Nieuwe eisen en ontwikkelingen voor voor- en vroegschoolse educatie in Nederland

Inleiding

De voor- en vroegschoolse educatie (VVE) speelt een steeds belangrijker rol in de ontwikkeling van jonge kinderen, vooral binnen doelgroepen die extra ondersteuning nodig hebben. In de afgelopen jaren zijn er duidelijke veranderingen en uitbreidingen in het VVE-beleid geweest. Deze ontwikkelingen worden op verschillende niveaus – zoals federale beleidsplannen, lokale regelgeving en praktijkuitvoering – geregeld. Het doel van dit artikel is om de belangrijkste nieuwe eisen en richtlijnen te bespreken die vanaf 2020 en vooral in de periode 2023-2026 gelden, met een focus op de wettelijke verplichtingen, de versterking van kwaliteit en het verduurzamingstraject voor VVE-voorzieningen.

In dit overzicht komen zowel wettelijke normen voor het aantal uren VVE-aanbod, verplichte inzet van hbo’ers, als maatregelen voor verduurzaming en samenwerking binnen VVE aan de orde. Bovendien worden de gevolgen van deze eisen voor gemeenten, voorzieningen en ouders toegelicht. De informatie is afgeleid van meerdere beleidsdocumenten en regelgevingen, zoals het VVE Beleidsplan 2023-2026 van de gemeente Vlieland, de lokale regelgeving van Bloemendaal en de versnellingsagenda van VVE-voorzieningen voor verduurzaming.

Uitbreiding van het VVE-aanbod

Een van de meest significante ontwikkelingen in het VVE-beleid is de uitbreiding van het aanbod van voorschoolse educatie. Per 1 augustus 2020 is het verplicht dat gemeenten het VVE-aanbod uitbreiden van minimaal 10 uur naar gemiddeld 16 uur per week. Dit betekent dat kinderen van 2,5 tot 4 jaar met een VVE-indicatie in totaal 960 uur VVE-aanbod per jaar moeten krijgen, gebaseerd op 40 weken per jaar en 16 uur per week.

De uitbreiding is vooral gericht op doelgroeppeuters die risico’s lopen op onderwijsachterstanden. De nieuwe norm is niet bedoeld voor kinderopvang of recreatie, maar voor gerichte educatieve activiteiten. Daarom geldt een maximum van 6 uur VVE per dag. Kinderen die al voor 1 augustus 2020 tweeënhalf waren en deelnamen aan VVE, blijven onder de oude norm vallen, maar deze groep heeft per 1 augustus 2020 wel toegang tot het nieuwe aanbod van 16 uur per week.

Wettelijke verplichting

Het uitbreiden van het VVE-aanbod is niet enkel een beleidsoptie, maar een wettelijke verplichting. Vanaf 2023 is het een wettelijke plicht dat alle doelgroeppeuters van 2,5 tot 4 jaar een programma van 16 uur VVE-aanbod krijgen. Deze verplichting is ingevoerd om kansenongelijkheid in de vroegste levensjaren te voorkomen en te zorgen voor een gelijkwaardige start in het onderwijs. Deze verplichting geldt voor alle gemeenten in Nederland, ongeacht de omvang van de VVE-voorzieningen.

Inzet van hbo’ers in VVE-voorzieningen

Een andere belangrijke wijziging is de verplichte inzet van hbo-opgeleide medewerkers in VVE-voorzieningen. Vanaf 1 januari 2022 moeten alle VVE-voorzieningen minstens 10 uur per doelgroepkind, per jaar en per locatie, een hbo-opgeleide pedagogisch beleidsmedewerker inzetten. Deze verplichting is bedoeld om de kwaliteit van de VVE-aanbod te verhogen.

De pedagogisch beleidsmedewerker kan meewerken op drie manieren: 1. Als coach van andere medewerkers; 2. Direct op de groep, waarbij hij of zij gerichte educatieve activiteiten leidt; 3. In het ontwikkelen en uitvoeren van het pedagogisch beleid van de voorziening.

Deze inzet van hbo’ers is een onderdeel van de bredere visie op kwaliteitsborging in de VVE. De versterking van het aanbod met hbo’ers moet leiden tot een betere ontwikkeling van kinderen, met name in de sociaal-emotionele, cognitieve en motorische ontwikkeling.

Opleiding en certificering

Voorzieningen zoals ‘De Jutter’ in Vlieland leggen grote nadruk op de professionaliteit en voortgezette opleiding van hun medewerkers. De meeste medewerkers hebben al een VVE-certificering behaald of volgen een scholingstraject. Nieuwe medewerkers krijgen direct VVE-scholing. Dit zorgt ervoor dat de kwaliteit van de VVE-aanbod hoog blijft en dat medewerkers goed kunnen inspelen op de ontwikkeling van kinderen.

Verduurzaming en versnellingsagenda

Omdat VVE-voorzieningen vaak onder extra eisen vallen, zoals een opkomsteis en een verhoogde meerderheid, is het lastig om snel duurzame besluiten te nemen. Om dit te verhelpen is er een versnellingsagenda voor verduurzaming opgesteld. Dit beleidsinstrument is ontworpen om gemeenten te ondersteunen bij het verduurzamen van VVE-voorzieningen.

Een belangrijk aspect van de versnellingsagenda is het vroegtijdig betrekken van VVE-voorzieningen in duurzame initiatieven van gemeenten. Bijvoorbeeld, als een wijk in de toekomst van het aardgas af moet, is het verstandig om VVE-voorzieningen vroegtijdig te informeren. Actieve VVE’s hebben ongeveer 3 jaar nodig om van besluitvorming tot uitvoering te komen, terwijl slapende VVE’s tot tien jaar kunnen duren.

