De harmonisatie van VVE-regelgeving in Nederland

Inleiding

De harmonisatie van regelgeving rondom Voorschoolse Voorzieningen met Verenigingen van Eigenaren (VVE) is een kernaspect binnen de huidige beleidsontwikkelingen voor kinderopvang en vroege jeugdeducatie in Nederland. In 2016 begon de overgangsperiode vanaf oudere, niet-uniforme regelgeving naar een gecentraliseerde en modernere aanpak. Deze overgang heeft betrekking op zowel peuterspeelzalen als kinderdagverblijven. Het doel van deze harmonisatie is om regelgeving en subsidies te verenigen, conflicten te voorkomen en ruimte te maken voor flexibiliteit in het functioneren van VVE’s.

Deze artikel biedt een gedetailleerde en feitelijke uitleg van de harmonisatie van VVE-regelgeving, met aandacht voor subsidiebeleid, verantwoording, coördinatie en de juridische onderbouwing van de ontwikkelingen. Op basis van de beschikbare bronnen worden de relevante maatregelen en structurele veranderingen beschreven, alsook de rol van de betrokken partijen zoals de gemeente, houders van voorzieningen en professionals.

De achtergrond van de harmonisatie

De noodzaak van harmonisatie, uniformering en modernisering van de VVE-regelgeving werd al eerder onderkend in juridisch en beleidsmatig onderzoek. De huidige situatie, waarin veel regelgeving niet uniform is toepasbaar op alle VVE’s, leidt tot onnodige conflicten, hoge beheerskosten en een langzaam tempo in de verduurzaming van appartementen. Deze situatie belemmert de duurzaamheidsopgave van appartementscomplexen en vormt een belemmering voor maatschappelijke en technologische ontwikkelingen, met name op het gebied van duurzaamheid en demografie.

De huidige wetgeving is verouderd en niet op de maatschappelijke realiteit afgestemd. Het ontbreken aan uniformiteit leidt tot verwarring en onduidelijkheid over de besluitvorming in VVE’s. Deze situatie heeft ertoe geleid dat veel appartementen niet profiteren van nieuwe inzichten die zijn verwerkt in nieuwere modelreglementen. De harmonisatie biedt dus een oplossing om deze tekortkomingen aan te kaarten en de VVE’s in Nederland functioneel en juridisch beter te positioneren in de huidige maatschappij.

Subsidiebeleid en financiële maatregelen

Een belangrijk onderdeel van de harmonisatie is de wijziging van het subsidiebeleid. In 2016 werd een subsidiebeleid ingevoerd dat gericht was op het behouden en toenemen van het aantal HBO’ers in de VVE-groepen, evenals op permanente educatie. De subsidie per kalenderjaar per VVE-groep was verhoogd met € 4.870,00. Deze toegang tot subsidies is niet gekoppeld aan specifieke VVE-groepen, maar kan door de subsidieontvanger als een lumpsum worden ingezet. Dit biedt ruimte voor maatwerk per VVE-groep.

Voor kinderdagverblijven die in 2016 de VVE-subsidie aanvroegen, werd een subsidie van € 400,00 per peuter verleend voor de uitvoering van een VVE-programma gedurende 10 uur per week. De subsidie is gebaseerd op een prognose van het aantal ingeschreven peuters, zoals opgegeven in de subsidieaanvraag. Als de prognose lager was dan vijf twee- en driejarige peuters, werd geen subsidie verleend.

De invoering van de harmonisatie voor huidige kinderdagverblijven is in de loop van 2016 verder uitgewerkt in overleg met de houders. De fasering van de invoering werd vastgelegd in de subsidiebeschikking, en afspraken werden gemaakt om de invoering zowel voor kinderdagverblijven als reguliere peuterspeelzalen te organiseren.

Verantwoording en vaststelling van subsidie

Een essentieel aspect van de harmonisatie is de verantwoording van subsidies. Aangezien de invoering in een pilotfase verliep, was er een bepaalde onzekerheid over het debiteurenrisico. Daarom werd bij de vaststelling van subsidies rekening gehouden met de gevolgen van de implementatie van de harmonisatie. Dit betekent dat de subsidieverantwoording per instelling aangepast kon worden, afhankelijk van de omstandigheden.

