Inleiding
Voorschoolse educatie (VVE) vormt een belangrijk onderdeel van het onderwijsbeleid in Nederland, gericht op de ontwikkeling van jonge kinderen vanaf 2,5 tot 4 jaar. Het doel van VVE is om kinderen met een risico op ontwikkelingsachterstanden extra ondersteuning te bieden, zodat zij goed voorbereid worden op de start van hun scholierenloopbaan. Het consultatiebureau speelt hierin een sleutelrol, door te signaleren welke kinderen in aanmerking komen voor VVE en door ouders en opvangorganisaties te verbinden. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de rol van het consultatiebureau bij VVE, de criteria voor indicatiestelling, het aanbod in de praktijk, en hoe ouders en opvanglocaties hiermee omgaan. Op basis van de verstrekte bronnen is het doel om een feitelijke, geïnformeerde beschrijving te geven van de huidige situatie rond VVE en de betrokken partijen.
De rol van het consultatiebureau bij VVE
Het consultatiebureau is centraal betrokken bij de identificatie van kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. Het biedt contactmomenten aan voor kinderen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar, waarbij bijzondere signalen voor ontwikkelings- of taalachterstand worden beoordeeld. De methode die wordt gebruikt om deze signalen te detecteren, is onder andere het Van Wiechenschema en de Groninger Minimum Spreeknormen. Deze standaarden helpen bij het vaststellen of er sprake is van een taalachterstand of andere ontwikkelingsproblemen.
Het consultatiebureau heeft circa elf contactmomenten met kinderen in de aangegeven leeftijdsgroep. Als er bijzondere signalen zijn, worden ouders extra opgeroepen voor verdere observatie of beoordeling. Na het constateren van een taalachterstand of ontwikkelingsprobleem kan het consultatiebureau een indicatie voor VVE afgeven. Deze indicatie is persoonsgebonden en geldt vanaf de leeftijd van 2 jaar. Het consultatiebureau werkt daarbij nauw samen met de Jeugdzorg en Gezondheidszorg (JGZ), die beoordelen of VVE voor het kind zinvol is.
Bij kinderen uit risicogezinnen is het verder belangrijk dat contact wordt gelegd met het Centrum voor Jeugd en Gezin. Dit is om te voorkomen dat VVE eventuele hulpverleningstrajecten doorkruist of dat partijen niet op de hoogte zijn van elkaars inzet. De samenwerking tussen het consultatiebureau en deze andere instellingen is dus van essentieel belang voor de effectiviteit van het VVE-programma.
Indicatiestelling en deelname aan VVE
Een indicatiestelling voor VVE wordt afgegeven door de JGZ, meestal op basis van signalen die afkomstig zijn van een kinderdagverblijf of van eigen observaties tijdens een contactmoment van het consultatiebureau. Deze indicatie geeft ouders toegang tot extra dagdelen in een VVE-gecertificeerde kinderopvanglocatie. In beginsel wordt een indicatie afgegeven voor 16 uur per week, wat over het algemeen wordt uitgespreid over vier dagen.
De opvangorganisaties die VVE aanbieden, zoals Kids2b, hebben speciaal getrainde leidsters die kinderen met een VVE-indicatie extra ondersteuning geven. Deze ondersteuning richt zich op bijvoorbeeld woordenschat, lees- en rekenvaardigheden, en andere vaardigheden die belangrijk zijn voor een succesvolle start op de basisschool. Ouders kunnen kiezen voor een opvanglocatie die VVE aanbiedt, op basis van hun voorkeuren en de beschikbaarheid van plaatsen.
Een belangrijk aspect van het VVE-proces is de monitoring van de ontwikkeling van de kinderen. Alle voorschoolse voorzieningen die VVE aanbieden, monitoren de ontwikkelingen van de kinderen en registreren deze in een systeem. De JGZ kan deze voorzieningen ondersteunen bij het opstellen van actie- en handelingsplannen voor de kinderen. Bovendien is er een monitoring op kindniveau: na aflevering van de indicatie moet binnen zes weken een aanmelding bij een VVE-locatie zijn gemeld. Als dit niet gebeurt, neemt ZuidZorg contact op met de ouders om dit te bespreken.
Aanbod van VVE in praktijk: Locaties en organisaties
Het aanbod van VVE wordt uitgebreid door meerdere kinderopvangorganisaties die geregistreerd zijn voor het VVE-programma. In gemeenten zoals Valkenswaard zijn er meerdere organisaties die VVE aanbieden. Organisaties zoals Kids World en Mira zijn sinds 2018 geregistreerd voor VVE. Ook Stichting Peuterdorp biedt VVE aan voor kinderen van 2 tot 4 jaar. In 2020 zijn de locaties van Horizon begonnen met de scholing voor VVE, waardoor ze in 2021 in staat zijn om VVE aan te bieden. Hierdoor is een dekkend aanbod binnen de gemeente gerealiseerd.
Tijdens het proces van harmonisatie van de kinderopvangsector is de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK) vanaf 1 januari 2018 in werking getreden. Deze wet stelt hogere eisen aan de kwaliteit van de kinder- en peuteropvang. Denk hierbij aan de verandering in leidster-kind-ratio, meer aandacht voor de ontwikkeling van kinderen, en het verplichte mentorenbeleid. Daarnaast zijn er aangescherpte taaleisen voor medewerkers.
