Inleiding
Voor eigenaren van appartementen in Nederland is het begrijpen van de fiscale gevolgen van hun aandeel in een Vereniging van Eigenaars (VvE) van groot belang. Sinds 2023 zijn er belangrijke wijzigingen in de belastingregelgeving die de berekening van de inkomstenbelasting voor eigenaren van appartementen beïnvloeden. Deze artikkel biedt een overzicht van de fiscale verplichtingen, berekeningsmethoden en praktische voorbeelden, op basis van de huidige wetgeving en de wijzigingen die zijn aangebracht in het kader van het Belastingplan 2024 en de overgangsregeling voor box 3.
De artikkel richt zich op het aandeel in het vermogen van een VvE dat moet worden opgenomen in de inkomstenbelastingaangifte 2023. Daarnaast wordt ingegaan op de rol van forfaitaire rendementen, het heffingsvrije vermogen en de betekenis van het Belastingplan 2024 voor de belastingaanslag in box 3.
Wat is box 3 en hoe werkt het?
Box 3 van de inkomstenbelasting betreft het vermogen dat een belastingplichtige bezit, zoals spaargeld, aandelen, en het aandeel in het vermogen van een VvE. In het kader van box 3 wordt een vooraf bepaald rendement (forfaitair rendement) verondersteld, dat gebruikt wordt om de belasting te berekenen.
Heffingsvrij vermogen in 2023
In 2023 is het heffingsvrije vermogen voor één persoon gesteld op € 57.000. Voor een huwelijk of scheidingsverhouding is dit heffingsvrije vermogen dubbel: € 114.000. Dit betekent dat alle vermogen tot deze grens heffingsvrij is en geen belasting oplevert. Alleen het vermogen dat boven deze grens uitkomt, wordt belast.
Forfaitaire rendementen
Het forfaitaire rendement is het percentage dat wordt gebruikt om het belastbaar bedrag te berekenen. Voor banktegoeden is dit in 2023 voorlopig vastgesteld op 0,01%. Voor aandeel in het vermogen van een VvE, ook wel "overige bezittingen" genoemd, is het forfaitaire rendement voor 2023 vastgesteld op 6,17%.
Belastingtarief voor box 3
In 2023 is het belastingtarief voor box 3 32%. In 2024 is dit verhoogd naar 36%, conform het Belastingplan 2024. Deze verhoging heeft directe gevolgen voor de belastingaanslag, vooral voor eigenaren die een aanzienlijk vermogen hebben.
Het aandeel in het vermogen van een VvE
Het aandeel in het vermogen van een VvE valt onder "overige bezittingen" en wordt dus belast met het forfaitaire rendement van 6,17%. Het is belangrijk om hierbij rekening te houden met enkele kernpunten:
1. Het totale eigen vermogen van de VvE
Het aandeel dat een eigenaar moet opnemen in zijn inkomstenbelastingaangifte, betreft het aandeel in het totale eigen vermogen van de VvE. Dit omvat onder andere:
- Algemene reserve
- Reserve groot onderhoud
- Onderhoudsreserve voor liften
- Exploitatiesaldo
De exploitatierekening van de VvE is voor de berekening van box 3 niet van belang. Alleen de creditzijde (rechterkant) van de balans, ook wel het eigen vermogen genoemd, speelt een rol.
2. Voorbeeldberekening
Stel dat een VvE bestaat uit 10 identieke appartementen en elk appartement heeft een gelijk aandeel in het eigen vermogen. In dit voorbeeld is het totale eigen vermogen van de VvE € 31.987. Het aandeel van één eigenaar is dan € 3.198. Dit is het bedrag dat moet worden opgenomen in de inkomstenbelastingaangifte 2023.
Als een eigenaar achterstallig is in het betalen van eigenaarsbijdragen, mag hij deze schuld aftrekken van zijn aandeel. Dus als in het voorbeeld een eigenaar € 1.000 aan schulden heeft, is het belastbare aandeel € 2.198.
3. Waarde van het aandeel
De waarde van het aandeel moet worden opgenomen per 1 januari 2023, wat gelijk staat aan de waarde per 31 december 2022. Dit betekent dat het aandeel op de balans van de VvE in de periode december 2022 bepaald wordt.
4. Onverminderd aandeel
Het is belangrijk op te merken dat de spaargeldopslag van de VvE zelf niet van invloed is op de berekening van box 3. Het gaat alleen om het aandeel in het eigen vermogen van de VvE.
Belastingaanslag bij overschrijding van het heffingsvrije vermogen
Als het totale vermogen van een belastingplichtige boven de heffingsvrije grens uitkomt, wordt de belasting berekend op het bedrag dat boven deze grens ligt. De berekening wordt voornamelijk beïnvloed door het forfaitaire rendement en het belastingtarief.
Voorbeeld 1
Stel dat een eigenaar een aandeel in het VvE-vermogen heeft van € 20.000 en samen met zijn fiscale partner € 100.000 op de bank heeft staan. Het heffingsvrije vermogen is € 114.000 (2 x € 57.000). In dit geval komt het totale vermogen € 6.000 boven deze grens uit. De belasting wordt berekend op het bedrag dat boven de grens ligt, vermenigvuldigd met het forfaitaire rendement en het belastingtarief.
In dit geval is het bedrag dat boven de grens uitkomt € 6.000. Met een forfaitair rendement van 6,17% is het belastbaar bedrag € 62,20. Met een tarief van 32% is de belasting € 19.
