Inleiding
Het Vroeggevroeg Onderwijs (VVE) is een onderdeel van de voorschoolse voorziening dat gericht is op de cognitieve, sociale en emotionele ontwikkeling van kinderen in de leeftijd van twee tot vier jaar. Het programma is van essentieel belang voor de voorbereiding op het basisonderwijs. De verantwoording van de gewerkte uren in het VVE-programma is een cruciale taak voor de instellingen die dit aanbieden, aangezien dit niet alleen juridisch verplicht is, maar ook een essentieel onderdeel is van de subsidieverlening door de gemeenten.
Deze artikel biedt een gedetailleerde en overzichtelijke uitleg van de regels rondom de aangifte van de gewerkte uren in het VVE-programma, op basis van de beschikbare informatie uit de bronnen. Het artikel behandelt de regelgeving, het administratieve proces, de verantwoordingseisen en praktische voorbeelden van de uitvoering in het veld.
Definitie en doel van het VVE-programma
Het VVE-programma is opgenomen in de lokale regelgeving van gemeenten zoals Rotterdam en Enschede en richt zich op het ontwikkelen van taal- en cognitieve vaardigheden bij kinderen in de voorschoolse leeftijd. Het programma is onderdeel van de harmonisatie van kinderopvang en onderwijs en is bedoeld om kinderen goed voor te bereiden op de overstap naar de basisschool. De aangifte en verantwoording van de gewerkte uren zijn hier een essentieel onderdeel van, omdat het subsidiebedragen bepalen en het administratieve kader voor de financiering creëren.
Soorten voorzieningen en uren
De aangifte van uren varieert afhankelijk van het type voorziening en de doelgroep. In bron [1] worden drie soorten voorzieningen genoemd:
- Basisvoorziening VVE – 6 uur per week (inclusief brengen/halen) verdeeld over 2 dagdelen, gedurende 40 weken per jaar. Dit is bedoeld voor kinderen vanaf 2 jaar tot uitstromen naar de basisschool.
- Basisvoorziening VVE extra – 6 extra uren per week, zodat kinderen in totaal 12 uur per week kunnen ontvangen. Dit is bedoeld voor kinderen vanaf 2 jaar en 6 maanden. Het programma kan worden uitgebreid tot 12 uur per week tussen 2 jaar en 4 maanden en 2 jaar en 8 maanden.
- Groep nul – 15 uur in 5 dagen, bedoeld voor kinderen van jonger dan 2 jaar. Deze voorziening is niet onderdeel van de reguliere VVE-subsidie, maar kan in bepaalde gevallen worden aangevraagd bij de gemeente.
Subsidiebedragen en groepsomvang
De subsidiebedragen zijn afhankelijk van het aantal kindplaatsen en de duur van het programma. Voor vve-groepen zijn er verschillende subsidieniveaus op basis van de openstelling en het aantal kinderen. Bijvoorbeeld:
- Voor vve-groepen met 13 tot 16 kindplaatsen:
- 12 uur in 3 of 4 dd (zonder subsidie uit deelgemeentelijke middelen): €44.000,00
- 12 uur in 3 of 4 dd (met subsidie uit deelgemeentelijke middelen): €64.000,00
- 15 uur in 5 dd (zonder subsidie uit deelgemeentelijke middelen): €74.000,00
- 15 uur in 5 dd (met subsidie uit deelgemeentelijke middelen): €94.000,00
Bij een groep die meer dan 16 kindplaatsen heeft, wordt de subsidie verhoogd naar rato. Bijvoorbeeld, een vve-groep met 24 kinden ontvangt €66.000,00, berekend als (24/16 × €44.000,00).
Voor groepen met minder dan 13 kindplaatsen gelden dezelfde subsidiebedragen als in 2015.
Aangifte van gewerkte uren: Telweken en registratie
De aangifte van het aantal kinderen dat heeft deelgenomen aan het VVE-programma gebeurt via twee telweken. In 2016 waren dit:
- Eerste telweek: week van 1 tot en met 5 februari
- Tweede telweek: week van 3 tot en met 7 oktober
Het aantal kinderen wordt vastgesteld door het tellen van ingeschreven kinderen in deze periodes. Voor de verantwoording moet een bevoegde vertegenwoordiger van de instelling de registratie ondertekenen. Bij een digitaal systeem is een papieren lijst niet verplicht, maar moet er wel een verklaring zijn dat de gegevens correct zijn ingevoerd.
Uitvoering van de aangifte
De aangifte moet duidelijk onderscheid maken tussen kinderen die 6 uur per week (basisvoorziening) en kinderen die 12 uur per week (uitgebreide voorziening) hebben ontvangen. Dit is belangrijk, omdat het subsidiebedragen beïnvloedt.
