De kwaliteit en de effectiviteit van de Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) worden in Nederland zorgvuldig gevolgd en beoordeeld. De GGD speelt hierin een centrale rol, niet alleen als toezichthouder, maar ook als partner in het verbeteren van de kinderopvang en de voor- en vroegschoolse educatie. De VVE is bedoeld om peuters vanaf drie jaar in een speciaal ontworpen leeromgeving te stimuleren en te ondersteunen in hun taalontwikkeling, sociaal-emotionele groei en schoolgerichtheid. In dit artikel bespreken we de rol van de GGD bij de inspectie van VVE, de samenwerking tussen de GGD en andere betrokken partijen, de kwaliteitsborging van VVE-programma’s en de praktische organisatie van VVE-plekken.
GGD en de rol in de VVE-inspectie
De GGD is belast met het uitvoeren van inspecties op de kwaliteit van kinderopvang en VVE. Dit is geregeld in de Wet Kinderopvang en uitgevoerd in samenwerking met gemeenten. De GGD toetst of aanbieders van kinderopvang en VVE aan de wettelijke eisen voldoen, waaronder de registratie in het Personenregister Kinderopvang (PRK) en het aanbod van erkende VVE-methodes. De inspectieactiviteiten worden gecoördineerd met andere toezichthoudende instanties, zoals de regionale brandweer, de Voedsel en Warenautoriteit (VWA), en de Inspectie SZW, die respectievelijk brandveiligheid, voedselveiligheid en arbeidsomstandigheden controleren.
De GGD controleert, onder andere, of medewerkers in het kinderopvangsecteur aan de eisen voor de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) voldoen. Deze VOG is verplicht voor medewerkers en moet op het moment van aangifte aan het kinderopvangaanbod niet ouder zijn dan twee maanden. Sinds 1 maart 2018 is de VOG automatisch geldig als de medewerker is ingeschreven in het PRK. De GGD heeft ook toegang tot dit register en controleert hierop gedurende inspecties. Dit maakt deel uit van het continue screeningssysteem, dat sinds 2013 in werking is. Hierbij wordt voortdurend gecontroleerd of medewerkers in aanraking komen met justitie, en of dat heeft gevolgen voor hun toegestane betrokkenheid in de kinderopvang.
Daarnaast speelt de GGD een rol bij de registratie en kwaliteitsborging van VVE-plekken. In gemeenten zoals Maasgouw werkt de GGD nauw samen met de VVE-werkgroep, die bestaat uit locatiemanagers van kinderopvang, IB-ers van basisscholen, medewerkers van GGD/JGZ, en de beleidsmedewerker Jeugd. Deze werkgroep komt twee keer per jaar bij elkaar om informatie uit te wisselen, evaluaties te doen en eventueel voorstellen op tafel te leggen.
VVE-indicatie en inschrijving
Het geven van een VVE-indicatie is een essentieel onderdeel van het proces. Een kind krijgt deze indicatie wanneer pedagogisch medewerkers vermoeden dat er sprake is van een taalrisico of sociaal-emotionele achterstand. In dat geval wordt contact opgenomen met de GGD/JGZ om te bepalen of het kind in aanmerking komt voor extra consulten en eventueel de VVE-indicatie. Pas wanneer een kind daadwerkelijk is ingeschreven voor vier VVE-dagdelen (zestien uur per week) wordt het geacht deel te nemen aan het VVE-programma. Indien er wegens plaatsgebrek nog geen ruimte is, kan de inschrijving beginnen onder de voorwaarde dat de vier dagdelen binnen een half jaar aangeboden kunnen worden.
In gevallen waarin een driejarige peuter met een VVE-indicatie zich in een bestaande groep meldt, kan in overleg maatwerk worden aangeboden. Dit benadrukt de flexibiliteit en het aanpassingsvermogen van het VVE-systeem, wat essentieel is bij het vormgeven van een persoonlijk en effectief onderwijsaanbod.
VVE-methodes en kwaliteitsborging
De kwaliteit van VVE wordt verder gesteund door het gebruik van erkende VVE-methodes. In de gemeente Maasgouw zijn tot op heden erkende methodes als ‘Uk & Puk’ en ‘Peuterplein’ gebruikt. Peuterplein is sinds kort niet langer erkend door de Nederlandse Jeugdinstituut (NJI), omdat de uitgever de registratie niet heeft verlengd. Toch voldoet het programma volgens de GGD en BCO nog steeds aan alle kwaliteitsvoorwaarden. Daarom is het in de lokale regelgeving van de gemeente toegestaan om het verder te gebruiken.
De keuze van een erkende VVE-methode is niet alleen van invloed op de kwaliteit van het programma, maar ook op de toezichtsactiviteiten van de GGD. De GGD controleert of de kinderopvangorganisaties erkende methodes gebruiken en of zij voldoen aan de wettelijke eisen. Dit geldt ook voor gastouderopvang, waarbij bij een nieuwe aanvraag voor opname in het LRK een inspectie wordt uitgevoerd op het volledige toetsingskader, ook als de opvang plaatsvindt in de woning van de vraagouder. De GGD controleert of de gastouder beschikt over de vereiste papieren, zoals een getuigschrift of diploma van een opleiding, een EHBO-diploma en een VOG.
