Inleiding
De gemeente Hardenberg heeft op meerdere momenten regelingen vastgesteld om de financiering van peuteropvang en voorschoolse educatie te reguleren. Deze regelingen bepalen niet alleen hoe subsidie wordt verstrekt, maar ook wat de rol is van de eigen bijdrage van ouders, ook wel genoemd VVE-bijdrage (voorwaardelijke verantwoordelijke eigen bijdrage). Het begrip eigen bijdrage speelt een centrale rol in de financiering van deze zorg, omdat het een van de weinige directe betalingsverplichtingen voor ouders is.
In dit artikel wordt een gedetailleerde inventarisatie gemaakt van de regelingen van de gemeente Hardenberg rondom de eigen bijdrage in de context van peuteropvang en voorschoolse educatie. Het artikel is gebaseerd op twee historische stukken: een vervallen deelsubsidieverordening van 2013 en een actuele subsidieregeling van 2021. Deze documenten geven inzicht in hoe de gemeente Hardenberg subsidie berekent, welke voorwaarden gelden, en hoe de eigen bijdrage van ouders in beeld komt.
Het artikel is bedoeld voor een doelgroep van ouders, kinderopvangverleners, en professionals in het onderwijs- en zorgsectoren. Het biedt een overzicht van de juridische en administratieve kaders, evenals een overweging van de praktische toepassing van deze regelingen.
Wat is een VVE-bijdrage?
De term "VVE-bijdrage" staat voor "voorwaardelijke verantwoordelijke eigen bijdrage". In de context van de regelingen van Hardenberg verwijst deze term naar de financiële bijdrage van ouders aan de kosten van de kinderopvang of voorschoolse educatie. Deze bijdrage is voorwaardelijk in de zin dat ze afhankelijk is van het inkomen van het gezin. De bijdrage is verantwoordelijk in de zin dat ouders verantwoordelijk zijn voor deze bijdrage, mits ze niet recht hebben op kinderopvangtoeslag.
De VVE-bijdrage is een essentieel onderdeel van de financiering van de kinderopvang en voorschoolse educatie. In de regelingen van Hardenberg is deze bijdrage expliciet verwerkt in de berekening van de subsidie. Dit betekent dat de subsidie wordt berekend op basis van het aantal bezette plaatsen, het uurprijsbedrag en de VVE-bijdrage, waarbij de subsidie het verschil maakt tussen de totale kosten en deze eigen bijdrage.
Juridische basis
De regelingen van Hardenberg zijn gebaseerd op meerdere wetten en algemene subsidieverordeningen. Zo wordt in de vervallen deelsubsidieverordening van 2013 (document 1) expliciet verwezen naar de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht, de Wet op het Primair Onderwijs, en de Algemene subsidieverordening Cultuur, Sport en Welzijn van Hardenberg uit 2004. Deze wetgeving stelt het kader waarbinnen de subsidie en de eigen bijdrage worden gereguleerd.
In de huidige subsidieregeling van 2021 (document 2) wordt ook verwezen naar de Algemene subsidieverordening van Hardenberg uit 2018, en naar wettelijke plichten zoals het inzetten van een pedagogisch beleidsmedewerker. De regelingen zijn dus steeds in lijn met de wettelijke kaders, maar worden bijgesteld om huidige maatschappelijke en juridische ontwikkelingen te volgen.
Doelgroep
De regelingen zijn gericht op twee hoofddoelgroepen: kinderen van 2 tot 4 jaar in de peuteropvang en doelgroeppeuters in de voorschoolse educatie. De definities van deze groepen zijn belangrijk, omdat de financiering en de subsidieberekening per doelgroep kunnen verschillen. In de regeling van 2021 is bijvoorbeeld een duidelijke omschrijving van "voorschoolse educatie" als een ontwikkelingsgericht aanbod dat gericht is op taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling.
Subsidieberekening en de rol van de VVE-bijdrage
Subsidieberekening in de vervallen regeling (2013)
In de vervallen deelsubsidieverordening van 2013 wordt de subsidie berekend op basis van het aantal bezette plaatsen, het uurprijsbedrag en de VVE-bijdrage. De subsidie wordt berekend als het verschil tussen de totale kosten van het aanbod en de eigen bijdrage van de ouders. Dit is in lijn met de Algemene subsidieverordening, waarin wordt gesproken over exploitatiesubsidies, waarbij de subsidie het verschil maakt tussen de gerealiseerde kosten en de inkomsten.
In artikel 6 van deze regeling is te lezen dat de subsidie wordt berekend op basis van het aantal bezette plaatsen in de peuteropvang en de voorschoolse educatie. De subsidie is dus afhankelijk van de mate waarin de instellingen deze diensten leveren aan kinderen. Bovendien is er een voorwaarde dat instellingen zich moeten aanmelden bij het Landelijk register kinderopvang. Instellingen die hier niet in staan, komen niet in aanmerking voor subsidie.
De VVE-bijdrage is hier expliciet genoemd als een verplichte inkomensafhankelijke bijdrage. Dit betekent dat ouders een bepaalde bijdrage moeten leveren, afhankelijk van hun inkomen. De subsidie wordt vervolgens berekend op basis van het verschil tussen de totale kosten en deze bijdrage. Hierbij is het belangrijk dat ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, omdat deze toeslag een andere financiering betreft.
Subsidieberekening in de huidige regeling (2021)
In de actuele subsidieregeling van 2021 is een iets andere aanpak te zien. Deze regeling is niet zo sterk gericht op exploitatiegegevens of balansposities, maar op vooraf vastgestelde objectieve bedragen. Dit betekent dat de subsidie niet langer automatisch gebaseerd is op een afrekening van kosten en opbrengsten, maar op vooraf door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde maximale bedragen.
