Inleiding
In de regio Dongen en aangrenzende gemeenten zoals Alphen-Chaam wordt het oppervlaktewaterbeheer geregeld via wat bekend staat als een legger. Deze legger bevat gedetailleerde informatie over de ligging, vorm, afmetingen en constructie van waterstaatswerken, onderhoudsstroken en eventueel beschermingszones. Het document vormt de juridische basis voor het beheer van oppervlaktewaterlichamen en speelt een centrale rol bij het realiseren van infrastructuurprojecten, woningbouwontwikkelingen en groene energieinitiatieven.
De legger is opgesteld op basis van de Waterwet en de Keur van het waterschap Brabantse Delta, en wordt beïnvloed door beleidsregels zoals ‘Waterlopen op orde’. Deze beleidsregel richt zich op het ordenen van waterlopen in categorieën, waarbij ook specifieke regels voor retentievoorzieningen, onderhoudsstroken en bergingsgebieden worden gedefinieerd.
In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de juridische, technische en functionele aspecten van de legger, met een focus op de regelgeving en praktische toepassing in de regio. Daarnaast worden relevante trends in duurzame energieopslag en waterbeheer besproken, zoals deze worden aangekaart door initiatieven van partijen zoals Groene Huisvesters en Tiwos.
Juridische en beleidsmogelijkheden van de legger
De legger is wettelijk verankerd in artikel 5.1 van de Waterwet, waarin het waterschap verantwoordelijk is voor de vaststelling van een legger die de eisen voor waterstaatswerken bepaalt. Deze werken moeten voldoen aan wettelijke voorwaarden met betrekking tot ligging, vorm, afmetingen en constructie. Bovendien bevat de legger informatie over beschermingszones en onderhoudsstroken, die worden aangeduid op overzichtskaarten en leggerkaarten.
Een belangrijk aspect van de legger is de vervanging van oude leggers. Sinds de fusie van waterschappen naar het waterschap Brabantse Delta in 2004, zijn oude leggers vervangen door nieuwe, die op basis van actuele beleidsregels zijn opgesteld. Bijvoorbeeld:
- De Legger watersysteemgebied deelgebied Boven Mark en
- de ‘Legger op de watergangen 1e en 2e fase’, vastgesteld in 1994, zijn vervallen na de invoering van de huidige legger.
Deze nieuwe legger is gebaseerd op de Beleidsregel ‘Waterlopen op orde’, die richtlijnen geeft voor de indeling van waterlopen in categorieën. Hoewel deze regel oude aanduidingen gebruikt, zijn de inhoudelijke richtlijnen actueel en afgestemd op actuele duurzaamheidsdoelstellingen. De leggeronderdelen zijn onder meer:
- Leggerboek, waarin de juridische en technische voorwaarden zijn vastgelegd;
- Leggerkaarten, die de exacte ligging van waterlichamen, kunstwerken en onderhoudsstroken weergeven;
- Leggertabellen, waarin specifieke maatvoeringen per waterlichaam zijn opgenomen.
Technische specificaties en onderhoudsregels
Onderhoudsstroken
De onderhoudsstroken zijn essentieel voor het functioneren van het watersysteem en vormen een bufferzone rond waterlopen. De breedte van deze stroken varieert afhankelijk van de categorie van het waterlichaam en eventuele constructieelementen zoals damwanden of kademuuren.
Volgens artikel 5 van de legger gelden de volgende regels:
- Voor waterlichamen van categorie A is de onderhoudsstrook aan beide zijden 5 meter breed, tenzij anders bepaald in de leggertabel.
- Als het waterlichaam voorzien is van een verankerde damwand of kademuur, dan geldt een afwijkende maat aan de kant van de muur. De strook is in dat geval tot 1 meter breed vanaf het achterste punt van de verankering. Aan de andere kant blijft het lid 1 van artikel 5 van toepassing.
Deze onderhoudsstroken zijn van essentieel belang bij de uitvoering van constructies of ontwikkelingen in de directe omgeving van het watersysteem. Ze bepalen bijvoorbeeld de minimale afstand waarop een woning of een infrastructuurproject kan worden gebouwd.
Retentievoorzieningen
Een ander technisch aspect dat in de legger centraal staat, zijn retentievoorzieningen. Deze voorzieningen dienen om piekafvoeren van regenwater te beheersen en zo wateroverlast te voorkomen. Ze fungeren als tijdelijke opslagruimtes voor afstromend water en verlagen daarmee de belasting op het oppervlaktewatersysteem.
