De vroegschoolse educatie (VVE) speelt een fundamentele rol in de ontwikkeling van jonge kinderen (2-6 jaar). Het VVE-keuzedeel, een onderdeel van de kwalificatiestructuur voor pedagogisch medewerkers, richt zich specifiek op het stimuleren van de brede ontwikkeling van jonge kinderen in de domeinen taal, rekenen, sociaal-emotionele ontwikkeling en motoriek. Het doel is om kinderen op een gestructureerde en ontwikkelingsgerichte manier te ondersteunen, zodat ze zich goed kunnen ontwikkelen in de voorschoolse fase. In dit artikel worden de kernaspecten van het keuzedeel VVE toegelicht, met aandacht voor de inhoud, de wettelijke kaders, de financiële kanttekeningen en het praktijkgerichte uitvoeren van VVE-programma’s.
Inleiding
Het keuzedeel Basis ontwikkelingsgericht werken in de VVE is een essentieel onderdeel van de kwalificatie van pedagogisch medewerkers in de kinderopvang. Het richt zich op het inzicht geven in en toepassen van ontwikkelingsgerichte werkwijzen, die vanuit de pedagogische wetenschap en praktijk zijn ontwikkeld. Centraal staat het ondersteunen van de brede ontwikkeling van jonge kinderen, met name in de domeinen taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele groei. Dit keuzedeel is een wettelijke vereiste, zoals vastgelegd in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie, en is van essentieel belang voor het realiseren van kwalitatief hoogwaardige vroegschoolse educatie.
Het artikel biedt een overzicht van de structuur, doelstellingen en praktijkgerichte toepassing van het VVE-keuzedeel. Aan de hand van de beschikbare bronnen worden de wettelijke kaders, de inhoud van het programma, de observatie- en monitoringmethodieken en de financiële aspecten van het VVE-aanbod besproken. Hierbij wordt gelet op de rol van zowel de gemeente als de aanbieders van vroegschoolse educatie.
Doelstellingen en Werkwijze van het VVE-keuzedeel
Het keuzedeel VVE is ontworpen om pedagogisch medewerkers te voorzien van de kennis en vaardigheden die nodig zijn voor het uitvoeren van ontwikkelingsgericht werk in de vroegschoolse educatie. De inhoud is gebaseerd op wettelijke vereisten, zoals gesteld in artikel 4 lid 2 van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. Deze wettelijke kaders vormen de basis voor het opstellen van een kwalificatiestructuur die zowel theoretisch als praktisch gericht is.
De doelstellingen van het keuzedeel zijn duidelijk en gericht op het stimuleren van de brede ontwikkeling van jonge kinderen. Hierbij komen de domeinen taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele groei centraal. De werkwijze van het keuzedeel is interdisciplinair en integraal, waarbij gebruik wordt gemaakt van gestructureerde programma’s die verschillende ontwikkelingsdomeinen op samenhangende wijze aanbieden. Deze programma’s zijn ontworpen om zowel individuele als groepsgerichte ontwikkeling te ondersteunen en worden vaak aangevuld met oudersbetrokkenheid.
Het keuzedeel is bedoeld voor zowel beginnende als ervaren pedagogisch medewerkers en fungeert als een verdieping van de kwalificatie Pedagogisch Medewerker kinderopvang. Het helpt professionals om de wettelijke vereisten voor het vroegtijdig bestrijden van ontwikkelingsachterstanden bij jonge kinderen te behalen. Het is een verplicht onderdeel van de kwalificatiestructuur en vormt een essentieel onderdeel van het pedagogische kader in de VVE.
Inhoud van het VVE-keuzedeel
Het VVE-keuzedeel omvat een aantal kernaspecten die essentieel zijn voor het effectief uitvoeren van ontwikkelingsgericht werk. Deze aspecten zijn onderverdeeld in deelgebieden die gericht zijn op zowel theoretisch inzicht als praktijkgerichte toepassing.
1. Ontwikkelingsdomeinen
De inhoud van het keuzedeel richt zich op vier kernontwikkelingsdomeinen:
- Taal: het ontwikkelen van spraak- en communicatieve vaardigheden, inclusief geletterdheid.
- Rekenen: het stimuleren van numerieke en logische vaardigheden.
- Sociaal-emotionele ontwikkeling: het ontwikkelen van emotionele intelligente vaardigheden en sociaal gedrag.
- Motoriek: het ontwikkelen van fysieke vaardigheden, zowel grove als fijne motoriek.
Deze domeinen zijn verwerkt in integrale programma’s die op een gestructureerde manier worden uitgevoerd. De programma’s zijn ontworpen om kinderen op een gevarieerde en uitdagende manier te stimuleren, waarbij er aandacht is voor zowel individuele ontwikkelingsbehoefte als groepsdynamiek.
