De GGD speelt een centrale rol in het toezicht op kinderopvang in Nederland. Dit omvat ook het toezicht op voor- en vroegschoolse educatie (VVE), een onderdeel van de voorschoolse educatie dat specifiek gericht is op kinderen jonger dan zes jaar. De GGD controleert niet alleen de veiligheid en de kwaliteit van de opvang, maar ook de pedagogische kwaliteit en de randvoorwaarden die voor deze leeftijdsgroep van belang zijn. Deze controle is gebaseerd op juridische kaders zoals de Wet kinderopvang en het Besluit kwaliteit voorschoolse educatie.
Het doel van deze artikel is om de lezer een overzicht te geven van de rol van de GGD bij het toezicht op VVE. Daartoe zullen de controleactiviteiten van de GGD, de juridische kaders, de kwaliteitseisen en de procedures zoals overleg en herstelaanbod worden besproken. De aandacht gaat ook uit naar recente ontwikkelingen, zoals de invoering van een pedagogisch beleidsmedewerker en de continue screening van medewerkers.
GGD en het toezicht op VVE
De GGD voert toezicht op VVE op basis van de Wet kinderopvang (Wko) en het Besluit kwaliteit voorschoolse educatie. Volgens deze wetgeving is de GGD verantwoordelijk voor het toezicht op de kwaliteit en de veiligheid van de opvang. De toezichthouder controleert of de organisatie van de opvang bijdraagt aan een gezonde en veilige omgeving voor kinderen, en of er voldoende aandacht is voor de persoonlijke en sociale ontwikkeling van het kind.
De GGD voert dit toezicht uit door middel van inspecties en evaluaties. Tijdens een inspectie worden zowel de pedagogische kwaliteit als de veiligheid en de randvoorwaarden van de opvang gecontroleerd. De inspectie omvat ook een documentenonderzoek, waarbij gecontroleerd wordt of de organisatie beschikt over alle benodigde certificaten, zoals het EHBO-diploma en de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG).
Juridische kaders
De GGD voert toezicht op VVE op basis van verschillende juridische kaders. De belangrijkste is de Wet kinderopvang, die stelt dat een houder van een kindercentrum verantwoorde kinderopvang moet aanbieden. Dit betekent dat de opvang bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind in een veilige en gezonde omgeving.
Daarnaast is het Besluit kwaliteit voorschoolse educatie van toepassing. Dit besluit stelt dat de voorschoolse educatie en de randvoorwaarden verankerd moeten zijn in het pedagogisch beleidsplan. Bovendien moeten pedagogisch medewerkers op VVE-groepen een aanvullend certificaat voor Voorschoolse Educatie in het bezit hebben, en er moet per locatie een specifiek opleidingsplan voor beroepskrachten zijn.
De GGD werkt samen met andere overheidsinstanties bij het toezicht op VVE. Zo controleert de Inspectie van het Onderwijs de kwaliteit van de VVE, terwijl de regionale brandweer de brandveiligheid en de Voedsel en Warenautoriteit (VWA) de voedselveiligheid en veiligheid van speeltoestellen beoordelen.
Kwaliteitseisen voor VVE
Voor de VVE gelden specifieke kwaliteitseisen die de GGD controleert. Deze eisen zijn gericht op zowel de pedagogische kwaliteit als de veiligheid en de randvoorwaarden van de opvang.
Pedagogische kwaliteit
De pedagogische kwaliteit van VVE is een centraal aspect van het toezicht. De GGD controleert of de opvang bijdraagt aan de persoonlijke en sociale ontwikkeling van het kind. Dit omvat de kwaliteit van de interacties tussen kinderen en medewerkers, de aanwezigheid van een pedagogisch beleidsplan en de kwalificaties van de medewerkers.
Per 1 januari 2022 is de houder die VVE aanbiedt verplicht om een pedagogisch beleidsmedewerker in te zetten. Deze medewerker is verantwoordelijk voor het opstellen en uitvoeren van het pedagogisch beleidsplan. De voorwaarden die aan deze verplichting zijn verbonden zijn te vinden in artikel 2a en 4a1h in het Besluit kwaliteit voorschoolse educatie.
Veiligheid
De veiligheid van de kinderen is een ander belangrijk aspect van het toezicht op VVE. De GGD controleert of de opvang veilig is en of er passende maatregelen zijn genomen om de veiligheid van de kinderen te waarborgen. Dit omvat onder andere de veiligheid van de binnen- en buitenruimtes, de veiligheid van speeltoestellen en de voedselveiligheid.
De GGD werkt samen met andere overheidsinstanties bij het toezicht op de veiligheid van de opvang. Zo controleert de regionale brandweer de brandveiligheid van de opvanglocaties, terwijl de Voedsel en Warenautoriteit (VWA) de voedselveiligheid en de veiligheid van speeltoestellen beoordelt.
Randvoorwaarden
Naast de pedagogische kwaliteit en de veiligheid controleert de GGD ook de randvoorwaarden van de opvang. Dit omvat onder andere de beschikbaarheid van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) en een correcte inschrijving in het Personenregister Kinderopvang (PRK).
Vanaf 1 maart 2018 controleert de GGD of de gastouder of medewerker in het Personenregister Kinderopvang is opgenomen. Als dat zo is, dan is er automatisch sprake van een geldige VOG.
Proces van inspectie en evaluatie
Het proces van inspectie en evaluatie is een belangrijk onderdeel van het toezicht op VVE. De GGD voert inspecties uit om te beoordelen of de opvang aan de kwaliteitseisen voldoet. Het inspectieproces omvat verschillende stappen, waaronder een documentenonderzoek, een bezoek aan de opvanglocatie en een evaluatie van de gevonden tekortkomingen.
