Geen VVE Peutergroepen: Uitleg, Aanbod en Beleidsontwikkelingen in Nederland

Inleiding

In de huidige context van voorschoolse opvang en vroeggezinsinterventie (VVE) in Nederland zijn er verschillende initiatieven en beleidsplannen om te zorgen voor een gelijkwaardige start voor alle peuters. VVE is gericht op kinderen met een (risico op) ontwikkelingsachterstand en probeert de taal- en sociaal-emotionele ontwikkeling te bevorderen, evenals het ondersteunen van de gezinssituatie. Het doel is om ervoor te zorgen dat deze kinderen beter voorbereid zijn op de basisschool.

Een van de kwesties die opduiken in de praktijk is de afwezigheid van VVE-gerichte peutergroepen. Niet alle kinderopvanginstellingen bieden het VVE-programma aan, wat betekent dat ouders actief moeten zoeken naar een instelling die wel VVE aanbiedt. In dit artikel wordt ingegaan op de situatie rondom het ontbreken van VVE-gerichte peutergroepen, de huidige aanbodstructuur, beleidsdoelstellingen en de rol van ouders bij het toegankelijk maken van VVE. De informatie is gebaseerd op de context van gemeenten zoals Rhenen en Valkenswaard, waar VVE wordt uitgerold binnen de kaders van de wet en in samenwerking met diverse partijen.

De rol van VVE in de voorschoolse opvang

VVE staat voor vroeggezinsinterventie en is een programma dat gericht is op jonge kinderen met een (risico op) ontwikkelingsachterstand. Het programma heeft als doel de taal- en sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind te stimuleren en de gezinssituatie te ondersteunen. Dit gebeurt doordat kinderen in een gestructureerde, kindvriendelijke omgeving worden betrokken in activiteiten die hun groei ondersteunen, terwijl ouders tegelijkertijd begeleid worden.

In de praktijk betekent VVE dat kinderen 16 uur per week, verspreid over ten minste 4 dagen, deel kunnen nemen aan een voorschoolse voorziening. Deze voorzieningen moeten voldoen aan kwaliteitsnormen, zoals bepaald in de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK), waarbij onder andere eisen gelden voor leidster-kind-ratio, taalvaardigheden van medewerkers en het aanbod van een mentor per kind.

De aanbieders van VVE worden geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP), een officieel register dat instellingen opneemt die voldoen aan de kwaliteitsnormen. De toegang tot VVE is gebaseerd op een indicatie van de Jeugdgezondheidszorg (JGZ), die na een consult de geschiktheid van het kind voor het programma bepaalt.

De aanbodstructuur voor VVE in de praktijk

In gemeenten zoals Valkenswaard en Rhenen is het VVE-aanbod grotendeels uitgevoerd door specifieke instellingen. In Valkenswaard bieden onder andere Stichting Peuterdorp, Kids World en Mira VVE aan. In Rhenen zijn er ook meerdere organisaties die VVE-gerichte opvang aanbieden. Deze instellingen gebruiken gecertificeerde programma’s zoals Uk en Puk, Startblokken en Puk en Co.

De aanbodstructuur van VVE is echter niet gelijk verdeeld over alle gemeenten. Er zijn ook instellingen die geen VVE willen of kunnen bieden, zoals bijvoorbeeld in Valkenswaard de organisaties IkOok! en Bij de Boer. In dergelijke gevallen is het belangrijk dat ouders actief worden betrokken en begeleid worden om een geschikte VVE-voorziening te vinden.

Een belangrijk instrument bij de toeleiding is de coördinator voor vroeggezinsinterventie, die meestal een medewerker van de GGDrU is. Deze coördinator zorgt voor de aanmelding van kinderen, stemt af met de JGZ en de voorschoolse voorziening, en ondersteunt ouders bij de keuze van een VVE-instelling. Het idee is dat ouders vrije keuze hebben, maar dat er wel drang wordt uitgeoefend om het programma te volgen.

De afwezigheid van VVE-gerichte peutergroepen

Hoewel VVE een breed aanbod kent in veel gemeenten, is het niet altijd mogelijk om een VVE-gerichte peutergroep te vinden. Dit komt doordat niet alle kinderopvanginstellingen het VVE-programma aanbieden, of omdat het aanbod beperkt is in bepaalde regio's. Een van de gevolgen is dat ouders soms verder moeten reizen om hun kind in een VVE-voorziening te plaatsen.

In sommige gevallen wordt er wel een VVE-gerichte groep aangeboden, maar deze is beperkt in uren of in het aantal kinderen dat wordt opgenomen. Dit kan voorkomen dat kinderen met een indicatie direct in een VVE-programma terechtkomen, wat het doel van het programma ondermijnt.