2. Integrale programma’s
Het keuzedeel maakt gebruik van integrale programma’s die gericht zijn op het ondersteunen van jonge kinderen in hun brede ontwikkeling. Deze programma’s worden uitgevoerd in een speel- en leeromgeving die aantrekkelijk en uitdagend is ingericht, met rekening houdend met de ontwikkelingsfase van de kinderen.
De integrale programma’s zijn opgenomen in de databank effectieve jeugdinterventies van het Nationaal Jeugdinstituut (NJI). Dit betekent dat ze geëvalueerd zijn en aan wettelijke en kwaliteitskaders voldoen. De aanbieders zijn vrij in hun keuze van programma, zolang het een integraal programma is dat deel uitmaakt van deze databank.
3. Observatie- en monitoringmethodieken
Een belangrijk onderdeel van het keuzedeel VVE is de implementatie van observatie- en monitoringmethodieken. Deze methodieken zijn gericht op het volgen van de ontwikkeling van kinderen op het niveau van de domeinen taal/geletterdheid, rekenen, sociaal-emotionele groei en motoriek. Er wordt gewerkt met een geïmplementeerd observatiesysteem dat op individueel kindniveau, groepsniveau en locatieniveau informatie genereert.
De observaties vinden minstens drie keer per jaar plaats, waarbij de eerste observatie binnen drie maanden na het binnenkomen van het kind in de voorschoolse voorziening moet plaatsvinden. De uitkomsten van deze observaties worden gebruikt om streefdoelen te formuleren op individueel en groepsniveau. Deze streefdoelen zijn gericht op de versterking van de ontwikkeling van kinderen in de relevante domeinen.
4. Oudersbetrokkenheid
Oudersbetrokkenheid is een centraal thema in het keuzedeel VVE. Het is van belang dat ouders betrokken worden bij het ontwikkelingsproces van hun kind, zowel op individueel als op groepsniveau. Hierbij wordt aandacht besteed aan het stimuleren van de betrokkenheid van ouders in de activiteiten van de VVE. De inhoud van het keuzedeel bevat daartoe strategieën voor het opbouwen van een partnerschap tussen ouders en opvoeders.
Wettelijke Kaders en Beleidsaspecten
De wettelijke kaders die het VVE-keuzedeel bepalen, zijn onderdeel van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie (artikel 4 lid 2). Dit besluit stelt wettelijke vereisten voor de kwalificatie van pedagogisch medewerkers in de VVE. Het doel van deze wettelijke kaders is om de kwaliteit van de vroegschoolse educatie te waarborgen en te zorgen voor het vroegtijdig herkennen en bestrijden van ontwikkelingsachterstanden.
Bij het opstellen van beleidsnotities en resultaatafspraken VVE wordt gelet op het wettelijke kader. De gemeente en schoolbesturen zijn verplicht om afspraken te maken over de opbrengsten van de VVE, zoals aangegeven in artikel 167 lid 1b van de Wet op de Onderwijsraad (WPO). Deze afspraken vormen de basis voor de monitoring en evaluatie van de VVE-uitvoering.
In de afgelopen jaren zijn er twee metingen uitgevoerd om de opbrengsten van de VVE in beeld te brengen. Deze metingen zijn van belang voor het bepalen van de kwaliteit van de uitvoering en voor het vaststellen van eventuele verbeterpunten. Met de invoering van KIJK gemeentebreed is er behoefte aan het herzien van deze afspraken en aan het herstarten van de monitoring.
Financiële Aspecten van het VVE-aanbod
Het VVE-aanbod is vanaf 2,5 tot 4 jaar vrij in te delen. Vanaf 1 augustus 2020 moet er minimaal 960 uur aan VVE-activiteiten aangeboden worden. Dit komt neer op gemiddeld 16 uur per week, aangeboden over 40 weken per jaar. De aanbieders hebben de vrijheid om de gewenste vorm van het aanbod te kiezen, zolang het binnen de wettelijke kaders valt.
De gemeente stelt middelen beschikbaar om het VVE-aanbod te subsidiëren. Het minimum aan VVE-uren is 960 en het maximum is 975, op basis van 1,5 jaar. Deze keuze is gemaakt om ervoor te zorgen dat ook varianten zoals vijf dagdelen van 3 uur (plus 15 minuten) mogelijk zijn. Voor het VVE-aanbod in kinderdagopvangsetting geldt dat kinderen minstens drie keer per week moeten komen, omdat hierbij door het Rijk is bepaald dat maximaal 6 uur per dag meetellen.
Een belangrijk aspect van het financiële kader is de verhouding van VVE-uren met en zonder ouderbijdrage. Deze verhouding moet 50%-50% zijn. Dit betekent dat de VVE-uren gedeeld worden tussen kinderen die subsidies ontvangen en kinderen die geen subsidies ontvangen. Deze verhouding is van belang om te zorgen dat het VVE-aanbod financieel duurzaam is en niet afhankelijk is van een hoge bezetting met VVE-kinderen.
