De implementatie van een kwaliteitskader voor voorschoolse en vroegschoolse educatie (VVE) is van essentieel belang voor het creëren van een consistent en kwalitatief hoogwaardig aanbod in de zorg voor jonge kinderen. In 2018 stond het Kwaliteitskader VVE centraal in beleid en uitvoering in diverse gemeenten, waaronder Texel en Groningen. Dit kader vormt een essentieel instrument voor het toetsen van kwaliteit, de verbetering van de zorg, en het uitvoeren van subsidiebeleid. In dit artikel wordt het Kwaliteitskader VVE 2018 besproken vanuit juridisch, beleidsmatig en praktisch perspectief.
Inleiding
Het Kwaliteitskader VVE is ontwikkeld om de kwaliteit van de voorschoolse educatie te verhogen en te standaardiseren. Het kader is gebaseerd op landelijke wet- en regelgeving, recente wetenschappelijke inzichten en de specifieke context van de regio. Het doel is om kwaliteitsambities en eisen zichtbaar te maken, zodat zowel instellingen als gemeenten actief kunnen bijdragen aan het verbeteren van de kwaliteit van de zorg voor jonge kinderen. In 2018 waren er meerdere beleidsdocumenten en besluiten die dit kader ondersteunden, waaronder tarievenbesluiten, subsidieverlening en toezichtprocedures.
Doel en Aanpak van het Kwaliteitskader VVE
Het Kwaliteitskader VVE heeft als doel de kwaliteit van de voorschoolse educatie duidelijk te maken en te stimuleren tot het implementeren van kwaliteitsverbeteringen. Het kader biedt een groeimodel, waarin zowel kwaliteitsambities als kwaliteitsstandaarden zijn opgenomen. Dit betekent dat instellingen niet alleen aan wettelijke eisen moeten voldoen, maar ook ruimte krijgen om op lange termijn kwaliteitsdoelen te bereiken.
In 2018 was het kwaliteitskader in ontwikkeling en implementatie. Het kader is ontwikkeld in samenspraak met betrokken partijen, zoals instellingen en experts in de zorg voor jonge kinderen. De nadruk ligt op een systematische en methodische aanpak van kwaliteitsontwikkeling, waarbij zelfevaluatie en externe toezichtprocedures een centrale rol spelen.
Het kwaliteitskader is verder onderbouwd door beleidsdoelstellingen uit het beleidsplan "Voor alle jonge kinderen gelijke kansen". Dit beleidsplan bevat afspraken en prestatieindicatoren die concreet worden gemaakt in het kwaliteitskader. De nadruk ligt op de voorschoolse educatie, met als doel de creëring van een doorgaande ontwikkelingslijn voor kinderen met VVE-indicatie. Dit is gericht op het voorkomen van taalachterstanden en het stimuleren van sociaal-emotionele, motorische en cognitieve ontwikkeling.
Juridische en Financiële Kaders
De wettelijke kaders voor voorschoolse educatie worden geregeld in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. Deze wettelijke kaders vormen de basis voor het Kwaliteitskader VVE. Daarnaast zijn er verordeningen die subsidie en tarieven bepalen, zoals de Verordening tegemoetkoming kosten voorschoolse voorzieningen.
In 2018 werd het Tarievenbesluit voorschoolse voorzieningen vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Texel. Dit besluit bevatte onder andere het normtarief voor peuterplaatsen en VVE-plaatsen, dat vaststond op € 7,57 per uur. Daarnaast werd de VVE-vergoeding vastgesteld op € 368 per ingevulde peuterplaats per jaar. Deze tarieven zijn van essentieel belang voor de financiële haalbaarheid van voorschoolse voorzieningen en het bepalen van ouderbijdragen.
Ouderbijdragen worden bepaald aan de hand van een ouderbijdragentabel, die op basis van inkomensgroepen en soorten peuterplekken vastgesteld wordt. Houders van subsidie zijn verplicht deze bijdragen te publiceren op hun website. Dit is een maatregel om transparantie en toegankelijkheid te bevorderen. Indien houders niet aan deze verplichting voldoen, kan dat leiden tot herziening of intrekking van de subsidie, en kan de subsidie geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd.
De wettelijke kaders zijn daarnaast onderbouwd door inspectie- en waarderingskaders van de Inspectie van het Onderwijs en de GGD. Deze kaders worden gebruikt voor het toetsen van kwaliteit en de uitvoering van toezicht. Het kwaliteitskader is gerelateerd aan de Nadere regel ‘Voorschoolse educatie’ van de Algemene Subsidieverordening, die de subsidievoorwaarden en financiële kaders bepaalt voor instellingen die voorschoolse educatie willen aanbieden.