De verantwoording betreft twee kernaspecten:

  • Prestaties en activiteiten
  • Subsidievoorwaarden

Een modelverantwoordingsformulier was beschikbaar in het hulpdocument, wat betrekking had op de invoering van de harmonisatie in 2016. Voor instellingen die in 2016 niet waren gestart met de harmonisatie, was de verantwoording vrijwel gelijk aan die van 2015. Voor instellingen die wel deelnamen aan de harmonisatie, was zowel deel 1 als deel 2 van het hulpdocument van toepassing.

Coördinatie: beleidsmatig en kindgericht

De coördinatie van VVE is tweeledig: beleidsmatig en kindgericht. Beide vormen van coördinatie zijn essentieel voor het functioneren van VVE’s en het realiseren van het beleid dat erop is gericht om kinderen in een vroege leeftijd optimaal te ondersteunen.

Beleidsmatige coördinatie

Beleidsmatige coördinatie dient om het VVE-beleid krachtig, eenduidig en helder uit te voeren. De coördinator in deze rol is een onafhankelijke persoon, niet verbonden aan een VVE-uitvoerende organisatie. De coördinator fungeert als kartrekker en is medeverantwoordelijke voor het initiëren en implementeren van VVE-beleid. Daarnaast is de coördinator betrokken bij het voorbereiden en uitvoeren van VVE-netwerkbijeenkomsten.

Het formuleren van doelen en het bespreken van de manier waarop deze doelen worden bereikt, maakt deel uit van deze rol. De coördinator werkt hierbij aan zowel een beleidsmatige als een procesmatige aanpak. Daarnaast is het beheren, controleren en betalen van facturen ook een onderdeel van de coördinatietaken. Deze rol wordt door de gemeente vervuld.

Kindgerichte coördinatie

De kindgerichte coördinatie is gericht op observatie, kindbesprekingen en data uit het ontwikkelingsvolgsysteem. Deze vorm van coördinatie wordt uitgevoerd door JGZ-verpleegkundigen en is bedoeld om de ontwikkeling van VVE-kinderen te monitoren en vast te leggen in een systeem. De JGZ kan hierbij voorschoolse voorzieningen ondersteunen bij het opstellen van actie- en handelingsplannen voor VVE-kinderen.

Voor de kindgerichte coördinatie is een jaarlijks budget van € 15.000 beschikbaar vanuit het OAB-budget. Deze financiering zorgt voor de noodzakelijke middelen om de kindgerichte activiteiten en observaties te kunnen uitvoeren.

De invoering in fasen en tijdsplanning

De invoering van de harmonisatie gebeurde in fasen. In 2016 werd de harmonisatie eerst ingevoerd in peuterspeelzalen met VVE, gevolgd door kinderdagverblijven en reguliere peuterspeelzalen. Deze gefaseerde aanpak zorgde voor een geleidelijke overgang, zodat de betrokken partijen zich konden aanpassen aan de nieuwe regelgeving.

De invoering was onderdeel van een pilotfase, waarin de gevolgen van de harmonisatie op subsidies en verantwoording werden beoordeeld. De pilotfase gaf ruimte voor maatwerk per instelling, wat betekent dat de implementatie en verantwoording van subsidies niet volledig uniform waren. Deze aanpak maakte het mogelijk om eventuele problemen tijdig te signaleren en aan te passen.

De hardheidsclausule speelde hierin een rol. Deze clausule gaf het college de bevoegdheid om in bijzondere gevallen van hardheid van de regeling af te wijken, mits er een goed gemotiveerde reden was. Hiermee kon rekening gehouden worden met situaties waarin de regelgeving niet volledig toepasbaar was of waarin er sprake was van bijzondere omstandigheden.

Subsidieverdeling en debiteurenbedrag

De verdeling van het debiteurenbedrag is een aspect dat in overleg is tussen gemeente en houder. Het verschil tussen twee varianten van een bepaling vormt de basis voor de hoogte van het debiteurenbedrag. Het debiteurenbedrag is een maat voor het verschil tussen verwacht en werkelijk aantal bereikte peuters. Aangezien de invoering van de harmonisatie kan leiden tot een tijdelijke afname in deelname aan voorschoolse voorzieningen, is de subsidie voor 2016 niet verlaagd als het aantal bereikte peuters lager was dan de prognose. Dit is bedoeld om houders te ondersteunen tijdens de overgangsperiode.

Het juridisch kader van VVE’s

De VVE is geregeld in Titel 9 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Deze wet bepaalt de juridische structuur van appartementen en hun beheer. Een belangrijk aspect van deze wet is het stelsel van eisende meerderheid bij belangrijke beslissingen. Deze eisen zijn een juridische belemmering voor snelle en efficiënte besluitvorming in VVE’s, met name op het gebied van duurzaamheid en verduurzaming.

