Aanpassing en uitvoering van het VVE beleid in 2019

Inleiding

Sinds de invoering van het VVE (voorschoolse en vroegschoolse educatie) beleid in 2019 zijn diverse maatregelen genomen om de wettelijke eisen te versterken en de kwaliteit van het onderwijsachterstandenbeleid te verbeteren. Deze beleidsaanpassingen zijn onderdeel van het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid (GOAB) en zijn ontwikkeld in reactie op een rapport van de onderwijsinspectie. Het doel van deze maatregelen is om zowel de wettelijke verplichtingen te vervullen als de kwaliteit van het VVE aanbod te vergroten, met name voor kinderen uit kwetsbare gezinnen.

In de periode 2019 t/m 2022 is een nieuwe verdeelsleutel voor middelen van het Rijk ingevoerd, wat heeft geleid tot een verhoging van het budget voor onderwijsachterstandenbeleid in gemeenten zoals West Maas en Waal. Deze financiële toewachting is een belangrijke factor in de actualisering van het VVE beleid. Daarnaast is er een nadruk op het opstellen van kwaliteitsnormen, ouderbetrokkenheid en een doorgaande lijn tussen voorscholen en vroegscholen.

In dit artikel worden de belangrijkste regelgevingen, beleidsaanpassingen en financiële voorwaarden van het VVE beleid in 2019 besproken, met een focus op hoe gemeenten dit beleid uitvoeren en uitbreiden. Het artikel richt zich op zowel de juridische en financiële kaders als de praktische implementatie van het VVE aanbod, waarbij aandacht is voor de rol van kinderopvang, subsidievoorwaarden en kwaliteitsborging.

Aanpassing van het VVE beleid in reactie op de onderwijsinspectie

In het najaar van 2020 heeft de gemeente West Maas en Waal gereageerd op het rapport van de onderwijsinspectie over het VVE beleid. Dit rapport stelde verbeterpunten voor, die werden ingevuld in het kader van het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid (GOAB). In de beleidsnota "Aanpassing VVE beleid 2021" zijn vier acties genomen om te voldoen aan de wettelijke eisen.

Een van de belangrijke maatregelen was de verhoging van het bereik van doelgroepkinderen. De gemeente heeft extra aandacht besteed aan het bereiken van kinderen die in kwetsbare gezinnen leven. Dit is gedaan om ervoor te zorgen dat het VVE aanbod beter aansluit bij de behoeften van deze kinderen. Daarnaast is er een verbetering geweest in het periodiek monitoren en evalueren van de toeleiding van kinderen naar VVE programma’s. Deze maatregel helpt bij het bepalen van de effectiviteit van het beleid en stelt de gemeente in staat om eventuele tekortkomingen snel te herkennen en te corrigeren.

Een ander aspect dat is verbeterd, is de doorgaande lijn tussen voorscholen en vroegscholen. Dit houdt in dat kinderen na afloop van de voorscholen vlot kunnen overstappen op de vroegscholen en dat het leertraject continu is. De doorgaande lijn is ook van belang voor ouders, omdat het hun inzicht geeft in de ontwikkeling van hun kind en hen ondersteunt bij het begrijpen van de onderwijsprocessen.

Tenslotte is er aandacht geweest voor kwantitatieve resultaatafspraken met vroegscholen. Deze afspraken zijn gemaakt om te bepalen hoe effectief het VVE aanbod is. De afspraken zijn grotendeels gericht op het behalen van doelen op het gebied van taalontwikkeling, sociale vaardigheden en motorische ontwikkeling. Hiermee wordt het kwaliteitsbeleid van VVE versterkt.

Financiële voorwaarden en middelen voor VVE

Het VVE beleid in 2019 is mede mogelijk gemaakt door een nieuwe verdeelsleutel van het Rijk voor de middelen van het onderwijsachterstandenbeleid. Deze verdeelsleutel leidde tot een verhoging van het budget voor gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid. Voor de gemeente West Maas en Waal betekende dit dat er meer middelen beschikbaar waren voor VVE programma’s.

In de GOAB periode 2019 t/m 2022 is een totaalbedrag van € 845.218 beschikbaar gesteld. Dit bedrag is verdeeld over de vier jaren van de periode. De bedragen voor 2019 en 2020 zijn definitief beschikt door de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) van het Ministerie van OCW. Voor 2021 is het bedrag gebaseerd op een voorlopige beschikking, waarbij de definitieve beschikking iets lager uitviel dan de voorlopige. Voor 2022 is het bedrag geraamd.

