De gemeentetoeslag voor VVE (Voorbereiding op de Vorming en de Entree) is een subsidie die bedoeld is om de financiering van de opvang voor peuters in een educatieve en voorbereidende context te ondersteunen. Deze subsidie is gericht op ouders van peuters die in aanmerking komen voor een extra dagdeel VVE, wat helpt bij de voorbereiding op de basisschool. De berekening van deze toeslag volgt een specifieke methode, waarbij zowel het uurtarief als de inkomensstatus van de ouders een rol speelt.
In deze uitgebreide uitleg wordt de berekening van de gemeentetoeslag voor VVE beschreven op basis van de regelgeving en uitvoeringsrichtlijnen die gelden voor de gemeente Opsterland. De informatie is gebaseerd op de lokale regelingen van 2015 en 2017, zoals beschreven in de geraadpleegde bronnen. De nadruk ligt op de structuur van de toeslag, de voorwaarden voor toekenning, het maximum uurtarief, en de rol van schuldsaneringstrajecten bij de volledige vergoeding.
Inleiding
De gemeentetoeslag voor VVE is een instrument dat door de gemeente Opsterland wordt ingezet om de financiering van de opvang en voorbereiding van peuters op school te ondersteunen. Aangezien de regeling educatief van aard is, is het doel om peuters zo goed mogelijk voor te bereiden op hun schoolloopbaan. De toeslag wordt berekend aan de hand van een aantal factoren, waaronder het aantal uren VVE, het uurtarief, en de inkomenscategorie van de ouders.
In 2015 en 2017 zijn er verschillende richtlijnen opgesteld die de uitvoering van deze toeslag bepalen. Deze richtlijnen omvatten onder meer de minimale en maximale uren per dagdeel, het maximum uurtarief dat meegerekend wordt, en de voorwaarden waarbinnen ouders in aanmerking komen voor volledige vergoeding. De berekening is maandelijks en is gebaseerd op een jaarbedrag dat afgeleid wordt uit het aantal uren VVE en het toeslagbedrag per uur.
Voorwaarden voor de gemeentetoeslag
De gemeentetoeslag voor VVE wordt alleen verstrekt aan ouders die minimaal twee dagdelen per week aan de opvang en VVE deelnemen. Dit is in lijn met de educatieve doelstelling van de regeling, omdat een minimaal aantal dagdelen het leren en ontwikkelen van kinderen effectiever maakt. Indien een peuter minder dan twee dagdelen per week aan de VVE deelneemt, vervalt het recht op de gemeentetoeslag, behalve in de gewenningsperiode. In deze periode mag een peuter tijdelijk één dagdeel aan de opvang deelnemen, met een maximale duur van twee maanden.
Een ouder is in aanmerking gekomen voor de gemeentetoeslag als hij of zij aan bepaalde voorwaarden voldoet. Dit geldt bijvoorbeeld wanneer de ouder werkt, studeert, een traject volgt om werk te vinden, of verplicht een inburgeringcursus volgt. Deze voorwaarden zijn ook van toepassing op de toeslagpartner, indien van toepassing. Buiten deze algemene voorwaarden zijn er ook specifieke uitzonderingen, zoals het geval van ouders die in een schuldsaneringstraject zitten via de gemeente of via het wettelijk schuldsaneringstraject via de WSNP. In dergelijke gevallen kan de gemeente besluiten tot 100% vergoeding van de eigen bijdrage aan de VVE. Deze vergoeding wordt dan direct aan de aanbieder uitgekeerd.
Berekeningsmethode van de gemeentetoeslag
De berekening van de gemeentetoeslag voor VVE is een duidelijk gestructureerd proces dat in meerdere stappen verloopt. Eerst wordt de eigen bijdrage per uur bepaald op basis van de inkomenscategorie van de ouder, zoals deze voorkomt in de adviestabel van de VNG (Voorzieningen van de Nederlandse Gemeenten). Deze adviestabel bepaalt hoeveel een ouder zelf moet bijdragen per uur op basis van het inkomen van het gezin.
