Het Vroeg Vroeg Educatief (VVE) programma is ontworpen om kinderen met onderwijsachterstanden al vroeg ondersteuning te bieden, met het doel om deze achterstanden zoveel mogelijk op te heffen vóór het starten van de basisschool. In de gemeenten Gilze en Rijen en Oldebroek wordt VVE op verschillende manieren uitgevoerd, afhankelijk van de beschikbare middelen, de doelgroepbepaling en de implementatie op verschillende locaties. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van het aantal kinderen dat deelneemt aan VVE in de voorschoolse opvang, het type ondersteuning dat wordt geboden, en de financiële middelen die beschikbaar zijn voor de uitvoering van het programma.
Aantal kinderen in VVE-programma’s
Het aantal kinderen dat in het VVE-programma zit, varieert tussen de gemeenten en wordt bepaald door factoren zoals de doelgroepbepaling, de beschikbaarheid van opvangplaatsen en de financiering. In de gemeente Gilze en Rijen zijn er in totaal 87 vier- en vijfjarigen die een weging hebben hoger dan 1.00, wat betekent dat zij behoren tot de doelgroep van het onderwijsachterstandenbeleid. Van deze 87 kinderen heeft 74% deelgenomen aan een peuterspeelzaal of kinderdagverblijf. In dit kader zaten 71% van de gewogen kleuters in een peuterspeelzaal met een erkend VVE-programma.
In de gemeente Oldebroek is het aantal doelgroepkinderen, op basis van de gewichtenregeling, bepaald op 42. Deze berekening is gemaakt door het rijk en is gebaseerd op het opleidingsniveau van de ouders. De gemeente Oldebroek heeft gekozen voor een eigen doelgroepbepaling, omdat de gewichtenregeling volgens praktijkervaring niet altijd accuraat is. Zo kunnen kinderen met hoogopgeleide ouders ook een onderwijsachterstand hebben, net zoals kinderen van ouders met een lage opleiding niet altijd een achterstand vertonen. Daarom is er gekozen voor een bredere aanpak van VVE, die zowel doelgroepkinderen als niet-doelgroepkinderen kan omvatten.
In totaal zijn er in Oldebroek 42 kinderen die intensieve begeleiding ontvangen in het kader van VVE. Deze kinderen krijgen een aanbod van minimaal 10 uur per week VVE en wordt hun ouderbijdrage verlaagd om zo de drempel voor ouders te verlagen. Naast deze intensieve groep zitten er ook doelgroepkinderen in reguliere VVE-programma’s, waarbij minimaal 10 uur per week ondersteuning wordt geboden.
De financiële middelen voor VVE in Oldebroek zijn beperkt. De gemeente ontvangt een subsidie van € 133.633,90 per jaar voor de uitvoering van VVE, op basis van 42 doelgroepkinderen. Daarnaast is er een subsidie beschikbaar van € 3.122,- per kind per jaar voor kinderopvangplaatsen, op basis van 32 kinderen. Deze subsidie is bedoeld voor doelgroepkinderen die geen gebruik kunnen maken van de toeslagregeling van de wet kinderopvang. In totaal zijn er dus 74 kinderen in de voorschoolse opvang die deelneemen aan VVE in de gemeente Oldebroek.
Deelname aan peuterspeelzalen en VVE-programma’s
De deelname aan peuterspeelzalen is in beide gemeenten behoorlijk hoog. In Gilze en Rijen zitten 90% van de ongewogen vier- en vijfjarigen in een peuterspeelzaal of kinderdagverblijf. Van deze kinderen hebben 71% een erkend VVE-programma gevolgd. In Rijen is een relatief hoog percentage van niet-doelgroepkleuters dat geen peuterspeelzaal of kinderdagverblijf bezoekt, maar dit heeft geen invloed op het onderwijsachterstandenbeleid, omdat het vooral gericht is op kinderen met een hogere weging.
In Oldebroek wordt VVE uitgevoerd op meerdere locaties, waarbij de peuterspeelzaal van de SPO een belangrijke rol speelt. Deze peuterspeelzaal heeft al jaren ervaring met het aanbieden van VVE en heeft vijf locaties in de grootste kernen van de gemeente. Daarnaast is er ook een peuterspeelzaal van de Eben Haëzer, die een VVE-programma aanbiedt, maar niet in staat is om 10 uur per week te leveren. Deze peuterspeelzaal kan dus niet worden meegenomen in de verantwoording voor het rijk, maar de kinderen die daar opgroeien krijgen wel een beperkte hoeveelheid VVE-activiteiten per week.
Financiële middelen en subsidie
De financiering van VVE is een belangrijke factor bij de uitvoering van het programma. In Gilze en Rijen is er geen expliciete subsidie beschikbaar voor VVE, maar in Oldebroek is er wel een subsidie van € 133.633,90 per jaar voor 42 doelgroepkinderen. Deze middelen zijn uitbetaald in de vorm van een specifieke uitkering door het rijk. Daarnaast is er een subsidie beschikbaar van € 3.122,- per kind per jaar voor kinderopvangplaatsen, die wordt uitgekeerd aan de peuterspeelzaal van de SPO.