Overleg en overreding als onderdeel van de inspectie
De GGD maakt ook gebruik van overleg- en overredingsprocedures, die door de VNG zijn ontwikkeld. Deze procedures zijn bedoeld om lichte overtredingen in de periode vóór het opstellen van het inspectierapport op korte termijn op te lossen. Overleg houdt een gesprek in tussen de toezichthouder en de houder om een geconstateerde overtreding op te lossen. Overreding houdt in dat de toezichthouder de houder beïnvloedt om iets te doen, zoals een tekortkoming op te lossen. Deze benadering helpt om samen te werken met kinderopvangaanbieders en het aanbod op kwaliteit te verbeteren, in plaats van alleen af te dwingen.
De rol van de VVE-werkgroep
De VVE-werkgroep speelt een centrale rol in de samenwerking tussen de GGD en andere partijen. Deze groep fungeert als spil tussen het LEA-overleg en het overleg op de werkvloer binnen koppels. De werkgroep neemt informatie mee vanaf de werkvloer en gebruikt deze voor evaluaties en eventuele voorstellen. De groep bestaat uit diverse actoren, zoals locatiemanagers van kinderopvang, IB-ers van basisscholen, medewerkers van GGD/JGZ, BCO en de beleidsmedewerker Jeugd. Afhankelijk van de agenda en de inhoud van het overleg, kan ook de directie aanwezig zijn. De adviseur van BCO is op afroep beschikbaar voor de beleidsmedewerker Jeugd van de gemeente.
De werkgroep draagt zorg voor de registratie van doelgroepkinderen en bespreekt structureel met doelgroepouders manieren om het VVE-aanbod te gebruiken. Het gerealiseerde bereik wordt door de GGD/JGZ gemonitord en afgestemd met de VVE-werkgroep van de gemeente. In 2024 zijn er 134 plekken binnen kinderopvangorganisaties waar VVE-geïndexeerde peuters opgevangen kunnen worden. Aangezien er gewerkt wordt met geïntegreerde groepen, worden deze plekken deels ook ingevuld door reguliere peuters.
Privacy en gegevensbescherming
In het kader van de GGD-inspectie is de privacy en gegevensbescherming een belangrijk aspect. De GGD heeft toegang tot het Personenregister Kinderopvang (PRK) en gebruikt dit voor controle. De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) legt regels op rondom de verwerking van persoonsgegevens. De toezichthouder heeft het recht op inzage van zakelijke gegevens en bescheiden, maar zorgt ervoor dat aangeleverde gegevens na controle zorgvuldig worden verwijderd of vernietigd. Vertrouwelijke informatie wordt altijd via een beveiligde omgeving (zoals zorgmail) verwerkt.
De GGD communiceert met betrokken partijen via e-mail of persoonlijk. Informatie over het versturen van gegevens via een beveiligde omgeving is beschikbaar via internet. Het gebruik van deze protocollen zorgt voor betrouwbare en transparante communicatie en zorgt ervoor dat gegevens op de juiste manier worden behandeld.
De toekomst van VVE en GGD-inspectie
De rol van de GGD bij de inspectie van VVE blijft van groot belang voor de kwaliteit van het kinderopvangaanbod. De samenwerking met gemeenten, kinderopvangorganisaties en andere toezichthoudende instanties is essentieel voor het creëren van een veilige, kwalitatief hoogwaardige en persoonlijk gerichte VVE-omgeving. De gebruikte VVE-methodes, zoals ‘Uk & Puk’ en ‘Peuterplein’, vormen de basis voor een effectief en ondersteunend programma, dat gericht is op de ontwikkeling van jonge kinderen.
De GGD-inspectie blijft evolueren, zoals te zien is in het continue screeningssysteem en de toepassing van overleg- en overredingsprocedures. Deze ontwikkelingen tonen aan dat de GGD niet alleen een toezichthouder is, maar ook een partner in de ontwikkeling en verbetering van de kwaliteit van de VVE. De toekomst van VVE hangt af van het vermogen om flexibel te zijn, gegevens te gebruiken en samen te werken met alle betrokken partijen.
Conclusie
De GGD-inspectie van de Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) speelt een centrale rol in de kwaliteitsborging van kinderopvang in Nederland. De GGD toetst of aanbieders van VVE aan de wettelijke eisen voldoen, zoals het gebruik van erkende VVE-methodes en de registratie in het Personenregister Kinderopvang. De samenwerking met gemeenten, kinderopvangorganisaties en andere toezichthoudende instanties is essentieel voor het creëren van een veilige en effectieve VVE-omgeving.
De GGD maakt ook gebruik van moderne toezichtsbenaderingen, zoals continue screening en overleg- en overredingsprocedures, die gericht zijn op het verbeteren van het aanbod in plaats van alleen af te dwingen. De VVE-werkgroep fungeert als een centrale spil in het proces en zorgt voor de registratie van doelgroepkinderen en de evaluatie van het VVE-aanbod. In 2024 zijn er 134 plekken beschikbaar voor VVE-geïndiceerde peuters, hoewel deze plekken deels ook worden ingevuld door reguliere peuters.
De toekomst van VVE hangt af van het vermogen om flexibel te zijn, gebruik te maken van gegevens en samen te werken met alle betrokken partijen. De GGD-inspectie blijft evolueren en draagt bij aan een betere kwaliteit van de VVE, die gericht is op de ontwikkeling van jonge kinderen in een veilige en ondersteunende omgeving.