In de praktijk is ervaren dat VVE-peuteropvanggroepen met minder dan 5 VVE-kinderen te weinig opbrengsten opleveren. Dit is vooral het geval voor kleine organisaties, waarin de bezetting en het aantal VVE-kinderen moeilijker te sturen zijn. Mede op basis van deze ervaringen is er in 2020 gekozen voor een basissubsidie VVE, waarbij het bedrag voor ‘grote’ en ‘kleine’ organisaties gelijk is.
Praktijkgerichte Uitvoering van VVE-programma’s
De uitvoering van VVE-programma’s is praktijkgericht en georiënteerd op de behoeften van jonge kinderen. De aanbieders zijn vrij in hun keuze van programma, zolang het een integraal programma is dat deel uitmaakt van de databank effectieve jeugdinterventies van het NJI. De programma’s moeten gestructureerd zijn en gericht op het ondersteunen van de brede ontwikkeling van kinderen.
Er wordt gewerkt met een observatiesysteem dat gericht is op het volgen van de ontwikkeling van kinderen in de relevante domeinen. De observaties worden gebruikt om streefdoelen te formuleren op individueel en groepsniveau. Deze streefdoelen vormen de basis voor het ontwikkelen van een gepland en gestructureerd werken met kinderen in de VVE.
De groepsruimten of speel-leeromgevingen zijn aantrekkelijk en uitdagend ingericht, met rekening houdend met de ontwikkelingsfase van de peuters. De aanbieders zijn verplicht om jaarlijks minimaal twee borgingsbijeenkomsten te organiseren, gericht op de VVE-certificering. Deze bijeenkomsten zijn van belang voor het behouden van de kwaliteit van het VVE-aanbod en voor het uitwisselen van ervaringen en kennis tussen aanbieders en de gemeente.
Bijscholingen en Kwalificatie
Om als beroepsbeoefenaar in de VVE werkzaam te zijn, is het noodzakelijk om bepaalde bijscholingen te volgen. Deze bijscholingen zijn verplicht en voldoen aan de eisen van de wet IKK en de CAO Kinderopvang. Een van de belangrijkste bijscholingen is de bijscholing "ontwikkelingsgericht werken in de VVE", die een MBO-keuzedeel is en in combinatie met de opleiding Pedagogisch Medewerker kwalificeert als basis-VVE-vaardig.
De bijscholing is bedoeld voor pedagogisch medewerkers die willen werken in de VVE. Het doel is om hen te voorzien van de kennis en vaardigheden die nodig zijn voor het uitvoeren van ontwikkelingsgericht werk in de vroegschoolse educatie. De inhoud van de bijscholing is gebaseerd op wettelijke kaders en richt zich op het stimuleren van de brede ontwikkeling van jonge kinderen.
Een ander belangrijk aspect van de bijscholing is de eis dat de deelnemers op Nederlandsniveau 3F moeten werken in de onderdelen lezen, luisteren, spreken en gesprekken. Voor wie dit niveau niet heeft, is er de mogelijkheid om de bijscholing Nederlands 3F te volgen in combinatie met de bijscholing VVE. Deze combinatie is verplicht om de wettelijke kaders te behalen en om als beroepsbeoefenaar in de VVE werkzaam te zijn.
Conclusie
Het keuzedeel VVE speelt een centrale rol in de kwalificatie van pedagogisch medewerkers in de vroegschoolse educatie. Het richt zich op het stimuleren van de brede ontwikkeling van jonge kinderen in de domeinen taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele groei. Het keuzedeel is een wettelijk vereiste en vormt een essentieel onderdeel van de kwalificatiestructuur voor pedagogisch medewerkers in de VVE.
De inhoud van het keuzedeel is gericht op het verwerken van integrale programma’s, het uitvoeren van observaties en het stimuleren van oudersbetrokkenheid. De wettelijke kaders en beleidsaspecten vormen de basis voor de uitvoering van het VVE-aanbod, met aandacht voor de financiële duurzaamheid en de kwaliteit van de uitvoering. De bijscholingen en kwalificatieproces zijn essentieel voor het behalen van de wettelijke vereisten en voor het realiseren van een kwalitatief hoogwaardige VVE.
Het VVE-keuzedeel is van belang voor zowel beginnende als ervaren pedagogisch medewerkers en draagt bij aan het vroegtijdig herkennen en bestrijden van ontwikkelingsachterstanden bij jonge kinderen. Het is een essentieel onderdeel van de kwalificatiestructuur en vormt een fundamenteel onderdeel van het pedagogische kader in de vroegschoolse educatie.