Bij de aangifte is het verplicht om het aantal weken dat het programma is aangeboden te vermelden. In de bron is dit in het voorbeeld vastgelegd op 40 weken per jaar. In sommige gevallen kan de openstelling van een VVE-groep langer of korter zijn, afhankelijk van de instroom van kinderen en operationele omstandigheden.
Verantwoordingseisen en controle
De verantwoording van het VVE-programma wordt gedaan via een inhoudelijke verantwoording, waarbij het aantal uren, het aantal kinderen en de uitvoering van het programma centraal staan. De accountant controleert of de gegevens consistent zijn met de aangifte en of de benodigde documenten aanwezig zijn.
Controlepunten
De accountant controleert onder andere:
- Getekende registratie van kinderen – of er een bevoegde vertegenwoordiger heeft ondertekend.
- Namen op de lijsten – of de namen overeenkomen met de ingeschreven kinderen.
- Digitaal registratiesysteem – of er een verklaring is dat de gegevens correct zijn opgenomen.
- Duur van het programma – of het programma minimaal één jaar is aangeboden, tenzij bijzondere omstandigheden dit niet mogelijk maken.
Verantwoording voor hbo’ers als coach
Instellingen die onder het convenant een hbo’er inzetten als coach in de voorschoolse educatie, moeten ook verantwoorden:
- Het totaal aantal VVE-groepen waarvoor de coach is ingezet
- Het aantal hbo’ers dat heeft gediend als coach
- Het totaal aantal uren dat de coach heeft gewerkt
Tevens moeten twee voorbeelden van kwaliteitsverhogende maatregelen worden genoemd. Deze zijn echter niet onderdeel van de accountantcontrole.
Financiële verantwoording en ouderbijdrage
De aangifte van gewerkte uren heeft ook financiële implicaties, namelijk voor de ouderbijdrage. Ouders die recht hebben op kinderopvangtoeslag betalen een bepaalde uurprijs, terwijl ouders die geen recht hebben op toeslag hun bijdrage bepalen op basis van het verzamelinkomen en het aantal uren deelname.
Kinderopvangtoeslag
Voor ouders met recht op kinderopvangtoeslag geldt een uurprijs van €6,89 voor de basisvoorziening (6 uur per week). De houder factureert dit aan de ouder, terwijl de toeslag direct uitbetaald wordt door de Belastingdienst.
Ouders zonder recht op toeslag
Voor ouders zonder recht op toeslag wordt de ouderbijdrage berekend op basis van:
- Het verzamelinkomen (optelsom van inkomens van beide ouders)
- De categorie van de voorziening
- Het aantal uren deelname
- De kinderopvangtoeslagtabel
De houder vraagt de ouder om het verzamelinkomen aan te leveren, bijvoorbeeld via de meest recente aanslag of een inkomensverklaring van de Belastingdienst.
Praktijkuitvoering en overgangsrecht
De praktijkuitvoering van het VVE-programma wordt beïnvloed door de wijzigingen in de regelgeving. Sinds 1 maart 2016 is het aanbod voor nieuwe inschrijvingen op de peuterspeelzaal gewijzigd. Niet-doelgroeppeuters kunnen nu 6 uur per week ontvangen, terwijl doelgroeppeuters 12 uur per week krijgen. Deze wijziging is opgenomen in de Aanvulling Beleidsregel van de gemeente Rotterdam.
Voor oude inschrijvingen geldt in sommige gevallen overgangsrecht. Dit geldt vooral voor zittende peuters die al inschreven voordat de wijziging in werking trad. De invoering van een inkomensafhankelijke ouderbijdrage begon op 1 september 2016 en is officieel verwerkt in het Implementatieplan harmonisatie VVE.
Conclusie
De aangifte van gewerkte uren in het VVE-programma is een essentieel administratief proces dat zowel juridisch als financieel van groot belang is. Het bepaalt de subsidiebedragen, de ouderbijdrage en de verantwoordingseisen. Het is belangrijk dat houders en instellingen nauwkeurig registreren, correct rapporteren en goed communiceren met ouders en accountant.
De praktijkuitvoering van het programma is onderhevig aan wijzigingen in regelgeving en beleid, zoals de harmonisatie van kinderopvang en onderwijs. Instellingen moeten daarom flexibel zijn en rekening houden met de specifieke omstandigheden van hun doelgroep.
Door het VVE-programma verantwoord en efficiënt uit te voeren, draagt het bij aan de ontwikkeling van jonge kinderen en de voorbereiding op het basisonderwijs. De aangifte van gewerkte uren is hierin een cruciale taak die aandacht verdient van zowel professionals als beleidsmakers.