Inleiding
In de gemeente Valkenswaard is het VVE-aanbod – Vroege Ontwikkelingsstimulering – steeds belangrijker geworden als onderdeel van het bredere beleid rond kinderontwikkeling en jeugdbeleid. Het afgelopen decennium is er een toenemende focus ontstaan op het vroegtijdig herkennen en ondersteunen van kinderen die risico lopen op ontwikkelingsachterstanden. Dit beleidsscherpere richting is mede het gevolg van de invoering van de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK) en de inzet op een doorgaande educatieve lijn van voorschoolse educatie naar vroegschoolse educatie.
Deze artikel geeft een overzicht van de actuele ontwikkelingen in het VVE-aanbod, inclusief de lokale regelgeving, de implementatie van erkende programma’s, de samenwerking tussen instellingen en de kwaliteitsaspecten die een rol spelen in de uitvoering van VVE in Valkenswaard. Op basis van de beschikbare bronnen worden de beleidsvisies, praktijkuitvoering en samenwerkingsmodellen besproken, met een nadruk op de praktische organisatie en de kwaliteitsborging van VVE.
Visie en beleid
3D-beleidskader en preventie
In juni 2019 heeft de gemeente Valkenswaard het 3D-beleidskader sociaal domein vastgesteld, waarin preventie centraal staat. Het beleid richt zich op het “voorkomen, vroegtijdig opsporen en aanpakken van taal- en onderwijsachterstanden bij jonge kinderen in de leeftijd van 2-6 jaar”. Deze visie is uitgewerkt in het kader van het Actieprogramma Kansrijke Start, dat gerichte ondersteuning biedt aan kwetsbare gezinnen, inclusief gezinnen met tijdelijke of structurele opvoedingsuitdagingen.
Het programma benadrukt de noodzaak van een goede koppeling tussen het medische en sociale domein, waarbij de Jeugdzorg (JGZ) een centrale rol speelt. In 2020–2022 is de gemeente gestart met het opzetten van lokale coalities om deze visie in de praktijk te brengen. Deze coalities zorgen voor een geïntegreerd aanbod van zorg en ondersteuning, waarbij kinderopvangorganisaties en JGZ een essentiële rol vervullen. Het Actieprogramma Kansrijke Start raakt dus indirect het VVE-beleid, aangezien het ook gericht is op de vroegtijdige detectie en begeleiding van kinderen met ontwikkelingsrisico’s.
VVE en de lokaal educatieve agenda
De lokaal educatieve agenda (LEA) is een ander beleidsinstrument dat een rol speelt in de uitwerking van VVE. Het LEA-kader benadrukt de noodzaak van een doorgaande educatieve lijn, waarin de voorschoolse en vroegschoolse educatie goed met elkaar zijn afgestemd. Deze doorgaande lijn is essentieel voor een continue ontwikkeling van kinderen van peuter leeftijd tot de basisschool.
De gemeente Valkenswaard benadrukt in dit kader ook de samenwerking tussen de voorschoolse voorzieningen en de vroegschool (groep 1 en 2 van de basisschool). Deze samenwerking omvat onder andere een VVE-coördinatie, een warme overdracht en een gestructureerde afstemming van het pedagogisch aanbod. Het doel is om een zo min mogelijk onderbroken ontwikkeling te garanderen.
Aanbod en implementatie van VVE
Definitie van de doelgroep
In Valkenswaard wordt sinds 2022 een “brede” definitie van de VVE-doelgroep gehanteerd. Deze brede definitie betekent dat VVE niet alleen gericht is op kinderen met duidelijke ontwikkelingsachterstanden, maar ook op kinderen die risico lopen op dergelijke achterstanden. De doelgroep is verdeeld in vier categorieën:
- Kinderen met CBS-indicatoren: zoals opleidingsniveau van de ouders, land van herkomst van de ouders, verblijfsduur van de moeder in Nederland, of ouders in schuldsanering.
- Kinderen met een indicatie van JGZ: op basis van het Van Wiechen ontwikkelingsonderzoek, de omgevingsanalyse (RIVM 2009) en de risicoregistratie.
- Kinderen met een indicatie van de kinderopvanginstelling: op basis van de ontwikkeling in de domeinen taal, denken, motoriek en sociaal-emotioneel gedrag.
- Kinderen die bij de warme overdracht naar de basisschool nog steeds als doelgroepkind zijn aangemerkt, met de verwachting dat extra stimulering effect heeft.
