Kosten en Investeringsaspecten van Startblokken in de VVE

Inleiding

Startblokken is een landelijk erkende aanpak voor de voor- en vroegschoolse educatie (VVE), die specifiek gericht is op de ontwikkeling van jonge kinderen in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar. Deze aanpak richt zich op het stimuleren van de taalontwikkeling, sociaal-emotionele groei, cognitieve vaardigheden en motoriek van peuters. In de context van VVE wordt Startblokken vaak toegepast als een erkend programma dat aan kwaliteitsnormen voldoet. Het programma is ontwikkeld door de NGO Basisontwikkeling en is beoordeeld als goed onderbouwd door de NJI Deelcommissie ontwikkelingsstimulering, onderwijsgerelateerd en jeugdwelzijn (2023). Het is een integrale methode die zich richt op het kind als geheel, waarbij de professional een actieve rol speelt in het begeleiden van de leer- en ontwikkelingsprocessen.

Een belangrijk aspect bij de implementatie van Startblokken in VVE-locaties is de financiële haalbaarheid. De kosten van het opleiden van professionals, de benodigde faciliteiten en eventuele subsidieaanvragen spelen een grote rol in de uitvoering van het programma. In dit artikel worden de kosten en investeringsaspecten van Startblokken in de context van VVE behandelde, op basis van de beschikbare informatie uit relevante bronnen. Het doel is om een overzicht te geven van de directe kosten van trainingen, subsidiebedragen, en eventuele verplichtingen voor gemeenten of instellingen die Startblokken in hun VVE-locaties implementeren.

Kosten van trainingen voor Startblokken-trainers

Een van de belangrijkste investeringen bij de implementatie van Startblokken in VVE-locaties is de training van professionals. Het opleidingstraject tot trainer Startblokken is een intensieve cursus die bedoeld is voor pedagogisch medewerkers die al een HBO- of MBO-4 opleiding hebben en daarnaast ervaring hebben in coaching of leidinggeven. Voor personen die deze voorwaarden niet volledig voldoen, is er een assessment mogelijk voor een bedrag van € 135. Deze assessment is verplicht voor personen die geen coachervaring hebben en die naast de Basiscursus Trainer Startblokken ook de Coach-tweedaagse moeten volgen om gecertificeerd te worden.

De cursus duurt meerdere dagen en omvat thema’s zoals spelactiviteiten, taalontwikkeling, interactie, en ontwikkelingsgericht begeleiden. De cursist werkt aan een logboek en portfolio om het leerproces te documenteren. De inhoud van de cursus is gebaseerd op een reeks literatuurwerken, waaronder het boek Basisontwikkeling voor peuters en de onderbouw, Spullenboek, Spelen en leren op school, en diverse artikelen uit vakbladen.

De totale kosten van de opleiding zijn niet expliciet vermeld in de beschikbare bronnen. Echter, gezien de intensiteit van de cursus en de benodigde vooropleidingen, is het aannemelijk dat de kosten aanzienlijk zijn. In de context van gemeenten of instellingen die Startblokken implementeren, moeten deze kosten meegenomen worden in het budget voor opleiding en ontwikkeling van medewerkers.

Subsidie en financiering van VVE

In verschillende gemeenten, zoals Brummen en Duiven, is er een subsidie beschikbaar voor VVE. Deze subsidie is specifiek bedoeld voor kinderen die een VVE-indicatie hebben ontvangen en die in een erkend VVE-programma geplaatst worden. Startblokken is één van de erkende programma’s die in deze context gebruikt kunnen worden. De subsidie wordt uitgekeerd op basis van het aantal uren dat het kind per week en per jaar in de VVE-groep verblijft, en de maximum bruto kostprijs per uur is € 9,65.

In Brummen is de duur van het VVE-traject 1 jaar en 9 maanden. De subsidie wordt alleen verleend voor de periode dat het kind daadwerkelijk in de VVE-groep is geplaatst. Er zijn uitzonderingen mogelijk, zoals bij een feitelijke of formele verhuizing van het kind, of bij een indicatiestelling door het consultatiebureau op een later tijdstip dan normaal.

In Duiven is de subsidieberekening gebaseerd op het aantal uren dat het kind per jaar in de VVE-groep verblijft. Voor reguliere subsidieplekken is dit 240 uren per jaar, terwijl voor VVE-plekken 480 uren per jaar wordt gesubsidieerd. De tarieven en subsidiebedragen zijn gebaseerd op de vergoeding per uur, de basisvergoeding per jaar, en de eigen bijdrage van de ouders. Voor niet-toeslagouders wordt een basisvergoeding van € 6,89 per uur toegekend, terwijl voor toeslagouders de vergoedingen anders zijn berekend.

De subsidiebedragen zijn echter niet actueel meer, aangezien deze regeling geldt vanaf 2016 en vervallen is per 1 januari 2020. Hoewel de exacte huidige tarieven niet beschikbaar zijn in de bronnen, is het aannemelijk dat de subsidiesystematiek vergelijkbaar is, al zullen de bedragen mogelijk zijn aangepast aan de inflatie.