Toolkit voor gemeenten

Gemeenten hebben toegang tot een toolkit met praktische tips voor het werken aan verduurzaming van VVE-voorzieningen. Deze toolkit helpt bij het in kaart brengen van bestaande VVE’s en het stimuleren van actieve betrokkenheid. Door de toolkit te gebruiken kunnen gemeenten ervoor zorgen dat VVE-voorzieningen vroegtijdig betrokken worden bij duurzame projecten, wat ertoe bijdraagt dat besluiten sneller en doelgerichter worden genomen.

Samenwerking en overdracht binnen VVE

Een essentieel onderdeel van de kwaliteitsborging in VVE is de samenwerking tussen verschillende partijen. De gemeente Vlieland benadrukt in haar beleidsplan de belangrijkheid van samenwerking binnen het VVE-systeem. Binnen het zogenaamde koppeloverleg werken leidinggevenden van kinderopvang en leerkrachten van groep 1 en 2 van de basisschool samen. Deze samenwerking helpt bij het stellen van doelen en het uitvoeren van acties die gericht zijn op de ontwikkeling van kinderen.

Daarnaast speelt de pedagogisch coach en de VVE-coördinator een rol bij het ondersteunen van deze samenwerking. Zij zorgen ervoor dat er een goede overdracht is van informatie en ervaring tussen voor- en vroegschoolse educatie. Deze overdracht is essentieel voor het behoud van coherente ontwikkelingstrategieën en het voorkomen van tussentijdse ontwikkelingskloven.

Kwaliteit en monitoring

Bij de uitbreiding van het VVE-aanbod en de verplichte inzet van hbo’ers ligt ook een nadruk op kwaliteitsborging. De gemeente Vlieland stelt in haar beleidsplan dat VVE niet alleen een wettelijke verplichting is, maar ook een middel om kansenongelijkheid te bestrijden. Daarom is het belangrijk dat de kwaliteit van het VVE-aanbod continu wordt gecontroleerd en verbeterd.

Beleidskaders en convenant

De samenwerking tussen gemeente en VVE-voorzieningen wordt geregeld in een beleidskader. In 2019 is het eerste beleidskader opgesteld, en sindsdien wordt gewerkt aan een nieuw convenant dat nieuwe procesmatige en inhoudelijke afspraken vastlegt. Deze convenantbehandeling helpt bij het versterken van samenwerking en kwaliteit en zorgt voor transparantie en betrokkenheid van alle betrokken partijen.

Resultaten en kwaliteitsborging

Monitoring is een kernaspect van het VVE-beleid. De gemeente Vlieland stelt dat het belangrijk is om resultaten en kwaliteit van VVE-voorzieningen te meten en te analyseren. Daarvoor zijn er specifieke monitoringinstrumenten ontwikkeld, die gericht zijn op het volgen van de ontwikkeling van kinderen, de kwaliteit van het aanbod en de effectiviteit van de inzet van hbo’ers.

Betaling en toegankelijkheid

Een ander belangrijk aspect van het VVE-beleid is de toegankelijkheid van het aanbod voor ouders. VVE is voor de meeste ouders betaalbaar of in sommige gevallen zelfs gratis. In het kader van het onderwijsachterstandenbeleid krijgen ouders van doelgroeppeuters (niet-KOT-ouders) 640 uur per jaar gratis VVE-aanbod. Dit betekent 16 uur per week gedurende 40 weken.

VVE voor alle

De doelstelling is dat alle peuters van 2,5 tot 4 jaar op VVE kunnen terecht. Als er onvoldoende kinderopvangplaatsen beschikbaar zijn, worden de doelgroeppeuters bij voorkeur geplaatst. Ouders worden op het consultatiebureau gestimuleerd om hun kind aan een VVE-programma te laten deelnemen.

Financiële kanttekeningen

Het VVE-beleid wordt grotendeels gefinancierd door het Rijk via de middelen van het onderwijsachterstandenbeleid. De gemeenten ontvangen deze middelen op basis van een verdeelsystematiek. In 2019 is deze systematiek aangepast, wat heeft geleid tot nieuwe uitgangspunten voor de financiering van VVE-voorzieningen. Deze veranderingen zijn doorwerkt in het beleidskader van gemeenten zoals Bloemendaal en Vlieland.

Conclusie

De voor- en vroegschoolse educatie speelt een steeds essentiëler rol in de ontwikkeling van jonge kinderen. De afgelopen jaren zijn er duidelijke veranderingen gebeurd in het VVE-beleid, gericht op de uitbreiding van het aanbod, de versterking van kwaliteit en de verduurzaming van VVE-voorzieningen. De verplichte inzet van hbo’ers, het uitbreiden van het VVE-aanbod tot 16 uur per week en de betrokkenheid van VVE-voorzieningen bij duurzame projecten zijn slechts een paar van de maatregelen die deel uitmaken van deze veranderingen.

Gemeenten spelen een centrale rol in de uitvoering van het VVE-beleid. Zij zijn verantwoordelijk voor het in kaart brengen van VVE-voorzieningen, het stellen van doelen en het ondersteunen van samenwerking. De toekomst van VVE ligt in de handen van deze samenwerking, waarbij wettelijke verplichtingen, kwaliteitsborging en duurzaamheid centraal staan.

Bronnen

  1. Voor- en Vroegschoolse Educatie 2020 – 2023 Gemeente Bloemendaal
  2. Vve-versnellingsagenda Verduurzaming
  3. VVE Beleidsplan 2023-2026

Related Posts