Daarnaast is het ook mogelijk dat een VVE-gerichte groep niet langer beschikbaar is vanwege afhankelijkheid van de financiële middelen en de organisatie. In Rhenen, bijvoorbeeld, is de Peutergroep Willem Teellinck een pilot-startgroep die VVE aanbiedt, maar deze is volledig gefinancierd uit VVE-middelen en niet uit reguliere peuteropvang-middelen. Dit betekent dat het programma afhankelijk is van de beschikbaarheid van VVE-baten en de regie ligt bij de basisschool in plaats van bij de opvanginstelling zelf.

De afwezigheid van VVE-gerichte peutergroepen kan ook leiden tot segregatie, zoals opgemerkt wordt in de literatuur. Volgens professor Leseman is het belangrijk dat kinderen met en zonder VVE-indicatie in dezelfde groepen terechtkomen, zodat kinderen met een achterstand leren van de kinderen die verder zijn in hun ontwikkeling. Segregatie is een risico wanneer VVE-gerichte groepen worden afgesloten voor kinderen zonder indicatie, of als ouders de keuze maken om hun kind niet in zo’n groep te plaatsen.

Beleidsdoelstellingen en uitvoering in de praktijk

In Valkenswaard is het doel van het VVE-beleid om vanaf 1 januari 2020 alle benodigde randvoorwaarden te realiseren zodat kinderen met een VVE-indicatie 16 uur per week kunnen deelnemen aan een VVE-programma. Dit betekent dat er voldoende uren zijn voorzien in de voorschoolse voorzieningen en dat deze voldoen aan de kwaliteitsnormen. De aanbieders hebben tot 1 augustus 2020 de tijd om dit doel te bereiken.

Het beleid houdt rekening met de visie dat VVE een positieve invloed heeft op de ontwikkeling van kinderen en de ondersteuning van het gezin. In de praktijk betekent dit dat de gemeente samen met partners, zoals de JGZ, kinderopvanginstellingen en ouders, de toeleiding, indicatie en financiering van VVE coördineert. Het doel is om zoveel mogelijk kinderen toegang te geven tot het programma, ongeacht hun achtergrond of situatie.

In Rhenen is het beleid vergelijkbaar: het streven is om een aanbod te realiseren dat aansluit bij de behoeften van peuters en hun ouders. De gemeente werkt aan een uitbreiding van het aanbod van VVE-gerichte opvang en zet zich in om ouders actief te betrekken bij de ontwikkeling van hun kind. De visie is dat kinderen het beste groeien in een omgeving waarin ze gemengd met kinderen van verschillende ontwikkelingsniveaus spelen en leren.

De rol van ouders bij VVE

Ouders spelen een centrale rol bij de toegankelijkheid van VVE. Hoewel ouders niet gedwongen kunnen worden om hun kind in een VVE-voorziening te plaatsen, is er wel sprake van "geen dwang, wel drang". Dit betekent dat ouders worden aangemoedigd om VVE te overwegen, omdat het programma gunstig is voor de ontwikkeling van het kind. De coördinator voor VVE en de JGZ-verpleegkundige werken samen om ouders te informeren en te ondersteunen bij de keuze van een VVE-instelling.

In sommige gevallen wordt er telefonisch contact opgenomen met ouders als reguliere consulten niet hebben geleid tot een aanmelding. Daarnaast worden ook huisbezoeken en gezamenlijke bezoeken aan een VVE-voorziening aangeboden. Deze maatregelen zijn bedoeld om ouders bewust te maken van de voordelen van VVE en hen te helpen bij het vinden van een geschikte instelling.

Oudersbetrokkenheid is ook een kernaspect van het VVE-programma. Actieve deelname van ouders wordt gezien als een belangrijke factor bij de ontwikkeling van het kind. Ouders worden ondersteund in het stimuleren van het leerproces van hun kind en in het creëren van een ondersteunend gezinklimaat. In dit kader worden ook ouderprogramma's georganiseerd, zoals stevig ouderschap, waarin jonge ouders begeleiding krijgen.

Financiering en kosten van VVE

De financiering van VVE is gebaseerd op een specifiek systeem dat gericht is op het beschikbaar stellen van middelen voor het programma. In Rhenen is de Peutergroep Willem Teellinck een pilot-startgroep die volledig gefinancierd wordt uit VVE-middelen en niet uit reguliere peuteropvang-middelen. Dit betekent dat het programma afhankelijk is van de beschikbaarheid van VVE-baten en dat de financiering van de groep gescheiden is van reguliere opvang.