Een werkgroep, de WMANL, heeft in 2013 een klankbordfunctie vervuld rondom de stand van zaken van VVE’s. Sindsdien werkt deze groep aan verbeteringen in het appartementsrecht, zoals vereenvoudiging en uniformering van de wet- en regelgeving. De werkgroep bestaat uit acht leden, vertegenwoordigend verschillende vakgebieden zoals praktijk, belangenbehartiging, advocatuur, notariaat, sociale verhuurders en wetenschap. Deze samenwerking biedt een brede inbreng en een solide juridische onderbouwing voor de aanbevelingen en verbeteringen die worden voorgesteld.

De rol van VVE’s in het onderwijslandschap

VVE’s vormen een belangrijk onderdeel van het voorschoolse onderwijslandschap in Nederland. Deze voorzieningen zijn gericht op kinderen van twee tot en met vier jaar en bieden een programma van 10 uur per week. De focus ligt op het ontwikkelen van de kinderen in de voorschoolse leeftijd en het voorbereiden op het basisonderwijs.

De harmonisatie van de regelgeving voor VVE’s is bedoeld om deze voorzieningen beter aan te sluiten bij de maatschappelijke en technologische ontwikkelingen. Deze ontwikkelingen zijn snel en vooral op het gebied van duurzaamheid en demografie. Het is van belang dat VVE’s hiermee meegaan en zich aanpassen aan de huidige maatschappelijke realiteit.

De overheid heeft moeite gehad om deze ontwikkelingen in het wetgevingsproces te vertalen naar concrete regels voor VVE’s. De harmonisatie biedt hier een oplossing voor, door een uniforme regelgeving te creëren die toepasbaar is op alle VVE’s in Nederland.

De invloed van de harmonisatie op de praktijk

De praktijk van VVE’s is sterk beïnvloed door de harmonisatie. De verantwoording van subsidies, het functioneren van coördinatoren en de wijziging van de regelgeving hebben geleid tot veranderingen in het dagelijks functioneren van deze voorzieningen. Deze veranderingen zijn niet alleen juridisch relevant, maar ook praktisch voor houders, medewerkers en ouders.

De invoering van de harmonisatie in 2016 heeft geleid tot een tijdelijke afname in deelname aan voorschoolse voorzieningen. Deze afname is echter tijdelijk en wordt verondersteld door de overheid. De subsidie voor 2016 is daarom niet verlaagd, zodat houders niet financieel nadeel lijden door de invoering van de nieuwe regelgeving.

Conclusie

De harmonisatie van VVE-regelgeving is een essentieel onderdeel van de maatschappelijke en juridische ontwikkelingen rondom voorschoolse voorzieningen in Nederland. Deze aanpassing is bedoeld om conflicten te voorkomen, subsidies te verenigen en ruimte te maken voor flexibiliteit in het functioneren van VVE’s.

De invoering van de harmonisatie in 2016 heeft geleid tot veranderingen in de verantwoording van subsidies, de coördinatie van VVE’s en de juridische regelgeving. Deze veranderingen zijn zowel voor houders als voor gemeenten van belang en vormen de basis voor een efficiënter en beter functionerende VVE-sector.

De rol van de gemeente, coördinatoren en JGZ-verpleegkundigen is essentieel in deze nieuwe situatie. Deze partijen helpen bij het uitvoeren van beleid, het monitoren van de ontwikkeling van kinderen en het aanpassen van subsidies. De harmonisatie maakt het mogelijk om VVE’s beter aan te sluiten bij de maatschappelijke realiteit en om conflicten en hoge beheerskosten te verminderen.

In de toekomst is het belangrijk dat de harmonisatie verder wordt uitgewerkt en geëvalueerd, zodat de regelgeving opnieuw kan worden aangepast als nodig is. Hierbij moet rekening worden gehouden met maatschappelijke veranderingen, juridische ontwikkelingen en de praktijk van VVE’s. De harmonisatie biedt een solide basis voor deze verdere ontwikkelingen en zorgt voor een functionele en toekomstbestendige VVE-sector in Nederland.

Bronnen

  1. CVDR410084
  2. Het ontwerpwetsvoorstel appartementsrechten
  3. CVDR682797/1

Related Posts