Inleiding
De gemeente Veenendaal heeft een specifiek beleid ontwikkeld voor de voorschoolse educatie (VE) met het oog op het ondersteunen van kinderen met een risico op een (taal)ontwikkelachterstand. Dit beleid, bekend als Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE), richt zich op het bieden van een stimulerend en taalrijk aanbod aan deze doelgroep. De GGD speelt een centrale rol in de indeling en toezichtgeving van de VVE-subsidies, waarbij rekening wordt gehouden met het subsidieplafond, kwaliteitseisen en inkomensafhankelijke bijdrage. Dit artikel biedt een gedetailleerde en objectieve overzicht van de regelingen, definities, toezichtprocedures en de rol van betrokken partijen, zoals het college van burgemeester en wethouders, GGD en het VVE-overlegorgaan.
Definities en context
Begripsbepalingen
De regelingen om PEuteropvang met en zonder VE in Veenendaal beschrijven een aantal essentiële termen die essentieel zijn voor het begrip van het beleid. Deze begripsbepalingen zijn afkomstig uit de officiële publicaties van de gemeente Veenendaal en zijn verankerd in de lokale regelgeving.
- VE (Voorschoolse Educatie): Betreft educatieve voorzieningen voor kinderen voor de start van het formele onderwijs. Het doel is het voorbereiden op school en het stimuleren van ontwikkeling.
- VVE (Voor- en Vroegschoolse Educatie): Aanvullende educatie voor kinderen met een risico op een (taal)ontwikkelachterstand. VVE is gericht op het verlichten van deze achterstand via een stimulerend en taalrijk aanbod.
- VVE-peuters: Kinderen die woonachtig zijn in Veenendaal en een VVE-indicatie hebben gekregen van de GGD, volgens de doelgroepdefinitie van de gemeente.
- Niet-VVE peuters: Peuters die geen VVE-indicatie hebben.
- Subsidieplafond VVE: Het maximaal beschikbare subsidiebedrag voor VVE-activiteiten, bepaald door het college van burgemeester en wethouders.
Doelgroepdefinitie en rangorde
De doelgroepdefinitie voor VVE is een essentieel onderdeel van de regeling. Volgens de regelgeving wordt de subsidieverdeling bepaald door een rangorde in ontwikkelingsproblematiek. Deze rangorde wordt vastgesteld door het college na overleg met de VVE-werkgroep.
De VVE-werkgroep is een overlegorgaan dat bestaat uit vertegenwoordigers van kinderopvanginstellingen, onderwijsinstellingen, het CJG, de GGD en beleidsmedewerkers van de gemeente. Deze groep draagt bij aan het bepalen van kwaliteitseisen en de indeling van subsidies.
Inkomensafhankelijke bijdrage
De inkomensafhankelijke ouderbijdrage voor peuteropvang wordt bepaald aan de hand van de VNG Adviestabel ouderbijdrage peuteropvang, een landelijk gebruikte tabel die een inkomensafhankelijke tariefstelling vaststelt. Deze bijdrage wordt berekend op basis van het verzamelinkomen, een term die door de Belastingdienst wordt gebruikt voor het totale bedrag van het inkomen uit werk en woning (box 1), het inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) en het belastbare inkomen uit sparen en beleggen (box 3).
De inkomensverklaring, een officiële verklaring van de Belastingdienst, dient als basis voor de berekening van deze bijdrage. Daarnaast geldt de kinderopvangtoeslag, een tegemoetkoming van het Rijk aan ouders voor de kosten van kinderopvang.
Subsidiebeleid en verdeling
Subsidieplafond en voorrang
Het subsidieplafond speelt een centrale rol in de verdeling van subsidies voor VVE. Wanneer dit plafond overschreden wordt, wordt de subsidie verdeeld naar evenredigheid onder de houders, waarbij de behoefte in de wijken een belangrijk uitgangspunt is.
