Inleiding
In de huidige maatschappij wordt er steeds meer aandacht besteed aan de vroegste kinderjaren, doordat wetenschappers en pedagogisch werknemers erkennen dat de ontwikkeling van jonge kinderen cruciaal is voor hun toekomstige levensloop. In deze context speelt het programma Ben ik in Beeld VVE een belangrijke rol. Het programma richt zich op de taalontwikkeling en brede ontwikkeling van jonge kinderen in de kinderopvang en peuterspeelzalen. Het is een onderschreven VVE-programma, erkend door het Nederlands Jeugdinstituut (NJI) als effectief en doelgericht. Het doel van het programma is om pedagogisch medewerkers te professionaliseren, zodat zij jonge kinderen op een geïntegreerde en bewuste manier kunnen ondersteunen.
Deze publicatie biedt een overzicht van de essentiële kenmerken van Ben ik in Beeld VVE, met aandacht voor het doelgroepprofiel, de inhoud van de training, de opbouw van het traject en de resultaten die het programma biedt. Het artikel is gericht op professionals in de kinderopvang, beheerders van kinderdagverblijven, en eventuele externe partners die geïnteresseerd zijn in effectieve educatieve interventies.
Wat is Ben ik in Beeld VVE?
Ben ik in Beeld VVE is een tweejarig opleidingsprogramma dat gericht is op pedagogisch medewerkers in kinderdagverblijven en peuterspeelzalen. Het programma is ontworpen om de taalontwikkeling van jonge kinderen centraal te stellen, maar biedt ook aandacht voor brede kinderontwikkeling, zoals sociale-emotionele vaardigheden, motorische ontwikkeling en wiskundige vaardigheden. Het is een onderdeel van de Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE), een aanpak die gericht is op het verbeteren van de kwaliteit van de opvoedkundige en educatieve interventies voor jonge kinderen.
Het programma is onderschreven door het Nederlands Jeugdinstituut (NJI) als goed onderbouwd, wat betekent dat het programma aan strenge kwaliteitscriteria voldoet en effectief is. Het is opgenomen in de Databank Effectieve Interventies van het NJI. Daarnaast is het programma in 2018 hercertificeerd, wat onderlijft dat het programma blijft voldoen aan huidige kwaliteitseisen.
Doelgroep en doelen
Doelgroep
De doelgroep van Ben ik in Beeld VVE bestaat uit pedagogisch medewerkers in peutergroepen of verticale groepen, die over een opleidingsniveau van minimaal MBO-niveau 3 beschikken. Dit betekent dat de deelnemers in principe opleidingen zoals Sociaal Pedagogisch Werk op niveau 3 hebben gevolgd.
Het programma is ook geschikt voor verticale groepen en ouder groepen, waarbij de focus op taalontwikkeling en interactiebevordering ook van toepassing is.
Doelen
Het programma heeft twee hoofddoelen:
Het professionaliseren van pedagogisch medewerkers in de kinderopvang en peuterspeelzalen.
Dit wordt bereikt door het trainen van interactievaardigheden, het aanleren van taalbevorderende technieken en het gebruik van observatie- en begeleidingsmethoden.Het verkrijgen van een certificaat Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) voor pedagogisch medewerkers.
Dit certificaat is een onderdeel van de wettelijke eisen voor VVE-programma’s en maakt deel uit van de kwaliteitsborging voor kinderopvangorganisaties.
Opbouw van het traject
Het opleidingstraject van Ben ik in Beeld VVE is verdeeld in een basisjaar en een VVE-jaar, waarbij beide jaarlijks een combinatie van klassikale trainingen, coaching en praktijkgerichte opdrachten bevatten.
Het basisjaar
Het basisjaar is het eerste jaar van het traject en bestaat uit 7 trainingsbijeenkomsten van 4 uur. Deze bijeenkomsten zijn gericht op het ontwikkelen van interactievaardigheden en het aanleren van taalbevorderende activiteiten. De trainingen zijn op MBO-niveau en zijn zo ontworpen dat de deelnemers in staat zijn om deze kennis direct in de praktijk toe te passen.
