Inleiding
In de huidige kinderopvangsector speelt een HBO’er als coach een steeds belangrijker rol in het versterken van de kwaliteit van zorg en onderwijs. Deze functie is georiënteerd op opbrengstgericht werken en gericht op het verbeteren van de professionele praktijk op de werkvloer. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de opleidingen en scholingsverplichtingen voor HBO’ers die deze rol vervullen, met name in de context van Verantwoorde Verzorging en Educatie (VVE).
Naast de beschikbare opleidingen, zoals de trainingen die via het ABC en Spiekr worden aangeboden, komen ook de juridische en administratieve voorwaarden aan bod die gelden bij subsidieaanvragen en de inzet van HBO’ers in het kader van VVE. Aan de hand van de voorwaarden in de lokale regelgeving, zoals opgenomen in CVDR 461793 en CVDR 461795, wordt een duidelijk beeld geschetst van de verplichtingen voor zowel de aanvrager als de HBO’er-coach.
HBO’er als coach: rol en doelen
De rol van de HBO’er als coach in de kinderopvang is georiënteerd op het ondersteunen van medewerkers in hun dagelijks werk, met name op het gebied van VVE. De HBO’er helpt bij het verbeteren van de kwaliteit van zorg en onderwijs via observatie, feedback en begeleiding. Dit proces draagt bij aan het creëren van een positieve werkomgeving waarin kinderen goed kunnen groeien en bloeien.
In de training ‘HBO-er als meewerkend coach op de groep’, zoals aangeboden door het ABC, is de doelstelling om HBO’ers vaardigheden en kennis op te bouwen op het gebied van coachen. De bijeenkomsten zijn zo opgezet dat de HBO’er zijn of haar theorie niet alleen leert, maar ook op de werkvloer toepast. Daarnaast is er aandacht voor reflectie op eigen handelen en het ontwikkelen van praktische vaardigheden via intervisie en individuele coaching.
Deze training bestaat uit 11 werkbijeenkomsten, waarbij de deelnemers aan praktische opdrachten werken en onderdelen van een verbeterplan uitvoeren. Na afloop ontvangt de deelnemer een certificaat, mits aan alle voorwaarden is voldaan. Het doel van deze training is om HBO’ers in staat te stellen om als coach te functioneren in de kinderopvangsector, waarbij kwaliteitsverbetering centraal staat.
Verplichtingen bij subsidieaanvragen
Bij het inzetten van HBO’ers als coach in het kader van VVE gelden bepaalde juridische en administratieve voorwaarden. Deze zijn vastgelegd in lokale regelgeving, zoals te vinden in CVDR 461793 en CVDR 461795. Deze regelingen leggen uit dat de aanvrager van subsidies verplicht is om te zorgen dat de HBO’er aan zekere eisen voldoet.
De verplichtingen voor HBO’ers als coach zijn onder meer:
- Het HBO’er moet bij aanvang van de gesubsidieerde activiteiten een relevante HBO-opleiding op pedagogisch en/of didactisch gebied hebben afgerond of het ‘Programma erkenning verworven competenties’ (EVC) hebben doorlopen.
- Het HBO’er moet bij aanvang van de gesubsidieerde activiteiten een opleiding in een erkend VVE-programma hebben afgerond of er daarmee zijn gestart.
- Het HBO’er moet de gemeentelijke VVE-module voor HBO’ers als coach hebben afgerond of binnen drie maanden daarmee zijn begonnen.
- De gesubsidieerde activiteiten moeten plaatsvinden tussen 1 januari en 31 december in het kalenderjaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.
Bij het indienen van de subsidieverantwoording moet de aanvrager het bewijs van opleiding meenemen of deze in de controleverklaring door de accountant laten verwerken. Indien de bewijzen niet of niet op tijd worden overlegd, kan dit gevolgen hebben voor de subsidieverstrekking. Het college heeft bovendien de bevoegdheid om de subsidie in te trekken bij niet-uitvoering van deze verplichtingen.
Deze voorwaarden zijn bedoeld om te zorgen dat HBO’ers die als coach worden ingezet voldoende kennis en vaardigheden hebben om dit werk goed te kunnen doen. Het is een belangrijke maatregel om de kwaliteit van de coachingsfunctie te waarborgen en te verankeren in een juridisch en administratief kader.
Opleidingen voor HBO’ers als coach
Daarnaast zijn er ook specifieke opleidingen beschikbaar voor HBO’ers die in de rol van coach willen treden. De training ‘HBO-er als meewerkend coach op de groep’ is hier een voorbeeld van. Deze training wordt aangeboden door het ABC en is gericht op het ontwikkelen van coachvaardigheden en het versterken van praktijkgerichte kennis.
De opleiding is opgebouwd uit verschillende onderdelen:
- Theoretische achtergronden: De HBO’er leert de basis van opbrengstgericht coachen, inclusief relevante methoden en modellen.
- Praktijkvaardigheden: Er is aandacht voor het oefenen van coachvaardigheden in een praktische context.
- Reflectie: De HBO’er werkt aan reflectie op eigen handelen en ontwikkeling.
- Intervisie: Er worden intervisiebijeenkomsten georganiseerd in kleine groepen, waarbij HBO’ers elkaar ondersteunen in hun groei.
- Individuele coaching: De HBO’er krijgt aandacht via individuele coaching, gericht op persoonlijke doelen en het ontwikkelen van professionele vaardigheden.