Documentenonderzoek
Een inspectie start met een documentenonderzoek. De GGD controleert of de organisatie beschikt over alle benodigde papieren. Dit omvat onder andere een getuigschrift of diploma van een opleiding zoals opgenomen in het Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang, een geregistreerd en geldig EHBO-diploma en een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) die bij overlegging aan het gastouderbureau niet ouder is dan twee maanden.
Bezoek aan de opvanglocatie
Na het documentenonderzoek volgt een bezoek aan de opvanglocatie. Tijdens dit bezoek voert de GGD een inspectie uit om te beoordelen of de opvang aan de kwaliteitseisen voldoet. De inspectie omvat een evaluatie van de pedagogische kwaliteit, de veiligheid en de randvoorwaarden van de opvang.
Evaluatie van tekortkomingen
Na de inspectie wordt een evaluatie gemaakt van de gevonden tekortkomingen. Als tekortkomingen zijn geconstateerd, heeft de toezichthouder de mogelijkheid om een herstelaanbod te doen. Deze mogelijkheid is gebaseerd op afspraken tussen de GGD en de gemeente waarbinnen de opvanglocatie gevestigd is. Het herstelaanbod is geen recht, maar een mogelijkheid die inzet op een snelle verbetering van de tekortkomingen ten gunste van de kwaliteit van de opvang.
De afweging van het herstelaanbod ligt bij de toezichthouder. De toezichthouder bespreekt met de houder de verbetermaatregelen en legt de nodige afspraken vast. Na verloop van de afgesproken periode wordt een nieuw oordeel gegeven over de overtreding(en). De procedure van het herstelaanbod wordt in het inspectierapport vastgelegd.
Overleg en overreding
Naast het herstelaanbod zijn er ook andere procedures die de GGD kan inzetten bij het toezicht op VVE. Een voorbeeld hiervan is de overleg- en overredingsprocedure. Deze procedure is ontwikkeld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en kan worden ingezet in de periode vóór het opstellen van het concept inspectierapport.
De overleg- en overredingsprocedure geeft de houder van de opvanglocatie de mogelijkheid om een lichte overtreding op korte termijn op te lossen. Overleg houdt een gesprek in tussen de toezichthouder en de houder om een geconstateerde overtreding op te lossen. Overreding houdt in dat de toezichthouder de houder beïnvloedt om iets te doen, zoals het oplossen van een geconstateerde overtreding of om te overtuigen dat de tekortkoming wordt opgelost.
Recent ontwikkelingen
Er zijn enkele recente ontwikkelingen geweest die van invloed zijn op het toezicht op VVE. Een van deze ontwikkelingen is de invoering van een pedagogisch beleidsmedewerker. Per 1 januari 2022 is de houder die VVE aanbiedt verplicht om een pedagogisch beleidsmedewerker in te zetten. Deze medewerker is verantwoordelijk voor het opstellen en uitvoeren van het pedagogisch beleidsplan.
Een andere ontwikkeling is de verruiming van de inzet van beroepskrachten in opleiding. Per 1 januari 2022 is de inzet van beroepskrachten in opleiding verruimd. Dit betreft een tijdelijk besluit dat geldt tot 01-07-2024.
Daarnaast is er een verbetering van de meldcode kindermishandeling voor de kinderopvang. Nieuw in de meldcode is het afwegingskader. Dit kader helpt bij het bepalen of een melding van kindermishandeling nodig is.
Conclusie
De GGD speelt een centrale rol in het toezicht op VVE. Het toezicht omvat zowel de pedagogische kwaliteit als de veiligheid en de randvoorwaarden van de opvang. De GGD voert dit toezicht uit op basis van de Wet kinderopvang en het Besluit kwaliteit voorschoolse educatie. Deze wetgeving stelt dat de opvang bijdraagt aan een gezonde en veilige omgeving voor kinderen en dat er voldoende aandacht is voor de persoonlijke en sociale ontwikkeling van het kind.
Het toezicht op VVE omvat verschillende activiteiten, waaronder inspecties, evaluaties, documentenonderzoeken en bezoeken aan de opvanglocatie. Na de inspectie wordt een evaluatie gemaakt van de gevonden tekortkomingen. Als tekortkomingen zijn geconstateerd, heeft de toezichthouder de mogelijkheid om een herstelaanbod te doen. Deze procedure is geen recht, maar een mogelijkheid die inzet op een snelle verbetering van de tekortkomingen ten gunste van de kwaliteit van de opvang.
De GGD werkt samen met andere overheidsinstanties bij het toezicht op VVE. Zo controleert de Inspectie van het Onderwijs de kwaliteit van de VVE, terwijl de regionale brandweer de brandveiligheid en de Voedsel en Warenautoriteit (VWA) de voedselveiligheid en veiligheid van speeltoestellen beoordelt.
Naast het herstelaanbod zijn er ook andere procedures die de GGD kan inzetten bij het toezicht op VVE. Een voorbeeld hiervan is de overleg- en overredingsprocedure. Deze procedure is ontwikkeld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en kan worden ingezet in de periode vóór het opstellen van het concept inspectierapport.
Er zijn enkele recente ontwikkelingen geweest die van invloed zijn op het toezicht op VVE. Een van deze ontwikkelingen is de invoering van een pedagogisch beleidsmedewerker. Een andere ontwikkeling is de verruiming van de inzet van beroepskrachten in opleiding. Daarnaast is er een verbetering van de meldcode kindermishandeling voor de kinderopvang.