De inhoud van het basisjaar omvat onder andere:
- De pedagogische- en educatieve interactievaardigheden
- Het ‘Rijtje van vijf’-model (Van Delft et al., 2010)
- Videobegeleiding
- Taalontwikkeling
- De voorleescyclus (Corvers et al., 2008)
- Speelleeromgeving
- Integratie
Na iedere bijeenkomst volgt een praktijkopdracht, die de deelnemers uitdagen om de geleerde kennis toe te passen in hun werkplek. Bij de tweede, vierde, zesde en zevende bijeenkomst vindt coaching in de praktijk plaats. Deze coaching is gericht op het vertalen van theorie naar praktijk en op het ontwikkelen van persoonlijke interactievaardigheden.
Na het basisjaar kan een keuze worden gemaakt voor het VVE-jaar of voor het Ben ik in Beeld Basis-programma.
Het VVE-jaar
Het tweede jaar van het traject, het VVE-jaar, bestaat uit 6 trainingsbijeenkomsten van 4 uur. Naast klassikale trainingen vindt er coaching in de praktijk plaats, net zoals in het basisjaar. In totaal zijn er 4 videocoachmomenten per deelnemer.
Het VVE-jaar breidt de focus uit naar brede kinderontwikkeling en bevat onderwerpen zoals:
- Stimuleren van de brede ontwikkeling
- Ontwikkelingsgericht werken met Uk & Puk (Tjallema et al., 2009)
- Observeren
- Ouders en de doorgaande leerlijn met de basisschool
- OGW (Struiksma, 2012; Goudswaard & Vergunst-Duijnhouwer, 2013)
Het tweede jaar is ook gekoppeld aan het volgsysteem Kijk!, dat ontwikkeld is door Bazalt. Dit systeem helpt medewerkers bij het volgen van kinderen en het vastleggen van observaties. Het VVE-jaar richt zich daarom ook op de ontwikkeling van observatievaardigheden en het werken met ouders.
Na het VVE-jaar is het deelnemer toegestaan om een certificaat VVE te verkrijgen, mits alle eisen zijn vervuld, zoals aanwezigheid op alle bijeenkomsten en het voltooien van de praktijkopdrachten.
Methode en didactiek
Centraal principe: interactievaardigheden
Een kernprincipe van het Ben ik in Beeld VVE-programma is het ontwikkelen van interactievaardigheden bij pedagogisch medewerkers. Deze vaardigheden zijn essentieel voor een effectieve taalontwikkeling bij jonge kinderen, omdat de kwaliteit van de interacties tussen kinderen en medewerkers direct beïnvloedt hoe kinderen leren en groeien.
De trainingen leggen dus niet alleen uit wat kinderen nodig hebben, maar ook hoe pedagogisch medewerkers zich moeten gedragen om jonge kinderen te ondersteunen. Hierbij wordt gebruikgemaakt van videobegeleiding, waarbij medewerkers hun eigen interacties opnemen en deze samen met een trainer beoordelen. Deze methode draagt bij aan zelfreflectie en bewustwording van het eigen gedrag en handelen.
Praktijkgerichtheid
Het programma is zeer praktijkgericht. De trainingsbijeenkomsten zijn niet alleen theorie, maar ook uitgerust met praktijkopdrachten en coachingmomenten. Dit zorgt ervoor dat de deelnemers in staat zijn om de leerstof direct in de praktijk toe te passen.
Daarnaast is er een vrijstellingmogelijkheid, mits een bewijs van deelname aan het betreffende onderdeel kan worden overlegd en dit in overleg met de opdrachtgever is gedaan.
Focus op taalontwikkeling
Taalontwikkeling is centraal in het programma. De deelnemers leren hoe ze taalbevorderende activiteiten kunnen organiseren, zoals interactief voorlezen met behulp van de voorleescyclus. Dit model helpt medewerkers bij het creëren van een taalrijke omgeving in het kinderdagverblijf en bij het stimuleren van taalgebruik bij jonge kinderen.
Spel en vrije activiteiten
Naast formele activiteiten ligt er ook aandacht voor vrije en spontane activiteiten. Het programma benadrukt dat het belangrijk is om ruimte te geven aan de initiatieven van kinderen. Door de agenda te laten “ademden” en ruimte te maken voor spontane en vrije activiteiten, kunnen kinderen zich beter uitdrukken en leren in een manier die past bij hun interesses en ontwikkelingsniveau.