Kwaliteitsambities en Eisten
Het kwaliteitskader maakt een onderscheid tussen kwaliteitsambities en kwaliteitsstandaarden. De wettelijke eisen zijn op landelijk niveau vastgelegd en vormen de basis voor de registratie van VVE-locaties. Deze eisen moeten op korte termijn worden nageleefd. Voor de kwaliteitsambities is een groeimodel opgesteld, dat ruimte biedt voor langere termijnontwikkelingen. Deze ambities zijn gericht op het verbeteren van de kwaliteit van de zorg voor jonge kinderen en het creëren van een consistente, landelijk toegankelijke standaard.
De kwaliteitsambities zijn concreet uitgewerkt in thema’s, die de verschillende aspecten van de voorschoolse educatie omvatten. Deze thema’s zijn onder andere gericht op de fysieke omgeving, pedagogisch werken, samenwerking met ouders, en het verbeteren van het ontwikkelingsperspectief van kinderen. In elk thema zijn de wettelijke eisen en de ambities van de gemeente duidelijk aangegeven, zodat instellingen weten waarop ze moeten toetsen en verbeteren.
In de praktijk betekent dit dat instellingen niet alleen aan wettelijke eisen moeten voldoen, maar ook actief werken aan het verbeteren van hun kwaliteitsniveau. Dit kan bijvoorbeeld door het implementeren van nieuwe pedagogische methoden, het uitbreiden van het aanbod van activiteiten, of het verbeteren van de samenwerking met ouders en andere zorgverleners.
Toezicht en Waarderingskaders
Het toezicht op de kwaliteit van voorschoolse educatie wordt uitgevoerd door de Inspectie van het Onderwijs, de GGD en de gemeente. Deze partijen werken samen aan het toetsen van kwaliteit en de uitvoering van toezichtprocedures. In 2018 was er sprake van een pilotproject tussen de GGD en de gemeente Groningen, waarin de indicatoren van het Kwaliteitskader VVE een rol speelden in het basistoezicht en het verdiepend toezicht. Deze pilot had als doel om kwaliteitsindicatoren in het toezichtproces te integreren en te onderzoeken hoe deze indicatoren bijdragen aan de kwaliteitsontwikkeling.
In de praktijk betekent dit dat instellingen regelmatig onder toezicht komen te staan, zowel door externe instanties als via zelfevaluatie. De kijkwijzer VVE wordt gebruikt als een instrument voor zelfevaluatie, waarmee instellingen hun eigen kwaliteitsniveau kunnen toetsen en verbeteringen kunnen plannen. Daarnaast zijn er ondersteunende documenten beschikbaar, zoals de Werkinstructie Toezichtkader VVE-locaties (IvhO, maart 2014), die hoewel niet meer in kracht zijn, nog steeds bruikbaar zijn als bron voor zelfevaluatie en verbetering.
Het toezichtproces is georganiseerd rondom drie niveaus: locatieniveau, instellingniveau en instellingstoezicht. Op locatieniveau wordt gecontroleerd of de eisen en ambities worden nageleefd. Op instellingniveau wordt gekeken naar de overkoepelende beleidsuitvoering en samenwerking. Op instellingstoezichtniveau wordt de algemene kwaliteit en efficiëntie van de instelling beoordeeld.
Subsidiebeleid en Toepassing in de Praktijk
Subsidieverlening is een belangrijk aspect van het voorschoolse educatiebeleid. In 2018 was er een subsidiebeleid dat gericht was op het ondersteunen van instellingen die voorschoolse educatie aanbieden. De subsidieverlening is gebaseerd op het Tarievenbesluit voorschoolse voorzieningen, waarin de normtarieven en ouderbijdragen zijn vastgesteld. Deze subsidie is bedoeld om instellingen te ondersteunen bij het realiseren van voorschoolse educatieplekken, en om de toegankelijkheid en kwaliteit van deze plekken te verhogen.
Subsidiebeleid en -uitvoering zijn nauw verbonden met het Kwaliteitskader VVE. Subsidiegevers stellen in het kader van de Algemene Subsidieverordening eisen aan de kwaliteit van de zorg. Deze eisen zijn onder meer vastgelegd in de Nadere regel ‘Voorschoolse educatie’, die de financiële kaders en subsidievoorwaarden bepaalt. Houders van subsidie zijn verplicht aan deze eisen te voldoen, en dit wordt gecontroleerd via toezichtprocedures en evaluaties.