Een belangrijke spelregel rond het GOAB-budget is dat het budget jaarlijks wordt bepaald aan de hand van de achterstandsscores van de gemeenten. In september ontvangen gemeenten de voorlopige beschikking voor het volgende jaar en de definitieve beschikking voor het lopende jaar. Dit betekent dat het budget jaarlijks kan variëren, afhankelijk van de behoefte aan onderwijsachterstandbeleid in de gemeente.

Daarnaast is er een minimumuitkering van € 64.000 per jaar voor gemeenten met een positieve achterstandsscore, zonder drempel. Deze minimumuitkering zorgt ervoor dat er altijd minstens één VVE-groep kan worden bekostigd. Dit is een belangrijke maatregel om ervoor te zorgen dat gemeenten met lage middelen toch in staat zijn om VVE aanbod te leveren.

Subsidievoorwaarden voor VVE en kinderopvang

De gemeente heeft subsidievoorwaarden vastgesteld voor houders van kinderopvang. In 2021/2022 zijn aanvullende inhoudelijke voorwaarden aan het subsidiekader toegevoegd, zoals kwaliteitsnormen voor VVE, ouderbetrokkenheid en een doorgaande lijn. Deze voorwaarden zijn ontwikkeld om de kwaliteit van het VVE aanbod te verbeteren en te zorgen voor een consistente aanpak binnen de kinderopvang.

Een voorbeeld van een subsidievoorwaarde is dat kinderopvanginstellingen aan kwaliteitsnormen moeten voldoen. Deze normen zijn gedefinieerd in de Algemene subsidieverordening van de gemeente en zijn gericht op het verbeteren van de kwaliteit van de onderwijsaanbod. De kwaliteitsnormen omvatten aspecten zoals kinderontwikkeling, veiligheid en professionele begeleiding.

Daarnaast is er een nadruk op ouderbetrokkenheid. Kinderopvanginstellingen moeten ervoor zorgen dat ouders actief betrokken zijn bij de ontwikkeling van hun kind. Dit kan gerealiseerd worden door ouders te informeren over het VVE programma, deel te laten nemen aan activiteiten en feedback te geven over de voortgang van hun kind.

De doorgaande lijn is ook een belangrijke voorwaarde in de subsidie. Het betreft een samenwerking tussen kinderopvanginstellingen, voorscholen en vroegscholen om ervoor te zorgen dat kinderen vloeiend over kunnen stappen van de een naar de ander niveau. Deze samenwerking helpt bij het behoud van de leertrajecten en helpt bij het voorkomen van onderwijsachterstanden.

Taaleisen voor VVE en kinderopvang

In het kader van VVE gelden specifieke taaleisen, die vanaf 1 augustus 2019 zijn ingevoerd. Deze eisen zijn bepaald door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en zijn gericht op het verbeteren van de taalvaardigheden van medewerkers in kinderopvanginstellingen. De eisen zijn gericht op zowel mondelinge als leesvaardigheid en moeten aangetoond worden door middel van aantoonbaarheidseisen.

Voor mondelinge taalvaardigheid moet een medewerker minimaal niveau 3F aangetoond hebben. Dit kan gedaan worden door middel van een havo-, vhbo- of vwo-diploma, waarbij het vak Nederlands met een voldoende of hoger moet zijn afgerond. Voor leesvaardigheid moet ook niveau 3F aangetoond worden, waarbij een mbo 4-diploma niet voldoende is tenzij het vak Nederlands met een voldoende of hoger is afgerond.

De taaleisen voor VVE verschillen van de eisen voor het IKK (integratiekindergemeenschap). De eisen voor IKK zijn minder strikt en zijn gericht op mondelinge taalvaardigheid. Voor IKK is een havo-, vhbo- of vwo-diploma behaald vóór 1 januari 2025 voldoende, ongeacht het cijfer voor Nederlands. Voor VVE gelden daarentegen extra aantoonbaarheidseisen, die gericht zijn op zowel mondelijke als leesvaardigheid.