Voorbeeld 2
Stel dat een eigenaar een aandeel in het VvE-vermogen heeft van € 30.000 en samen met zijn fiscale partner € 100.000 op de bank heeft staan, plus een aandelenportefeuille van € 100.000. In dit geval is het totale vermogen € 230.000. Het heffingsvrije vermogen is € 114.000. Het vermogen dat boven deze grens uitkomt is dus € 116.000. Het forfaitaire rendement op het aandeel in het VvE is 6,17%. De belasting wordt berekend op € 4.050,42. Met een tarief van 32% is de belasting € 1.296.
Belastingplan 2024 en de overbruggingswetgeving voor box 3
Het Belastingplan 2024 heeft geleid tot een aantal belangrijke wijzigingen in de regels voor box 3. Deze wijzigingen zijn onderdeel van een overgangsregeling die tijdelijk de regels voor box 3 aanpast om het rechtsherstel te faciliteren.
1. Verhoging van het tarief
In het kader van het Belastingplan 2024 is het tarief voor box 3 verhoogd van 32% naar 36%. Deze verhoging heeft directe gevolgen voor de belastingaanslag in 2024. In 2023 was het tarief nog 32%, maar deze verhoging is terugwerkend van kracht voor het belastingjaar 2024.
2. Geen indexatie van het heffingsvrije vermogen
Het heffingsvrije vermogen in box 3 is in 2023 verhoogd naar € 57.000 (voor één persoon) en € 114.000 (voor een huwelijk of scheidingsverhouding). In 2024 wordt dit heffingsvrije vermogen niet geïndexeerd en blijft het daarom € 57.000 en € 114.000. In 2025 wordt het heffingsvrije vermogen verhoogd naar € 57.684 (voor één persoon) en € 115.368 (voor een huwelijk of scheidingsverhouding).
3. Verfijningen van het forfaitaire stelsel
In het voorjaar van 2023 is door de staatssecretaris een Kamerbrief uitgebracht over mogelijke verfijningen van het forfaitaire stelsel van de Overbruggingswet box 3. In deze brief zijn onder meer aanpassingen voorgesteld voor de belastingaanslag van spaargeld bij een vereniging van eigenaars.
4. Belastingvermindering voor onderlinge schulden
Een belangrijke wijziging die is aangebracht in het kader van het Belastingplan 2024 is de defiscalisatie van onderlinge vorderingen en schulden tussen fiscale partners en tussen ouders en minderjarige kinderen. Dit betekent dat deze schulden niet meer in aanmerking komen in box 3.
De rol van het VvE Portaal
Het VvE Portaal is een online platform waarop eigenaren van appartementen hun aandeel in het reservefonds van de VvE kunnen opzoeken. Dit platform is een handig hulpmiddel voor eigenaren om de waarde van hun aandeel vast te stellen voor de inkomstenbelastingaangifte.
1. Toegang tot het VvE Portaal
Eigenaren kunnen inloggen op het VvE Portaal en in het menu naar "Mijn pagina" gaan. Daar kunnen ze "Mijn aandeel reservefonds" selecteren en het juiste belastingjaar kiezen (2023). Ze kunnen ook direct een brief downloaden die naar hen is gestuurd, of deze vinden onder de functie "Mijn correspondentie".
2. Voordeel van het VvE Portaal
Het VvE Portaal maakt het mogelijk voor eigenaren om hun aandeel in het reservefonds van voorgaande jaren te raadplegen. Dit is van groot belang bij het maken van de inkomstenbelastingaangifte, omdat de waarde van het aandeel per 1 januari van het betreffende belastingjaar moet worden opgegeven.
Aangifte 2023 en de Belastingdienst
De inkomstenbelastingaangifte 2023 moet bij de Belastingdienst worden ingediend voor 1 mei 2024. Dit is een kritieke data waarop eigenaren van appartementen zich moeten houden. Het is belangrijk om de aangifte op tijd in te dienen om eventuele boetes of administratieve problemen te vermijden.
1. Inhoud van de aangifte
In de aangifte moet het aandeel in het vermogen van de VvE worden opgenomen, zoals hierboven uitgelegd. De waarde van het aandeel wordt per 1 januari van het betreffende belastingjaar bepaald. Dit is gelijk aan de waarde per 31 december van het vorige jaar.
2. Belastingaanslag en voorbeelden
De Belastingdienst berekent de belasting op basis van het forfaitaire rendement en het tarief. Het is belangrijk om de berekening correct te maken, omdat eventuele fouten kunnen leiden tot verhoogde belasting of administratieve complicaties.
Conclusie
Het aandeel in het vermogen van een Vereniging van Eigenaars (VvE) speelt een belangrijke rol in de inkomstenbelastingaanslag in box 3. In 2023 is het heffingsvrije vermogen gesteld op € 57.000 (voor één persoon) en € 114.000 (voor een huwelijk of scheidingsverhouding). Het aandeel in het vermogen van een VvE valt onder "overige bezittingen" en wordt belast met een forfaitair rendement van 6,17%.
Bij overschrijding van het heffingsvrije vermogen wordt de belasting berekend op het bedrag dat boven deze grens uitkomt. Het Belastingplan 2024 heeft geleid tot een verhoging van het tarief van 32% naar 36%. Dit heeft directe gevolgen voor de belastingaanslag in 2024. In 2025 wordt het heffingsvrije vermogen verhoogd naar € 57.684.
Eigenaren van appartementen kunnen het VvE Portaal gebruiken om hun aandeel in het reservefonds van de VvE te raadplegen. De inkomstenbelastingaangifte 2023 moet bij de Belastingdienst worden ingediend voor 1 mei 2024.
Het is belangrijk om de fiscale regelgeving goed te begrijpen en de berekeningen correct uit te voeren om eventuele boetes of administratieve problemen te vermijden. Eigenaren die twijfelen over de fiscale verplichtingen kunnen altijd contact opnemen met de Belastingdienst of met een belastingadviseur.