuur - Certificaat
  3. FAQ Pedagogische beleidsmedewerker/Coach
  4. Lokale regelgeving - Wet OKE

Related Posts