Deze taaleisen zijn ontwikkeld om ervoor te zorgen dat kinderopvangmedewerkers in staat zijn om kinderen adequaat te ondersteunen in hun taalontwikkeling. Door de eisen te verhogen, wordt de kwaliteit van het VVE aanbod versterkt en wordt er meer aandacht besteed aan de taalontwikkeling van kinderen in kwetsbare gezinnen.

Praktijkimplementatie van het VVE beleid

In de praktijk is het VVE beleid uitgevoerd in samenwerking met kinderopvanginstellingen, scholen en ouders. De implementatie is gericht op het verbeteren van de kwaliteit van het aanbod en het verhogen van het bereik van doelgroepkinderen. In West Maas en Waal is er bijvoorbeeld extra aandacht besteed aan de toeleiding van kinderen naar VVE programma’s. Hierbij is gebruik gemaakt van screeninginstrumenten om kinderen met een VVE indicatie te identificeren.

De toeleiding wordt periodiek geëvalueerd om ervoor te zorgen dat het beleid effectief is. Hierbij wordt gekeken naar de deelnamegraad van kinderen en de voortgang in hun ontwikkeling. De evaluaties zijn gericht op het identificeren van eventuele tekortkomingen en het corrigeren van deze tekortkomingen.

Daarnaast is er een nadruk op het opstellen van individuele leertrajecten voor kinderen. Deze leertrajecten zijn ontwikkeld in samenwerking met kinderopvangmedewerkers, ouders en scholen. De leertrajecten zijn gericht op het verbeteren van de taalontwikkeling, sociale vaardigheden en motorische ontwikkeling van kinderen.

Ouders worden actief betrokken bij de ontwikkeling van hun kind door middel van informatiesessies, activiteiten en feedbackgesprekken. Deze betrokkenheid helpt bij het verbeteren van de effectiviteit van het VVE aanbod en zorgt ervoor dat ouders goed ingelicht zijn over de ontwikkeling van hun kind.

Toekomstige ontwikkelingen en uitdagingen

Hoewel het VVE beleid in 2019 en de daaropvolgende jaren al aanzienlijke verbeteringen heeft meegemaakt, zijn er nog steeds uitdagingen op het gebied van kwaliteit, bereik en financiering. Een van de uitdagingen is het verhogen van het bereik van doelgroepkinderen. Hoewel er extra aandacht is geweest voor kinderen in kwetsbare gezinnen, is het nog steeds lastig om alle kinderen met een VVE indicatie te bereiken.

Een andere uitdaging is het verhogen van de kwaliteit van het VVE aanbod. Hoewel er kwaliteitsnormen zijn ingesteld, is het nog steeds lastig om deze normen consisten te handhaven in alle kinderopvanginstellingen. Hierbij is het belangrijk om te investeren in opleidingen en begeleiding voor medewerkers, zodat ze in staat zijn om kinderen adequaat te ondersteunen in hun ontwikkeling.

Tenslotte is er nog steeds een uitdaging op het gebied van financiering. Hoewel het GOAB-budget in 2019 t/m 2022 is verhoogd, is het nog steeds lastig om voldoende middelen beschikbaar te stellen voor alle VVE programma’s. Het is daarom belangrijk om te blijven werken aan het optimaliseren van het budget en het verbeteren van de efficiëntie van het beleid.

Conclusie

Het VVE beleid in 2019 en de daaropvolgende jaren is een belangrijke stap voorwaarts in het verbeteren van het onderwijsachterstandenbeleid. Door de aanpassingen in reactie op de onderwijsinspectie, is het beleid sterker geworden en is er meer aandacht geweest voor kwaliteit, bereik en financiering. De subsidievoorwaarden zijn uitgebreid, de taaleisen zijn verhoogd en de samenwerking tussen kinderopvanginstellingen, scholen en ouders is versterkt.

Hoewel er nog steeds uitdagingen zijn, zoals het verhogen van het bereik van doelgroepkinderen en het verbeteren van de kwaliteit van het aanbod, is het VVE beleid een succesvolle poging om onderwijsachterstanden te voorkomen en te verkleinen. De toekomstige ontwikkelingen zullen gericht moeten zijn op het verder verbeteren van het beleid en het zorgen voor een consistente aanpak in alle gemeenten.

Bronnen

  1. Beleidsnota ‘Aanpassing VVE beleid 2021’ onderdeel van het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid
  2. Taaleisen voor VVE
  3. Subsidieregeling peuteropvang 2019

Related Posts