Investeringsaspecten van Startblokken

Bij het implementeren van Startblokken in VVE-locaties moet rekening gehouden worden met meerdere investeringsaspecten. Ten eerste is het opleiden van medewerkers een aanzienlijke uitgave. De kosten van trainingen, assessment en eventuele certificering moeten worden meegenomen in het budget van de instelling. Daarnaast is het van belang om te overwegen of het programma Startblokken aansluit bij de interne kwaliteitsnormen en de doelstellingen van de VVE-locatie.

Een ander investeringsaspect is de benodigde faciliteit. Het programma Startblokken houdt onder andere rekening met de fysieke omgeving waarin kinderen actief betrokken worden bij spelactiviteiten en thema’s. Dit vereist ruimtes die geschikt zijn voor groepsactiviteiten, interactieve leerprocessen en voldoende ruimte voor beweging. In sommige gevallen kan het nodig zijn om bestaande ruimtes aan te passen of aanvullende faciliteiten aan te schaffen.

Daarnaast is er een investering nodig in materiaal. Het programma Startblokken maakt gebruik van specifieke materialen en literatuur om de leer- en ontwikkelingsprocessen van kinderen te ondersteunen. De benodigde literatuur en tools zijn onder andere:

  • Basisontwikkeling voor peuters en de onderbouw
  • Spullenboek
  • Spelen en leren op school
  • Startblokken brochure
  • Toolkit voor Startblokken trainers
  • Artikelen uit vakbladen zoals Zone
  • Is it play – B. van Oers

Hoewel deze materialen niet expliciet geprijsd zijn in de beschikbare bronnen, is het aannemelijk dat de kosten van deze literatuur en tools aanzienlijk zijn. Deze uitgaven moeten worden meegenomen in het budget van de VVE-locatie.

Invloed van Startblokken op de kwaliteit van VVE

Hoewel de focus van dit artikel ligt op de kosten en investeringsaspecten van Startblokken, is het belangrijk om te benadrukken dat de toepassing van dit programma een positieve impact kan hebben op de kwaliteit van VVE. Het programma is ontworpen om jonge kinderen te ondersteunen in hun ontwikkeling en biedt een gestructureerde aanpak die aansluit bij hun natuurlijke neigingen tot leren, spelen en ontdekken.

De invloed van Startblokken op de kwaliteit van VVE is in de beschikbare bronnen niet expliciet vermeld, maar het feit dat het programma landelijk erkend is en door een deelcommissie is beoordeeld als goed onderbouwd duidt op een hoge kwaliteit. Bovendien is het programma ontworpen om te voldoen aan de kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang en de kwaliteitseisen peuterspeelzaalwerk (Wkkp).

Het toepassen van Startblokken kan dus leiden tot een betere kwaliteit van de VVE-ervaring voor kinderen, wat op lange termijn kan leiden tot positieve terugkoppeling van ouders en een betere prestatie in de onderbouw van de basisschool. Dit kan ook een indirecte invloed hebben op het succes van de VVE-locatie, aangezien kwaliteit vaak een belangrijk aanslagpunt is voor ouders bij het kiezen van een kinderopvangaanbod.

Conclusie

De implementatie van Startblokken in VVE-locaties vereist een serieus budgetplan dat rekening houdt met meerdere kostenaspecten. De training van professionals is een van de belangrijkste investeringen, met een benodigde vooropleiding, assessment en eventuele aanvullende cursussen. Daarnaast moet rekening gehouden worden met de financiering via subsidie, waarbij het aantal uren en het type subsidie (regulier of VVE) van invloed is op de uitkering. Ook de benodigde faciliteiten en materialen vormen een aanzienlijke uitgave.

Hoewel de exacte kosten van trainingen en subsidies niet volledig duidelijk zijn in de beschikbare bronnen, is het duidelijk dat het implementeren van Startblokken een aanzienlijke investering vereist. Deze investering is echter geplaatst in een programma dat landelijk erkend is en die aansluit bij de kwaliteitsnormen van VVE. Daarnaast is er aanwijzing dat het programma een positieve invloed kan hebben op de ontwikkeling van jonge kinderen, wat op lange termijn leidt tot een waardevolle VVE-ervaring.

Voor gemeenten, instellingen en professionals die overwegen om Startblokken in hun VVE-locatie te implementeren, is het belangrijk om het budget zorgvuldig te plannen en te overwegen of de investering aansluit bij de doelen en visie van de organisatie. Bovendien is het van belang om rekening te houden met de huidige subsidievoorwaarden en eventuele wijzigingen in de financieringssystematiek, om zeker te zijn dat het programma op de lange termijn financieel haalbaar is.

Bronnen

  1. Trainingen en opleidingen – De Startblokkentrainer als coach voor pedagogisch medewerker
  2. Lokale regelgeving – CVDR133804
  3. Lokale regelgeving – CVDR406257
  4. Startblokken VVE-bewijs van deelname op Springest

Related Posts