Invloed van Voorschoolse Educatie op Arbeidskosten in de Kinderopvang

Inleiding

De voorschoolse educatie (VVE) speelt een steeds belangrijkere rol in het Nederlandse onderwijssysteem. Het is gericht op kinderen uit bepaalde doelgroepen en betreft een aanvullende vorm van opvang die extra onderwijs en zorg biedt. Tegelijkertijd brengt de uitbreiding van VVE ook financiële en organisatorische gevolgen met zich mee voor zowel gemeenten als kinderopvangorganisaties. Deze uitbreiding heeft ook directe gevolgen voor arbeidskosten, aangezien het aantal benodigde medewerkers, de vereisten voor kwalificaties en de financiering van deze functies veranderen.

Deze artikel bekijkt de verbanden tussen de uitbreiding van VVE en de arbeidskosten in de kinderopvangsector. We zullen onder andere kijken naar hoe de subsidiestructuur werkt, hoe ouders hun bijdrage betalen en wat de financiële verantwoordelijkheden zijn voor gemeenten, kinderopvangorganisaties en ouders. Bovendien zullen we de rol van de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK) belichten, aangezien deze wet ook aanscherpe eisen stelt aan de kwaliteit van de opvang en daarmee indirect ook invloed heeft op salariskosten.

De financiering van VVE

Subsidie voor VVE-doelgroepkinderen

In de bronnen staat duidelijk dat VVE wordt gefinancierd via een combinatie van subsidies van de gemeente en eventueel via de Belastingdienst, afhankelijk van of ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag (KOT). De subsidie is kindgebonden en bestaat uit twee delen: een vaste uurprijs per VVE-kind en een vast bedrag per kind per jaar, dat wordt gebruikt om extra kosten te dekken.

Voor ouders die geen recht hebben op KOT is de financiering als volgt: zij nemen 16 uur per week opvang af, waarvan 8 uur reguliere peuteropvang en 8 uur VVE. Voor de reguliere uren betalen zij een inkomensafhankelijke ouderbijdrage, terwijl er geen ouderbijdrage is voor de VVE-uren. De gemeente subsidieert deze 8 uur aan VVE extra, wat extra kosten met zich meebrengt voor de kinderopvangorganisaties.

Voor ouders die wél recht hebben op KOT is de financiering van de kindplek via de Belastingdienst, terwijl de financiering van VVE via de gemeente loopt. Zij betalen dus géén ouderbijdrage voor de reguliere uren, maar het VVE-aanbod wordt grotendeels door de gemeente betaald. In dit geval wordt de financiering van de 16 uur per week volledig door de gemeente geregeld.

Deze structuur heeft gevolgen voor de personeelskosten van kinderopvangorganisaties, aangezien zij extra uren moeten aanbieden en extra medewerkers of extra uren voor bestaande medewerkers moeten inzetten.

Aanvullende subsidie per kind

Naast de uurprijs krijgen kinderopvangorganisaties ook een aanvullende subsidie van €774,- per VVE-kind per jaar. Deze subsidie dient als een buffer om extra kosten te dekken, zoals trainingen, cursussen of andere kosten die verband houden met het aanbieden van VVE. Dit betekent dat kinderopvangorganisaties die meer VVE-kinderen onderhouden, automatisch ook een grotere subsidie ontvangen, wat kan leiden tot hogere arbeidskosten, aangezien extra medewerkers nodig zijn om het aanbod te realiseren.

Invloed van de subsidie op salariskosten

De subsidiestructuur heeft dus directe gevolgen voor de arbeidskosten van kinderopvangorganisaties. Aangezien zij extra uren moeten aanbieden en eventueel extra medewerkers in dienst moeten nemen, stijgen de salariskosten. Daarnaast geldt dat de eisen voor kwalificaties en de aanscherping van taal- en opleidingsniveaus, zoals opgenomen in de Wet IKK, ook leiden tot hogere salariskosten. Medewerkers moeten bijvoorbeeld in aanmerking komen voor hogere opleidingen, zoals HBO-gecertificeerd personeel, wat vaak gepaard gaat met hogere lonen.

De rol van de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK)

Nieuwe eisen aan kwaliteit en kwalificaties

De Wet IKK, ingevoerd in januari 2018, heeft geleid tot aanscherpe eisen voor de kwaliteit van de kinderopvang. Deze wet heeft onder andere invloed op de leidsterkind-ratio, wat betekent dat er minder kinderen per medewerker zijn toegestaan. Daarnaast moeten alle kinderen een mentor krijgen, en medewerkers moeten voldoen aan aangescherpte taal- en kwalificatie-eisen. Deze maatregelen zijn bedoeld om de kwaliteit van de opvang te verbeteren, maar hebben ook directe gevolgen voor arbeidskosten.

De aangescherpte eisen betekenen dat kinderopvangorganisaties vaak hoger opgeleide medewerkers moeten inzetten, zoals pedagogisch medewerkers of medewerkers met een HBO-opleiding. Deze medewerkers hebben meestal hogere salariskosten, wat leidt tot hogere totale arbeidskosten voor de organisatie.