Daarnaast heeft de regeling voorrangregels ingebouwd voor bestaande aanbieders van VE. Zo krijgen houders die in 2018 al VE aanboden in Veenendaal conform de toenmalige regeling, voorrang op nieuwe aanbieders. Dit is bedoeld om continuïteit en stabiliteit in de educatieve voorzieningen te waarborgen.
Weigeringsgronden voor subsidie
De regeling bevat ook een aantal weigeringsgronden voor subsidieaanvragen. Indien er gegronde reden bestaat om aan te nemen dat het aanbod niet voldoet aan de kwaliteitseisen van de gemeente, kan de subsidie worden geweigerd. Daarnaast kan een subsidieaanvraag worden geweigerd als bij de eerste aanvraag van een instelling sprake is van een handhavingsactie, zoals opgenomen in het toezicht- en handhavingsbeleid van de gemeente.
Het bereiken van het subsidieplafond is een grond tot weigering of gedeeltelijke weigering van de subsidie. Dit betekent dat wanneer de totale subsidieaanvragen het plafond overschrijden, de verdeling gedaan moet worden naar evenredigheid.
Kwaliteitsborging en toezicht
Rol van de GGD en Onderwijsinspectie
De kwaliteitsborging van VVE is een essentieel aspect van de regeling. De GGD regio Utrecht en de Onderwijsinspectie houden in opdracht van de gemeente toezicht op de kwaliteit van het aanbod binnen deze subsidiebeleid. Dit toezicht is gebaseerd op het toezichtskader van de GGD en het toezichtskader van de Onderwijsinspectie, die respectievelijk de kwaliteit van de kinderopvang en het onderwijs betreffen.
De VVE-locaties zijn in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) geregistreerd en moeten voldoen aan de wet- en regelgeving van de kinderopvang. Een VVE-locatie wordt aanvullend in het LRK geregistreerd indien deze ook aan de kwaliteitseisen van VVE voldoet, zoals gesteld door de GGD en Onderwijsinspectie.
Gecertificeerde pedagogisch medewerkers
Een belangrijk aspect van de kwaliteitsborging is de rol van de gecertificeerde pedagogisch medewerkers die werken in VVE-instellingen. Deze medewerkers moeten VVE-gecertificeerd zijn volgens de wettelijk geldende eisen. Dit betekent dat ze specifieke trainingen en opleidingen hebben gevolgd om kinderen met een (taal)ontwikkelachterstand effectief te ondersteunen.
Overgangsbepalingen en slotbepalingen
Juridische bepalingen en regelgeving
In gevallen waarin de regeling niet voorziet, wordt het besluit genomen door het college van burgemeester en wethouders. Dit college is verantwoordelijk voor het bepalen van het beleid en de uitvoering van de regeling.
De regeling treedt in werking de dag na publicatie en vervangt de oude regelingen, zoals de Regeling VVE gemeente Veenendaal en de tijdelijke Regeling Peuterwerk Veenendaal. Deze vervanging betekent dat de oude regelingen niet meer gelden, behalve voor subsidies die zijn verleend op grond van de genoemde regelingen vóór de inwerkingtreding van de huidige regeling.
Conclusie
De regeling van Veenendaal rond VVE en de subsidieverdeling voor voorschoolse educatie biedt een duidelijk kader voor de verdeling van subsidies en de kwaliteitsborging van het aanbod. De GGD speelt een centrale rol in de indeling van subsidies en het toezicht op kwaliteit, waarbij rekening wordt gehouden met inkomensafhankelijke bijdrage, subsidieplafond en voorrangregels. Het beleid richt zich op het ondersteunen van kinderen met een risico op (taal)ontwikkelachterstand via een stimulerend en taalrijk aanbod. De betrokken partijen, zoals de VVE-werkgroep, het college van burgemeester en wethouders en de gecertificeerde pedagogisch medewerkers, spelen een essentiële rol in het uitvoeren van dit beleid. De regeling bevat ook duidelijke weigeringsgronden en procedures voor kwaliteitsborging, die de gemeente Veenendaal gebruikt om het aanbod van VVE op een hoog niveau te houden.