Deze brede aanpak dient om kinderen vroegtijdig te ondersteunen, vooral op het gebied van taalontwikkeling en sociaal-emotionele groei. Het is een preventieve maatregel die gericht is op het voorkomen van langdurige ontwikkelingsachterstanden.
Aanbod in Goirle
In Goirle, een wijk binnen Valkenswaard, is het VVE-aanbod uitgewerkt in een gedetailleerd kwaliteitskader. Hier is voor alle peuters van 2,5 tot 4 jaar een voorschools aanbod van ten minste 11 uur per week, gedurende 40 weken per jaar. Voor VVE-geïndiceerde peuters is er een aanvullend aanbod van 5,5 uur per week, wat resulteert in een totaal van 16,5 uur per week over 3 dagdelen.
Het VVE-aanbod wordt waar mogelijk georganiseerd in een Kindcentrum, waarin dagopvang, peuteropvang en onderwijs samenkomen. Dit model faciliteert een goed afgestemde en gevarieerde aanpak van kinderontwikkeling. De aanbieder gebruikt een erkend VVE-programma of een werkwijze die gebaseerd is op een VVE-programma. Dit programma richt zich op de ontwikkeling in de domeinen taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling.
Kwaliteitsborging en monitoring
Gebruik van kindvolgsystemen
In Valkenswaard is de kwaliteitsborging van VVE een essentieel onderdeel van het beleid. Het kindvolgsysteem KIJK! wordt bij voorkeur gebruikt, maar ook andere vergelijkbare systemen worden toegestaan. Deze systemen zorgen voor een gestructureerd en systematisch overzicht van de ontwikkeling van kinderen. De monitoring van de VVE-kinderen wordt op alle voorschoolse voorzieningen uitgevoerd en vastgelegd in een systeem. De JGZ kan kinderopvanginstellingen ondersteunen bij het opstellen van actie- en handelingsplannen voor VVE-kinderen.
Na het afgeven van een VVE-indicatie wordt het kind door de voorschoolse voorziening per e-mail gemeld aan het aanspreekpunt bij JGZ. Deze melding bevat de naam van het kind, de geboortedatum, de locatie en de startdatum van VVE. Als binnen 6 weken (excl. vakanties) geen aanmelding is gemeld, neemt ZuidZorg contact op met de ouders om dit te bespreken.
Warme en koude overdracht
Voor elk kind met een VVE-indicatie vindt zowel een koude overdracht als een warme overdracht plaats richting de leerkracht van groep 1. De koude overdracht omvat een overzicht van het behandelingsplan en de aandachtspunten, terwijl de warme overdracht zich richt op het uitwisselen van persoonlijke en pedagogische informatie tussen ouders, voorschool en leerkracht. Deze warme overdracht vindt plaats via een drie-in-een gesprek, zoals beschreven in de uniforme overdrachtsafspraken van Valkenswaard.
Deze overdrachtsprocedures zijn bedoeld om de aansluiting tussen voorschool en vroegschool te verbeteren en te zorgen voor een geïntegreerde ontwikkeling van kinderen. De JGZ-verpleegkundige speelt hierbij een centrale rol, aangezien zij de indicaties afgeeft en een ondersteunende rol vervult bij de planning van de VVE-begeleiding.
Samenwerking en coördinatie
Samenwerking tussen voorschool en vroegschool
Een goede samenwerking tussen voorschoolse voorzieningen en de vroegschool (groep 1 en 2) is essentieel voor een doorgaande ontwikkeling van kinderen. Deze samenwerking omvat onder andere:
- Een goed VVE-coördinatie tussen de voorschool en de vroegschool.
- Een tijdige en warme overdracht.
- Afstemming van het aanbod, pedagogisch handelen, omgang met ouders en interne begeleiding en zorg.
De samenwerking wordt ondersteund door een kwaliteitskader dat gericht is op een gestructureerde en geïntegreerde aanpak. Dit kader benadrukt het belang van coördinatie en afstemming tussen verschillende partners, zoals JGZ, kinderopvanginstellingen en basisscholen.
Organisaties en deelneming aan VVE
In Valkenswaard zijn meerdere organisaties betrokken bij het aanbod van VVE. Sinds 2018 is het voorschoolse aanbod niet meer exclusief in handen van één organisatie, zoals Stichting Peuterdorp. Inmiddels bieden ook organisaties als Kids World, Mira en Stichting Peuterdorp VVE aan. De locaties van Horizon verwachten in 2021 ook een VVE-aanbod te kunnen realiseren.
