Inleiding
De gemeente Venray heeft sinds 2020 een actief beleid opgestart om de ontwikkelingskansen van jonge kinderen te stimuleren en taal- en ontwikkelingsachterstanden te bestrijden. Dit beleid vindt zijn uitdrukking in de uitvoering van Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE)-programma’s voor doelgroeppeuters en doelgroepkleuters. Deze programma’s zijn gericht op het vroegtijdig herkennen en begeleiden van kinderen die in het taal- of ontwikkelingsproces vertraging vertonen. Om de toegankelijkheid van deze programma’s te vergroten en de kwaliteit te waarborgen, heeft de gemeente subsidieregelingen vastgesteld. Deze regelingen zijn opgenomen in het Besluit nadere regels subsidies peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie (VVE) voor de jaren 2020 en 2021. In dit artikel wordt ingegaan op de juridische en praktische kaders van VVE in Venray, de subsidiegelden en de voorwaarden voor aanbieders en ouders.
Wat is VVE?
VVE staat voor Voor- en Vroegschoolse Educatie en is een beleid dat gericht is op het vroegtijdig detecteren en begeleiden van kinderen met taal- en ontwikkelingsachterstanden. Het doel van VVE is om de ontwikkeling van jonge kinderen te stimuleren, zodat zij beter zijn voorbereid op de overgang naar de basisschool. In Venray zijn twee doelgroepen centraal binnen het VVE-beleid:
- Doelgroeppeuters: kinderen van 2 tot 4 jaar met een VVE-indicatie van de jeugdgezondheidszorg van de GGD.
- Doelgroepkleuters: kinderen uit groep 1 of 2 van de basisschool met een VVE-indicatie.
De programma’s zijn ontwikkeld op basis van onderwijskundige interventies die zijn opgenomen in de databank van effectieve jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut. Daarnaast moeten aanbieders aantonen dat zij voldoen aan de VVE-certificering, wat inhoudt dat zij wettelijk aan de kwaliteitseisen voldoen voor het aanbieden van deze educatieve programma’s.
Juridisch en beleidskader
Het VVE-beleid in Venray is verankerd in een aantal wettelijke en beleidskaders. Deze vormen het toetsingskader bij het verstreken van subsidies aan aanbieders van VVE-programma’s. De belangrijkste elementen zijn:
- Wet Kinderopvang (Wko) en Artikel 167 van de Wet op het primair onderwijs (Wpo): deze wetsregels leggen de basis voor de regeling van kinderopvang en onderwijs in Nederland.
- Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie: dit besluit stelt kwaliteitsnormen op voor de uitvoering van voorschoolse educatie.
- Besluit kwaliteit Kinderopvang: dit besluit legt kwaliteitseisen vast voor kinderopvangverleners.
- Algemene wet bestuursrecht, titel 4.2: deze wet regelt de procedure en bepalingen voor de uitoefening van overheidsbevoegdheden.
- Verordening subsidies peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie gemeente Venray 2020: deze verordening bepaalt de technische en juridische voorwaarden voor subsidiebeleid op VVE-gebied.
Samen vormen deze regelgevingen het toetsingskader voor het beoordelen van subsidieaanvragen en de uitvoering van VVE-programma’s.
Subsidiebeleid en voorwaarden voor aanbieders
Subsidie voor reguliere peuterplaatsen
De gemeente Venray verstrekt subsidies aan aanbieders van VVE-programma’s voor reguliere peuterplaatsen. Dit geldt voor kinderen van 2 tot 4 jaar die in aanmerking komen op basis van een VVE-indicatie. De subsidie wordt verstrekt voor 2 dagdelen (in totaal 8 uur) per week, verspreid over 2 werkdagen, gedurende 40 weken per jaar. Deze tijdsbesteding is bedoeld om een consistente en doelgerichte begeleiding mogelijk te maken.
Algemene voorwaarden voor subsidieaanvragen
Om in aanmerking te komen voor subsidie gelden een aantal algemene voorwaarden:
- De ouder(s) van de peuter komen aantoonbaar niet in aanmerking voor kinderopvangtoeslag.
- Er is vooraf een overeenkomst opgesteld tussen de aanbieder en de ouder(s), waarin staat dat het kind woonachtig is in Venray.
- De ouders moeten alleen de ouderbijdrage volgens de ouderbijdragetabel betalen, geen extra kosten boven deze bijdrage.
Daarnaast moeten aanbieders zich aanpassen aan het uurtarief dat jaarlijks door de gemeente wordt vastgesteld. Dit tarief is afhankelijk van de beschikbare middelen en verandert jaarlijks.
Incidentele subsidie
Naast reguliere subsidie kan ook incidentele subsidie worden verstrekt. Dit geldt voor activiteiten die de VVE-programma’s versterken of aanvullen. Een voorbeeld hiervan is het verstrekken van subsidie ter ondersteuning van VVE-certificering. Deze subsidie is bedoeld als eenmalige bijdrage aan de kosten van opleidingsactiviteiten, inclusief materialen, die gericht zijn op het behalen van de VVE-certificering.
Voor het aanvragen van incidentele subsidie voor VVE-certificering geldt dat de aanbieder een intentieverklaring moet indienen. Deze verklaring moet aantonen dat de organisatie vanaf een door de gemeente vastgestelde datum VVE-gecertificeerde peuteropvang wil gaan aanbieden. Bovendien moet de aanvraag bevat informatie over:
- De naam en registratienummer van de aanbieder in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK).