In Valkenswaard wordt VVE ook gefinancierd uit VVE-middelen, en er zijn specifieke kosten die verbonden zijn aan het programma, zoals kosten voor ouderprogramma’s, bibliotheekbijdrage, VVE-coördinator en scholing. De verdeling van deze middelen wordt bepaald in de VVE-werkgroep, waarin diverse partijen meebeslissen over de uitvoering van het programma.

De oudersbetalingsregeling voor VVE is afgestemd op het inkomen van het huishouden. Aan de basis van de oudersbijdrage ligt het verzamelinkomen, wat betekent dat ouders die meer verdienen een hogere bijdrage betalen. Deze regeling is bedoeld om de toegankelijkheid van VVE te waarborgen, ongeacht de financiële situatie van het gezin.

Uitdagingen en kansen in de VVE-uitvoering

De uitvoering van VVE brengt verschillende uitdagingen met zich mee, zoals de beperkte beschikbaarheid van VVE-gerichte opvang, de afhankelijkheid van financiering en de noodzaak om ouders actief te betrekken. Deze uitdagingen kunnen leiden tot ongelijkheid in de toegang tot VVE, wat het doel van het programma ondermijnt.

Een van de belangrijkste uitdagingen is het vermijden van segregatie. Omdat VVE gericht is op kinderen met een (risico op) ontwikkelingsachterstand, kan het programma worden gezien als een aparte groep, wat leidt tot scheiding tussen kinderen met en zonder indicatie. Dit is een probleem, omdat kinderen met een achterstand het beste leren van kinderen die verder zijn in hun ontwikkeling. De visie op gemengde groepen is daarom van groot belang in de VVE-uitvoering.

Daarnaast is er ook aandacht voor de kwaliteit van de VVE-uitvoering. De Wet IKK stelt hogere eisen aan de kwaliteit van kinderopvang en peuterspeelzalen, waaronder eisen voor de leidster-kind-ratio, taalvaardigheden van medewerkers en het aanbod van een mentor per kind. Deze eisen zijn bedoeld om de kwaliteit van de opvang te waarborgen, maar ze stellen ook extra eisen aan de organisatie en financiering van VVE.

Samenwerking en coördinatie in de VVE-uitvoering

De uitvoering van VVE vereist een sterke samenwerking tussen verschillende partijen, zoals de gemeente, kinderopvanginstellingen, de JGZ, ouders en VVE-coördinatoren. Deze samenwerking is nodig om ervoor te zorgen dat de toeleiding van kinderen aan VVE efficiënt verloopt en dat ouders goed worden ondersteund bij de keuze van een VVE-instelling.

In Valkenswaard is de coördinator voor VVE een medewerker van de GGDrU, die ook verpleegkundige is in de jeugdgezondheidszorg. Deze coördinator zorgt voor de aanmelding van kinderen, stemt af met de JGZ en de voorschoolse voorziening, en ondersteunt ouders bij de keuze van een VVE-instelling. De coördinator speelt een belangrijke rol in het voorkomen van segregatie en in het bevorderen van de toegankelijkheid van VVE.

In Rhenen is de coördinatie van VVE ook een belangrijk onderdeel van het beleid. De gemeente werkt samen met kinderopvanginstellingen om ervoor te zorgen dat ouders actief worden betrokken bij de ontwikkeling van hun kind. De visie is dat VVE het beste werkt wanneer ouders en medewerkers samenwerken om de ontwikkeling van het kind te ondersteunen.

Conclusie

VVE is een programma dat gericht is op jonge kinderen met een (risico op) ontwikkelingsachterstand en dat gericht is op het bevorderen van de taal- en sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind en het ondersteunen van de gezinssituatie. De uitvoering van VVE vraagt om een breed aanbod van voorschoolse voorzieningen, actieve betrokkenheid van ouders en samenwerking tussen diverse partijen.

De afwezigheid van VVE-gerichte peutergroepen kan leiden tot ongelijkheid in de toegang tot het programma en tot segregatie. Het is daarom belangrijk dat gemeenten en kinderopvanginstellingen zich inzetten voor het uitbreiden van het VVE-aanbod en voor het voorkomen van scheiding tussen kinderen met en zonder VVE-indicatie. De financiering en kwaliteit van VVE zijn ook van groot belang, omdat ze de toegankelijkheid en effectiviteit van het programma bepalen.

In de huidige context is VVE een belangrijk onderdeel van de voorschoolse opvang en een centrale aandachtspunt in het beleid van gemeenten zoals Valkenswaard en Rhenen. Het is van groot belang dat ouders actief worden betrokken bij de keuze van een VVE-instelling en dat het programma wordt uitgevoerd in een omgeving waarin kinderen gemengd met kinderen van verschillende ontwikkelingsniveaus kunnen leren en groeien.

Bronnen

  1. CVDR424425
  2. CVDR682797/1
  3. Alle peuters, gelijke kansen

Related Posts