Niet alle kinderopvangorganisaties bieden VVE aan. In 2020 heeft bijvoorbeeld IkOok! en Bij de Boer aangegeven dat zij VVE (nog) niet aanbieden. Dit betekent dat de ouders van VVE-kinderen vrije keuze hebben in welke voorziening zij hun kind onderbrengen, mits de voorziening VVE-geregistreerd is en voldoet aan de kwaliteitsnormen.
Wet IKK en kwaliteitsborging
Invloed van de Wet IKK
De Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK) is een belangrijk juridisch kader dat ook invloed heeft op het VVE-aanbod. Deze wet is gedeeltelijk in werking getreden per 1 januari 2018 en legt meer eisen op aan de kwaliteit van de kinderopvang. De veranderingen omvatten onder andere:
- Aanpassing van de leidster-kind-ratio.
- Een verplichting dat alle kinderen een mentor krijgen.
- Aangescherpte eisen voor medewerkers in de kinder- en peuteropvang, inclusief taalvaardigheden.
Deze wettelijke aanpassingen hebben geleid tot een versterking van de kwaliteitseisen voor VVE. Organisaties die VVE aanbieden, moeten niet alleen voldoen aan de algemene kwaliteitsnormen van de IKK, maar ook aan de specifieke eisen voor VVE. Dit betreft zowel de kwaliteit van het pedagogisch aanbod als de kwaliteit van de monitoring en begeleiding van VVE-kinderen.
Uitdagingen en toekomstvisie
Uitdagingen in de praktijk
Hoewel het VVE-aanbod in Valkenswaard sterk is uitgebreid, zijn er nog steeds uitdagingen in de praktijk. Een van de voornaamste uitdagingen is de beschikbaarheid van VVE-aanbod in alle delen van de gemeente. Niet alle kinderopvangorganisaties bieden VVE aan, wat kan leiden tot ongelijkheid in de toegang tot het programma. Bovendien is er nog steeds een vraag naar meer ondersteuning en training voor medewerkers in de kinderopvang, zodat zij in staat zijn om VVE-effectief uit te voeren.
Een ander uitdaging is het verwerken van indicaties en de coördinatie tussen JGZ, kinderopvanginstellingen en ouders. De tijdige melding van VVE-indicaties en de organisatie van een warme overdracht vereisen een hoge mate van samenwerking en betrokkenheid van alle betrokkenen.
Toekomstvisie
De toekomstvisie van het VVE-beleid in Valkenswaard is gericht op verder uitbreiding en verdieping van het aanbod. Dit omvat het verdere professionaliseren van het VVE-aanbod, het uitbreiden van de samenwerking tussen instellingen en het verdere integreren van VVE in het bredere educatieve en zorgkundige kader. De gemeente benadrukt ook de noodzaak van het aanbieden van VVE in een groep met niet-VVE-kinderen, zodat er een bredere effectwerking kan ontstaan en peuters van elkaar kunnen leren.
Conclusie
Het VVE-aanbod in Valkenswaard is de afgelopen jaren sterk uitgebreid en professionaliseerd. Het beleid is gericht op de vroegtijdige detectie en ondersteuning van kinderen met ontwikkelingsachterstanden of risico’s op dergelijke achterstanden. Het VVE-aanbod wordt uitgevoerd in een brede doelgroepdefinitie en wordt ondersteund door een gestructureerde kwaliteitsborging, samenwerking tussen instellingen en een doorgaande educatieve lijn.
De implementatie van VVE in Valkenswaard is verwerkt in een kwaliteitskader dat gericht is op een hoogwaardige en doelgerichte ondersteuning van kinderen. De aanbieders van VVE zijn verplicht om erkende programma’s te gebruiken en een gestructureerde monitoring en begeleiding van VVE-kinderen te garanderen. De samenwerking tussen JGZ, kinderopvanginstellingen en basisscholen is essentieel voor een succesvolle uitvoering van VVE.
De toekomstvisie is gericht op verdere uitbreiding, professionalisering en integratie van VVE in het bredere educatieve en zorgkundige kader. De gemeente Valkenswaard benadrukt het belang van een gelijke toegang tot VVE en de noodzaak van continue investeringen in medewerkers en infrastructuur om het VVE-aanbod te versterken.