- De naam en beschrijving van het VVE-programma dat wordt ingezet.
- Een onderbouwing van de subsidiehoogte.
- Het opleidingsplan voor pedagogisch medewerkers, inclusief het aantal uren scholing.
- Hoe de continuïteit en kwaliteit van het VVE-programma en de scholing na subsidieverstrekking wordt gegarandeerd.
Rol van ouders en betalingsmodaliteiten
Ouders spelen een centrale rol in de uitvoering van VVE-programma’s. De subsidiebeleid legt duidelijke richtlijnen op voor de betaling van kosten en de bijdrage van ouders. De ouders betalen een ouderbijdrage, die is vastgelegd in een ouderbijdragetabel. Deze bijdrage is gebaseerd op het inkomen van de ouders en is berekend via de Verklaring Geregistreerd Inkomen (VGI), die wordt uitgegeven door de Belastingdienst.
De subsidie wordt niet automatisch als volledige vergoeding uitbetaald, maar dient als voorschot, dat later wordt toegerekend op de eigenlijke kosten. Dit wordt geregeld via een kwartaalformulier, dat door de gemeente wordt aangeboden. In dit formulier wordt de daadwerkelijke afname van de peuteropvang per kwartaal verwerkt, waarna de hoogte van het subsidievoorschot wordt berekend.
Een belangrijk aspect is dat ouders alleen de ouderbijdrage mogen betalen, zoals vastgelegd in de tabel. Aanbieders mogen geen extra kosten opleggen boven deze bijdrage. Dit maakt het beleid toegankelijk en betaalbaar voor ouders met een lager inkomen.
Kwaliteit en certificering van aanbieders
De kwaliteit van VVE-programma’s is een kernaspect van het beleid. Aanbieders moeten aantonen dat ze voldoen aan de VVE-certificering, wat inhoudt dat zij wettelijk aan de kwaliteitseisen voldoen voor het aanbieden van voorschoolse educatie. Deze certificering is verplicht voor aanbieders die subsidie ontvangen en wordt geregeld via een proces waarin het aanbiederschap en het gebruik van effectieve programma’s worden beoordeeld.
VVE-programma’s die worden ingezet, moeten zijn opgenomen in de databank van effectieve jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut of anderszins aantoonbaar voldoen aan de eisen van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. Aanbieders moeten dit kunnen onderbouwen bij subsidieaanvragen.
Daarnaast is het verplicht dat aanbieders pedagogisch medewerkers opleiden volgens een opleidingsplan. Dit plan moet duidelijk maken welke uren scholing worden aangeboden en hoe deze gericht zijn op het behalen van kwaliteitsnormen. Ook moet de continuïteit en kwaliteit van het programma na subsidieverstrekking worden gegarandeerd, bijvoorbeeld door het uitvoeren van kwaliteitscontroles of het opstellen van kwaliteitsrapportages.
Uitvoering en coördinatie
De uitvoering van VVE-programma’s in Venray is centraal georganiseerd door het college van burgemeester en wethouders. Dit college is verantwoordelijk voor het vaststellen van regels en beleid op het gebied van kinderopvang en voorschoolse educatie. De uitvoering gebeurt in nauwe samenwerking met externe partijen zoals de GGD, de Belastingdienst, en externe onderwijsinstellingen die VVE-programma’s ontwikkelen of certificeren.
Het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) speelt een belangrijke rol in het toezicht op aanbieders. Aanbieders van VVE-programma’s moeten opgenomen zijn in dit register, wat een wettelijke eis is voor de toegang tot subsidies. De LRK-standaard bepaalt ook de kwaliteitsnormen voor kinderopvangverleners.
Aanvullende activiteiten en beleidsontwikkeling
Het VVE-beleid in Venray is niet statisch, maar wordt regelmatig bijgesteld op basis van evaluaties en beleidsontwikkelingen. In 2021 is het Besluit 2021 vastgesteld, waarin de regelingen van 2020 zijn bijgesteld. Deze bijsturing is bedoeld om te reageren op veranderingen in de wettelijke kaders, zoals de Wet Kinderopvang 2021 en eventuele wijzigingen in de Verordening subsidies peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie.
Daarnaast zijn er plannen voor aanvullende activiteiten, zoals de versterking van het VVE-beleid via samenwerking met andere gemeenten in Noord-Limburg. Ook is er aandacht voor het gebruik van digitale tools bij VVE-programma’s, zoals online scholing en digitale begeleiding voor ouders.
Conclusie
De gemeente Venray heeft een robuust en doelgericht beleid ontwikkeld op het gebied van Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE). Dit beleid is verankerd in een juridisch en beleidskader dat de toegankelijkheid, kwaliteit en doeltreffendheid van VVE-programma’s garandeert. De subsidiebeleid is duidelijk en transparant, en richt zich op kinderen die in het taal- en ontwikkelingsproces vertraging vertonen. Door het gebruik van VVE-certificering, ouderbijdrage, en kwartaalformulieren, wordt zowel de kwaliteit van de programma’s als de betaalbaarheid voor ouders gewaarborgd.
De uitvoering van het beleid is centraal georganiseerd door het college van burgemeester en wethouders, en wordt uitgevoerd in samenwerking met externe partijen zoals de GGD en de Belastingdienst. Door regelmatige evaluaties en aanpassingen aan het beleid, blijft Venray een voorbeeldgemeente op het gebied van VVE.