Daarnaast zijn er ook andere scholingstrajecten beschikbaar, zoals de training ‘Pedagogisch Beleidsmedewerker Coach’ die wordt aangeboden door Spiekr. Deze opleiding is ontwikkeld in samenwerking met ervaren professionals in de sector, zoals Douwina den Hartog, die jarenlange ervaring heeft als pedagogisch beleidsmedewerker en VVE-coach. Deze opleiding is gericht op het versterken van de rol van de HBO’er als coach in een praktijkgerichte context, met nadruk op toepasbare methoden en technieken.
Juridische en administratieve kaders
De inzet van HBO’ers als coach in de VVE-sector is niet alleen gericht op het versterken van de kwaliteit van zorg en onderwijs, maar ook op het naleven van juridische en administratieve eisen. Deze eisen zijn vastgelegd in lokale regelgeving en zijn van toepassing op zowel de HBO’er als de aanvrager van subsidies.
In de regelgeving wordt uitgebreid aandacht besteed aan de vereisten voor de HBO’er. Zo moet bij aanvang van de gesubsidieerde activiteiten al duidelijk zijn dat de HBO’er voldoet aan bepaalde kwalificaties, zoals het afsluiten van een HBO-opleiding op pedagogisch en didactisch gebied of het doorlopen van het EVC-programma. Daarnaast moet de HBO’er in een erkend VVE-programma zijn geschoold of er daarmee zijn gestart. Bovendien is het afsluiten van de gemeentelijke VVE-module voor HBO’ers als coach een verplichting, of het moet binnen drie maanden worden gestart.
Deze verplichtingen zijn bedoeld om te zorgen dat HBO’ers die als coach worden ingezet voldoende kennis en vaardigheden hebben om dit werk goed uit te voeren. De aanvrager van subsidies is verantwoordelijk voor het controleren van deze eisen en het overleggen van bewijzen bij de subsidieverantwoording. Indien de eisen niet worden nageleefd, kan dit gevolgen hebben voor de subsidieverstrekking, zoals het in trekken van de subsidie door het college.
Praktijkgericht werken en kwaliteitsverbetering
De inzet van HBO’ers als coach draagt bij aan opbrengstgericht werken en kwaliteitsverbetering op de werkvloer. Opbrengstgericht werken houdt in dat het werk van de HBO’er gericht is op concrete doelen en verbeteringen in de praktijk. Dit betekent dat de HBO’er niet alleen theorie leert, maar deze ook toepast in de werkelijkheid van de kinderopvang.
In de trainingen wordt hierop expliciet aandacht besteed. Zo is er bijvoorbeeld een nadruk op het werken aan praktijkopdrachten en het uitvoeren van een verbeterplan. Hierbij werken HBO’ers aan concrete doelen die gericht zijn op het verbeteren van de kwaliteit van zorg en onderwijs. Deze opdrachten helpen HBO’ers om hun kennis en vaardigheden toe te passen in een praktische context en te leren reflecteren op hun eigen handelen.
Daarnaast is er aandacht voor intervisie en individuele coaching. Deze vormen van ondersteuning helpen HBO’ers om hun vaardigheden verder te ontwikkelen en te leren van elkaar. Het werken in kleine groepen en het ontvangen van individuele coaching zorgen voor een persoonlijke groeimogelijkheid en een sterke binding aan de opleiding.
Samenwerking en netwerken
De inzet van HBO’ers als coach is niet alleen gericht op het versterken van de kwaliteit van zorg en onderwijs, maar ook op het opbouwen van netwerken en samenwerking. In de opleidingen en scholingsprogramma’s is aandacht voor het ontmoeten van vakgenoten en experts. Dit helpt HBO’ers om hun professionele contacten uit te breiden en te leren van anderen in de sector.
Daarnaast draagt de opleiding bij aan het ontwikkelen van praktische vaardigheden, zoals communicatie, projectmanagement en juridische kennis. Deze vaardigheden zijn niet alleen relevant in het kader van VVE, maar ook in andere functies binnen de kinderopvangsector. HBO’ers kunnen deze vaardigheden direct inzetten in hun huidige werk en zo bijdragen aan de verbetering van de kwaliteit van zorg en onderwijs.
Conclusie
De rol van HBO’ers als coach in de VVE-sector is van groot belang voor de versterking van de kwaliteit van zorg en onderwijs in de kinderopvang. Door middel van gerichte opleidingen en scholingsprogramma’s krijgen HBO’ers de kennis en vaardigheden om effectief te functioneren in deze rol. De inzet van HBO’ers als coach is niet alleen gericht op het verbeteren van de praktijk op de werkvloer, maar ook op het naleven van juridische en administratieve eisen, zoals vastgelegd in lokale regelgeving.
De beschikbare opleidingen, zoals de training ‘HBO-er als meewerkend coach op de groep’ en de scholing ‘Pedagogisch Beleidsmedewerker Coach’, bieden HBO’ers de mogelijkheid om zich professioneel te ontwikkelen en beter in staat te zijn om kwaliteitsverbetering te stimuleren in de kinderopvang. Deze opleidingen zijn praktijkgericht en leggen de nadruk op het toepassen van kennis en vaardigheden in de werkelijkheid van de sector.
Daarnaast is er een duidelijk kader voor subsidieaanvragen en het inzetten van HBO’ers in het kader van VVE. De aanvrager is verantwoordelijk voor het controleren van de eisen en het overleggen van bewijzen bij de subsidieverantwoording. Indien deze eisen niet worden nageleefd, kan dit gevolgen hebben voor de subsidieverstrekking.
In totaal draagt de inzet van HBO’ers als coach bij aan een sterkere kinderopvangsector, waarin kwaliteitsverbetering centraal staat. Door middel van opleidingen, samenwerking en juridisch verankering kan deze functie een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van een duurzame en professionele sector.