Het maximum uurtarief dat meegerekend wordt in de berekening is afhankelijk van het kalenderjaar. In 2015 was dit € 6,84 per uur, terwijl het in 2017 was verhoogd tot € 7,18. Voor ouders die in aanmerking komen voor de Kinderopvangtoeslag wordt de adviestabel van de Belastingdienst gebruikt, terwijl voor andere ouders de adviestabel van de VNG van toepassing is.
Nadat de eigen bijdrage per uur is vastgesteld, wordt het uurtarief verminderd met deze bijdrage. Het resultaat is het toeslagbedrag per uur. Vervolgens wordt het aantal uren VVE per week vermenigvuldigd met 40 weken (het maximaal aantal weken waarover de gemeentetoeslag wordt verstrekt in een kalenderjaar, omdat schoolvakanties niet meegerekend worden). Dit levert het jaarbedrag van de gemeentetoeslag op. Dit jaarbedrag wordt vervolgens gedeeld door 12 maanden om het maandelijkse toeslagbedrag te bepalen.
De keuze voor een maandelijkse uitkeringsvorm is gedaan omdat de facturering van de aanbieders maandelijks plaatsvindt. Dit zorgt voor een overeenkomstige afhandeling van het toeslagbedrag en het verstreken verdiende bedrag aan de aanbieder.
Rol van schuldsaneringstrajecten bij volledige vergoeding
Een belangrijk aspect van de gemeentetoeslag voor VVE is de mogelijkheid tot volledige vergoeding voor ouders die in een schuldsaneringstraject zitten. Dit geldt zowel voor ouders die via de gemeente als via de WSNP (Wettelijk Schuld Sanering Proces) in een schuldsaneringstraject zitten. In dergelijke gevallen is het de gemeente toegestaan om 100% van de eigen bijdrage van de ouder te vergoeden. Dit betekent dat de ouder geen eigen bijdrage hoeft te leveren, en de gemeentetoeslag dus het volledige uurtarief dekt.
In deze gevallen wordt de gemeentetoeslag direct aan de aanbieder uitgekeerd, in plaats van aan de ouder. Dit maakt het voor de ouder eenvoudiger om de VVE te kunnen volgen zonder dat zij zelf financieel iets hoeven te betalen. De gemeente kan deze keuze maken op basis van een advies van het gebiedsteam of bij het vaststellen van de toekenning van de toeslag.
VVE-aanbod en extra uren
Naast de reguliere VVE-uren kan een peuter ook extra uren VVE gebruiken, zolang de totale uren VVE en reguliere opvang binnen bepaalde grenzen blijven. Het VVE-aanbod omvat minimaal 3 en maximaal 5,5 uur per dagdeel, met de voorwaarde dat de som van het VVE-aanbod en de reguliere opvang ten minste 10 en ten hoogste 10,5 uur bedraagt. Deze extra uren zijn bedoeld om de educatieve voorbereiding van de peuter op school verder te versterken.
Het VVE-aanbod wordt de ouders niet in rekening gebracht, wat betekent dat de ouders deze uren kunnen gebruiken zonder dat zij daartoe extra betalen. De aanbieder stuurt de maandelijkse factuur voor het VVE-aanbod rechtstreeks naar de gemeente, zowel voor ouders met gemeentetoeslag als voor ouders met kinderopvangtoeslag. Daarnaast moet de aanbieder een overeenkomst opstellen voor het VVE-aanbod per doelgroeppeuter, waarbij een kopie van de overeenkomst tussen aanbieder en ouder voor de reguliere opvang als bijlage wordt toegevoegd.
De aanbieder heeft tevens de verplichting om ervoor te zorgen dat het derde dagdeel (het VVE-aanbod) daadwerkelijk wordt benut. Bij langdurig of structureel niet-gebruik van het VVE-aanbod door de doelgroeppeuter, licht de aanbieder de gemeente in en kan de overeenkomst voor het VVE-aanbod vervallen.
Subsidie voor aanbieders
Aanbieders van VVE-kinderopvang kunnen in aanmerking komen voor een subsidie van € 400 per VVE-doelgroeppeuter per jaar. Deze subsidie wordt verrekend naar rato op basis van het aantal maanden dat een doelgroeppeuter geplaatst is op de VVE-opvang. Bijvoorbeeld: als een doelgroeppeuter 6 maanden VVE gevolgd heeft, kan er € 200 aan subsidie worden toegekend.
