Inleiding
Het gezegde "jong geleerd is oud gedaan" benadrukt de waarde van vroeg onderwijs en vroege begeleiding in de ontwikkeling van kinderen. In de huidige maatschappij is het steeds duidelijker dat de basislegging van leervaardigheden in de vroege kinderjaren cruciaal is voor de toekomstige ontwikkeling van kinderen. Dit artikel richt zich op vroegschoolse educatie (VVE) en de rol die dit speelt in de opbouw van een doorlopende educatieve traject van peuters tot het einde van de basisschool. Op basis van gegevens uit onderzoeken en beleid van gemeenten zoals Krimpenerwaard, en praktijkuitingen in onderwijsprojecten in regio’s als Rotterdam, bespreken we hoe VVE niet alleen gericht is op individuele kinderen met behoeften, maar ook hoe het een integraal deel uitmaakt van de samenwerking tussen scholen, ouders en kinderopvang.
Het doel van vroegschoolse educatie is niet alleen het compenseren van ontwikkelingsachterstanden, maar ook het versterken van de ontwikkeling van alle kinderen, zodat ze goed voorbereid worden op de eisen van het basisonderwijs en verderop in hun schoolloopbaan. Binnen dit kader zijn ook strategieën voor ouderbetrokkenheid en samenwerking tussen kinderopvang en basisschool van groot belang. Deze samenwerking is essentieel om een doorlopende ontwikkeling te waarborgen en segregatie te voorkomen.
In dit artikel bespreken we de rol van vroegschoolse educatie, de samenwerking tussen scholen en ouders, en de praktijkuitingen van VVE in verschillende regio’s. We richten ons vooral op de theorie achter VVE, de praktijk van VVE, en de samenspel tussen ouderbetrokkenheid en educatieve samenwerking. Ook komen we in op de uitdagingen bij het implementeren van VVE en de maatschappelijke verantwoordelijkheid van scholen en kinderopvangorganisaties bij het creëren van een doorgaande ontwikkeling.
Wat is vroegschoolse educatie (VVE)?
Vroegschoolse educatie (VVE) is een vorm van aangepast onderwijs gericht op kinderen die in de voorschoolse leeftijd extra begeleiding nodig hebben om optimaal te kunnen ontwikkelen. Deze extra begeleiding kan bijvoorbeeld nodig zijn bij kinderen met een verstandelijke beperking, een spraak- of taalachterstand, of een psychische of lichamelijke aandoening. Het doel van VVE is om deze kinderen vroege signalering, extra ondersteuning en gerichte interventies te bieden, zodat ze beter voorbereid worden op het reguliere onderwijs.
De gemeente Krimpenerwaard benadrukt dat VVE een essentieel onderdeel is van een doorlopende educatieve traject, die begint bij de voorschoolse voorzieningen en eindigt bij het einde van de basisschool. Dit betekent dat VVE niet alleen gericht is op het compenseren van ontwikkelingsachterstanden, maar ook op het ontwikkelen van passend onderwijs dat aansluit bij de individuele behoeften van kinderen.
Binnen VVE is het belangrijk dat kinderen met een VVE-indicatie en kinderen zonder indicatie samen spelen en leren in dezelfde groep. Dit helpt om segregatie te voorkomen en om een natuurlijke sociale omgeving te creëren waarin kinderen onderling kunnen leren van elkaar. Dit is een kernaspect van het VVE-beleid in Krimpenerwaard en andere gemeenten.
Daarnaast benadrukt de gemeente dat het overdragen van ontwikkelingsinformatie van kinderopvang naar basisschool een belangrijk onderdeel is van de samenwerking. In het geval van VVE-indicaties vindt deze overdracht plaats via een warmte overdracht, waarbij zowel kinderopvang en school betrokken zijn bij het begeleiden van het kind. Voor alle kinderen is het wenselijk dat er een doorgaande lijn is in de ontwikkeling, zodat de onderbouwdocent op school goed kan aansluiten bij de begeleiding die het kind eerder heeft ontvangen.
Ouderbetrokkenheid als basis voor VVE
Een van de kernaspecten van vroegschoolse educatie is de rol die ouders of andere verzorgers van kinderen spelen in de ontwikkeling. Omdat de basis van de ontwikkeling van kinderen thuis wordt gelegd, is het essentieel dat scholen en leraren samenwerken met ouders. Deze samenwerking helpt om de ontwikkelingsbehoeften van kinderen beter te begrijpen en te ondersteunen.
Er zijn verschillende manieren waarop ouders kunnen worden betrokken bij de educatie van hun kind. Eén van de bekendere programma’s is de VoorleesExpress, waarbij vrijwilligers in gezinnen voorlezen om de geletterdheid van kinderen en de geletterde thuisomgeving te versterken. Dit programma is ontwikkeld in samenwerking met scholen in regio’s zoals Amsterdam en is onderzocht in een rapport door Broens en Van Steensel (2019). Volgens dit onderzoek leidt het programma tot verbeteringen in woordenschat, verhaalbegrip en de geletterde thuisomgeving van kinderen.