Organisaties die VVE aanbieden, zoals Kids2b, hebben locaties verspreid over verschillende gemeenten. In Appingedam, Delfzijl, Loppersum, Ten Boer, en Bedum zijn er VVE-locaties waar kinderen met een indicatie kunnen terecht. Elke locatie biedt een aangepast programma waarbij kinderen individueel of in kleine groepen worden gestimuleerd. Dit programma richt zich op de ontwikkeling van vaardigheden die essentieel zijn voor het begin van de basisschool, zoals taalontwikkeling, woordenschat, en rekenvaardigheden.
De rol van ouders in het VVE-proces
Ouders spelen een essentiële rol in het VVE-proces. Zij worden geïnformeerd over de indicatie en het aanbod van extra opvanguren. Het peuterdossier, dat bijgehouden wordt door de opvanglocatie, bevat gegevens over observaties, eventuele toetsresultaten, en eventuele extra begeleiding of externe zorg. Daarnaast wordt er aandacht besteed aan hoe ouders worden betrokken bij de zorg en welke actie- of handelingsplannen er worden opgesteld.
Het aantal uren of dagdelen dat het kind op de opvanglocatie doorbrengt, wordt ook bijgehouden in het dossier. Dit is van belang voor de evaluatie van de effectiviteit van het VVE-programma en voor de verdere planning van de zorg. In het kader van VVE wordt jaarlijks een monitor uitgevoerd op stedelijk niveau, waarbij resultaten worden gemeten aan de hand van de Peutertoets en de Cito-toetsen. Deze toetsen helpen bij de beoordeling van de taalontwikkeling en andere vaardigheden die zijn ontwikkeld tijdens de VVE-periode.
Kwaliteitseisen voor kinderopvanglocaties
De kwaliteit van de kinderopvanglocaties die VVE aanbieden, is van groot belang. Er zijn specifieke kwaliteitseisen voor kinderopvanglocaties die zich richten op kinderen van 2 en 3 jaar. Deze eisen zijn niet van toepassing op kinderopvanglocaties voor kinderen jonger dan 2 jaar, omdat de wettelijke eisen hierin voldoende zijn. Voor kinderopvanglocaties die VVE aanbieden, is het verplicht dat de leidsters speciaal getraind zijn en dat er een mentorenbeleid is in werking. Ook zijn er eisen qua leidster-kind-verhouding en taalvaardigheden voor medewerkers.
De GGD is verantwoordelijk voor de toetsing van de kwaliteit van de VVE-aanbieders. Als een opvanglocatie aan de kwaliteitseisen voldoet, kan de JGZ-verpleegkundige kinderen met een VVE-indicatie toewijzen aan deze locatie. Ouders hebben vervolgens de vrije keuze om de VVE-dagen op te nemen bij een van deze locaties.
De toekomst van VVE en uitdagingen
Hoewel het VVE-programma al een aantal jaren in werking is, zijn er nog uitdagingen. Niet alle kinderopvangorganisaties bieden VVE aan. In Valkenswaard zijn er bijvoorbeeld organisaties, zoals IkOok! en Bij de Boer, die in 2020 nog geen VVE aanbieden. Dit kan leiden tot ongelijke toegang tot VVE in bepaalde gemeenten. Het is daarom van belang dat er verder investeringen worden gedaan in de uitbreiding van het VVE-aanbod en in de opleiding van medewerkers die VVE kunnen uitvoeren.
Daarnaast is het belangrijk dat ouders zich bewust zijn van de mogelijkheden van VVE en weten hoe ze een indicatie aanvragen. Het consultatiebureau en de JGZ spelen een essentiële rol in het informatieproces en in het verlenen van ondersteuning aan ouders. Het is eveneens belangrijk dat er transparantie is over de kwaliteit van de VVE-locaties en dat ouders hierover goed geïnformeerd worden.
Conclusie
Voorschoolse educatie (VVE) is een belangrijk onderdeel van het onderwijsbeleid in Nederland, gericht op jonge kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. Het consultatiebureau speelt een sleutelrol in het identificeren van kinderen die in aanmerking komen voor VVE en in het verlenen van indicatiestellingen. De opvangorganisaties die VVE aanbieden, zoals Kids2b en Stichting Peuterdorp, geven deze kinderen de kans om individueel of in kleine groepen te worden gestimuleerd. De ouders worden betrokken in het proces en hebben de vrije keuze over de locatie waar hun kind VVE ontvangt. De kwaliteit van de VVE-locaties is streng gereguleerd en wordt beoordeeld door de GGD. Tegen de achtergrond van de huidige situatie is het belangrijk dat het VVE-aanbod verder wordt uitgebreid en dat ouders goed geïnformeerd worden over de mogelijkheden. Door samenwerking tussen het consultatiebureau, JGZ, opvangorganisaties en ouders kan VVE effectief worden ingezet om kinderen goed voor te bereiden op hun scholierenloopbaan.