Subsidieregeling Vroegschoolse en Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) in de Gemeente Voorschoten

Inleiding

De gemeente Voorschoten heeft historisch gezien een actieve rol gespeeld in de ondersteuning van kinderopvang en vroegschoolse educatie (VVE) voor peuters, met name in de periode voor 2020. Aan de hand van lokale regelgeving en subsidiebeleid probeerde de gemeente toegankelijke kinderopvang te garanderen, zowel voor ouders die in aanmerking komen voor de Kinderopvangtoeslag (KOT) als voor diegene die dat niet doen. De subsidiebeleidsregeling voor VVE in Voorschoten voor 2019 was een belangrijk onderdeel van dat beleid.

Deze regeling, die vastgesteld werd op basis van de Wet Kinderopvang en de Jeugdwet, streeft naar het versterken van de kwaliteit van de voor- en vroegschoolse educatie, het vroegtijdig signaleren van ontwikkelingsachterstanden, en het bevorderen van een doorgaande lijn tussen kinderopvang en primair onderwijs. De subsidie werd verstrekt aan geregistreerde kinderopvangaanbieders die aan strikte kwaliteitscriteria voldeden.

Het doel van dit artikel is om een overzicht te geven van de subsidiebeleidsregeling van 2019 voor VVE in Voorschoten, inclusief de doelgroep, de voorwaarden voor aanvragen, de subsidiebedragen, en de kwaliteitskaders. Op basis van de beschikbare bronnen worden de belangrijkste aspecten van deze regeling uiteengezet.

Doelgroep en Toegankelijkheid van VVE in Voorschoten

De subsidiebeleidsregeling voor VVE in Voorschoten van 2019 richtte zich op peuters in de leeftijd van 2 jaar en 6 maanden tot 4 jaar. Dit is een cruciale leeftijd voor de ontwikkeling van cognitieve, sociale en motorische vaardigheden. De regeling streeft naar toegankelijkheid voor alle peuters in Voorschoten, inclusief ouders die geen aanspraak kunnen maken op de Kinderopvangtoeslag van het Rijk.

De regeling bevatte drie belangrijke voorwaarden voor de toegankelijkheid:

  1. Voorziening moet toegankelijk zijn voor alle peuters in Voorschoten. Dit betekent dat kinderopvangaanbieders openstonden voor zowel KOT- als niet-KOT-gezinnen.
  2. Basisvoorziening van 10,5 uur per week. De kinderopvangaanbieders moesten minimaal 10,5 uur per week beschikbaar zijn voor de peuters.
  3. Certificering en kwaliteitseisen. Aanbieders moesten gecertificeerd zijn als kinderopvangvoorziening en voldoen aan de kwaliteitseisen zoals vastgesteld in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie van 1 januari 2018.

De gemeente Voorschoten zorgde zo voor een gelijke toegang tot kinderopvang en vroegschoolse educatie, ongeacht de financiële situatie van het gezin. De subsidies werden gericht op het verlagen van de kosten voor ouders en het vergroten van de beschikbaarheid van VVE-plekken.

Subsidiebedragen en Financiële Structuur

De subsidiebeleidsregeling voor VVE in Voorschoten voor 2019 was opgebouwd rondom een subsidie die uitkwam op het verschil tussen de landelijke tarieven en de werkelijke kosten van de kinderopvang. De subsidie was bedoeld om de financiële druk op ouders te verminderen, in combinatie met de Kinderopvangtoeslag van het Rijk.

De subsidie bestond uit een bijdrage per geplaatste peuter. De structuur van de financiële ondersteuning was afhankelijk van of het gezin in aanmerking kwam voor de KOT of niet. Voor zowel KOT- als niet-KOT-gezinnen gold een basisaanbod van 10,5 uur per week.

De volgende structuren werden beschreven in de regeling:

  • Reguliere peuters met KOT-aanspraak:
    • 7 uur kinderopvang (VVE) wordt betaald via de Kinderopvangtoeslag.
  • Reguliere peuters zonder KOT-aanspraak:
    • 7 uur kinderopvang (VVE) wordt betaald via de ouderbijdrage.
  • Doelgroeppeuters met KOT-aanspraak:
    • 10,5 uur kinderopvang (VVE) wordt aangeboden, waarvan 3,5 uur wordt bekostigd door de gemeente en 7 uur via de KOT.
  • Doelgroeppeuters zonder KOT-aanspraak:
    • 10,5 uur kinderopvang (VVE) wordt aangeboden, waarvan 3,5 uur wordt bekostigd door de gemeente en 7 uur via ouderbijdrage.