Samenwerking met ouders
Het VVE-jaar legt ook nadruk op de doorgaande leerlijn met de basisschool en op werken met ouders. De deelnemers leren hoe ze samenwerking met ouders kunnen opbouwen en hoe ze een samengestelde beeldvorming kunnen creëren van het kind. Dit helpt bij het coördineren van opvoedkundige en educatieve interventies en bij het vastleggen van de ontwikkeling van het kind.
Certificering en eisen
Certificaat VVE
Het afronden van het VVE-traject geeft de deelnemers recht op een certificaat VVE, mits de volgende eisen zijn vervuld:
- Volledige aanwezigheid op alle trainingsbijeenkomsten
- Voltooien van alle praktijkopdrachten met een voldoende resultaat
- Een eindverslag indienen dat aantoont dat de eindtermen zijn bereikt
Het certificaat is onderdeel van de wettelijke kwaliteitsborging in de kinderopvang en maakt deel uit van de kwaliteitsverklaring van kinderopvangorganisaties.
Studiebelasting
Het totaal aantal uren dat een deelnemer in het traject investeert, bedraagt ongeveer 120 uur per deelnemer, verdeeld over:
- 13 trainingsbijeenkomsten (13 x 4 uur = 52 uur)
- Zelfstudie (52 uur)
- Coaching (16 uur)
Aanvullende informatie
Het VVE-programma Uk & Puk
In het tweede jaar van het traject wordt ook gebruikgemaakt van het VVE-programma Uk & Puk, dat gericht is op het stimuleren van brede kinderontwikkeling. Dit programma is ontworpen om sociaal-emotionele vaardigheden, motorische ontwikkeling en wiskundige vaardigheden te bevorderen bij jonge kinderen. Het is een aanvullende methode die wordt ingezet om de breedheid van de ontwikkelingsgerichte aanpak van Ben ik in Beeld VVE te vergroten.
De voor- en nadelen van het programma
Hoewel Ben ik in Beeld VVE een goed onderbouwd en effectief programma is, zijn er ook aandachtspunten die kinderopvangorganisaties in overweging zouden moeten nemen.
Voordelen
- Het programma is onderschreven door het NJI als effectief en doelgericht
- Het biedt duurzame kwaliteitsverbetering in de kinderopvang
- De trainingen zijn praktijkgericht en gericht op interactievaardigheden
- Er is aandacht voor brede kinderontwikkeling en samenwerking met ouders
- Het biedt een wettelijke kwaliteitsborging via het VVE-certificaat
Nadelen
- Het traject is tijd- en personeelsintensief, met 120 uur studiebelasting per deelnemer
- Niet alle kinderopvangorganisaties beschikken over de capaciteit of het budget om het programma volledig in te richten
- De praktijkgerichtheid kan soms uitdagingen opleveren in organisaties waar tijdsdruk of beperkte resources aanwezig zijn
Conclusie
Ben ik in Beeld VVE is een effectief en doelgericht programma voor de taal- en ontwikkelingsbevordering van jonge kinderen in de kinderopvang. Het programma is onderschreven door het Nederlands Jeugdinstituut (NJI) en is opgenomen in de Databank Effectieve Interventies. Het biedt een tweejarig traject, bestaande uit een basisjaar en een VVE-jaar, waarin pedagogisch medewerkers worden getraind in interactievaardigheden, taalbevorderende activiteiten en observatievaardigheden.
Het programma richt zich op brede kinderontwikkeling, met aandacht voor sociaal-emotionele vaardigheden, motorische ontwikkeling en wiskundige vaardigheden. Het biedt ook een wettelijke kwaliteitsborging via het VVE-certificaat, wat een onderdeel is van de Voor- en Vroegschoolse Educatie.
Het traject is praktijkgericht en gericht op interactievaardigheden, met een sterke focus op zelfreflectie en bewustwording van het eigen gedrag. Het biedt ook aandacht voor samengestelde beeldvorming van het kind en voor doorgaande leerlijnen met de basisschool.
Ondanks de vele voordelen is het programma tijd- en personeelsintensief, wat in sommige gevallen uitdagingen kan opleveren. Het is echter een waardevolle aanvulling op de kwaliteitsborging in de kinderopvang en kan bijdragen aan duurzame kwaliteitsverbetering.
Voor organisaties die zich wensen te richten op kwaliteit, professionalisering en effectiviteit in de kinderopvang, is Ben ik in Beeld VVE een betrouwbare en onderbouwde keuze.