Invloed op personeelsplanning

De Wet IKK heeft ook invloed op de manier waarop kinderopvangorganisaties hun personeel inzetten. Omdat er minder kinderen per medewerker zijn toegestaan, is er een groter aantal medewerkers nodig om hetzelfde aantal kinderen te verzorgen. Dit betekent dat ook hier arbeidskosten stijgen, aangezien er meer personeel nodig is. Bovendien moeten kinderopvangorganisaties extra aandacht besteden aan de mentoring van kinderen, wat extra uren met zich meebrengt en dus extra salariskosten.

De uitbreiding van VVE naar 16 uur per week

Verplichting voor gemeenten

De regering heeft bepaald dat gemeenten vanaf 2020 verplicht zijn om 16 uur VVE per week aan te bieden aan doelgroepkinderen, in plaats van de vorige 10 uur. Deze uitbreiding heeft directe gevolgen voor de arbeidskosten van kinderopvangorganisaties, aangezien zij extra uren moeten aanbieden en daarmee extra medewerkers of extra uren voor bestaande medewerkers moeten inzetten.

De verplichting om 16 uur per week aan te bieden heeft ook gevolgen voor de financiering. Aangezien gemeenten nu verantwoordelijk zijn voor de financiering van 16 uur in plaats van 10 uur, betekent dit dat zij extra subsidies moeten verstrekken aan kinderopvangorganisaties. Deze subsidies worden op hun beurt gebruikt om extra uren aan te bieden, wat leidt tot hogere arbeidskosten.

Aanvullende subsidie voor VVE

In de bronnen staat beschreven dat kinderopvangorganisaties ook een aanvullende subsidie ontvangen van €774,- per VVE-kind per jaar. Deze subsidie is bedoeld om de extra kosten te dekken die ontstaan door het aanbieden van VVE. Deze subsidie kan bijvoorbeeld gebruikt worden voor trainingen, cursussen of andere kosten die verband houden met het aanbieden van VVE. Aangezien deze subsidie kindgebonden is, betekent dit dat kinderopvangorganisaties die meer VVE-kinderen onderhouden, automatisch ook een grotere subsidie ontvangen, wat kan leiden tot hogere arbeidskosten.

Invloed op arbeidskosten voor gemeenten

Verandering in financiële verantwoordelijkheid

De uitbreiding van VVE naar 16 uur per week heeft ook directe gevolgen voor de financiële verantwoordelijkheid van gemeenten. Aangezien zij nu verantwoordelijk zijn voor de financiering van 16 uur in plaats van 10 uur, betekent dit dat zij extra subsidies moeten verstrekken aan kinderopvangorganisaties. Deze subsidies worden op hun beurt gebruikt om extra uren aan te bieden, wat leidt tot hogere arbeidskosten.

De verandering in financiële verantwoordelijkheid heeft ook gevolgen voor de manier waarop gemeenten de kosten verdelen. Aangezien zij nu verantwoordelijk zijn voor de financiering van 16 uur in plaats van 10 uur, betekent dit dat zij extra subsidies moeten verstrekken aan kinderopvangorganisaties. Deze subsidies worden op hun beurt gebruikt om extra uren aan te bieden, wat leidt tot hogere arbeidskosten.

Invloed op de verdeling van subsidies

De verandering in financiële verantwoordelijkheid heeft ook gevolgen voor de verdeling van subsidies. Aangezien gemeenten nu verantwoordelijk zijn voor de financiering van 16 uur in plaats van 10 uur, betekent dit dat zij extra subsidies moeten verstrekken aan kinderopvangorganisaties. Deze subsidies worden op hun beurt gebruikt om extra uren aan te bieden, wat leidt tot hogere arbeidskosten.

Conclusie

De uitbreiding van de voorschoolse educatie naar 16 uur per week heeft directe gevolgen voor de arbeidskosten in de kinderopvangsector. Zowel kinderopvangorganisaties als gemeenten zijn verantwoordelijk voor de financiering van deze extra uren, wat leidt tot hogere salariskosten. Daarnaast heeft de Wet IKK aanscherpe eisen gesteld aan de kwaliteit van de opvang, wat heeft geleid tot hogere salariskosten, aangezien er meer medewerkers nodig zijn en hoger opgeleide medewerkers moeten worden ingezet.

De subsidiestructuur speelt ook een belangrijke rol bij de financiering van VVE. Aangezien kinderopvangorganisaties extra subsidies ontvangen voor het aanbieden van VVE, is er ruimte om extra uren aan te bieden en extra medewerkers in te zetten. Deze subsidies helpen bij het dekken van de extra kosten die ontstaan door de uitbreiding van VVE naar 16 uur per week.

In totaal leidt de uitbreiding van VVE naar 16 uur per week dus tot hogere salariskosten voor zowel kinderopvangorganisaties als gemeenten. Deze stijging in arbeidskosten is een directe gevolg van de verandering in financiële verantwoordelijkheid en de aanscherping van eisen aan de kwaliteit van de opvang.

Bronnen

  1. Nieuwe gewichtenregeling vloek of zegen
  2. Voorschoolse educatie in Amersfoort
  3. Lokale regelgeving over VVE

Related Posts