De landelijke tariefstructuur lag vast bij €8,02 per uur in 2019. De gemeente compenseerde het verschil tussen dit tarief en de werkelijke kosten tot een maximum van €1 per uur. Dit betekent dat een plek van 10,5 uur maximaal €10,50 aan subsidie kon ontvangen.

De structuur van de subsidie was dus gebaseerd op het principe van een inkomensafhankelijke bijdrage, waarbij ouders voor de eerste 7 uur per week een bijdrage leverden, afhankelijk van hun inkomenssituatie.

Subsidieplafond en Subsidieverdeling

De regeling bevatte ook bepalingen met betrekking tot het subsidieplafond en de verdeling van subsidies onder de kinderopvangaanbieders. Aangezien subsidies afhingen van het budget van de gemeente, was het mogelijk dat de vraag naar plekken groter was dan de beschikbare subsidie.

Het college van burgemeester en wethouders had de bevoegdheid om een subsidieplafond vast te stellen. Bij het vaststellen van het plafond werd ook bepaald hoe de subsidie verder verdeeld moest worden. Indien de vraag groter was dan de beschikbare subsidies, werd de subsidie verdeeld op basis van het percentage van de aangevraagde plekken. Dit werd ook wel genoemd als "subsidie naar rato".

De subsidie was geldig voor maximaal 40 schoolweken per kalenderjaar. De subsidie ging in op de eerste of vijftiende van de maand waarin de plek bezet werd. De subsidie eindigde op de datum waarop de peuter de kinderopvang verliet, ongeacht de reden.

Kwaliteitskaders voor VVE in Voorschoten

De subsidiebeleidsregeling voor VVE in Voorschoten van 2019 legde grote nadruk op kwaliteitsborging en het aanhouden van een doorgaande lijn tussen kinderopvang en primair onderwijs. Er werden een aantal kwaliteitskaders opgesteld die kinderopvangaanbieders moesten naleven om subsidie in aanmerking te komen.

De belangrijkste kwaliteitskaders waren:

  1. Een erkend VVE-programma dat aansluit bij het primair onderwijs. Aanbieders moesten werken met een VVE-programma dat erkend was door de Nederlandse Jeugdinstituut (NJI) en een doorgaande lijn had met het primair onderwijs.
  2. Een observatie- en registratiesysteem (Peuterpraat). Aanbieders moesten gebruik maken van een systeem dat aansluit bij het primair onderwijs en gericht was op het volgen van de ontwikkeling van de peuters.
  3. Warm overdrachtsbeleid. Bij het overstapje van kinderopvang naar basisschool moest er sprake zijn van een warme overdracht volgens het overdrachtsprotocol.
  4. Minimum 4 uur per week met een hbo’er met pedagogische achtergrond. Per groep moest er minstens 4 uur per week een hbo’er beschikbaar zijn met pedagogische kennis.
  5. Ouderbeleidsplan. Aanbieders moesten een ouderbeleidsplan hebben waarin het beleid op het gebied van ouderbetrokkenheid uitgebreid werd beschreven.
  6. Beleid voor kinderen met extra zorg. Aanbieders moesten een beleid ontwikkelen voor kinderen die extra zorg nodig hebben, inclusief het vroegtijdig signaleren van ontwikkelingsachterstanden en het inschakelen van externe hulpverlening wanneer nodig.

Deze kwaliteitskaders werden opgenomen in de regeling om te waarborgen dat de VVE-voorzieningen in Voorschoten aan hoge standaarden voldeden en dat kinderen in een gestructureerde en ontwikkelingsvriendelijke omgeving groeiden.

Rapportageverplichtingen en Monitoring

Om de effectiviteit van de subsidiebeleidsregeling te garanderen, waren kinderopvangaanbieders verplicht om regelmatig rapportages in te dienen bij de gemeente. De regeling bevatte duidelijke bepalingen over de inhoud van deze rapportages en de manier waarop de gemeente de kwaliteit van de VVE-voorzieningen kon monitoren.