De doelgroepplaatsen dienen te worden gebruikt door doelgroeppeuters die door de JGZ (Jeugdgezondheidszorg) geïndiceerd zijn. Dit betekent dat de kinderen die in aanmerking komen voor deze subsidie, voldoen aan bepaalde criteria die door de JGZ zijn vastgesteld.
De subsidie is bedoeld om aanbieders te ondersteunen bij het financiële aspect van het aanbieden van VVE-kinderopvang en om te zorgen dat deze vorm van opvang voor peuters toegankelijk is voor alle kinderen die er baat bij hebben.
Eisen aan aanbieders
Om aanbieders van VVE-kinderopvang te kunnen selecteren, zijn er een aantal eisen die moeten worden voldaan. De kwaliteit van de VVE-opvang wordt beoordeeld door de Inspectie van Onderwijs aan de hand van de Werkinstructie VVE-locatie. In 2016 moest het oordeel van de Inspectie tonen dat de indicatoren Wettelijke condities (A), Ontwikkeling, begeleiding, zorg (D) en Kwaliteitszorg binnen de voor- en de vroegschool (E) volledig voldoende (score 3) beoordeeld werden.
Indien een indicator van deze domeinen door de Inspectie als wenselijk of noodzakelijk verbeterpunt (score 2 of 1) wordt beoordeeld, kan dat aanleiding zijn voor de gemeente tot nader onderzoek, afwijzing, stopzetting of bijstelling van de subsidie. Dit betekent dat de kwaliteit van de VVE-opvang een belangrijke rol speelt bij de toekenning en verlenging van subsidies aan aanbieders.
De wettelijke condities worden getoetst door de GGD. Indien deze niet door de GGD getoetst zijn op het moment dat de Inspectie van Onderwijs de locatie bezoekt, toetst de Inspectie deze zelf. Toezicht en handhaving op de kwaliteit van de locaties worden uitgevoerd volgens de beleidsregels die de gemeente heeft opgesteld op grond van de Wet Kinderopvang.
Een aanbieder krijgt een registratie in het Landelijk Register Kinderopvang (LRKP) als de GGD na inspectie het advies geeft aan de gemeente. Een registratie als VVE-locatie kan plaatsvinden als de GGD en/of de Inspectie van Onderwijs aangeven dat de locatie aan de wettelijke vereisten voldoet en voldoende kwaliteit voor VVE biedt.
Conclusie
De gemeentetoeslag voor VVE is een belangrijk instrument om de financiering van de voorbereiding van peuters op de basisschool te ondersteunen. De berekening van deze toeslag is gebaseerd op een aantal duidelijke stappen die in overeenstemming zijn met de lokale regelgeving van de gemeente Opsterland. Deze stappen omvatten de bepaling van de eigen bijdrage per uur, het maximum uurtarief, en het jaarbedrag dat wordt afgeleid uit het aantal uren en het toeslagbedrag per uur.
De voorwaarden voor toekenning van de toeslag zijn strikt en worden bepaald door factoren zoals het aantal dagdelen, de inkomenscategorie van de ouder, en eventuele schuldsaneringstrajecten. In dergelijke gevallen kan de gemeente besluiten tot 100% vergoeding van de eigen bijdrage, wat het voor ouders gemakkelijker maakt om de VVE te volgen.
Naast de toeslag voor ouders, is er ook een subsidie voor aanbieders van VVE-kinderopvang, die bedoeld is om de financiering van deze vorm van opvang te ondersteunen. Deze subsidie wordt verrekend naar rato en is alleen beschikbaar voor doelgroeppeuters die door de JGZ geïndiceerd zijn.
De kwaliteit van de VVE-opvang is een kernaspect van de regeling, en aanbieders moeten aan bepaalde eisen voldoen. Deze eisen worden beoordeeld door de Inspectie van Onderwijs en de GGD, en bepalen mede of een aanbieder in aanmerking komt voor subsidies.
In het totaal bevat deze regeling een duidelijke structuur die zorgt voor een eerlijke en doorzichtige financiering van de VVE-opvang voor peuters.