Er zijn twee typen retentievoorzieningen die in de legger worden genoemd:
Retentievoorzieningen met homogeen profiel – Hierbij is sprake van een duidelijk herkenbare bak of stuw met een knijpvoorziening. De inhoud van het retentiegebied kan berekend worden aan de hand van profielgegevens, de hoogte van het wateroppervlak en de lengte van de retentie. In de legger zelf wordt deze exacte waarde meestal niet genoemd, maar de aanduiding dat het een oppervlaktewaterlichaam met retentiefunctie is, wel.
Retentievoorzieningen zonder homogeen profiel – Deze vorm is minder structureel en kan bijvoorbeeld bestaan uit natte gronden of delen van bergingsgebieden die tijdelijk water opslaan.
De berekeningsmethoden voor het bepalen van de retentiecapaciteit zijn uitgewerkt in bijlage II van de legger, waarin formules worden gegeven op basis van profielgegevens en hydrologische parameters. Deze berekeningen zijn essentieel bij het ontwerpen van groene infrastructuur en stormwaterbeheer in nieuwbouwprojecten.
Praktische toepassing in woningbouwontwikkelingen
De legger heeft directe gevolgen voor woningbouwprojecten en infrastructuurontwikkelingen in de regio. Bijvoorbeeld:
- Het minimale afstand tussen een woning of bouwproject en een waterloop moet voldoen aan de aangegeven onderhoudsstroken.
- In de buurt van een retentievoorziening kan het noodzakelijk zijn om de afvoerstromen en opslagcapaciteit te berekenen om overlast te voorkomen.
- De beschermingszones kunnen bepalen of bepaalde constructies of groene voorzieningen zijn toegestaan of extra vergunningen vereisen.
Daarnaast is het belangrijk dat ontwikkelaars en architecten rekening houden met de ligging en afmetingen van bergingsgebieden, die soms ter informatie zijn weergegeven op de leggerkaarten. Deze gegevens zijn dan wel niet bindend, maar kunnen wel invloed hebben op het functioneel en esthetisch ontwerp van een project.
Duurzame energieopslag en waterbeheer
Naast de technische aspecten van het waterbeheer speelt ook duurzame energieopslag een rol in de regio. Zo worden op initiatieven zoals die van Groene Huisvesters en Tiwos experimenten gedaan met buurtbatterijen. Deze batterijen dienen als lokale energieopslag en kunnen bijvoorbeeld overschotten van zonnepanelen opslaan en gebruiken op momenten dat de vraag hoger is dan de productie.
Een voorbeeld hiervan is het project Energieschap, waarin buurtbewoners samen hun energiehuishouding organiseren. Dit soort initiatieven kan in synergie werken met het waterbeheer, bijvoorbeeld door gebruik te maken van natte gronden of bergingsgebieden voor de opslag van regenwater, wat op zijn beurt kan worden gebruikt voor energieproductie via kleine hydro-elektrische systemen.
Daarnaast worden in projecten zoals de aanpak Noord-Veluwe ook oplossingen voor netcongestie en energieverdeling onderzocht. Deze trends duiden op een toekomst waarin energie- en waterbeheer steeds meer met elkaar verweven raken en waarin zowel groene infrastructuur als technische opslagcapaciteiten een rol spelen.
Conclusie
Het beheer van oppervlaktewaterlichamen in de regio Dongen en aangrenzende gebieden wordt geregeld door een legger die juridisch verankerd is in de Waterwet en technisch onderbouwd door beleidsregels en berekeningsmethoden. Deze legger bevat gedetailleerde informatie over onderhoudsstroken, retentievoorzieningen en eventuele bergingsgebieden, die essentieel zijn bij de realisatie van woningbouwprojecten en infrastructuur.
De praktische toepassing van deze regels vereist een nauwe samenwerking tussen waterschappen, gemeenten, ontwikkelaars en architecten. Bovendien is het belangrijk om rekening te houden met de toekomstgerichte trends in duurzame energieopslag en waterbeheer, zoals het gebruik van buurtbatterijen en groene infrastructuur.
De legger dient niet alleen als juridisch kader, maar ook als basis voor het ontwerpen en realiseren van duurzame, functionele en veilige woonomgevingen in de regio.