De aanbieders moesten vier weken na het einde van elk kwartaal een cumulatieve rapportage indienen per geplaatste peuter. De rapportage moest de volgende gegevens bevatten:

  • Klantnummer
  • Startdatum
  • Einddatum (indien van toepassing)
  • KOT of niet-KOT
  • VVE-indicatie
  • Soort inkomenstoets
  • Percentage ouderbijdrage

De gemeente had ook het recht om steekproefsgewijs administratieve controles uit te voeren om de juistheid van de ingediende gegevens te beoordelen. Aanbieders waren verplicht om deze controles volledig mee te werken.

Daarnaast moesten aanbieders meepraten bij de monitoring van het bereik van de doelgroep. Dit betekent dat de gemeente de deelname van peuters aan VVE-voorzieningen kon monitoren en eventueel aanpassingen kon doen aan het subsidiebeleid op basis van de resultaten.

Verplichtingen voor Subsidieontvangers

De subsidieontvangers hadden meerdere verplichtingen die verstrekt werden in de regeling. Deze verplichtingen waren bedoeld om de samenwerking tussen de gemeente en de kinderopvangaanbieders te versterken en om te zorgen dat subsidies transparant en verantwoord werden gebruikt.

De belangrijkste verplichtingen voor subsidieontvangers waren:

  1. Schriftelijke melding bij wijzigingen. De subsidieontvanger moest de gemeente onmiddellijk schriftelijk of per e-mail informeren bij wijzigingen in de administratie, zoals het veranderen van de plekkenaantallen of de inkomenssituatie van een gezin.
  2. Naleving van kwaliteitskaders. Subsidieontvangers moesten de kwaliteitskaders uit de regeling naleven. Dit betekent dat ze verantwoordelijk waren voor het naleven van de kwaliteitsstandaarden zoals VVE-programma’s, hbo’ers, en ouderbeleidsplannen.
  3. Meepraten bij monitoring. Subsidieontvangers moesten meepraten bij de monitoring van de doelgroep en de kwaliteit van de VVE-voorzieningen.
  4. Transparantie in administratie. De subsidieontvanger moest de administratie van de VVE-voorziening beschikbaar stellen voor de gemeente bij controles.

Deze verplichtingen waren bedoeld om te zorgen dat subsidies effectief en verantwoord werden gebruikt, en dat VVE-voorzieningen in Voorschoten aan hoge kwaliteitsnormen voldeden.

Conclusie

De subsidiebeleidsregeling voor vroegschoolse en voor- en vroegschoolse educatie (VVE) in Voorschoten van 2019 was een uitgebreid en gedetailleerd kader dat gericht was op het garanderen van toegankelijke en kwaliteitsvolle kinderopvang voor peuters. De regeling stelde duidelijke voorwaarden voor toegankelijkheid, subsidiebedragen, kwaliteitsborging en administratieverplichtingen.

De regeling was gebaseerd op de Wet Kinderopvang en de Jeugdwet, en bevatte een inkomensafhankelijke bijdragestructuur die zowel KOT- als niet-KOT-gezinnen ondersteunde. De subsidies werden gericht op het verlenen van 10,5 uur kinderopvang per week, met een extra ondersteuning voor doelgroeppeuters. Aanbieders moesten aan strikte kwaliteitskaders voldoen om subsidie in aanmerking te komen.

Het beleid streefde naar een doorgaande lijn tussen kinderopvang en primair onderwijs, de vroegtijdige detectie van ontwikkelingsachterstanden, en het betrekken van ouders in de opvoeding. De gemeente Voorschoten wilde zo een stabiele en duurzame VVE-voorziening bieden die aan de wensen van zowel ouders als kinderen voldoet.

De subsidiebeleidsregeling voor VVE in Voorschoten van 2019 toont aan hoe lokale regelgeving kan worden ingezet om een verantwoord en duurzaam kinderopvangsysteem te creëren dat gericht is op de ontwikkeling van jonge kinderen en de ondersteuning van gezinnen in de gemeente.

Bronnen

  1. Regeling van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voorschoten houdende regels over subsidie voor de uitvoering van peuteropvang (Subsidieregeling voor- en vroegschoolse educatie Voorschoten 2019)
  2. Verordening Wet kinderopvang gemeente Voorschoten

Related Posts