In artikel 6 van deze regeling is te lezen dat de subsidie wordt berekend op basis van het aantal bezette plaatsen. De subsidie is dus ook hier gericht op het aantal kinderen dat wordt ondersteund door de instelling. De VVE-bijdrage is hier echter expliciet genoemd als een verplichte inkomensafhankelijke bijdrage, wat betekent dat ouders een bepaalde bijdrage moeten leveren. Deze bijdrage wordt vermindert van het totale subsidiebedrag.
Een belangrijk verschil met de regeling van 2013 is dat instellingen die voor meer dan 35% van hun aanbod gericht zijn op kinderen van buiten Hardenberg, voor deze deel van het aanbod geen subsidie ontvangen. Dit is een maatregel om ervoor te zorgen dat subsidies vooral worden besteed aan lokale kinderen. De peildatum hierbij is 1 januari voorafgaand aan het kalenderjaar.
Verplichtingen voor instellingen
In beide regelingen is te lezen dat instellingen verplichtingen hebben inzake het aanbod van kinderopvang en voorschoolse educatie. In de regeling van 2013 is bijvoorbeeld een verplichting dat instellingen een VVE-programma moeten beschrijven. In de regeling van 2021 is dit niet expliciet genoemd, maar wel een verplichting dat instellingen bepaalde wetgevingsplichten nakomen, zoals het inzetten van een pedagogisch beleidsmedewerker.
Daarnaast zijn er voorwaarden voor instellingen die hun voet neerzetten in Hardenberg, maar hun diensten ook leveren aan kinderen van buiten Hardenberg. Deze instellingen komen slechts in aanmerking voor subsidie op de deel van het aanbod dat gericht is op lokale kinderen. Voor de deel van het aanbod gericht op kinderen van buiten Hardenberg wordt de subsidie verlaagd of geweigerd.
De rol van ouders: VVE-bijdrage in de praktijk
Inkomen en bijdrage
In de regelingen is duidelijk dat de VVE-bijdrage afhankelijk is van het inkomen van het gezin. Ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag zijn verplicht om een bepaalde bijdrage te leveren, die wordt berekend op basis van hun inkomensgegevens. Deze bijdrage is een verantwoordelijke bijdrage in de zin dat ouders verantwoordelijk zijn voor het afwegen van hun financiële mogelijkheden.
De bijdrage is voorwaardelijk, omdat ze alleen geldt voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag. Voor ouders die wel recht hebben op deze toeslag, is de bijdrage niet van toepassing. Dit is een belangrijk onderscheid, omdat de kinderopvangtoeslag een andere financieringsbron betreft.
In de regeling van 2021 is verder een voorwaarde dat instellingen subsidies ontvangen van de gemeente waar zij gevestigd zijn. Dit betekent dat instellingen die hun diensten leveren in Hardenberg, maar hun hoofdkantoor elders hebben, alleen subsidie ontvangen op voorwaarde dat ze ook subsidies ontvangen van hun eigen gemeente.
Administratie en verantwoording
Ouders zijn verplicht om hun VVE-bijdrage te verantwoorden, net zoals kinderopvanginstellingen. In de regeling van 2013 is verder een verplichting dat instellingen een verklaring moeten afgeven dat ze voldoen aan de bepalingen en verplichtingen van de regeling. In de regeling van 2021 is dit minder expliciet genoemd, maar wel verplicht dat instellingen hun aanvragen voorzien van bepaalde administratieve gegevens, zoals het aantal kinderen, het uurprijsbedrag en de VVE-bijdrage.
Een belangrijk verschil tussen de twee regelingen is dat in de regeling van 2021 minder nadruk ligt op het afleggen van verantwoording over het totale exploitatieresultaat van de instelling. In de regeling van 2013 is dit wel een vereiste, waardoor de administratieve last voor instellingen groter was.
Conclusie
De regelingen van de gemeente Hardenberg over de eigen bijdrage in de peuteropvang en voorschoolse educatie zijn duidelijk gebaseerd op een juridisch kader dat zowel de financiering als de verantwoordelijkheden van ouders en instellingen regelt. De VVE-bijdrage is een centraal element in deze regelingen, omdat het een verantwoordelijke bijdrage is die ouders leveren op basis van hun inkomen. Deze bijdrage is voorwaardelijk in de zin dat ze alleen geldt voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag.
In de regelingen is te zien dat de subsidieberekening verandert tussen 2013 en 2021. In 2013 is de subsidie gericht op exploitatiegegevens en balansposities, terwijl in 2021 een vooraf vastgesteld objectief subsidiebedrag centraal staat. De VVE-bijdrage is in beide regelingen echter een verplichte inkomensafhankelijke bijdrage, die wordt vermindert van het totale subsidiebedrag.
De regelingen zijn ook gericht op lokale kinderen, waarbij instellingen die voor een groot deel hun diensten leveren aan kinderen van buiten Hardenberg, minder subsidie ontvangen. Dit is een maatregel om ervoor te zorgen dat subsidies vooral worden besteed aan kinderen die in Hardenberg wonen.
In de praktijk betekent dit dat ouders en instellingen zich moeten houden aan bepaalde voorwaarden en verplichtingen. Ouders zijn verantwoordelijk voor de VVE-bijdrage, terwijl instellingen verplicht zijn om administratieve gegevens te verstrekken en aan bepaalde wettelijke plichten te voldoen. Deze regelingen zijn een belangrijk onderdeel van de financiering van de kinderopvang en voorschoolse educatie in Hardenberg, en geven een duidelijk kader voor de rol van ouders, instellingen en de gemeente.