Een ander programma is Samen Leren, dat in regio’s zoals Rotterdam wordt gebruikt. Hierbij bezoeken vrijwilligers gezinnen thuis en proberen de vaardigheden van ouders te versterken zodat ze beter in staat zijn om hun kind te begeleiden in het leren. Een onderzoek door Keizer et al. (2022) toont aan dat dit programma leidt tot kleine maar betekenisvolle toenames in de thuisondersteuning van ouders in arme stadsdeel. Dit is een belangrijk resultaat, omdat het laat zien dat zelfs kleine interventies een positieve invloed kunnen hebben op de schoolbetrokkenheid van ouders en de ontwikkeling van kinderen.
Daarnaast benadrukken onderzoekers als Ilias (2022) en Van der Pluijm (2020) dat het belangrijk is om de thuisomgeving van kinderen beter te begrijpen. Leraren die deze omgeving kennen, kunnen beter inspelen op de bijzonderheden van het gezin, zoals thuistaal, sociale netwerken, of eventuele risicofactoren zoals armoede of lichamelijke aandoeningen. Dit helpt bij het vormen van doelgerichte interventies die aansluiten bij de behoeften van zowel ouders als kinderen.
Facilitering van ouders bij VVE
Ouders die extra ondersteuning nodig hebben, kunnen op verschillende manieren worden gefaciliteerd. In de literatuur wordt dit vaak aangeduid als differentiële begeleiding of taalontwikkelingstoegang. Voor ouders die bijvoorbeeld moeite hebben met lezen of schrijven, is het belangrijk dat leraren extra aandacht geven aan het versterken van hun rol in de thuisondersteuning van hun kind.
Een onderzoek door Van der Pluijm (2020) laat zien dat het versterken van de taalontwikkeling thuis een positieve impact kan hebben op de taalontwikkeling van kinderen. Door samen te werken met ouders en hen te ondersteunen in hun thuisondersteuning, kunnen scholen en kinderopvanginstellingen bijdragen aan een meer gelijke start voor alle kinderen, ongeacht hun achtergrond.
In de praktijk betekent dit dat leraren bijvoorbeeld thuistaalinteracties kunnen ondersteunen, ouders kunnen helpen met het lezen van kinderen of samen met hen een leesplan kunnen ontwikkelen. Dit helpt bij het versterken van de thuisondersteuning en bij het creëren van een rijkere taalomgeving voor kinderen.
Samenwerking tussen kinderopvang en basisonderwijs
De doorlopende ontwikkeling van kinderen is een kernaspect van het VVE-beleid. Dit betekent dat kinderopvang en basisonderwijs samenspelen in de begeleiding van kinderen, zodat de ontwikkeling van kinderen in de voorschoolse jaren en in de onderbouw van de basisschool een gecontroleerde en doorgaande lijn volgt.
In de beleidsnotitie van Krimpenerwaard wordt benadrukt dat het opstellen van spelregels voor samenwerking tussen kinderopvang en basisonderwijs een belangrijk instrument is om deze doorgaande lijn te creëren. Deze spelregels omvatten onder andere het overdragen van ontwikkelingsinformatie, het versterken van de samenwerking tussen kinderopvangorganisaties en schoolbesturen, en het stellen van gezamenlijke doelen.
In de praktijk betekent dit dat kinderopvangorganisaties en scholen samen afspraken maken over de overdracht van kinderen, de aandachtspunten in de begeleiding en de eventuele indicaties voor VVE. Deze samenwerking helpt om achterstanden vroegtijdig te signaleren en om passend onderwijs te bieden dat aansluit bij de individuele behoeften van kinderen.
Tegengaan van segregatie in VVE
Een van de grootste uitdagingen bij vroegschoolse educatie is het tegengaan van segregatie. Segregatie kan ontstaan wanneer kinderen met een VVE-indicatie apart worden geplaatst van kinderen zonder indicatie. Dit kan leiden tot een gespannen sociale dynamiek en kan beïnvloeden hoe kinderen zich voelen in hun omgeving.
Om dit te voorkomen, is het essentieel dat kinderen met en zonder VVE-indicatie samen spelen en leren in dezelfde groep. Dit helpt bij het creëren van een natuurlijke sociale omgeving waarin kinderen onderling kunnen leren van elkaar. Binnen deze groep kan de leraar of kinderopvangwerker gerichte interventies uitvoeren die aansluiten bij de behoeften van de kinderen.
Bijvoorbeeld, in de gemeente Krimpenerwaard is het beleid gericht op het mengen van kinderen met en zonder VVE-indicatie in dezelfde groep. Dit is ook een aandachtspunt bij de uitbreiding van het aantal uren VVE in 2020. Door dit beleid te volgen, wordt geprobeerd om ongelijke ontwikkelingskansen te voorkomen en om een meer gelijke start te creëren voor alle kinderen.