In de praktijk betekent dit dat instellingen die subsidie ontvangen, ook aantoonbare inspanningen moeten leveren om aan de kwaliteitsstandaarden te voldoen. Indien instellingen niet aan deze eisen voldoen, kan dat leiden tot herziening of intrekking van de subsidie. Daarnaast zijn er eindrapportages en controleverklaringen vereist, die instellingen moeten indienen om aan te tonen dat ze aan de subsidievoorwaarden voldoen.
De eindrapportage is een belangrijk onderdeel van de subsidiebeleidsuitvoering. In 2018 was de eindrapportage voorzien van een controleverklaring, die instellingen moesten laten uitvoeren door een externe partij. Deze controleverklaring garandeerde de betrouwbaarheid van de rapportage en gaf inzicht in de uitvoering van de subsidie.
Kwaliteitsontwikkeling en Evaluatie
Een kernaspect van het Kwaliteitskader VVE is de nadruk op kwaliteitsontwikkeling en evaluatie. Het kader is ontwikkeld om instellingen te ondersteunen bij het verbeteren van hun kwaliteitsniveau en het uitvoeren van zelfevaluaties. De kijkwijzer VVE is een belangrijk instrument voor deze zelfevaluatie, waarin instellingen hun eigen kwaliteitsniveau kunnen toetsen en verbeteringen kunnen plannen.
In 2018 was er sprake van een aanpak waarin instellingen continu werken aan de verbetering van het opbrengstgericht of opbrengstbewust werken. Dit vraagt om systematisch en methodisch evalueren van activiteiten en processen. De gemeente onderzoekt in 2019 de mogelijkheden om een bepaalde mate van uniformering aan te brengen in de instrumenten waarmee instellingen hun kwaliteitsniveau evalueren. Dit is bedoeld om het kwaliteitsbeleid consistenter en effectiever te maken.
De evaluatie is een centraal aspect van het kwaliteitsbeleid. Evaluaties worden uitgevoerd op meerdere niveaus, waaronder locatieniveau, instellingniveau en beleidsniveau. De evaluatieresultaten worden gebruikt om beleidsmaatregelen aan te passen en om kwaliteitsverbeteringen te implementeren. In 2019 wordt in samenspraak met het veld verder richting gegeven aan de evaluatie en toetsing van kwaliteitsniveau.
De evaluatie is ook onderbouwd door wetenschappelijke inzichten en landelijke ontwikkelingen in de wet- en regelgeving. Deze inzichten worden gebruikt om het kwaliteitskader aan te passen en om kwaliteitsambities en standaarden te verbeteren. In dit kader is het Kwaliteitskader VVE een leidraad voor instellingen, die kunnen gebruiken om hun eigen kwaliteitsniveau te bepalen en verbeteringen te plannen.
Conclusie
Het Kwaliteitskader VVE 2018 vormt een essentieel instrument voor het verbeteren van de kwaliteit van de voorschoolse educatie. Het kader is gebaseerd op wettelijke kaders, wetenschappelijke inzichten en beleidsdoelstellingen, en biedt een groeimodel voor instellingen om hun kwaliteitsniveau te verhogen. De nadruk ligt op een systematische en methodische aanpak van kwaliteitsontwikkeling, waarbij zelfevaluatie en toezicht een centrale rol spelen.
Het kwaliteitskader is verder onderbouwd door financiële en subsidiebeleid, die instellingen ondersteunen bij het realiseren van voorschoolse educatieplekken. De subsidieverlening is verbonden aan wettelijke eisen en kwaliteitsstandaarden, die instellingen moeten nageleefd. Indien instellingen niet aan deze eisen voldoen, kan dat leiden tot herziening of intrekking van de subsidie.
De toekomstige ontwikkelingen van het kwaliteitskader zijn gericht op het verbeteren van de evaluatie en toetsing van kwaliteitsniveau. In 2019 wordt verder samengewerkt met het veld om het kwaliteitskader aan te passen en om uniforme instrumenten te ontwikkelen voor zelfevaluatie en toezicht. Het kwaliteitskader is een essentieel onderdeel van het voorschoolse educatiebeleid en draagt bij aan het creëren van een kwalitatief hoogwaardig aanbod voor jonge kinderen.