De berekening van deze subsidie is gebaseerd op een uurprijs van € 7,48 per uur, met een gemiddelde van 11,2 uur per week over 40 weken. Van deze subsidie betalen ouders € 0,51 per uur, waardoor de drempel voor ouders wordt verlaagd. Deze middelen zijn bedoeld voor doelgroepkinderen die deelnemen aan VVE, maar die geen gebruik kunnen maken van de toeslagregeling van de wet kinderopvang.
In Oldebroek is er maximaal 32 kinderopvangplaatsen beschikbaar voor VVE. Wanneer het aantal doelgroepkinderen groter is dan het aantal beschikbare plaatsen, moeten de extra kinderen op een wachtlijst worden geplaatst. Deze kinderen kunnen wel deelnemen aan een peuterspeelzaal, maar de ouderbijdrage kan niet verlaagd worden en er kan geen sprake zijn van 10 uur per week VVE. Dit betekent dat deze kinderen geen gebruik kunnen maken van de intensieve begeleiding die onderdeel is van het VVE-programma.
De rol van de peuterspeelzalen en kinderdagverblijven
In de gemeente Gilze en Rijen is het gebruik van VVE-programma’s vooral gericht op peuterspeelzalen, omdat kinderdagverblijven daar geen erkend VVE-programma uitvoeren. In Oldebroek is de situatie vergelijkbaar, waarbij de peuterspeelzaal van de SPO de hoofdverantwoordelijke is voor het aanbieden van VVE. De SKO in Oldebroek werkt reeds langer met VVE-materialen, maar het programma is daar nog niet volledig ingevoerd.
In de peuterspeelzalen wordt VVE uitgevoerd in het kader van een intensief programma, waarin kinderen minimaal 10 uur per week ondersteuning krijgen. In de gemeente Oldebroek wordt dit programma geleidelijk uitgebreid naar meer locaties, zodat zowel doelgroepkinderen als niet-doelgroepkinderen er baat bij kunnen hebben. In Gilze en Rijen is het aantal kinderen dat een VVE-programma volgt iets lager, doordat kinderdagverblijven daar geen erkend programma uitvoeren.
De invloed van het opleidingsniveau van ouders
Het opleidingsniveau van ouders speelt een belangrijke rol bij de bepaling van de doelgroep voor VVE. In Oldebroek is de doelgroepbepaling gebaseerd op de gewichtenregeling van het rijk, waarbij kinderen met laagopgeleide ouders een hogere weging krijgen. In de praktijk blijkt echter dat deze regeling niet altijd accuraat is, omdat ook kinderen met hoogopgeleide ouders een onderwijsachterstand kunnen hebben. Daarom is in Oldebroek gekozen voor een bredere aanpak van VVE, die ook kinderen buiten de traditionele doelgroep kan omvatten.
In Gilze en Rijen is het gebruik van de weging ook aan de basis van de doelgroepbepaling. Er zijn 76 kleuters met relatief laagopgeleide ouders in Rijen, waarvan 57 een peuterspeelzaal of kinderdagverblijf bezocht hebben. Van deze kinderen hebben 71% een erkend VVE-programma gevolgd. Dit betekent dat in Rijen ruim de helft van de kinderen met laagopgeleide ouders al vroeg ondersteuning krijgt in de voorschoolse opvang.
Conclusie
Het VVE-programma speelt een belangrijke rol in de voorschoolse opvang in de gemeenten Gilze en Rijen en Oldebroek. Het aantal kinderen dat deelneemt aan VVE varieert per gemeente en is afhankelijk van factoren zoals de doelgroepbepaling, de beschikbaarheid van opvangplaatsen en de financiering. In Gilze en Rijen zitten 71% van de gewogen vier- en vijfjarigen in een erkend VVE-programma, terwijl in Oldebroek 42 kinderen intensieve begeleiding ontvangen en 32 kinderopvangplaatsen beschikbaar zijn voor VVE.
De financiering van VVE is een belangrijke beperkende factor, vooral in Oldebroek, waar de middelen beperkt zijn en waarbij het aantal beschikbare kinderopvangplaatsen beperkt is. Daarom is het noodzakelijk dat de gemeente Oldebroek regelmatig evalueert of de verdeling van kinderopvangplaatsen voldoet aan de behoefte. In Gilze en Rijen is er minder duidelijkheid over de financiering van VVE, maar het programma wordt wel uitgevoerd in peuterspeelzalen met erkende programma’s.
De deelname aan peuterspeelzalen is in beide gemeenten behoorlijk hoog, wat aantoont dat het voorschoolse onderwijs een belangrijke rol speelt in de voorbereiding op de basisschool. Het gebruik van VVE is vooral gericht op kinderen met onderwijsachterstanden, maar in Oldebroek wordt er ook een bredere aanpak gevolgd, zodat ook niet-doelgroepkinderen er baat bij kunnen hebben.
Het opleidingsniveau van ouders is een belangrijke factor bij de bepaling van de doelgroep, maar in de praktijk blijkt dat ook kinderen met hoogopgeleide ouders een onderwijsachterstand kunnen hebben. Daarom is het van belang dat de doelgroepbepaling niet uitsluitend gebaseerd wordt op het opleidingsniveau van ouders, maar ook op praktijkervaring en observaties in de voorschoolse opvang.