Uitdagingen bij VVE en samenspel
Hoewel vroegschoolse educatie veelbelovend is als strategie voor de ontwikkeling van kinderen, zijn er ook uitdagingen bij de implementatie. Een van de belangrijkste uitdagingen is het creëren van samenwerking tussen scholen, kinderopvangorganisaties en ouders. Deze samenwerking is essentieel om de doorgaande ontwikkeling van kinderen te waarborgen, maar het opbouwen van dergelijke samenwerkingen vraagt tijd, inzet en organisatorische aandacht.
Een andere uitdaging is de beperkte tijd die beschikbaar is voor VVE. In veel gevallen is het aantal uren VVE beperkt en wordt er dus aandacht besteed aan de meest urgenten behoeften. Dit kan leiden tot selectieproblemen, waarbij bepaalde kinderen meer ondersteuning krijgen dan anderen, terwijl ze allemaal behoeften kunnen hebben.
Daarnaast is er ook de uitdaging van beperkte middelen, zowel qua financiële middelen als qua menskracht. Het bieden van VVE kost tijd en inzet, en het is belangrijk dat scholen en kinderopvangorganisaties hiervoor voldoende middelen beschikbaar hebben. In sommige gevallen is het ook nodig om aanvullende middelen in te zetten om het VVE-beleid effectief te kunnen uitvoeren.
Conclusie
Vroegschoolse educatie speelt een essentiële rol in de ontwikkeling van kinderen en de doorlopende educatieve traject van peuters tot het einde van de basisschool. Het biedt een manier om achterstanden vroegtijdig te signaleren en om passend onderwijs te bieden dat aansluit bij de individuele behoeften van kinderen. Daarnaast is het belangrijk om samenspel tussen scholen, ouders en kinderopvangorganisaties te waarborgen, zodat kinderen in een doorlopende en gecontroleerde omgeving kunnen groeien en leren.
De rol van ouderbetrokkenheid is hierin van groot belang, aangezien de basis van de ontwikkeling van kinderen thuis wordt gelegd. Door middel van programma’s zoals de VoorleesExpress en Samen Leren wordt geprobeerd om de thuisondersteuning van ouders te versterken, zodat ze beter in staat zijn om hun kind te begeleiden in het leren. Ook is het belangrijk om de thuisomgeving van kinderen te begrijpen, zodat leraren en kinderopvangwerkers beter kunnen inspelen op de bijzonderheden van het gezin en op de eventuele risicofactoren die aanwezig zijn.
De samenwerking tussen kinderopvang en basisonderwijs is eveneens een kernaspect van het VVE-beleid. Door het opstellen van spelregels voor samenwerking en het overdragen van ontwikkelingsinformatie, wordt geprobeerd om een doorgaande ontwikkeling te creëren die aansluit bij de behoeften van kinderen. Ook is het belangrijk om segregatie te tegengaan, zodat kinderen met en zonder VVE-indicatie samen spelen en leren in dezelfde groep.
Ten slotte zijn er ook uitdagingen bij de implementatie van VVE. Het creëren van samenwerking, het creëren van doorgaande lijnen en het tegengaan van segregatie vragen tijd, inzet en organisatorische aandacht. Bovendien is het belangrijk dat scholen en kinderopvangorganisaties voldoende middelen beschikbaar hebben om VVE-effectief uit te voeren.
In het licht van deze kansen en uitdagingen is het duidelijk dat vroegschoolse educatie een belangrijk onderdeel is van de ontwikkeling van kinderen en de maatschappelijke verantwoordelijkheid van scholen en kinderopvangorganisaties. Het is een strategie die niet alleen gericht is op het compenseren van ontwikkelingsachterstanden, maar ook op het versterken van de ontwikkeling van alle kinderen, zodat ze goed voorbereid worden op de eisen van het basisonderwijs en verderop in hun schoolloopbaan.
Bronnen
- Oberon & CPS (2015). Ouderbetrokkenheid en VVE in Amsterdam. Onderzoek naar de inzet van oudercontactmedewerkers en ouderactiviteiten in de voor- en vroegscholen van Amsterdam. Eindrapport
- Broens, A. & Van Steensel, R. (2019) Werkt de VoorleesExpress: effecten op woordenschat, verhaalbegrip en de geletterde thuisomgeving. Stichting Lezen
- Keizer, R., Van Steensel, R., Jongerling, J., Stam, T., Godor, B., & Lucassen, N. (2022). Collaborative learning intervention associated with small increases in home-based school involvement for lower SES families in deprived neighbourhoods. Educational studies
- Ilias, M. (2022). At home in school. Supporting home-based parental involvement and educational partnerships. PhD thesis. Vrije Universiteit
- [Van der Pluijm, M. (2020) At home in language. Design and evaluation of a partnership program for teachers with lower-educated parents in support of their young children’s language development. {Doctoral dissertation]. Open Universiteit en Hogeschool Rotterdam](https://www.josephkessels.com/sites/default/files/2020-11/DEF%20Thesis%20Martine%20van%20der%20Pluijm%2020200709.pdf)
- Snow, P. (2021). SOLAR: The science of language and reading. Child Language Teaching and Therapy, 37(3), 222-233